Reportage

Goeie jongens, heus!

Door Miriam van Ommeren | beeld: Miktor & Molf
24 mei 2009

Ik wilde al een tijdje kennismaken met het duo Miktor en Molf, maar het was mij onduidelijk hoe ik dit kon realiseren. Er hing een aura van geheimzinnigheid om hen heen. Ze noemden zichzelf ‘communicatiegoochelaars’ en ‘artistes extraordinaire’, maar wie -en vooral wat- waren ze nou eigenlijk? Waren het autonome kunstenaars of commerciële creatievelingen?  En heten ze echt Miktor en Molf?

Ik had natuurlijk wel wat onderzoek gedaan. Ik wist dat ze elkaar op de Kunstacademie in Den Haag hadden ontmoet, waar ze allebei grafische vormgeving studeerden; waar ze samen goed konden tekenen en nog beter konden skateboarden. Ik wist dat ze zich enkele jaren geleden hadden teruggetrokken in een oud fabriekspand in Amsterdam-Noord, waar ze werkten aan een oeuvre van uiteenlopend werk, onder toeziend oog van techneut Alex en een mysterieuze dame genaamd Char. Ik wist dat het goeie jongens waren. Ik was nieuwsgierig, en vastbesloten om ze te strikken voor een interview.

Na vergeefs een paar mails te hebben gestuurd werd ik op een dinsdagnacht wakker gebeld. Een vriendelijke, enigszins schorre mannenstem gebood me om de volgende ochtend achter het centraal station van Amsterdam bij de kade te wachten; ik zou daar opgehaald worden om Miktor en Molf te ontmoeten. Eindelijk. “Tien over elf, en geen minuut later.” Ik hing op en zette mijn wekker.
Op de afgesproken tijd stond ik de volgende dag bij het IJ. Er hing een dikke mist, het was een beetje koud en ik wachtte. Juist op het moment dat ik me afvroeg of er nog iets ging gebeuren hoorde ik opeens een raar, brommend geluid. Uit de mist verscheen een groot paars amfibievoertuig op het water, dat met vaart op de kade afvoer. Ik wist niet wat ik zag. Een zijdeur schoof open, en ik zag een jongen achter het stuur zitten. “Stap je in?” vroeg hij. Ik aarzelde even. “Jij komt toch voor Miktor en Molf? Ik ben Alex, ik kom je ophalen. Schiet op, we zijn al een beetje laat.” Opeens herkende ik zijn vriendelijke, enigzins schorre stem. Ik stapte in.
“Sorry dat het zo lang duurde voor je bericht kreeg,” zei Alex, terwijl we over het IJ stoven. “Miktor en Molf zijn erg druk de laatste tijd. De verzoeken om interviews stromen binnen, maar ze zijn erg selectief. Hun populariteit is enorm gestegen sinds ze die ‘post-mortem’ doodskist hebben ontworpen. Je weet door wie die gekocht is, toch?” Ik knikte.

Aan de andere kant van het IJ stonden twee jongens op de oever te wachten. Ze hadden beiden een blauwe trui aan met een ‘M’ erop. Eén van hen droeg een ooglap, de ander een sombrero. Alex stuurde behendig het amfibievoertuig de kade op.
“Char, schiet je op? Vergeet de biertjes niet!” riep de sombrero terwijl hij de deur van het voertuig open schoof. “Ah, jij moet de journaliste zijn!” zei de ooglap tegen me. “Ik ben Molf, en dit is Miktor. Leuk je te ontmoeten. Wordt het een leuk verhaal?” Ik durfde niet te antwoorden dat dat vooral van hun zou afhangen, dus ik glimlachte en knikte vriendelijk.
“Dit is Char, onze styliste,” vervolgde Molf. Char glimlachte naar me, haar handen vol bierblikjes. Molf gebaarde Alex op te schuiven en nam zelf plaats achter het stuur. Miktor en Char stapten ook in en schoven de deuren dicht. “We gaan even lunchen, ik hoop dat je trek hebt!” riep Molf en trapte het gaspedaal in.

Ik moest in slaap zijn gevallen door de warmte en het monotone gebrom, want toen ik mijn ogen open deed en op mijn horloge keek was het ruim anderhalf uur later. Molf nam een slokje bier en drukte het gaspedaal nog wat harder in. Hij had z’n ooglap nog steeds op. “Journaliste, kijk eens om je heen…..dat landschap! Zo plat, zo groen; waar vind je dat nog? Wat is Nederland toch prachtig.” Ik wreef over het beslagen raam en keek naar buiten. Het landschap flitste aan me voorbij, ik durfde niet te vragen hoe hard we nu reden. Ondanks de zes kleine wielen bewoog het voertuig met een verbazingwekkende snelheid over de weg. Ik vroeg me af waar we waren, waar we heen gingen en wanneer ik eindelijk met het interview kon beginnen.
“We zijn er!” riep Miktor uitgelaten, terwijl Molf plotseling vaart minderde. Hij schoof zijn sombrero naar achteren en rekte zich uit. We stapten uit. Ik keek om me heen, totaal gedesoriënteerd. “Er gaat toch niets boven de heide!” vervolgde Miktor en trok nog een biertje open. “Ik rammel van de honger, laten we opschieten.” We verlieten de parkeerplaats en liepen over een zandpad naar een huisje. ‘Pannenkoekenhuis De Euroturk’ las ik op de gevel. Molf sloeg me op mijn rug en riep in mijn oor: “Dit is een bijzondere plek voor ons: hier is het allemaal begonnen! Ze serveren hier de beste roereieren-met-worst die je ooit hebt gegeten, ik zweer het! Je eet toch wel eieren? En worst? Iets anders hebben ze volgens mij niet, althans, niet dat ik weet.” “Pannenkoeken?” probeerde ik voorzichtig. Miktor draaide zich om en keek me fronsend aan. “Wie eet er met dit weer nou pannenkoeken? Misschien dat ze het hebben, ik zal het Achmed vragen.”
We namen plaats aan een picknicktafel. Er waren geen stoelen, alleen grote keien die rondom de tafel gegroepeerd stonden. “Echte hunebedden!” riep Molf. “We zijn dan ook in Drenthe!”

We plaatsten onze bestelling bij een klein meisje. Een iets oudere jongen, waarschijnlijk haar broertje, bracht bestek en vijf pullen met bier. Ze hadden allebei een kleine donzige snor op hun bovenlip.

De Euroturk serveerde inderdaad geen pannenkoeken, dus ik bestelde roerei-met-worst, zonder worst, en een kop thee. Ik opende mijn tas en haalde nadrukkelijk maar niet al te dwingend mijn blocnote, pen en taperecorder tevoorschijn en legde ze op tafel. “Kan ik jullie nu wat vragen stellen?”
“Oh ja, het interview. Wacht even,” zei Molf, terwijl hij zijn zonnebril opzette en nog een slok bier nam. “Ok, ik ben er klaar voor. Kom maar op met die vragen! Char, let je op?”

Het roerei was groen, maar wonderbaarlijk lekker. De thee was mierzoet, en werd opgediend in kleine Turkse theeglaasjes. “Lekker authentiek, toch?” zei Miktor terwijl hij me een por gaf met z’n elleboog. “Ben je klaar met het interview?” vroeg Molf, “we moeten gaan.” Zonder te betalen verlieten we het terras. Het voltallige personeel van De Euroturk stond ons in de deuropening uit te zwaaien. “Tot volgende week!” riep het kleine meisje.
Tijdens de terugreis werd er niet gesproken. Weer viel ik in slaap, ingeklemd op de achterbank tussen Char en de sombrero van Miktor. Alex reed, terwijl Molf zachtjes op een mondharmonica speelde. Toen ik wakker werd was de achterkant van het station in Amsterdam alweer in zicht. De mist was opgetrokken. Alex stuurde de kade op en schoof de deur voor me open; Miktor sprong naar buiten en hielp me uit het voertuig. Hij gaf me een zoen en een blikje bier. “Hey, het was hartstikke gezellig. Vergeet niet wat ik heb gezegd hè, over muziek en de toekomst enzo. Muziek is als een klein negertje, en de toekomst…..de toekomst is een geheim!” Hij knipoogde. “Hopelijk wordt het een mooi artikel in het Financieel Dagblad. Stuur je het ons op?”

Ik zwaaide ze uit en liep terug naar mijn fiets. Terwijl ik naar mijn sleutels zocht realiseerde ik me dat mijn taperecorder en blocnote niet in mijn tas zaten. Ik sloot mijn ogen en in gedachten zag ik voor me hoe het kleine meisje en haar broertje, allebei met een donzige snor op de bovenlip, één voor één de blaadjes uit het blocnote scheurden om ze mee te laten voeren door de wind. Achmed de Euroturk keek ontroerd naar zijn kinderen en drukte op ‘REC’, om hun schelle gelach voor altijd toe te vertrouwen aan het bandje in de taperecorder.

Miktor en Molf, zoon van een dominee en zoon van een soldaat, maken sinds enkele jaren goed en slecht werk. Ze verzorgen grafische vormgeving; schrijven teksten; maken filmpjes, illustraties, doodskisten en websites. Goed werk levert geld op, slecht werk niet, maar het is ze beide even lief. ‘Kill your own, and each others, darlings’ is hun motto: hun samenwerking is een vrijwel natuurlijk proces van aanvullen en loslaten. Humor is belangrijk, evenals een flinke dosis onzekerheid, omdat de uitkomst van het werk van tevoren niet vast mag staan. Miktor en Molf houden niet van trucjes en nemen zichzelf niet te serieus, maar hun werk wel. Dat geldt ook voor opdrachtgevers als Nike, 3voor12, Nickelodeon, SPRMRKT en de Belastingdienst.

Meer informatie over Miktor en Molf en hun werk is te vinden op www.miktorenmolf.nl.

Over de auteur

Miriam van Ommeren (1978) is mede-oprichter en hoofdredacteur van De Optimist. Ze schrijft, bij voorkeur over kunst en literatuur, redigeert, maakt programma's en houdt van interviewen. Ze werkt voor Incubate Festival als manager Beleid & Financiering.

Lees meer van

Film & food

Door Miriam van Ommeren

Tekst: Miriam van Ommeren Films met voedsel in de hoofdrol zijn geen nieuw verschijnsel, maar lijken de laatste jaren wel aan populariteit te winnen; denk bijvoorbeeld aan het recente succes van de animatiefilm Ratatouille (2007) waarin een rat de keuken van een Frans restaurant overneemt. De Optimist sprak met Helen Westerik, ‘filmfood’-deskundige, schrijfster en beheerder […]

Lees meer uit de categorie Reportage

Hutspot & hummus

Door Hutspot en Hummus

De hutspot staat wat ongemakkelijk tussen de Macedonische pita en Syrische tabouleh; naast de geurige gerechten vol kruiden oogt de traditionele Hollandse worteltjesstampot voor ons Nederlanders erg gewoon. Maar voor meer dan de helft van de mensen aan tafel vanavond is de hutspot net zo vreemd als een boterham met hagelslag of helpen met afwassen […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper