Essay

De huismus

Door Leo van der Sterren
14 januari 2009

Het gros van de teksten van rock- en popliedjes pretendeert niets anders te vertegenwoordigen dan ongecompliceerd, in de regel zo’n drie minuten durend volksvermaak. In veel gevallen ontstaat de indruk dat de teksten er slechts toe dienen om de vocalisten in staat te stellen hun, al dan niet hoogstaande, stemkunsten ten gehore te brengen, in plaats van een communicatieve functie te vervullen. Dat wil niet zeggen dat de teksten van alle rock- en popliedjes als waardeloos of nietszeggend kunnen worden afgedaan: er zijn fraaie en indrukwekkende teksten geschreven die verder geen afbreuk doen aan de ongeschreven wet in de amusementsindustrie die stelt dat een lied niet te lang mag duren.

Halverwege de jaren ‘60 lapten steeds meer componisten van populaire muziek het drie-minuten-concept aan hun laars. Zij eisten voor zichzelf de kwalificatie ‘componist van serieuze of complexe rock-muziek’ op. Vanzelf meldden zich toen ook tekstschrijvers aan die de tot dan toe geldende conventies wat betreft teksten van populaire liedjes negeerden. Menig tekstschrijver bracht lyrics voort die naar het epische neigden. Teksten werden pretentieuzer, raadselachtiger, soms onzinniger, en werden onderwerp van serieuze analyse en exegese. Menig tekstschrijver betitelde zichzelf als dichter.
Het beeld van de songwriter als dichter is een drogbeeld. Onder de schrijvers die teksten fabriceren voor rock- en popliedjes bevinden zich veel minder dichters dan de muziekindustrie en de muziekpers of de songwriters zelf het publiek willen doen geloven, laat staan grote dichters. Soms valt een tekstschrijver op vanwege aardige rijmen, soms door een tot ambiguïteit leidende beknoptheid. Een enkeling geeft er blijk van op de hoogte te zijn van de begrippen alliteratie en assonantie. Dat leidt wel eens tot overdreven en daarmee komisch gebruik van deze dichterlijke technieken. Twee regels uit de tekst van ‘Helplessly hoping’ van Stephen Stills, gitarist, singer-songwriter en lid van Crosby, Stills, Nash & Young, luiden: ‘helplessly hoping her harlequin hovers nearby’ en ‘wordlessly watching he waits by the window and wonders’. Soms weet een schrijver zijn persoonlijke zieleroerselen tot een hoger plan te verheffen en te transformeren tot teksten waarvan de eeuwigheidswaarde niet betwist kan worden, maar die laatsten mogen zich zeldzaam noemen.

John C. Fogerty was de zanger, gitarist en songwriter van de Amerikaanse rockgroep Creedence Clearwater Revival, een groep die in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw furore maakte: zoveel furore dat het epitheton ‘legendarisch’ zich aan de naam van de groep heeft gehecht. John Fogerty zal nimmer te boek staan als een producent van grootse en meeslepende teksten, net zoals hij nimmer zal behoren tot de waarlijk grootse en meeslepende componisten binnen de categorie van de rockmuziek. Maar de combinatie van eenvoudige, doch functionele teksten, pakkende melodieën en het typische Creedence Clearwater Revival-geluid (dat niet met woorden te omschrijven valt), bracht teweeg dat Creedence Clearwater Revival zichzelf soms oversteeg. Naast een aantal melodielijnen die beklijven en intussen zelfs tot klassiekers zijn uitgegroeid, heeft Fogerty wel degelijk ook middelmatige nummers geschreven, of nummers die verzanden in overbodige herrie.
Wat de teksten betreft overheerst de (functionele) middelmatigheid en springt bijvoorbeeld het gebrek aan pointes in het oog. Fogerty is niet alleen chroniqueur van the american way of life (en dan een chroniqueur die zich bedient van fictie, zoals Bob Dylan, Randy Newman, Bruce Springsteen en Robbie Robertson eveneens verhalenvertellers zijn), maar treedt bovendien weloverwogen in de traditie van de giganten uit de blues-muziek, die hun teksten vaak doorspekten met meer sinistere elementen. De teksten van Fogerty houden zich vaker bezig met doem, verderf en voodoo dan je op grond van de muziek zou veronderstellen. Zo bevat een vrolijk klinkend deuntje als ‘Bad Moon Rising’ de volgende regels: ‘Hope you got your things together/Hope you are quite prepared to die/Looks like we’re in for nasty weather/One eye is taken for an eye.’ De lelijkheid van het laatste regeltje getuigt van een zekere onhandigheid en geeft aan dat Fogerty zich geen al te grote inspanningen heeft getroost om een waarlijk fraaie tekst te maken. Zo is het goed genoeg, moet de man gedacht hebben.

‘Walk on the water’ is een rocknummer dat is ontstaan in de periode dat Creedence Clearwater Revival nog The Golliwogs heette. Het nummer verscheen in 1966 als een drie minuten durende single van The Golliwogs en is opnieuw opgenomen voor de eerste, selftitled, LP van Creedence Clearwater Revival, die in 1968 werd uitgegeven. Tekst en muziek van ‘Walk on the water’ intrigeren onmiskenbaar. De structuur van het nummer verschilt van de structuur van de normale rocksong of het gemiddelde populaire lied (couplet, refrein, couplet, refrein, eventuele bridge, couplet, refrein), maar Fogerty trok zich wel vaker niets aan van de gebruikelijke en geijkte vormen van popsongs. ‘Walk on the water’ heeft slechts één couplet en geen refreinen. Het bestaat uit een kort gedeelte met zang gevolgd door een relatief lange gitaarsolo die vanaf een bepaald moment naar jazz neigt. ‘Walk on the water’ duurt ruim viereneenhalf minuten; het gedeelte met zang is al na één minuut twintig afgelopen. Het muzikale vervolg neemt dus ruim drie minuten in beslag, maar boeit niettemin.
En dan de tekst. Die laat zich als volgt vertalen: ‘Laat gisternacht maakte ik beneden bij de rivier vlak bij mijn huis een wandeling/Ik kon mijn ogen niet geloven en ik zweer dat ik mijn huis nimmermeer zal verlaten – ik zag een man over het water lopen/Hij kwam, van de andere oever komend, recht op mij af/Hij riep mijn naam, zei: ‘wees niet bang’/Voeten begonnen te rennen, een bonzen in mijn brein/Ik wil niet gaan/Ik wil niet gaan/Nee, nee, nee/Ik wil niet gaan.’
De man die, over het water lopend, de ik-persoon nadert, kan niemand anders zijn dan Jezus Christus. Geen enkel ander mens heeft immers, voor zover wij weten, ooit over water gelopen. En dit wonder heeft zoveel indruk gemaakt dat het in drie van de vier evangelieën uit het Nieuwe Testament beschreven wordt: Johannes 6:16-21; Matteüs 14:22-33 en Marcus 6:45-52. In alle drie de versies zegt Jezus bovendien: ‘wees niet bang’.
Waarom is de ik-persoon uit ‘Walk on the water’ zo bang om met de vermeende Jezus mee te gaan? Waarom rent hij weg van het water, met een bonzen in zijn brein? Ook al moeten bepaalde aspecten van de evangeliën met een korreltje zout genomen worden, dan nog is de reputatie van Jezus Christus niet van dien aard dat je niet graag met hem mee zou gaan. En desgevraagd zouden de meeste mensen dat wellicht ook graag doen. En mocht diens gezelschap desondanks tegenvallen, dan kun je altijd nog op je schreden terugkeren. De interpretatie dat Jezus Christus als de Dood of een handlanger van de Dood zou optreden, valt in elk geval niet te staven. En in het hypothetische geval dat hij dat toch zou zijn, zou meegaan met Jezus Christus op zijn minst kunnen betekenen dat iemand het eeuwige leven ten deel valt. Het zou ook kunnen dat Jezus de ik-persoon komt halen met de bedoeling dat die laatste als apostel met hem mee gaat. Maar op het moment dat Jezus over het water liep, was die ploeg al compleet. En Jezus heeft bij geen enkel functioneringsgesprek aangegeven ontevreden te zijn met zijn werknemers.

De ogenschijnlijke angst voor Jezus Christus, als ware de messias een boze geest, komt bij John Fogerty niet voort uit een negatieve houding ten opzichte van het christelijke geloof. Fogerty roept in menig nummer de Lord aan, als toehoorder of gesprekspartner. En ofschoon Fogerty zeker niet als reli-rocker bekend staat, komen er ook religieus getinte nummers voor in het oeuvre van de man.
Toch doet de identiteit van de man die over het water loopt, er wel degelijk toe, omdat Jezus als de personificatie van de goedheid aangemerkt kan worden. Soms zou je haast denken: een wat meer assertieve houding zou geen kwaad kunnen. Het is dus zeer zeker niet de duivel die over het water komt gelopen, of een demon of een monster, maar de goedheid zelve, hetgeen de angst van de ik-persoon des te merkwaardiger doet uitkomen.
Zelfs al heeft Jezus zich de moeite genomen om de naam van de ik-persoon te achterhalen, dan nog is die laatste daar niet van onder de indruk. Integendeel: in plaats van aangenaam verrast te zijn door een dergelijke blijk van eer, over het feit dat niet de eerste de beste hem bij naam benadert, slaat de hem de schrik om het hart. En waarom? Omdat hij simpelweg niet weg van huis wil. Hij wil thuis blijven, dat is alles wat zijn kleine, bekrompen, schrikachtige hartje begeert. De ik-persoon laat zich kennen als een huismus die er niet aan moet denken om zijn huis te verlaten, want elke keer als dat gebeurt, zal hij geconfronteerd worden met fenomenen die hem uit zijn gewone doen brengen. Hij peinst er niet over om het vertrouwde te verlaten, hij wil niet het onbekende betreden. Hij wil niet naar de andere wereld. Geen gedoe. Geen inbreuk op de regelmaat van alledag. En geen vertrouwen in mensen die hem ertoe willen overhalen om af te wijken van die vaste patronen.

De versie van de Golliwogs van ‘Walk on the water’ wijkt in zoverre af van de latere versie dat Fogerty de Golliwogs-versie van het nummer besluit met enkele uitroepen. ‘I saw him walking, I saw him walking!’ gilt hij in paniek uit alsof hij daadwerkelijk iemand over het water heeft zien lopen, en alsof die persoon speciaal voor hem was gearriveerd – om hem te halen, om hem te ontrukken aan het leven op aarde. Muzikaal drukt het einde van de versie van ‘Walk on the water’ van The Golliwogs (de versie van drie minuten) meer griezeligheid uit dan het slot van de latere versie. Dit einde zou de begeleidende muziek voor een nachtmerrie of horrorfilm kunnen zijn. De mate van schrik geeft aan dat er wel iets heel verschrikkelijks gebeurd moet zijn.
De tekst van ‘Walk on the water’ verschilt in alle opzichten van de overige teksten die Fogerty geschreven heeft. Het duidt op een angst voor Het Andere, een vrees voor gene zijde. De mate van angst, echter, doet de toehoorder verlangen naar details over dat omineuze moment, late last night, dat er voor het eerst sinds om en nabij de twintig eeuwen weer een man over het water liep, dit keer voor het raam van John Fogerty.

 

Creedence Clearwater Revival – Walk on the Water

Lees meer van

In memoriam Elizabeth Reed

Door Leo van der Sterren

‘Godverdomme, wat een bezoeking!’ De limiet aan wat een mens warmtematig kon verdragen, deed zich gelden. De gedachte dat er aan de hitte niet te ontsnappen viel, had iets beklemmends, had bijna hetzelfde effect als een langzame, maar zekere wurging. Ja, zo voelde het aan. Het deed hem denken aan een nachtmerrie waar geen einde […]

Lees meer uit de categorie Essay

Sinterklaas, Zwarte Piet en het geestverruimende bier

Door Stephen Snelders

Er is veel te doen om Zwarte Piet, want waarom is hij eigenlijk zwart? Veel mensen vinden dit aanstootgevend: een blanke Sinterklaas met zwarte hulpjes – dat is racistisch, een overblijfsel uit het tijdperk van de slavernij. Die slavernij werd in de gebiedsdelen van het Koninkrijk der Nederlanden pas in 1863 afgeschaft, terwijl de eerste […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper