Essay

Bodies Calling

Door Raaf Brandtberg
23 maart 2010

Hoe groot sommige popsterren soms ook lijken, er zijn er maar weinig goed genoeg voor de eeuwigheid. Michael Jackson, God hebbe zijn ziel, staat onbetwist op één. Ook Prince, hoewel nog onder de levenden, zullen we ons over twintig jaar nog steeds herinneren. Continentaal maar daarom niet minder groots: Serge Gainsbourg – onlangs nog vereerd met een biopic. Het zijn stuk voor stuk grote performers, idolen, meesters van het muzikale en erotische verlangen. Maar in dit rijtje ontbreekt een naam. Een chronisch onderschatte artiest, een groots man, met een indrukwekkend oeuvre en een minstens zo dramatisch liefdesleven. Ook hij heeft ons muzikaal bewustzijn de afgelopen decennia getekend. En hij treedt ook nog steeds op – binnenkort zelfs met wat geluk in Nederland. Zijn naam: Robert, R., Kelly – Kells voor intimi.

Dat R. Kelly na zoveel jaar succes (hij scoorde zijn eerste hit in 1992) nog steeds volle zalen trekt is niet meer dan terecht. Aan waardering voor zijn artistieke prestaties ontbreekt het echter nogal eens – geheel onterecht. Kells is een levend monument voor het heldendom van de popster. Maar niet alleen dat: zoals alle grote kunst confronteert R. Kelly’s werk zijn toehoorders met de diepere en duistere kanten van de condition humaine. En net als alle grote kunstenaars is R. Kelly’s levensverhaal even heroïsch als tragisch.

Foute gast
Vroeger had ik een hekel aan R. Kelly. Ik herinner me bijvoorbeeld Space Jam, een film die ik gelukkig nooit heb hoeven bekijken, en R. Kelly’s megahit-ballade ‘I Believe I can Fly’ die de film in 1997 naar recordhoogte stuwde. Dit nummer staat bij veel mensen nog steeds helder in het geheugen gegrift – helaas, want het stamt uit één van zijn mindere periodes. Een slijmjurk in een graanveld die het geloof in eigen kunnen en het vertrouwen in de kracht van de mens bezingt: het waren thema’s die me als puber niet aan het hart gingen. Sowieso heeft Kelly rond dezelfde tijd een grote stempel op de verbroedering van de mensen proberen te drukken – Michael Jacksons ‘You are not alone’ en Céline Dions ‘I’m your angel’ zijn bijvoorbeeld ook van zijn hand. Ik vond dit destijds ongelooflijk slechte nummers. Tel daarbij op dat Kells toentertijd al een reputatie als rokkenjager had opgebouwd en dat de rokken bovendien gedragen werden door veel te jonge meiden (zijn clandestiene huwelijk met de vijftienjarige R&B-ster Aaliyah was het belangrijkste wapenfeit), en het oordeel over R. Kelly was snel geveld: deze gast is fout.

Tegenwoordig weet ik wel beter. Mijn smaak is gerijpt – en met de jaren is Kells’ werk van interessant tot imposant uitgegroeid. Toch beseffen maar weinig mensen dat we hier met een groots artiest te maken hebben. Groots? Jazeker. Er zijn weinig artiesten die zo doorleefd de belichaamde lust tot centrale thema van hun werk hebben gemaakt. Kelly’s oeuvre is geen studie van zinnelijk verlangen of sexiness, maar een meditatie op seks als een fysieke zaak – een zaak waar onze gevoelens zich maar naar hebben te voegen. In zijn beste nummers staan lichamen centraal: lichamen die aan de haal gaan met ons bewustzijn. De kracht van nummers als ‘Bump ’n Grind’ (“My mind is telling me no… But my body, my body is telling me YEAH“), ‘Sex Me’ en ‘Your Body’s Callingis gelegen in de diepe studies naar menselijke drijfveren die ze bevatten. Al in deze vroege nummers ontplooit R. Kelly zich als de omgekeerde Cartesiaan die hij tegenwoordig nog steeds is: het vlees bemiddelt de penetratie tot de ziel.

