Thoos.
door Carla Kielenstijn
Fotografie: Carla Kielenstijn
Tekst: Gert-Jan van den Bemd
“Mijn man heeft best veel gereisd, vaak alleen. Daar was ik het niet altijd mee eens. Maar toen hij overleden was, dacht ik: ik had er een schuldgevoel aan overgehouden als ik hem dat afgenomen had. Hij wilde dat graag. Er zijn dingen gebeurd die niet goed te praten zijn, maar ik denk dan maar: goed, dan heeft ie dat ook ervaren. Ik was er niet altijd blij om, maar achteraf gezien dus wel. Hij had nog naar Vietnam willen gaan, maar dat is door z’n ziekte niet meer doorgegaan. Maar in Thailand en Indonesië is hij wel geweest. Ik ben toen wel een keer meegegaan naar Indonesië. Hij ging 1,5 week eerder, naar Sumatra, want hij had meer vakantie dan ik. Op mijn vlucht had ik 12 uur vertraging. Hij zou overstappen op mijn vlucht, maar dat ging dus niet goed. Toen ik op Djakarta aankwam, was hij nergens te bekennen. Uiteindelijk troffen we elkaar pas op Bali.”
“Ik ben later met mijn man ook in Thailand geweest. Thailand vind ik echt een land voor mannen. Ik heb heel die seksindustrie daar gezien. We hebben ook wel Chiang Mai en de Gouden Driehoek gezien, maar we zijn ook naar Pattaya geweest. En ik dacht: wat erg dat ze in zo’n glazen kooi staan, in bikini’s met die nummers erop en dat je jongens van vijftien, zestien met die dikke Duitsers ziet lopen. Ik heb aan zo’n meisje gevraagd waarom ze dat werk deed en ze zei: ‘M’n broertje moet studeren.’ Ik weet dat hij daar ook zonder mij geweest is. Ik weet niet of hij daar iets heeft gedaan, maar het heeft m’n huwelijk geen goed gedaan. Toen hij ziek werd is dat eigenlijk weer goed gekomen.










