Thoos.
door Carla Kielenstijn
“Bij de therapie zeiden ze: ‘Het overlijden van je man heeft jou een echtscheiding bespaard.’ Ik heb bij de therapie geleerd dat ik niet altijd aardig hoef te zijn, maar mijn karakter verander ik niet zo maar. De therapeut bleef maar terugkomen op m’n ouders. Dat wilde ik absoluut niet! Ik vond dat zij het goed hadden gedaan. ‘Jouw ouders zijn iets vergeten,’ zei ze. ‘Ze hebben je te beschermd opgevoed tegenover die grote boze wereld.’ Mensen zeggen wel dat ik een kwetsbare uitstraling heb.”
“Ik zal nooit meer trouwen. Soms heb ik wel dat gevoel, maar met Guus zou ik dat niet kunnen. Ik ben jaren alleen geweest. Zo makkelijk kom je ook niet aan een partner. Ik kan wel gaan dansen, maar daar lopen ook niet altijd mensen rond waarvan ik denk: ‘Nou, dat zijn m’n vrienden.’ Ik heb er misschien ook niet echt voor opengestaan. Ik ga nooit alleen uit. Als ik wel eens met een vriendin naar de stad ging, en je kwam een kroeg binnen, dan zag je ze denken: ‘O, nieuwe!’ Je wordt van top tot teen bekeken en dan voel ik me opgelaten.”
“Bij de therapie kreeg je een tuinslang en een telefoonboek. En dan moest je alles afreageren op dat telefoonboek. En dat gaat niet zonder geluid. Tot bloedens toe.”
“Ik heb niet geslagen. Dat past niet bij mij. Ik kon het niet. Maar dat moest ik wel. ‘Kom nou eens voor jezelf op! Denk nou eens aan jezelf! Gun jezelf nou ook eens iets!’ Maar dat kan ik niet! Ik ben zoals ik ben. En dan ben ik kwaad op die anderen, die misbruik maken van mijn goedheid en dan denk ik: zij zijn gemeen! Zij zijn fout! Maar zij veranderen niet. Iedere keer opnieuw word je teleurgesteld. Ik krijg wel te horen dat ik een muur om me heen heb gebouwd, maar dat is een stukje zelfbescherming.”








Laat een reactie achter




