Digitaal cultureel magazine | maart 2010
17

Smet.

Een kijkje in de nieuwe angstroman van Henk van Straten.

Tekst: Henk van Straten

Wellicht moet ik, alvorens een kijkje te gunnen in mijn aanstaande roman, de lezer eerst nog van wat achtergrondinformatie voorzien. Smet wordt verteld vanuit vier verschillende perspectieven: Tonny, Betsie, Darryl en Boonchan. Zij ontmoeten elkaar dankzij een praatgroepje voor fobische mensen, Het Genootschap der Levenden. Als de zoon van een hen zich bij de groep voegt, een blinde en schuchtere jongeman die zich al snel ontpopt tot profeet en religieus leider, slaan ze samen een weg in die moet leiden tot de overwinning van hun angsten, en naar de reünie met hun verloren liefde en levenslust.
Smet gaat over angst op macroniveau. Over leven in een tijd waarin je niet weet van welke kant het gevaar zal komen, omdat het overal op de loer lijkt te liggen, en de media niet zullen aarzelen om er uitgebreid en aangedikt verslag van te doen. Klimaatverandering, leeggeviste zeeën, een Jihad tegen het Westen… Waar we eerst nog bang moesten zijn voor oprukkende killer bees, horen we nu dat de bij in rap tempo aan het uitsterven is. Wanneer waren bijen gewoon bijen? Waar is die tijd? We hebben er nooit kunnen van genieten, want niemand vertelde het ons. We gingen van angst naar angst, zonder tussenstops.
Maar
Smet gaat ook over angst op microniveau. Over de deur niet uit durven, bang voor wat je buiten wacht; bang zijn om je hart open te stellen na het verliezen van je vrouw en kind; bang een slechte vader te zijn; bang om zonder God door het leven te moeten; bang om je cynisme op te geven en iets aan je situatie te doen. Bang, dus, om te leven.

Ik vond het erg lastig een representatief stuk uit te kiezen voor deze

1 / 7
»