Henk van Straten (1980) is mede-oprichter van De Optimist. Hij schrijft boeken en daarnaast reportages voor de Nieuwe Revu. Met zijn tweede roman Smet werd hij genomineerd voor de BNG Nieuwe Literatuurprijs. Hij woont in Eindhoven.
Ook van Henk van Straten
Smet.
door Henk van Straten
wat hij allemaal niet kon. Of besefte dat zijn moeder er niet was. Maar dan meteen daarna weer die sterke grijns, alsof hij alles van zich had afgeschud. En ik? Ik plakte het er allemaal weer bij hem op. Alle zware, existentiële bagage en giftige twijfel. Iedere keer opnieuw. Totdat hij het niet meer van zich af kón schudden. En nu hangt hij hier. En nu is het einde van de wereld het laatste wat ertoe doet.
Boonchan Khieothong
Juist als ik naar binnen wil gaan, komt iedereen de kerk uit gerend. Vrouwen schreeuwen naar hun kinderen, hun mannen. Sommigen krassen hun eigen gezichten open met lange, bebloede nagels. Een man grijpt de arm van zijn zoontje vast en roept: ‘De kelder! De kelder!’ terwijl zijn vrouw naar hem schreeuwt dat hij meer flessen water had moeten kopen. ‘Godverdomme, Wim! Meer water! We hebben niet genoeg water!’ Iedereen vraagt elkaar wat er aan de hand is. Ik ook, maar we krijgen geen van allen antwoord. Er komt iets aan, dat is wat er geroepen en geschreeuwd wordt, maar niemand weet wat of hoe of wanneer. Er is iets onderweg, dat is alles dat we weten. Natuurlijk is er iets onderweg. Er is altíjd iets onderweg. Dan kijk ik naar de lucht. Die heeft een andere kleur gekregen. Goud, bijna. Oké, ik geef toe, dat is niet helemaal koosjer. Hij lijkt wel vloeibaar. Ze rennen langs me heen. Huilend. Jammerend. Sommigen lachen hysterisch als kinderen die niet naar bed willen en tot vervelens toe rondjes blijven rennen. Ze botsen tegen elkaar, tegen mij. Maar ik blijf bewegingloos staan. Ik sluit mijn ogen en luister. Luister naar het doelloze geschreeuw. De angst. Ik voel de hitte. Voel het hete licht op mijn huid branden. Hoe het bloed en de tranen drogen nog voordat ze hebben kunnen schitteren. En ik adem in. Diep, diep, diep in… en uit. Als we gaan, laten we dan gaan. Laten we dan nu gaan. Allemaal, samen. Ik vind het niet erg. Ik ben er klaar voor. Ik ben er al tijden klaar voor. Want als we