Urban opera
R. Kelly heeft de wereld niet alleen diepe postfenomenologische inzichten geschonken via zijn muziek. Eigenhandig heeft hij het genre urban opera groot gemaakt. De ‘Mr. Biggs’-saga was wat dat betreft zijn eerste vingeroefening. Ron Isley, een soulster uit vergane tijden totdat R. Kelly hem op sleeptouw nam, speelt daarin tweede viool als Mr. Biggs, een schatrijke ondernemer met een bloedmooi schatje. Biggs en R. Kelly, toen nog als lijfwacht van Biggs, vechten hun eerste duet uit in ‘Down Low (Nobody Has To Know)’. Ondanks de waarschuwingen van Biggs (“Look at me, Kelly. You are never, never, to touch her.”) kan R. Kelly de lokroep van de vrouwelijke verleiding niet weerstaan – een zaak die hij in de clip bijna met zijn leven moet bekopen. Hij overleeft de afstraffing van Biggs ternauwernood, en rolt nog net op tijd de ziekenhuiskamer binnen waar zijn geliefde de laatste adem uitblaast. Het is het begin van een serie confrontaties, waarin Isley permanent achter de door Kelly gecreëerde facts on the ground – of beter gezegd: facts in between the sheets – aanloopt.
Zijn de constante verwijzingen naar eerdere nummers en plots noodzakelijk voor de verbeelding van een muzikale titanenstrijd, of is het gewoon narcistische navelstaarderij? Was Kelly soms iets van plan met zijn dramatis personae? Dat we hier niet te maken hadden met een uitgerekte variant van de verhalende videoclip maar met de geboorte van een nieuwe kunstvorm bleek pas later, toen Kells langzaam maar zeker delen van ‘Trapped in the Closet’ begon uit te geven – een serie waarvan het einde nog niet in zicht is.

Tot elkaar veroordeeld
Wat is ‘Trapped in the Closet’? Inderdaad, het is een urban opera; een aaneenschakeling van seksuele verwikkelingen tussen een uitdijende groep mensen. Op het eerste gezicht lijkt het verhaal flinterdun. R. Kelly’s alter ego Sylvester wordt om zeven uur ’s ochtends wakker in het bed van een vreemde vrouw, vlucht de kast in zodra haar man thuis komt en wordt gesnapt doordat zijn mobiele telefoon af gaat. De man blijkt een priester met een geheim in de vorm van een misdienaar te zijn; Sylvester vlucht naar huis waar zijn vrouw met een politieagent blijkt te hebben gevoosd; de vrouw van de politieagent doet het met een dwerg die uit het keukenkastje te voorschijn springt – et cetera.
Afzonderlijk stellen deze verwikkelingen inderdaad weinig voor, en ‘Trapped in the Closet’ is daarom door velen belachelijk gemaakt – onder andere in een South Park-aflevering waar onder andere Tom Cruise en John Travolta zich bij R. Kelly in de kast voegen. De serie zou een ongeloofwaardige plot hebben, Kells zou zichzelf belachelijk maken, en de serie zou wapengebruik verheerlijken en homofobie propageren. Maar zulk commentaar duidt in de eerste plaats op onbegrip van ‘TitC’ – of op het feit dat velen waarschijnlijk niet eens de moeite namen er serieus voor te gaan zitten. Wie goed kijkt en luistert, weet namelijk wel beter. Kells recyclet in ‘Trapped in the Closetniet zo maar de principes van de soap opera. Nee, hij heeft het gewaagd een minimalistisch meesterwerk te maken, dat zich kan meten met de beste composities van Philip Glass en John Adams. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de afwezigheid van ontknopingen. Een serie videoclips werkt toe naar een climax. Zelfs soap operas worden niet gedragen door één stem en één muzikaal thema. Maar ‘TitC’ onttrekt zich aan de logica van de screenplay. Het schept een eigen gesloten universum waaruit geen ontsnapping mogelijk is, waarin elke nieuwe verwikkeling teruggrijpt op minstens twee eerdere, en waarin elke nieuwe plotwending leidt tot een nieuwe serie op zichzelf terug slaande, veelbetekenende en tegelijkertijd nietszeggende relaties. Elke onthulling van een nieuwe affaire laat zien hoe mensen onontkoombaar geïmpliceerd zijn in elkaars relaties. Iedereen is tot elkaar veroordeeld, niet door een hogere macht, maar door de eigen kansloze handelingen.

R. Kelly zingt alle partijen in dit epos. Hij verenigt alle menselijke moeilijkheden in zich, inclusief de oorzaak van ons lijden: het libido. De ritmes van onze levens overlappen en keren constant terug bij dezelfde thema’s – in vrijwel dezelfde variatie. In die oneindige herhaling van ongewilde maar onontkoombare fysieke aantrekkingskrachten toont zich de menselijke conditie – met R. Kelly als sexual Jesus die zich opoffert opoffert voor onze lusten. In èn uit de kast – en met gevoel voor zelfspot.

Menselijke drijfveren
Het is inmiddels alweer drie jaar geleden dat de laatste afleveringen van ‘TitC’ verschenen. Kelly’s nieuwste hobby: het bezingen van de aanstaande zwangerschap van zijn wederhelft. ‘I wanna get you pregnant’, ‘I wanna make a baby with you’, ‘I’m having a baby’ – stuk voor stuk laten deze odes aan de gevolgen van de vleselijke liefde zien hoe Kells is gegroeid in zijn rol als verleider en zijn doelen heeft verlegd naar toekomstige generaties. Hij slaagt er schijnbaar moeiteloos in, zonder de uitgangspunten van fysieke fixatie te verloochenen.
Natuurlijk is R. Kelly daarmee niet zo maar een family man geworden. Het blijft dubieus dat hij een aantal jaar geleden werd aangeklaagd wegens het bezit van kinderporno waar hij nota bene zelf in figureerde. Natuurlijk had hij de schijn vervolgens tegen toen er een video opdook waarin een op R. Kelly lijkende man seks had met een op de dochter van een zakenpartner lijkend meisje. Voor velen was dat voldoende aanleiding om Kells af te schrijven. Maar wie zich realiseert hoe de geschiedenis uiteindelijk denkt over ware muzikale genieën, kan niet anders dan hem vergeven voor zijn escapades.  Terwijl Kells nog steeds als een halve of hele pedofiel te boek staat, wordt op de kleuterscholen alweer op ‘Billie Jeangedanst. Zo zal het Kells’ werk ook vergaan. Echte kunst lijkt boven de norm te staan.
Kells’ obsessie voor (groeps)seks met minderjarige vrouwen verdient bovendien meer begrip dan MJ’s vergrijpen: zijn obsessie is for real, de obsessie van stervelingen, en daarom invoelbaar voor ons allemaal.  Jackson creëerde een sprookjesmythe: zijn slachtoffers mochten voor logeerpartijtjes langskomen op een sprookjeslandgoed, terwijl andere kinderen en volwassenen mochten dromen van zo veel escapisme. Kells heeft Neverland gedemocratiseerd. Seks en muziek worden in de verbeelding van R. Kelly niet meer op een ranch ver weg van de alledaagse werkelijkheid geproduceerd. De verwerkelijking van de lust vindt plaats in willekeurig welke studio – of andere plaats waar ongestoord gekreund kan worden zonder de buren te storen. Kells’ voorland is de kelderbox.
In de kern is R. Kelly daarom geen artiest, maar een vertolker van de diepste menselijke drijfveren. Hij máákt geen muziek, maar belééft het – en laat zich door de krachten van de muziek gebruiken om muziek te produceren.  zoals hij het zelf zei in een interview: “Life is a song, and I’ve realized that. I’ve got a leash on it now, and I know how to walk it. So it’s like: I am music, and wherever I go, music is being written. Even if I haven’t heard the melody yet.

Amen. Wie Kelly’s woorden serieus neemt, beseft dat zijn tekortkomingen hem niet aangerekend kunnen worden. Kells is slechts een exponent van toekomstmuziek die via zijn genie verwezenlijkt wordt. Natuurlijk; zulke artistieke vernieuwing heeft een tragische dimensie. Kells’ tragiek verbeeldt de roep van onze lichamen. Wie die roep heeft leren beantwoorden, kan niet meer om het heldendom van R. Kelly heen.


R. Kelly zou op 30 maart 2010 optreden in een uitverkochte Heineken Music Hall, in Amsterdam. Wegens poliepen op zijn stembanden was Kelly genoodzaakt zijn Europese tour af te zeggen. Er is nog geen nieuwe datum bekend.

Lees meer van

Beverly Hills Revisited

Door Raaf Brandtberg

Beeld: (c) Torand Productions, Inc. In september van dit jaar ging op de Amerikaanse televisiezender The CW de eerste aflevering van 90210 in première: een tienersoap over een familie uit Kansas die zich vestigt in het Amerikaanse walhalla van plastische chirurgie en plastische ego’s: Beverly Hills. Voor wie nu denkt ‘dat hebben we eerder gezien’ […]

Lees meer uit de categorie Essay

Blikvanger – De oester, de parel en de zee

Door Lotte van Geijn

Speciaal voor De Optimist zal beeldend kunstenaar Lotte van Geijn regelmatig schrijven over kunst die haar blik wist te vangen. De tweede aflevering van Blikvanger gaat over de kunst van de oester, de parel en de zee. Vannacht had ik de vreemdste maar mooiste droom ooit. Er kwamen parels uit mijn kut; glanzend en mooi […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper