Basje Boer (1980) is schrijver en beeldend kunstenaar. Na haar studie fotografie aan de Rietveld Academie debuteerde ze in 2006 met de verhalenbundel Kiestoon. Nieuwe verhalen van Boer werden recentelijk gepubliceerd in Lava en De Revisor. Daarnaast schrijft ze regelmatig over film, muziek en beeldende kunst voor o.a. De Groene Amsterdammer en Skrien.
Jaron Beekes
Merkstiftrood.
door Basje Boer
Basje Boer
Illustratie: Jaron Beekes
Ik schreef vroeger dagboek. Ik schreef over de kleren die ik aantrok om naar school te gaan. Over de soft-erotische films die Iris en ik keken als haar ouders gingen kaarten (een oudere man tikte jolig met een mattenklopper op de blote billen van een dienstmeisje met een schortje voor). Ik schreef over Rutger die had gezegd dat hij mijn sjaal mooi vond.
Nu schrijf ik: Ik heb vakantie genomen van mijn leven en ik doe niets wat ik doorgaans zou doen en ik doe alles wat ik doorgaans niet zou doen. Als ik er geen blaren van zou krijgen, zou ik mijn linkerschoen aan mijn rechtervoet dragen.
Ik slaap uit. Ik drink wodka in plaats van wijn. Ik doe de afwas en Jacob droogt. Ik blijf tot acht uur ’s ochtends wakker en zie het langzaam licht worden achter Jacobs paars geschilderde vensters.
Vannacht zat ik op de wc. Ik had gedronken. Wodka. Veel te veel wodka, zonder ijs. Ik had allang geplast maar het zat wel lekker op de pot. Het licht in de wc is rood; het peertje is met merkstift gekleurd. Tegenover de pot hangt een grote stoffige spiegel en in het rode licht ben ik mooi. Met mijn broek op mijn enkels zat ik misschien wel twintig minuten op de wc en ik glimlachte naar mezelf, wankelend op de pot. Mijn gedachten tuimelden over elkaar heen, alsof ik wiet had gerookt. Maar als ik stoned ben, komt er geen einde aan de denkstroom. Dan jagen de woorden door mijn hoofd en nog voor een gedachte eindigt, doemt er alweer een nieuwe op. Dan denk ik: ‘God, wat ben ik opgefokt.’ Vervolgens denk ik alleen nog maar: ‘Opgefokt, opgefokt, op-ge-fokt, oooooopgeeeeeefoooookt.’ Of er zingt een liedje in mijn hoofd: ‘Ik be-hen zooooo opgefokt, zooooo opgefokt, ooooopgefokt. Ik be-hen…’ Ook nu









