Digitaal cultureel magazine | maart 2010
18

Groene Swarf.

Essay over The Cramps, pleerock ‘n’ roll en de dreiging van de 'green fuzz'.

Tekst: Leo van der Sterren

Onlangs is Erick Lee Purkhiser overleden. Wat een naam! Purkhiser! Wie heet er nu zo, en wie mag die gast Purkhiser dan wel niet wezen? Aangezien de sexappeal van de naam die van een klos garen met gemak evenaart koos Erick Lee Purkhiser, toen hij het plan opvatte om zich aan de openbaarheid prijs te geven, een artiestennaam. ELP werd Lux Interior. In februari 2009 heeft Lux Interior de pijp aan Maarten gegeven als gevolg van een rock ‘n’ roll-leven. Die laatste opmerking kan ik niet staven. Maar het is de romantische formulering die precies past bij de pose die Erick Lee Purkhiser en de zijnen aannamen toen ze de grote boze buitenwereld te lijf gingen met hun recalcitrante kunst. De geromantiseerde versie past ook in de creatie en instandhouding van de mythe die sommige rock ‘n’ roll-artiesten van node hebben – als onontbeerlijk onderdeel van een integrale formule of identiteit. Hoe dan ook: in 1976 richtte Erick Lee Purkhiser samen met zijn vriendin en latere echtgenote Kristy Wallace een rockcombo op. Zij herdoopte zichzelf tot Poison Ivy Rorschach, later simpelweg Poison Ivy. Hij koos, zoals reeds aangegeven, voor Lux Interior – naar de naam van een auto-accessoire. De groep noemde zich, het bewegingsgedrag van zanger Lux Interior op het podium indachtig, De Krampen.
The Cramps was een Amerikaanse garageband avant la lettre. De eerste ‘golf’ van garagerock had zich halverwege de jaren zestig gemanifesteerd naar aanleiding van het succes van Britse bands als The Beatles, The Rolling Stones, The Animals en The Kinks. Het joeg hele massa’s Amerikaanse tieners tussen ruwweg 1963 en 1967 de garage in – met samenraapsels van instrumenten en geluidsinstallaties. De tweede oprisping van het fenomeen deed zich voor aan het einde van de jaren zeventig en begin jaren tachtig. The

1 / 8
»