Interview

Pretty World

Door Henk van Straten
7 september 2009

Beeld: Willem Jansen

Ik hoorde zijn nummer ‘Odessa’ twee jaar geleden tijdens een uitzending van Cantine (Radio 1) waarin schrijver Janneke van der Horst werd geïnterviewd. Ik deed op dat moment onderzoek voor een interview met Janneke (ook voor De Optimist) en stuitte derhalve op dit tedere doch tragische nummer van Sam Baker, een man van wie ik toen nog nimmer had gehoord. Een paar muisklikken later had ik zijn tweede cd, Pretty world, in de bestelling staan. De tekst van ‘Odessa’ gaat over een verwende rijkeluiszoon die eraan is gewend te krijgen wat hij wil. Op een dag rijdt hij met zijn liefje in zijn glanzende Corvette en crashen ze. Zij sterft, hij niet. Er komt vervolgens niets meer van van de jongen terecht, hij blijft alleen, de wereld gaat aan hem voorbij en hij krijgt dat ene meisje nooit meer uit zijn hoofd. Hij bleek van haar te houden: zijn enige onvervangbare bezitting. ‘Her face was blood and diamonds, he remembered her that way.’ Uiteindelijk sterft hij eenzaam en onopgemerkt, ‘without a trace’.
Sam Bakers teksten zijn niet allemaal zo gloomy. Tragisch, jazeker, in veel gevallen wel. Maar steeds hoor je de verwondering, de ontroering. Baker zingt op anekdotische wijze over mensen. Over hun tekortkomingen, hun liefde, de rampspoed waarmee ze van doen krijgen, de manier waarop ze ermee omgaan. Hij zingt ook over een middag aan het zwembad met een geliefde, over hoe ze haar bikini uitrekt, niets meer dan dat. In elke zin hoor je een man met een diep ontzag voor de wereld, de wereld die we kunnen zien en de wereld die we níet kunnen zien. Een toeschouwer, pretentieloos, zonder enig (voor)oordeel.

Sam Baker is een verhalenverteller à la Townes van Zandt en Steve Earl. Een Texaanse troubadour, geïnspireerd door southern schrijvers als Faulkner en Twain, evenals door metafysische Engelse dichters als John Donne. Sam Baker: uncle Sam voor zijn vele neefjes en nichtjes, zelf kinderloos, vierenvijftig jaar oud, muzikant, ponderer. Solitair, maar overstromend van liefde voor familie en medemens. Hij geniet evenveel van een eenzame zonsondergang als van een sociaal intensieve reis naar Europa.
Of naar Zuid-Amerika. In Peru, in 1986, in de trein op weg naar Machu Picchu, werd Baker het slachtoffer van de maoïstische guerrillabeweging Sendero Luminoso, hier beter bekend als Lichtend Pad. Ze pleegden een bomaanslag waarbij verscheidene passagiers het leven lieten. Baker raakte ernstig gewond: hij verloor grotendeels zijn gehoor, evenals de controle over zijn rechterhand. Hij heeft sindsdien een aangetast evenwichtsoorgaan en permament pijn in botten en gewrichten. Iedere seconde van iedere dag gaat hij gebukt onder een suizende pieptoon in zijn hoofd. Baker schreef meerdere songs over zijn tragedie.
Na de aanslag leerde Baker zichzelf linkshandig gitaarspelen; toen nog geen professioneel muzikant, maar klaarblijkelijk enorm gepassioneerd in zijn spel. Pas in 2005 verscheen zijn debuut, Mercy. Wat als eerste opvalt aan zijn muziek is de manier van zingen. Het is haast alsof je kunt horen dat Baker praktisch volkomen doof is. Meestal is het meer een soort vaderlijk praten wat hij doet. En als hij dan zingt, er wat melodie in brengt, dan doet hij dat voorzichtig, gedoseerd, breekbaar. Die combinatie maakt zijn muziek spannend en authentiek. Zelden hoorde ik zoiets aandoenlijks. Baker beïnvloedt onmiddelijk mijn gemoedstoestand. Zijn cd’s even lekker luisteren als achtergrondmuziekje is er niet bij. Je wordt overspoeld, ondergedompeld.
Nu, op zijn vierenvijftigste, op meerdere manieren gehandicapt, is hij dan ineens professioneel muzikant. Een optimist, een romanticus, de chronikeurvan een pretty world. Ik vraag me af hoe ik zou zijn, hoe ik mijn leven zou leiden, indien doof, fysiek beperkt en geteisterd door een onaflatende piep in mijn oren. Zou ik mezelf nieuwe vaardigheden aanleren? Zou ik iedere dag opnieuw de schoonheid van de wereld zien?
Speciaal voor De Optimist een interview met deze prachtige man. Deze maand komt hij naar Nederland, met optredens in Groningen, Eindhoven, Weert en Amsterdam. Ik stel voor dat u naar hem gaat luisteren. Dat u naar hem luistert.


sambaker

Sam, you are 54 years old. Mercy, your official debut, wasn’t released until 2005. Can you tell me about what your life was like before you became a professional musician?
Jobs.  I had jobs.  Went to work.  Paid bills.  My last job was a project manager building an apartment complex for low income people.  Before that I did lots of other things.  Carpenter, banker, bank examiner, white water river guide, gas station attendant, farm and ranch hand.

Okay, let us shoot the elephant in the room now, before it gets too big. If I can take Wikipedia’s word for it, you were 32 years old when you survived a guerilla attack in Peru, in which the other three passengers in your coupé lost their lives. It happened over ten years ago, but it has no doubt drastically changed your life, even your music. You taught yourself to play left-handed and because of impaired hearing you seem to sing in a way that is at the same time fragile and relaxed, and somehow careful, as if you’re feeling your way in the dark.
The papers said 7 were killed that day. I know also that one of the survivors died when the evac flight got back to the states so I am still not sure how many were killed in the attack.

Did your relationship with music change after the attack?
Sure. I don’t listen now for pleasure- to hear the sound of the cello or guitar for the sake of its sound.  I hear a mono feed with lots of loud whistles (tinnitus) so music at times is a reminder of how loud it is in my head. And it (music) competes only if it is louder than the whistles and by then it is uncomfortable.   I think I feel music more- the emotional content of a piece- than I hear it. For lack of a clear way to explain it, I think I feel the frequencies of music more now.  Especially the emotional frequencies.

The boldest, nosiest question: Exactly how are you impaired? What is the extent of your injuries?
I am deaf on my left side.  Hearing impaired on my right.  I have tinnitus: a loud ringing in my head and generally the loudest thing I hear 24 hours a day.  I had gangrene and renal failure but I don’t have much residuals on those- poor balance (I fall a lot), missing muscles and tendons in my left leg and left arm, lost most of the use of my left hand (the top of the hand was blown off), miscellaneous other nerve damage, constant low grade pain.

Do you suppose you owe the uniqueness of your music, and to some extent the popularity of it, to the way you were forced to perform and create it? Obviously you are a talented musician, but would it bother you if that was indeed the case?
I am grateful to even be alive, much less playing.  If my music is unique, I am especially grateful. The way I play music is the only way I CAN play it.  I am not sure I have much of a choice in it.  So all in all I am grateful to even be able to play and even more grateful (and a bit shocked) that others listen closely.

Your last album is called Pretty World, and when you sing it, I believe it… But is it indeed a pretty world?

We are all in this together.  I wish we could all take a collective breath and see how we are joined instead of how we are cleaved.  And yes, the world is pretty.  Magic, transcendent, forgiving, full of love.  It is also violent, sadistic, greedy, intolerant and filled with ignorance driven by dogma.  All of this is with us every second of the day.  I choose  to embrace a  pretty world  and if possible, moderate the terrible.

For Whom the Bell Tolls, John Donne

No man is an island,
Entire of itself.
Each is a piece of the continent,
A part of the main.
If a clod be washed away by the sea,
Europe is the less.
As well as if a promontory were.
As well as if a manner of thine own
Or of thine friend’s were.
Each man’s death diminishes me,
For I am involved in mankind.
Therefore, send not to know
For whom the bell tolls,
It tolls for thee.

You’re a southerner. How are you experiencing the current ‘Yes, we can’ age of Barack Obama?
I think as a country, one of our strengths is that we reinvent ourselves.  And I think we are in the process of doing that with President Obama- and yes, we can.  I believe in hope.

Are you a man of tolerance and diplomacy? Or do you feel, as do a lot of Republicans from your part of the country, that you are inviting terrorists to come and cause havoc once more?

Please see John Donne’s poem above.  I think we are all in this together.  Our fundamental bonds, father mother parent child (and to each other)  radiate across all boundaries. I have faith in that.  The people that I know, on every political side, are more concerned with keeping  jobs, paying bills, getting kids to a doctor, getting to a soccer game on time, and keeping the oil changed in their car.  The fear of terrorists is pretty low on the worry list.  I don’t know for sure but I would guess that it is television people who are so afraid.

Very true. Television never hesitates to interpret statistics and make it come across as though five out of every ten people is drug dealer, pedophile and virus host. But I know that since Obama got elected, right wing extremism has been rearing its head. Do you feel there is a growing unhappiness amongst the conservative population now that the political climate has taken a turn to the left? Are you afraid this might polarize the country and perhaps cause terrorism inflicted by your own fellow countrymen?
I don’t know.  It is not part of my world.  I think there is real life in America and then what television tells us is real life.  I am more part of the real life world.  That is not to say there is no fanaticism here.  There is but I don’t see it in my world.  The great middle of America (the south included) is moderate and ultimately, I think, tempers the extreme.

The image we (people from the Netherlands) have of the south is one of bigoted rednecks, conservatism, xenophobia and misplaced chauvinism. But that image lives right beside one of romantic wilderness, barren lands, silent and honest people, beautiful music, freedom, enticing literature and magical landscapes. Can you understand or perhaps even explain that kind of ambivalence?
It co-exists.  The pretty and the vile. Carolina jasmine and water moccasins. It just is.  A source of so much art- the tension lines between the pretty and the vile.

You are a troubadour, in the same sense that Townes van Zandt is a troubadour. That is to say: you tell stories. I am deeply impressed with the way you can evoke an image or feeling with just one or two sentences. They are as simple as they are subtle, and like poetry say everything you always knew was there but could never put into words yourself. ‘Her face was blood and diamonds’ for instance. Or, ‘Before the coffee, before we are late.’ I, as a writer, can only smile when I hear lines like that. ‘I’ve got Twain,’ you sing in one of your songs. Who are your other lyrical heroes and why? As a southerner I suppose perhaps you can appreciate the likes of Faulkner. What about living authors like Cormac McCarthy?
Yes on all of the above.  About to re-read As I lay Dying by Faulkner.  I love Cormac, Twain of course,  All the Kings Men by Penn Warren,  Harper Lee’s To Kill A Mockingbird, Walker Percy, John Kennedy Toole, Larry McMurtry (All of My Friends are Going to be Strangers)

Do you limit your prose and poetry to songwriting? Or can we perhaps expect a book of poetry or a novel by Sam Baker in the future? This is, by the way, as much an encouragement as it is an inquiry.
I’m working on all sorts of things right now. Longer pieces, painting-  I don’t feel limit other than the limit of time.

You are 54 years old. Your musical career is only just taking off (here in Europe at least). How do you see yourself spending the coming years? Is there a wife; are there children, grandchildren?
If I had it in my power, I would say exactly as these days are now. Full of work and friends.  No wife or children or grandchildren but lots brothers and sisters nieces nephews and friends with kids, and it goes on and on in a wonderful manner.

You don’t seem to me the typical rock star. When I think of you I imagine a man on a southern property, contemplatively eyeing a red sunset. Touring is something different entirely. How do you like life on the road? What are your rituals and routines like?
I think it is a stretch to say ‘rock star’.  Actually I am more of a recluse happy to be working for days with a hand full of words.  Creating. Painting.  And yes: sunsets. But saying that I love these bursts of travel.  I spend time with people I like (it is odd I think that I am so reclusive and at the same time like people so much).  I haven’t been touring very long.  My first European show was at Paradiso a few years ago and I was losing my voice, had fallen and a finger on my fret hand was turning black. and it should have been terrible but the Dutch filled the room and were so generous with their energy and time, they  gave me strength.  I will be forever grateful.
That is what the road is.  A bad voice, a busted finger and salvation is a room full of people no longer strangers.  For a few minutes,  we suspend our complex lives and are together.  Then we walk out in the cold back into our world.  Now changed.  Maybe only by a little.  But still- changed.  Each of us.  it is a miracle.

Finally, do you have a message for the Dutch people? When can we expect your new album? And will you visit us again any time soon?
Thank you for being you:  the farms, canals, ships, boats, the Van Gogh Museum, good coffee in the afternoon, great beer, great engineering, perfect levees, bicycles, trains, Spinoza, Anne Frank, good sound systems, great roads, clean hotels, unbelievably good road food and a painters light always (Johannes Vermeer).

Sam Baker komt in september 2009 voor vier concerten naar Nederland: 16 september in De Oosterpoort, Groningen; 17 september in de Effenaar, Eindhoven; 18 september in de Bosuil, Weert en 19 september in Paradiso, Amsterdam.

www.sambakermusic.com

Lees meer van

Kapsalon

Door Henk van Straten

Denise, zo heette ze. Twee jaar lang werkte ze bij ons in de kapsalon. Daarna nam ze ontslag omdat ze ging samenwonen met haar vriend, de zoon van een aannemer, in een dorp twintig kilometer bij ons vandaan. Ze kon ook daar als kapster werken, zei ze. Denise was een plomp meisje met een waterige, […]

Lees meer uit de categorie Interview

Portret: Martien Bos

Door Martien Bos

In het derde portret dat we presenteren om het verschijnen van Handboek voor een Optimistisch leven te vieren, stellen we een beeldmaker aan je voor: Martien Bos.

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper