Digitaal cultureel magazine | maart 2010
16

Zappa’s zotheid.

Essay over Frank Zappa als tirannieke nar van de rock 'n' roll.

Tekst: Leo van der Sterren

Frank Zappa moet zo dol als een draaideur, zo maf als de afstand tussen Abbekerkeweere en Tokyo zijn geweest. Vervuld van de heilige geest van de overwonnen ernst. Op een zeker moment zal hij zijn ziel aan de duivel van een drieste, doorgedraaide dwaasheid hebben verkocht die hem vanaf dat moment een hele poos in een ijzeren greep hield. En bezield door die gezegende zotheid zaaide hij knotsgekte. Als onkruid ontsproot de kolder rondom hem. Zappa oogstte wat hij gezaaid had. Een menigte van freaks, creepers, weirdos, jerks en morons verzamelde zich rond de door seks en stofzuigers geobsedeerde muzikale maniak zoals bijen op honing afkomen. En met de krankzinnige performances en happenings van in het bijzonder de begindagen van de Mothers of Invention, Zappa’s muzikale vehikel gedurende een tiental jaren, werden de talrijke vreemde vogels die om hem heen cirkelden, als manen rond planeten, op hun wenken bediend.
Behalve gek was Frank Zappa compromisloos. Het op een akkoordje gooien, dat zat er bij deze mannelijke en Californische uitvoering van Antigone niet in. Hoezeer hij zich ook door de spontaniteit van de gekte mee liet slepen, de man wist wat hij wilde en deed wat hij beter niet kon doen. Met wat meer inschikkelijkheid had hij zich het leven een stuk gemakkelijker kunnen maken. Maar Siciliaans koppig koos Zappa, als tegenpool van de gedweeheid, voor de weg van de meeste weerstand.

De man wiens gezichtsbegroeiing tot beeldmerk uitbotte, eigende zich de rol van nar toe. Zijn karakteristieke snor en koninklijke sik vormden zijn mombakkes. Narren doen in principe hetzelfde als clowns, maar clowns vertrekken altijd vanaf een massief fundament waaraan niet te tornen valt.

1 / 6
»