Reportage

Go Back to Renesse

Door Maarten van Riel
22 februari 2010

Ruim anderhalf jaar geleden zag ik de Amsterdamse band Go Back to the Zoo hun bescheiden repertoire van vier nummers opvoeren in een studentenhuis in Utrecht. Inmiddels hebben ze een platencontract bij Universal en werken ze aan hun debuutalbum. Aan het begin van een hoopvol jaar volgde ik de band twee dagen lang – van Café de Stulp in Renesse tot in de studio van De Wereld Draait Door in Amsterdam. Dit verhaal gaat logischerwijs over muziek, maar ook over vriendschap, ambities, Russische literatuur, sneeuwjacht, Zeeuwse andijviestamppot, Matthijs van Nieuwkerk en Nescio.

Zaterdag 9 januari 2010

Extreem winterweer teistert het land al enkele weken en heeft treinreizen tot een moeizame onderneming gemaakt. Als ik op zaterdagochtend het negatieve reisadvies negeer en een poging onderneem om van Utrecht naar Nijmegen te reizen, heb ik geluk. Mijn trein rijdt normaal en de Nederlandse Spoorwegen delen gratis koffie, thee en erwtensoep uit.
De leden van Go Back to the Zoo verkeren in een euforische stemming als ze mij oppikken in Nijmegen: ze zijn de nieuwe 3FM Megahit geworden en op dinsdag 12 januari mogen ze in de ochtendshow van Giel Beelen op 3FM een nummer uit de Mega Top 50 coveren. Gniffelend vertellen ze dat de keuze op ‘Broodje Bakpao’ van The Opposites is gevallen, dat op dat moment door de bestelbus galmt. Maar voordat de band Giel gaat verrassen met deze bijzondere keuze, moet er nog één optreden worden gedaan dit weekend. En wel in Renesse. Zanger Cas (22), het jongste bandlid, heeft zo zijn bedenkingen over de aankomende avond en omschrijft optreden te Renesse als een struggle. De mensen komen daar om bier te drinken, niet om naar muziek te luisteren. De muziek van GBTTZ is inderdaad nog niet in heel Nederland bekend, maar daar kan zomaar verandering in komen – omdat hun nieuwe single ‘Electric’ veelvuldig op de radio te horen is en volgende week zal de band optreden in De Wereld Draait Door. De jongens waren er al eens eerder te gast in dit goed bekeken televisieprogramma met hun eerste hitje, ‘Beam me up’, dat was gebruikt voor een commercial van Nike. Daarna ging het snel: er werd een platencontract getekend bij Universal, er werd een tweede single geproduceerd en inmiddels wordt er hard gewerkt aan het debuutalbum.

Terwijl de bandleden voor in de bus hun zieke manager Remy bellen met de vraag wat ze verdienen aan al die airplay, bespreek ik op de achterbank met Cas en bassist Lars (23) het wel en wee van Nederlandse popmuziek en literatuur; dat Caesarion een compleet ander boek is dan Joe Speedboot, dat het niet sjiek was van W.F. Hermans om het leven van Rufus Dingelam te ruineren en dat De Avonden bij nader inzien ook wel iets komisch heeft. Intussen stuurt gelegenheidschaffeur Torben de bus met gepaste snelheid richting de kuststreek. Op de ring Rotterdam zit Lars gebogen over een verhalenbundel van Tsjechov als hij een sms van zijn moeder krijgt. Ze wenst de jongens succes toe in ‘het Salou van Nederland’. Ondertussen is er nog geen sneeuwvlokje gevallen.
Renesse is niet het Salou van Nederland, maar wel een behoorlijk deprimerende plek – zoals waarschijnlijk alle badplaatsen in de maand januari. Het interieur van Café de Stulp heeft geen al te attractieve uitstraling en doet denken aan een Amerikaanse saloon: houten lambrisering aan de muren, ouderwetse barkrukken en gevaarlijke klapdeurtjes naar het mannentoilet – die waarschijnlijk ieder weekend onbedoeld op iemands gelaat klappen, zo constateer ik na een toiletbezoek. Op een digitaal affiche wordt de zaterdagavond aangekondigd als ‘Stulp Fiction’ met ‘onze helden’ Go Back to the Zoo. Een eerder optreden hier heeft geen al te beste herinneringen nagelaten bij gitarist Teun (25) – de oudere broer van Cas. Hij meent toen de meest ranzige macaroni ooit te hebben gegeten en hoopt het vanavond niet op zijn bord aan te treffen. Maar voordat ons een culinaire verrassing wordt voorgeschoteld, moet de soundcheck worden gedaan. Het podium biedt maar krap ruimte aan de instrumenten en apparatuur. Als alles staat worden de overige spullen backstage gelegd – wat in dit geval de garderobe en het damestoilet is.
Tijdens de soundcheck worden de eerste biertjes besteld; het is dan half vijf en de permanente aanvoer van drank is begonnen – geheel in traditie van deze badplaats. Zodra de ruwe stem van Cas en de eerste gitaarrifs en drums door de kroeg klinken, denk ik na over de dilemma’s die de jongens ervaren. Ze hebben weliswaar aanzien en succes, maar er sluimeren ook een aantal onzekerheden op de achtergrond. Niet alleen zijn er twijfels over de nabije toekomst (hoe het ‘Electric’ zal vergaan en of het zal lukken om een debuutalbum te maken waar iedereen tevreden mee is), maar bij iedereen conflicteert momenteel de studie met de ambities van de band. Drummer Bram (26) heeft zijn vervolgstudie uitgesteld omdat hij de band momenteel belangrijker vindt en dat laatste geldt ook voor Cas; hij heeft zelfs een excursie naar New York in het kader van zijn duale master Museumstudies laten schieten. Lars, die Nederlands studeert aan de VU, heeft wat gas teruggenomen en zijn onderzoeksmaster ingeruild voor een reguliere master. Teun studeert al jaren geschiedenis in Utrecht, maar droomt nog veel langer over het spelen in een band. Sinds zijn twaalfde wil hij voor publiek spelen, airplay op de radio en een studioalbum.

Terwijl ik over mijn kladblok gebogen zit, is de band druk bezig met het oefenen van ‘Broodje Bakpao’. Irritaties spelen op als blijkt dat het ondoenlijk is om een rapnummer met gabbermuziek om te zetten in een akoestische versie. Dat gebeurt dan ook niet en Bram neemt plaats achter zijn drumstel. Cas vraagt hem zo hard mogelijk te rammen – hetgeen Bram doet, tot ongenoegen van enkele lokale barhangers die rustig een biertje willen drinken in De Stulp. Met een Wagneriaans einde, waarin drums en riffs van Queens of the Stone Age doorklinken, wordt de jamsessie beëindigd. Daarna is het tijd voor eten. Een smaakvolle andijviestamppot met verse worst en Zeeuwse mosterd doet alle nare macaroni-herinneringen vergeten, en er wordt zelfs champagne geschonken om te vieren dat ‘Electric’ de 3FM Megahit is. Om ‘de kopjes even leeg te maken’, zoals een voetbalcoach zou zeggen, gaan we uitwaaien op het strand.
Een ferme zuidoostelijke wind jaagt door de jassen. Terwijl obscure lichtpartijen door mijn flitser de nachtelijke lucht worden ingeworpen, gedragen de bandleden zich als een stel speelse honden. Lars tweet: ‘Net op het Zeelandse strand geweest. Donker maar mooi. Straks optreden in De Stulp. Bram’s gedachten zijn een zee.’ Zijn verwijzing naar Nescio wordt niet begrepen door de followers.

Bij terugkomst stroomt de kroeg vol met jongeren uit Schouwen-Duiveland die op zaterdagavond vertier zoeken in deze godverlaten uithoek van Nederland. Er zijn dan nog twee uren te overbruggen. Uren die snel voorbij zijn door de vele biertjes en wodka’s die worden aangevoerd tijdens gesprekken over muziek, drugs, ambities, irritaties en wederom literatuur. Opgewarmd door de drank betreden de jongens het podium. Bij het eerste nummer is er nog wel aandacht voor de band, maar daarna is het Zeeuwse publiek opvallend ongeïnteresseerd. Komt dat door de alcoholconsumptie of vinden ze er gewoon geen reet aan? Wanneer ik aan de bar een biertje bestel, ontwaar ik een mogelijke verklaring: de meeste bezoekers zijn nog pubers. Geen baardhaar bij de jongens, geen volgroeide vormen bij de meisjes. Go Back to the Zoo is voor hun waarschijnlijk muzak, een achtergrondmuziekje bij een avondje drinken en paringsdansen. Een andere verklaring kan zijn dat ‘Indie’ hier als muziekstroom niet populair is. Wat de reden ook is, het ligt niet aan de band. Ze spelen vol overtuiging en de muziek klinkt krachtig en melodieus.
Dit is natuurlijk een fase die iedere band doormaakt: je zult eerst in kroegjes te Renesse moeten spelen, wil je ooit een vol Paradiso mogen bespelen. Net op het moment dat de woorden van Cas door mijn hoofd klinken (‘optreden in Renesse is een struggle’) schreeuwt een aangeschoten Zeeuw op goed geluk in de uitgestoken microfoon.

Midden in de nacht, als de terugtocht naar Amsterdam begint, is de voorspelde sneeuwjacht nog steeds niet begonnen. Wel is het glad. We passeren talloze auto`s die ten prooi zijn gevallen aan het verraderlijke wegdek. Ze staan verloren en ingedeukt langs de kant van de weg, hun koplampen gericht op de onze. Gelukkig beschikken wij over een nuchtere Duitse chauffeur die probleemloos de Nederlandse wegen trotseert – op zomerbanden! De band is niet ontevreden over het optreden. De avond daarvoor, tijdens een optreden in Limburg, viel het geluid half weg. Dat gebeurde vanavond niet. Wel was het publiek een stuk minder enthousiast. Als we rond zes uur in de ochtend te Amsterdam aankomen, klinken de Arctic Monkeys op de radio. Het volume gaat op maximaal en iedereen is weer wakker en schreeuwt mee met zanger/gitarist Alex Turner. Terwijl gladde Amsterdamse straten onder de bus doorschieten en sfeervolle stadsgezichten aan ons voorbijtrekken kijk ik met een voldaan gevoel terug op de dag. Naar mijn eigen overtuiging heb ik op de terugweg nog enkele interessante vragen gesteld; helaas blijken de antwoorden op deze diepzinnige vragen (wat is je favoriete windrichting?) de volgende middag niet te lezen. Ergens tussen Renesse en Amsterdam ben ik mijn handschrift verloren. Dagen later kan met veel moeite één citaat worden ontcijferd: ‘Je kunt overal fucking tomaten kopen’.

Dinsdag 12 januari 2010

Een paar dagen na het uitje naar Renesse tref ik de jongens in Café Koosje in Amsterdam. Kort voor mijn komst hebben ze zich tegoed gedaan aan hamburgers. Ze verkeren in een collectieve ‘after diner dip’ en laten de rekening over aan Remy – de manager die inmiddels niet meer verkouden is. Daarna schiet het gezelschap Studio Plantage binnen waar vanavond zal worden opgetreden tijdens De Wereld Draait Door. Vandaag bereikt de single ‘Electric’ dus een miljoenenpubliek. Het contrast met zaterdag kan niet groter zijn. Rond vier uur wordt onder het toeziend oog van de floormanager het podium gevuld met versterkers, gitaren en twee opgezette vogels. De soundcheck is snel gedaan en het geluid is kraakhelder. Evenals in Renesse zijn er dan nog een paar uur te overbruggen voor het moment suprême. Helaas is hier geen strand, alleen een dierentuin in winterslaap. Op een dag als vandaag moet er een hoop gewacht worden – de jongens zaten vanmorgen om zes uur al bij Giel in de studio om de cover van Broodje Bakpao te spelen. Giel moest hartelijk lachen om de parodie, maar was vooral erg enthousiast over ‘Electric’ (‘echt een sterk nummer!’) en hoopt dat de band zijn sound en energie weet te behouden. Nu, bijna twaalf uur later, zit iedereen wat verveeld om zich heen te kijken. Wachten is ruk. Zelfs een wonderschone personal assistent die ons constant van vers getapte pilsjes voorziet, kan daar niks aan veranderen. Bram speelt potjes schaak met freeloader Piet, Lars buigt zich over zijn gitaar, Remy noteert de nieuwste boekingen, Cas bekijkt de I-Tunes hitlijst en Teun rookt wat peukjes en kijkt bewonderend naar het Guns `n Roses T-shirt dat hij deze ochtend bij de platenmaatschappij heeft meegekregen.
Afgelopen maart waren de jongens hier ook al te gast, maar toen waren de zenuwen out of control. Bram dacht tijdens de live uitzending dat hij geen drumstokje meer in zijn handen kon houden. De band werd toen ingehaald door zijn eigen succes, aldus Lars. Nu is alles veel meer in balans: de zenuwen zijn goed onder controle en de sfeer is ontspannen.

Tijdens het eten, dat niet kan tippen aan de Zeeuwse andijviestamppot, treft een zware hand mijn rechterschouder. Het is Matthijs van Nieuwkerk, die gekleed gaat in een mooi getailleerd pak en een krachtige indruk maakt. Zijn voorkomen doet me plots beseffen dat Go Back to the Zoo geen rock-’n-roll is, maar popmuziek. Lars beaamt dit en vertelt mij dat het om de muziek gaat, niet om de lifestyle. Daar heeft hij gelijk in. Het is misschien niet cool om in een populair televisieprogramma te spelen, maar je hebt nu eenmaal wel een platencontract bij Universal. Wat is dan wel rock-’n-roll? Drugs? Het kan leuke krantenkoppen opleveren, maar je muziek wordt er niet per definitie beter op als je heroïne in je aderen knalt. Mijn gedachten worden verstoord door Teun, die per ongeluk een glas bier omstoot over mijn broek.
In een geleende, iets te strakke spijkerbroek van Teun neem ik plaats aan de bar als de uitzending begint. De ietwat saaie uitzending doet het publiek wegzakken en ook de bandleden nemen een ongeïnteresseerde houding aan. Als Van Nieuwkerk de band introduceert, doet hij dit onhandig – hij vraagt Lars naar zijn haarband terwijl diens antwoorden onverstaanbaar zijn voor de kijkers thuis. Na de uitzending geeft de presentator vlug zijn oordeel over het optreden van de band (‘vier sterren’), waarna Teun het optreden van de gastheer beoordeelt. ‘Hij was niet echt in topvorm hé? Er stond een filmpje klaar over de single, maar hij koos ervoor een vraag te stellen. Een kutvraag, over kleding’ (de band wordt gesponsord door het Zweedse Filippa K.) Maar het optreden, zo beaamt iedereen, was fucking goed. En dat is uiteindelijk waar het om draait. Jan Mulder sluit zich op zijn kenmerkende klaagtoon aan bij deze analyse: ‘Het was nét nietttt, weet je wel!? Maar de muziek, ach die was gewoon goed ja.’ Terwijl de band de spullen terug in de bus zet en zich opmaakt voor een gezellige avond met vrienden, klets ik met Jort Kelder die tot mijn verbazing met kinderen op de foto gaat. Ik steek wat wijze woorden van hem in mijn zak en ga met de band mee naar een café. Er kan geproost worden op een geslaagde dag.

Op de valreep bespreek ik met Lars en Bram een onderwerp dat ik tot dan heb gemeden: muziek. Ik kan wel proberen de stem van Cas met die van een andere zanger te vergelijken, en de muziek van de band met die van een andere band (bijvoorbeeld het Engelse The Kooks), maar die kwalificaties zijn mijn inziens niet zó interessant. Bram is het met mij eens: iedere band is uniek en kan alleen in een familie worden geplaatst. Ik heb de jongens ook niet gevraagd wie hun voorbeelden zijn en dergelijke – de antwoorden op die vragen zijn immers terug te vinden in andere artikelen en interviews. Wat ik wel graag wil weten, is hoe hun nummers tot stand komen. Lars vertelt enthousiast dat hun muziek als een puzzel is. Een natuurlijke creatie. Eerst wordt er muziek gemaakt en dan komen de woorden vanzelf. Inspiratie voor mooie woorden en zinnen worden gevonden in de literatuur. In de muziek (en in de Twitter-berichten) vindt je dus talloze verwijzingen naar literatuur – Nescio, Sartre en Wilde. Diepzinnige teksten en catchy popmuziek. Het is een mooie combinatie die na twee dagen volstrekt logisch in mijn oren klinkt.

Oh Guinevere my sweetest thing, give me your song, your sympathy/Oh I am so electric./The palest skin, the golden hair, You make me wilde with your hungry stare./ I kiss your breasts with mouths of flame, Get down and play, my lovers game. (‘Electric’)

Het is middernacht geweest. Over een zestal uur gaat mijn wekker zodat ik op tijd op mijn werk ben – over rock-‘n-roll gesproken. Terwijl ik instem met een laatste rondje, begin ik voor de hand liggende conclusies te trekken. GBTTZ is een band met potentie. Ze zijn natuurlijk niet de enige Indie-band in Nederland, maar ze hebben een on-Nederlandse sound – een mening die door Giel Beelen werd beaamd. Ook de stem van Cas is ongewoon; die klink wat nasaal en wordt niet opgepoetst met behulp van zanglessen. Maar los van hun muzikale kwaliteiten, en mijn inziens ook belangrijker: het zijn aardige, intelligente, oprechte en bescheiden jongens die elkaar in hun waarde laten. Dat siert ze. Iedereen is gelijk in de band, niemand domineert. Misschien heeft het te maken met de solide basis van waaruit ze werken: het zijn vrienden die graag muziek maken, biertjes drinken en plezier hebben. Toch zijn ze zelfkritisch: als je muziek maakt, moet je er naar streven dat zo goed mogelijk te doen. Zowel de muziek als de optredens kunnen altijd beter en ze blijven dan ook naar manieren zoeken om dat te bewerkstelligen.
Ruim na middernacht neem ik afscheid van de jongens. Ik bedank ze voor hun gastvrijheid en vergeet ze succes te wensen in Groningen, waar ze enkele dagen later op Noorderslag zullen spelen. Ik realiseer me dat ik getuige ben geweest van een bijzondere week voor de band, in een beslissend nieuw jaar. Als ik in de trein zit omhelst de slaap mijn gedachten en doen dromen hun intrede. Ze spoelen verdrietig aan hun grenzen. Och, och, och, wat mooi.

—-
De opmars van Go Back to the Zoo kan gevolgd worden via hun website. Wie geen enkele Nesciaanse
update meer wil missen kan de band volgen via Twitter.

 

Lees meer van

Gewijvengezeik

Door Maarten van Riel

Tekst: Maarten van Riel In de vorige eeuw waren Céline, Nabokov, Grass, Hilsenrath, Camus en Gogol niet meer dan onbekende namen voor mij. Op de boekenplank boven mijn bed prijkten slechts vijftien boeken die mijn goedkeuring konden wegdragen – hoofdzakelijk omdat ze gevuld waren met vieze praat. Uiteraard behoorden de boeken van Ronald Giphart (1965) […]

Lees meer uit de categorie Reportage

Tussendoortje – ‘soete toerte’

Door Patricia Piolon

In het kader van de thema-maand over eten stelde de redactie een feestmaal samen aan de hand van gerechten uit bekende en minder bekende historische schilderijen. We eindigden, uiteraard, met het nagerecht. De jury: redacteuren (en gelegenheidskoks) Babette en Patricia, hoofdredacteur Miriam en historicus Stephen. Het nagerecht: de ‘soete toerte’ Het dessert is van conceptie […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper