Essay

Thee onder vuur

Door Rutger Kaput
21 april 2010

Beeld: © Fiep Westendorp

Een langzame maar gevaarlijke aardverschuiving bedreigt een belangrijk onderdeel van ons cultureel erfgoed, namelijk het theedrinken. Hoewel thee al vaker object van spot is geweest, is het nu slachtoffer geworden van een nodeloos grievende aanval met als enige doel politiek gewin. Dit terwijl het drinken van thee bij uitstek een rustgevende, verzoenende en cultureel verantwoorde bezigheid is.

Theetaal
Het theedrinken ligt onder vuur in Nederland. Sinds eerst Marco Pastors en recentelijk Geert Wilders zich laatdunkend uitspraken over Cohen ´de theedrinker´, is de drank onderwerp geworden van onheuse kritiek en inzet in de politiek arena. Wilders, toch een man van de traditie, sluit naadloos aan bij een langere taalkundige traditie in Nederland die zich weinig positief uitlaat over thee en thee-gerelateerde activiteiten.
Zo kent het Nederlands woorden als ‘theemuts’, ‘theeleut’ en ‘theekransje’, die allen een gematigd of sterk negatieve connotatie hebben. Theedrinken wordt afgedaan als een activiteit voor vrouwen van boven de zestig die zelfs niet meer kunnen breien. Zonder zoveel woorden te gebruiken wordt de suggestie gewekt van een onheilige drie-eenheid: stoel, geranium en thee. Het woord ‘theeleut’ wijst voornamelijk op de verslavende werking van de drank, zonder ook maar enige aandacht te schenken aan de opwekkende en verkwikkende werking ervan. Hoe anders verhoudt de Engelse taal zich tot de drank: iemands specifieke voorkeuren worden nadrukkelijk door middel van een theemetafoor uitgesproken: ‘one’s cup of tea’. Daarnaast bestaat het begrip ‘high tea’, dat niet alleen blijk geeft van het nobele, hoge karakter van de drank, maar dat tevens complete volksstammen op zondagmiddag verenigt rondom de theepot. Om nog maar te zwijgen over de welhaast symmetrische esthetiek van het woord ‘tealeaf’.

Theecultuur
Het behoeft geen betoog dat thee van grote invloed is op onze cultuur. Zo heeft de drank en de juiste preparatie hiervan een prominente rol in de sleutelroman Rituelen van Cees Nooteboom. Ter inspiratie putte Nooteboom uit een ander belanghebbend theetractaat:The Book of Tea. In tegenstelling tot zulke werken als The Philosophy of Star Trek of The Philosophy of the Simpsons is dit nobele boek geen postmodern ironisch geleuter, maar een even speelse als serieuze bespreking en viering van het perfect gezette kopje thee; een oprecht filosofische bezigheid zoals reeds lang aanvaard in het zenboeddhisme.
Zo stelt de schrijver van het boek, Kakuzo Okakura: “The Philosophy of Tea is not mere aestheticism in the ordinary acceptance of the term, for it expresses conjointly with ethics and religion our whole point of view about man and nature. It is hygiene, for it enforces cleanliness; it is economics, for it shows comfort in simplicity rather than in the complex and costly; it is moral geometry, inasmuch as it defines our sense of proportion to the universe. It represents the true spirit of Eastern democracy by making all its votaries aristocrats in taste.” Oftewel, thee is bij uitstek een drank die de menselijke en kosmische harmonie bevordert.
Naast Nooteboom schreven andere Nederlandse literaire prominenten als Hella S. Haasse en Annie M.G. Schmidt boeken met titels als De heren van de thee en Een visje bij de thee. Onze verhouding tot de drank in het algemeen gaat echter eeuwen terug en wordt gekenmerkt door een typisch Hollandse symbiose tussen voorkeur en een nuchtere koopmansgeest. Reeds aan het begin van de zeventiende eeuw zagen de handelaren van de VOC al heil in de drank en begonnen hem eerst te verschepen en later massaal te verbouwen. In dit licht krijgt Balkenende’s pleidooi voor een herwaardering van de VOC-mentaliteit -bedoeld of onbedoeld- een belangrijke tweede lading: er moet niet alleen harder worden gewerkt in Nederland, maar ook meer thee worden gedronken!
Het uiterst succesvolle verstandshuwelijk tussen de thee en de Nederlanders laat zich waarschijnlijk niet beter karakteriseren dan door het systeem van Pickwick spaarpunten.  De legendarische spaarpunten van deze tegenwoordig Engels luidende, maar in 1753 door niemand minder dan Egbert Douwes aan de Midstraat te Joure opgerichte firma, kregen Nederland niet alleen massaal aan de thee, maar tegelijkertijd ook aan de handdoeken, dienbladen en theekopjes.


Kijken we naar onze overzeese westerburen, dan zien we dat de culturele verworvenheid van het theedrinken daar heeft geleid tot een belanghebbende exegese omtrent het ideaal gezette kopje thee. Niemand minder dan de grote Britse schrijver George Orwell stelde met zijn essay A Nice Cup of Tea enkele invloedrijke richtlijnen op om de minder geoefende theezetter te begeleiden in zijn creatie proces.
Een korte blik op Orwell’s pleidooi leert ons echter ook dat enkele Britse dogma’s omtrent het theedrinken – zoals het toevoegen van melk – fier overeind blijven, hetgeen de Nederlandse theedrinker wellicht als heiligschennis in de oren klinkt. Orwell springt wel op de bres voor het kopje thee dat niet bezoedeld wordt door eventuele toevoeging van suiker. Met zijn kenmerkende treffendheid en welluidendheid stelt hij de theedrinker dan ook de retorische vraag: “How can you call yourself a true tealover if you destroy the flavour of your tea by putting sugar in it?”

Theepolitiek
Thee is niet alleen een belangrijke culturele drijfveer geweest. De invloed van de thee op de politieke geschiedenis is opmerkelijk genoeg nog nauwelijks onderwerp van serieuze discussie geweest, aangezien men toch zou kunnen stellen dat de wereld er fundamenteel anders bij had gelegen indien thee niet had bestaan. Als voorbeeld kan het bestaan van de Verenigde Staten gelden.
Wat eindigde in de onafhankelijkheid van de koloniën ten opzichte van het Britse moederland begon met niets minder dan een conflict over thee. In 1773 nam de Britse regering een infame wet aan, de zogenaamde ‘Tea Act’, die de Britse Oost-Indische Compagnie in staat stelde om thee in de koloniën te verkopen zonder betaling van invoerrechten. Hiermee kon zij onder de prijs gaan zitten van de thee die door Amerikaanse smokkelaars werd geïmporteerd. Om hun ongenoegen te ventileren over deze cynische machtspolitiek begingen enkele kolonialen een verschrikkelijke daad van verzet: zij vernietigden enkele scheepsladingen thee van het bedrijf door deze in de Bostoniaanse haven te gooien. Deze blasfemische daad werd al gauw bekend onder de uiterst eufemistische benaming ‘The Boston Tea Party’. Gezien het ijskoude water betrof het hier dus niet alleen een ironisch geval van ice tea avant la lettre, maar vormde deze actie ook de opmaat tot de latere Amerikaanse onafhankelijkheidsbeweging.

Thee eind
En nu is thee dus ook onderwerp geworden van een politiek conflict dat de Nederlandse samenleving in zijn greep houdt. Daar waar theediplomatie eerder de gemoederen kon bedaren staan nu twee groepen lijnrecht tegenover elkaar in de samenleving: zij die het theedrinken als culturele verworvenheid beschouwen en zij die de drank afwijzen. Dit alles niet alleen over de ruggen van theedrinkers, maar ook ten koste van de goede naam en de reputatie van thee zelf.
Dit pleidooi voor een rehabilitatie van thee zal dan ook slechts geslaagd zijn indien we -met Kant- inzien dat wat universeel geldt voor theedrinkers (en zijn we immers niet allen stiekem theedrinkers?), ook voor thee als zodanig moet gelden. Namelijk dat men in zijn handelen altijd in ogenschouw moet nemen dat men thee niet slechts als middel tot een doel, maar als een eind op zich beschouwt.
Kortom: Make Tea, Not War!


Lees meer uit de categorie Essay

De dood van een ideaal

Door Joost Heijthuijsen

Tekst: Joost Heijthuijsen De omgeving van mijn oude middelbare school is de omgeving van Dood van een leraar, de debuutroman van journalist, schrijver en oud-docent Cyrille Offermans. Ik had gehoopt dat dat er niet toe zou doen, maar de docent die mij de regels van fictie en literair engagement leerde voegt nu zelf te veel […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper