David Jacobowicz (1980) beleefde zijn debuut met een kort verhaal in De Optimist. Aan de Universiteit van Amsterdam werkt hij aan een proefschrift over de ethische dilemma's rond oorlog en vrede. Creatief schrijven en hardlopen geven hem het genoegen lichaam en geest de vrije loop te laten.
RAWBRT.com
Roes.
door David Jacobowicz
David Jacobowicz
Beeld: RAWBRT.com
We mogen geen vreemden voor elkaar blijven. Ik weet niet waar dat gevoel vandaan komt, maar ik herken deze momenten inmiddels en het is volkomen vergeefse moeite me er tegen te verzetten.
Door mijn natte, hangende haren heen is ze opeens in mijn gezichtsveld verschenen. Mooi is ze zeker niet, maar ik minder onmiddellijk mijn snelheid. Het is allerminst gebruikelijk dat ik mijn snelheid minder. Hardlopen is mijn meditatie.
Het ritme verdwijnt geleidelijk. Nu mijn voeten tot stilstand zijn gekomen, word ik me ervan bewust dat het meisje dat mij wist te vertragen, met grote ogen mijn kant op kijkt. Ik kijk naar mijn shirt en vraag me af hoe erg ik nu zou zweten, indien ik niet gelopen had. Ik probeer mezelf tot rust te manen, maar mijn hartslag is in het hele park te horen.
“Escusa me,” zegt ze als ze voor me staat. Ze heeft een bloem in haar haar. Ik houd van meisjes met een bloem in het haar. Ze stellen me gerust.
“Yes,” zeg ik en ik kan me wel voor mijn kop slaan om mijn compacte woordkeus.
“Do you live here?” De woorden komen vreemd uit haar mond. Ze lispelt een beetje, maar dat is het niet. Het lijkt wel of de beweging van haar paarsrode lippen en haar stemgeluid niet helemaal overeenkomen, als in een nagesynchroniseerde serie op de Duitse televisie.
“Central Station?” vervolgt ze en ik denk nu een Italiaans accent te kunnen bespeuren. Ik doe een vergeefse poging om haar de weg naar het station te wijzen. Haar bruine gevoelige ogen volgen mijn handen. Ik praat nogal veel met mijn handen.









