Essay

Groene Swarf

Door Leo van der Sterren
22 juni 2009

Onlangs is Erick Lee Purkhiser overleden. Wat een naam! Purkhiser! Wie heet er nu zo, en wie mag die gast Purkhiser dan wel niet wezen? Aangezien de sexappeal van de naam die van een klos garen met gemak evenaart koos Erick Lee Purkhiser, toen hij het plan opvatte om zich aan de openbaarheid prijs te geven, een artiestennaam. ELP werd Lux Interior. In februari 2009 heeft Lux Interior de pijp aan Maarten gegeven als gevolg van een rock ‘n’ roll-leven. Die laatste opmerking kan ik niet staven. Maar het is de romantische formulering die precies past bij de pose die Erick Lee Purkhiser en de zijnen aannamen toen ze de grote boze buitenwereld te lijf gingen met hun recalcitrante kunst. De geromantiseerde versie past ook in de creatie en instandhouding van de mythe die sommige rock ‘n’ roll-artiesten van node hebben – als onontbeerlijk onderdeel van een integrale formule of identiteit. Hoe dan ook: in 1976 richtte Erick Lee Purkhiser samen met zijn vriendin en latere echtgenote Kristy Wallace een rockcombo op. Zij herdoopte zichzelf tot Poison Ivy Rorschach, later simpelweg Poison Ivy. Hij koos, zoals reeds aangegeven, voor Lux Interior – naar de naam van een auto-accessoire. De groep noemde zich, het bewegingsgedrag van zanger Lux Interior op het podium indachtig, De Krampen.

The Cramps was een Amerikaanse garageband avant la lettre. De eerste ‘golf’ van garagerock had zich halverwege de jaren zestig gemanifesteerd naar aanleiding van het succes van Britse bands als The Beatles, The Rolling Stones, The Animals en The Kinks. Het joeg hele massa’s Amerikaanse tieners tussen ruwweg 1963 en 1967 de garage in – met samenraapsels van instrumenten en geluidsinstallaties. De tweede oprisping van het fenomeen deed zich voor aan het einde van de jaren zeventig en begin jaren tachtig. The Cramps namen gedurende die tweede opbloei van garagerock de positie van pioniers in. Zij combineerden het typische, ietwat iele geluid van een typische garageband met rockabilly, frat rock, post punk, gothic rock – zij noemden het resultaat van die chemische reactie psychobilly voodoo. Smeuïge benamingen die visioenen oproepen van de even verrukkelijke als alarmerende achterlanden van de rock ‘n’ roll.

De eerste keer dat de Cramps een serieus artefact de publieke ruimte in lanceerden – hun officiële debuut zeg maar – was in 1978 met de gedenkwaardige single ‘Surfin’ bird’, een eersteklas verkrachting van een veelvuldig gecoverd nummer. Het origineel werd in 1963, ook al op krankzinnige wijze, uitgevoerd door de keurig ogende jongetjes van de Amerikaanse surfrockgroep The Trashmen. ‘Surfin’ bird’ vormde de inleiding tot een muzikale carrière die opviel door bezopen vertolkingen van nummers als ‘Lonesome town’, ‘Fever’, ‘The green door’ en ‘Goo goo muck’ en knotsgekke titels zoals ‘I’m a teenage werewolf’, ‘Don’t eat the stuff off the sidewalk’, ‘Kizmiaz’, ‘Can your pussy do the dog?’ en ‘The most exalted potentate of love’. Het leidde bovendien tot de driedimensionale hoes (inclusief brilletje) van de compilatie ‘Off the bone’ en een stageact die schommelde tussen belachelijk en hachelijk (dat Lux Interior niet veel eerder dan in februari 2009 overleden is – bijvoorbeeld door te stikken in een microfoon of te pletter te vallen na een doodssprong van een pilaar van geluidsboxen  – mag een kleine wonder heten). Het mondde uit in een Bela Lugosi-nabootsing (Bryan Gregory als prototype van een creep) en een hoog Boris Karloff-gehalte (Lux Interior) met Poison Ivy als ‘a girl who falls down and twists her ankle (…) there is always a girl who falls down and twists ankle, hey hey, of course there is!’ (Gesproken intro bij ‘Cheepnis’ van de Mothers of Invention.)  Nick Knox oogde als de stabiele en verbindende factor binnen The Cramps maar wee je gebeente…achter die façade van normaliteit school mogelijk een psychopathische massamoordenaar. Latere Cramps-leden – van de velen die zich aldus mochten betitelen – als Julien Grindsnatch, Kid Congo Powers, Jennifer Dixon (bijgenaamd Fur) en Candy del Mar onderscheidden zich eveneens door hun markante voorkomen van normale stervelingen.
Tot slot de reeds genoemde legendevorming. In het eerste interview dat Muziekkrant Oor met de groep had, beschreef Martijn Stoffer de mythe in een lang artikel dat vergezeld ging met stemmige foto’s van Anton Corbijn, tendentieus geschoten op een kerkhof (‘Vrucht van de dodenakker’, april 1980). ‘Ik heb de Engelse bladen gelezen, die miechelen van The Cramps. Behalve de vele woordspelingen met als sleutelwoorden zombies, magic en voodoo, valt me op dat The Cramps elk grossieren in sterke verhalen over de rockabilly-levensstijl. Vaste elementen in die verhalen: alcohol, drugs, sex, God, agressie en vooral ook doem.’ Maar Stoffer prikt in eerste instantie door de pose heen. ‘Niet dat ik me […] voorstel een paar monsters te moeten interviewen, maar ik heb wel iets anders voor ogen dan het oubollige tafereeltje dat ik in het hotel aantref. Een zeer Amerikaans stel zit daar in de lounge verveeld naar de tv-beelden van der paardenraces te kijken. Lux Interior, de vorige avond nog een geobsedeerd zanger met het sex appeal van een Iggy Pop, is voornamelijk…vriendelijk. Een lijzige, zachte stem, glazige blauwe ogen, een doorzichtige bleke huid. […] Zijn vriendin, Poison Ivy Rorschach, rood krullend haar, marmerwitte huid met intrigerende sproeten, ziet er zelfs ronduit truttig uit.’
Stoffer verwees de ganse mythologische santenkraam naar het rijk der fabelen – waar een dergelijk gewrocht natuurlijk ook thuis hoort. ‘De belangrijkste reden dat Ivy en Lux sterke verhalen verzamelen, is natuurlijk dat ze het zuidelijke rockers-leven net zo min kennen als u of ik.’ Daarop volgde de totale anticlimax met het de ontnuchterende vaststelling dat The Cramps niks met Tupelo, niks met Memphis, niks met Tuscaloosa en niks met Picayune hebben. ‘Ivy komt uit Sacramento in Californië, de jongens van The Cramps komen uit de Mid-West.’ Complete deceptie. Wat een ontgoocheling!

Nadat het eerste album van The Cramps, Songs the Lord Taught Us, in 1980 was uitgekomen verscheen in 1981 de opvolger Psychedelic Jungle. Die elpee bevat het beste nummer van The Cramps: ‘Green fuzz’, het openingsnummer van de plaat. Met een simpele maar dwangmatige akkoordenreeks – A, B, A, B, A, E, F# – geeft Poison Ivy’s gitaar dit nummer een ietwat jengelende maar solide basis. Lux Interior zingt met zijn stemgeluid van veredeld bladmetaal de triviaal aandoende tekst vol herhalingen, een tekst die bij nadere beschouwing overigens toch mysterieuzer overkomt dan het in eerste instantie lijkt, over de dreiging van de komst van de green fuzz.
‘Green fuzz’ is opnieuw een cover. Het origineel is van Randy Alvey & The Green Fuz, een garagebandje uit Texas dat zegge en schrijve één muzikaal heldenfeit op zijn conto heeft mogen schrijven: het singletje ‘Green fuzz’. De single is in de tweede helft van de jaren zestig uitgegeven met als B-kant de ballade ‘There is a land’. Wanneer het plaatje precies is geproduceerd en uitgebracht, dat weet niemand meer – en dat past dan weer perfect in de aanzetten tot mythevorming rondom dit nummer en rondom zo vele garagerocknummers. Het wemelt van de verhalen waar de vette olie vanaf druipt. ‘Green fuzz’ verscheen later op menig verzamelalbum van garagerock, onder andere op diverse edities van Pebbles, maar ook op verzamelaars met onheilspellende titels als Acid dreams epitaph, Graveyard gums and other greasy gizmos en Kill the Sadies. De samenstellers van deze verzamelaars grossierden in obscure en krakkemikkige geluidsopnamen van pubers en adolescenten die zich, doorgaans onder invloed van verdovende middelen als LSD, overgaven aan naar het psychotische neigende mentale toestanden.  Hysterische klaagzangen, huilbuien en schreeuwpartijen, vergezeld van muziek die gespeeld wordt door bloedige amateurs. Litanieën vol zelfbeklag en existentiële twijfel: ‘I’m a no-count’, ‘I’m always doing something wrong’ en ‘I’m a living sickness’.  De gevoelens van rancune en haat die daaraan ontspruiten, richtten zich dan vooral tegen de meisjes: ‘Bad Little Woman’, ‘You Treat me Bad’ en ‘She Ain’t No Use to Me’. Er is het element van de verdovende middelen en de hallucinatorische toestanden; de hemelse euforie van de geslaagde reis door het onderbewuste naast de helse angst van de slechte trip: ‘Psychedelic trip’, ‘Voices green and purple’, ‘Psychotic reaction’, ‘Apothecary dream’, ‘Psychedelic siren’,‘Horror asparagus stories’.
De muziekpers drukte de stempel ‘garagerock’ op dit muzikale rariteitenkabinet, maar dat is de verkeerde rubriek geweest. Het had ‘toiletrock’ moeten zijn, of meer plastisch: ‘pleerock’. Dit is muziek van de plee, een toiletruimte waarvan pubers de wanden en zelfs het plafond vol hebben gekalkt met onzinnige leuzen, filosofische hoogstandjes en kleuterachtig aandoende schetsjes van gedeformeerde en disproportionele geslachtsdelen in wat blijkbaar de stomende hitte van de overvolle actie moet voorstellen. De pleepot (een pleebril is er niet en niemand kan hem zich herinneren – maar dat kan ook aan de geestelijke desintegratie van die niemanden liggen) heeft voor het laatst ergens in de negentiende eeuw een poetsbeurt gehad en de aangekoekte sedimenten van al het kleurrijke dat er sindsdien in beland is, constitueren een universum op zich, compleet met een hemel en een hel en planeten die wellicht voor eeuwig onontdekt zullen blijven.

De oorspronkelijke versie van ‘Green fuzz’ zoals uitgevoerd door Randy Alvey & The Green Fuz doet een volwaardige poging om tot het prototype van een pleerocknummer uit te munten. Dit nummer klinkt zo belabberd, zo blikkerig en zo brak dat het inderdaad op een plee opgenomen lijkt te zijn. Alles rammelt. Alles jankt. Het doet denken aan geluidsopnames uit de twintiger en dertiger jaren van deze of gene blueslegende. Het nummer klinkt zo vals dat pogingen om het met een correct gestemde gitaar mee te spelen vergeefs zijn. De zang van Randy Alvey, die vijftien zou zijn toen hij het nummer zong of liever gezegd uitbrulde, wekt de indruk dat de ik-persoon lichtelijk in paniek is. Te midden van alle geluidstechnische ellende durfden deze freaks wel een heuse drumsolo in te lassen. De tekst van het nummer liegt er niet om en luidt als volgt:

‘Here we come, we’re coming fast,
All the others are in the past
Jump to your feet, let us catch your eye,
We’re the green fuzz.

We’re not too fast, we’re not too slow,
Come along baby to see where we go.
Jump to your feet, let us catch your eye,
We’re the green fuzz

We’re coming fast and I’ll tell you why,
Jump to your feet, let us catch your eye
Here we come baby and you’d better run,
We’re the green fuzz

We’re coming fast, I’ll tell you why,
Jump to your feet, let us catch your eye
Here we come baby and you’d better run,
We’re the green fuzz’

Het centrale thema in de tekst is natuurlijk fuzz. Wie het zelfstandige naamwoord fuzz op het internet opzoekt, ontdekt dat de oorsprong van het woord wel eens het Nederlandse ‘voos’ of in het Duitse ‘Faser’ (vezel, weefsel, rafel) zou kunnen liggen. De vele Nederlands-Engelse woordenboeken of vertaalwebsites hoesten vertalingen op als: pluis, dons, vlasbaard, waas. En ook: een pluizige bedekking, fijne lichtdeeltjes of papierstof. Maar menig English dictionary gaat verder. Het woord fuzz kan bijvoorbeeld ook heisa of toestand betekenen. Het kan ook, in straattaal, de politie of een politieagent aanduiden. En het Urban Dictionary, die schijnbaar bodemloze schatkamer vol prachtige slang, komt zelfs tot drieëntwintig onderscheidenlijke betekenissen. De betekenis van fuzz die nauw aansluit bij het onderwerp van dit artikel is vervorming. Fuzz duidt in het bijzonder een vervormd gitaargeluid aan. Dit toevallig ontdekte, kunstmatig opgeroepen brommende of zoemende geluid werd vanaf het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw populair in de rockmuziek, vooral in het spelen van zogenaamde power chords, en kan tegenwoordig eenvoudig met vrijwel alle gitaarversterkers worden voortgebracht. Fuzz typeert het karakteristieke‘scheurgeluid’ van de rockgitaar.
Volgens de tekst van dit pleerocknummer komen ze er aan, de green fuzz. Dus je kunt maar beter vluchten voor of meegaan met de green fuzz. Diegenen van wie het oog gevangen wordt door de green fuzz, zullen, wellicht tegen wil en dank,  meegaan; de anderen zullen op de vlucht slaan. Achterblijven is in elk geval geen optie, want dan verblijf je binnen een mum van tijd ook in het verleden. Maar wat is die green fuzz? Het houdt in elk geval iets in dat mensen in zijn greep neemt. De green fuzz is een mythisch fenomeen. Mensen roepen mythische fenomenen op om hun spirituele verlangens te bevredigen.  De beste geslaagde mythische fenomenen zijn die waarin mensen oprecht en waarachtig en zonder een flinter relativering of ironie zijn gaan geloven. Maar daarmee blijft de concrete betekenis van fuzz nog steeds duister. Dat kan ook niet anders want in de samenhang van de tekst van dit megalomane nummer heeft fuzz geen betekenis en mag het ook vooral geen betekenis hebben. De vertalingen van het woord fuzz zoals die hierboven staan, laten een onbevredigd gevoel achter. Geen enkele vertaling incorporeert de connotaties die het woord green fuzz in de context van het gelijknamige nummer in gang zet, namelijk van een vreemd en vaag organisme dat komt, wast en overweldigt.
Ik stel voor om green fuzz te vertalen in ‘groene swarf’. Dit woord, ‘swarf’, bestaat niet in het Nederlands, desondanks vertoont het woordbeeld gelijkenissen met allerlei Nederlandse woorden of vertegenwoordigt het een vervorming daarvan. ‘Swarf’ is een begrip waarnaar het vergeefs zoeken is in de Nederlandse woordenschat, simpelweg omdat het niet bestaat. Het woord verkrijgt daarmee de abstractie en exotiek van de green fuzz uit het rocknummer. Ook daarvan valt onmogelijk te bepalen wat het voorstelt. De blijkbaar niet te stoppen komst en groei van dat uitheemse organisme wordt daarmee even komisch als dreigend, kolderiek en onrustbarend.

Randy Alvey & the Green Fuz – Green Fuzz

Lees meer van

De huismus

Door Leo van der Sterren

Het gros van de teksten van rock- en popliedjes pretendeert niets anders te vertegenwoordigen dan ongecompliceerd, in de regel zo’n drie minuten durend volksvermaak. In veel gevallen ontstaat de indruk dat de teksten er slechts toe dienen om de vocalisten in staat te stellen hun, al dan niet hoogstaande, stemkunsten ten gehore te brengen, in […]

Lees meer uit de categorie Essay

Misschien moet Banksy een gezin onderhouden

Door Maarten Buser

Van activistische graffitiartiest naar Kunstenaar op de Kunstmarkt Eind augustus liet Banksy de wereld kennismaken zijn nieuwe, groots opgezette project Dismaland, een parodie op Disneyland. Het idee sloeg aan: kranten en andere serieuze media schreven erover en op mijn Facebook-tijdlijn werd de berichtgeving rondom Dismaland gretig gedeeld. De consensus leek te zijn dat Banksy het […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper