Leo van der Sterren (1959) is 'material orderer' bij een grote industriële onderneming. Hij publiceerde in De Gids, Hollands Maandblad, Maatstaf en De Optimist. In 2008 verscheen zijn verhalenbundel ‘Goed bij en onvermogend’. Zijn websites zijn www.daidallein.nl en http://uitpostkephala.blogspot.com.
Ook van Leo van der Sterren
Zappa’s zotheid.
door Leo van der Sterren
zelfkritische humor ten spijt. Parallel aan de ontplooiing van Zappa’s dictatorschap kalfde de dynamiek van de algehele zotheid af om uiteindelijk te ontaarden in teksten die humoristisch bedoeld waren maar die meer en meer begonnen te stinken naar provocerend bedoelde perversie en pseudosatirische, seksistische meligheid. Teksten die terug doen verlangen naar de lyrics van vroege liedjes als ‘Call any vegetable’, ‘Let’s make the water turn black’ of ‘Oh no’. En de maatschappijkritiek van de vroege Zappa verwerd tot een willekeurig afvuren van ongeleide projectielen, vanaf een lanceerbasis die hij zelf door lacherige onoprechtheid gedemonteerd had en welke voortaan op losse schroeven stond.
Terwijl deze dingen zich gedurende enkele decennia voltrokken, werd er ook nog duchtig muziek gemaakt. En de talloze en gevarieerde muzikale excursies reikten vaak naar ijle hoogten die gepaard gingen met Zappa’s evolutie tot een virtuoos gitarist, een begenadigd bandleider en een workaholic die zelfs niet wars van fanatisme was. Toch kenmerkt Zappa’s oeuvre zich ook door onevenwichtigheid. Niet alles klinkt even fraai, interessant of verantwoord. De totaaltheatrale stukken van de late zestiger jaren bijvoorbeeld behoren in de vergetelheid, net als sommige ‘experimentele’ composities waarin Zappa Varèse of Stravinsky na-aapt. Een aantal van Zappa’s albums wekt de indruk uitsluitend als documentaire te zijn samengesteld, als akoestische reportages van een bepaald tijdsgewricht, en niet in de eerste plaats voor het luistergenot.
En sommige dingen zijn niet om aan te horen. Nummers zoals een ongetwijfeld ultraleuk bedoelde monstruositeit ‘Envelopes’ of ‘Be-Bop Tango (Of the Old Jazzmen’s Church)’ of ‘The dangerous kitchen’. De passages waarin het publiek wordt uitgenodigd om mee te doen of de lange collages van geouwehoer en geknor, gelardeerd met scheten en boeren, gaan snel









