Kort verhaal

Als je terug komt gaan we dat doen

Door Harm Haverman | beeld: Martijn Boot
15 mei 2010

Ik word wakker. Je foto staat op het nachtkastje. Het is het eerste wat ik zie elke dag. Elke dag word ik wakker op mijn rechterzijde. Ik zorg er speciaal voor dat jij het eerste bent wat ik zie.

Soms, in mijn slaap, draai ik mij onbewust om en word dan wakker op mijn linkerzijde. Eerst gebeurde dat nooit, de laatste tijd gebeurt het steeds vaker. Om die reden heb ik op het andere nachtkastje ook een foto van je geplaatst.

Je kan merken dat ik van je hou. Ik ben wakker.

Ik woon alleen. Jij woonde hier eerst met mij, maar nu niet meer. Nu woon alleen ik hier nog. Ik doe het huishouden in mijn eentje nu. Ik doe de afwas. Op woensdag stofzuig ik en op vrijdag maak ik de keuken schoon. Sommige klusjes doe ik één keer in de maand, anderen eens in de twee weken. Toen je er nog was deed ik niet zo veel als nu. Vaak heb je me gevraagd meer te helpen maar ik deed het niet. Ik weet niet waarom, het kwam gewoon niet in me op. Ik zag niet wat er moest gebeuren. Maar nu doe ik het wel want jij bent er niet.

Ik zit op de rand van het bed en staar naar mijn blote voeten. Nu doe ik dat wel. Want jij bent er niet. Ik veeg een stofje van de rand van het nachtkastje. Ik verschuif je foto een paar millimeter zodat ik ‘m beter kan zien wanneer ik ‘s ochtends wakker word. Ik wil je goed kunnen zien. Ik adem in en sta op. Op het dressoir liggen je oorbellen. In de onderste twee lades van het dressoir liggen je ondergoed en sokken. De kamer is ruim, met het balkon op het oosten. Er zijn hier veel zonnige ochtenden. Op de stoel in de hoek ligt het boek dat je las. Ik laat het daar liggen voor het geval je terugkomt en besluit het uit te lezen. Ik wrijf slaap uit mijn ogen en druk mijn haar plat.

Ik ben wakker. De dag is begonnen.

Een zee van tijd strekt zich uit voor mij. Ik kijk uit over de dag die voor mij ligt zoals een schipbreukeling uit moet kijken over het water vanaf zijn kleine stukje strand. Dat is heel veel dag. Elke dag heb ik heel veel dag. Toen jij hier nog was was er niet zoveel dag. Elke minuut was een seconde toen jij hier nog was, maar nu is dat niet meer zo. Tijd gaat trager sinds je weg bent.

Ik pak schone kleren uit kast. Mijn kleren liggen naast jouw kleren maar mijn stapel wordt elke dag kleiner behalve op zaterdag wanneer ik de was doe.

Ik loop naar de badkamer. Op de gang hangt een foto van jou in New York. De lijst hangt een heel klein beetje scheef, ik hang hem weer recht. Jij en ik waren samen in New York. Door deze foto ben je nog steeds in New York, ook al ben je niet meer in New York. Je bent ook niet meer hier. Maar je blijft voor altijd in New York en niet voor altijd hier. Ik heb geen foto van jou hier.

Ik was mezelf. Ik poets mijn tanden. Ik kam mijn haar. Ik doe een luchtje op. Jij was dol op dit luchtje. Ik knoop mijn shirt dicht.

Mijn dag is begonnen.

Als je zoveel tijd hebt als ik, is het belangrijk dat je daar verstandig mee omgaat. Daarom deel ik mijn dagen strak in en zorg ik ervoor dat elke minuut benut wordt. Ik loop de woonkamer in en zie je schoenen staan bij de deur. Je hebt heel veel schoenen, maar dit paar staat hier. Dit paar staat altijd hier. Je had ze aan op de dag dat we naar het museum gingen, iets wat we al heel lang wilden doen maar door alle drukte was het er nog niet eerder van gekomen. Na die dag heb je dit paar ook nog vaak gedragen. Dit was het paar dat je droeg de dag voordat je wegging en daarom staan ze bij de deur en niet in de kast bij je andere schoenen. Eigenlijk staan ze hier  vanwege die dag dat we naar het museum gingen. Ze herinneren mij aan die dag en ik denk graag aan die dag. Ik maak koffie en smeer brood. Het bestek hebben we samen uitgezocht. Wanneer ik klaar ben met smeren doe ik alle deksels terug op alle potjes die ik gebruikt heb en zet ze terug op de plek waar ze horen. Jij liet alles staan, het liefst open, en ik heb er lang over nagedacht of ik dat ook niet moest blijven doen nadat je hier niet meer was, maar toen dacht ik aan alle keren dat je vroeg of ik meer wilde helpen bij het schoonmaken en opruimen. Dus nu ruim ik alles op en veeg het keukenblad schoon nadat ik er brood op heb gesmeerd. Na het ontbijt doe ik de afwas, we hadden afgesproken dat ik dat elke ochtend zou doen omdat ik vaak ochtenden vrij had en jij niet.

Het is stil in huis. In de verte raast een trein voorbij. Toen je hier nog woonde kon je dat niet zo goed horen als nu. Nu is er minder geluid in huis. In mijn eentje maak ik niet zoveel geluid. Ik loop terug naar de woonkamer en doe de gordijnen open. Eerst aan de achterkant, die is net als de slaapkamer ook op het oosten en het wordt heel licht in huis. Het licht schijnt op het bureau waar je aan zat toen je nog studeerde. Er liggen enkele schoolboeken op een stapeltje op het bureau, ik loop er naartoe en maak het stapeltje netjes en recht. Ik veeg een beetje stof van het stapeltje. Ik doe dit elke ochtend. Daarna loop ik naar de straatkant van het appartement en maak daar de gordijnen open. Ik sta voor het raam en staar naar buiten. Elke ochtend staar ik naar buiten en zie mensen hun huis verlaten op weg naar werk of iets anders. Elke ochtend zie ik dezelfde mensen hun huis verlaten. Soms vertrekken ze op andere tijdstippen maar meestal op hetzelfde. Soms komen er nieuwe mensen en gaan oude mensen weg. Alles wat beneden op straat gebeurt gebeurt nooit een tweede keer. Het ritme van elke dag verandert elke dag en geen gebeurtenis is exact zoals de vorige.

Al jaren sta ik hier voor het raam. Niemand heeft mij ooit opgemerkt.

Hier binnen gebeurt zelden iets voor het eerst. Daar let ik goed op. Alles hier is al een keer gebeurd en blijft gebeuren. Dat is heel erg belangrijk. Op deze manier vergeet ik niet. Het schilderijtje wat je vond in de Piekfijn en voor de grap op de schouw had gezet staat daar nog steeds. Het blijft daar staan. Jij hebt het daar gezet. Uren sta ik voor het raam en houd de wacht. Ik controleer of het buiten blijft veranderen, zodat ik zeker weet dat hier binnen alles hetzelfde blijft. Ik verzorg de planten. De meeste planten zijn doodgegaan. Ik heb er heel erg goed voor gezorgd maar ik denk dat ze oud waren. Ik heb ze niet vervangen. Wanneer je terug komt hoop ik niet dat je hier boos over bent. Ik deed het zodat we samen nieuwe planten kunnen uitzoeken. Dit is ons huis en niet mijn huis ook al woon ik hier alleen. De katoentak die je van mijn tante hebt gekregen staat nog in dezelfde vaas op het kleine dressoirtje waar we het serviesgoed in bewaren. Deze ziet er hetzelfde uit als toen.

Ik repareer de afvoer van de wastafel.

Ik zet je tandenborstel recht in de beker op de wastafel.

Buiten gaat de brug open. Je kan ook dat goed horen in dit huis. Eerst hoor je het rinkelen van de bel die waarschuwt dat de slagbomen dicht gaan en de brug open. Wanneer dit gebeurde toen je hier nog was zei je altijd dat de brug dicht ging. Ik zeg dat hij opengaat. Jij zei dicht want de weg was dicht en het verkeer kon er niet meer over. Na het rinkelen van de bel van de brug komt het rinkelen van de bel op de waarschuwingslichten van de tram. Als de brug open is staat de tram stil op de weg en de bel rinkelt zodat mensen weten dat er een tram op de weg staat. Als je de bel van de brug hoort rinkelen en je rent naar buiten ben je op tijd om de tram te halen. Jij deed dit vaak. Ik luister naar de bellen en hoor wanneer de brug weer dicht gaat. De tram rijdt weer, het verkeer kan weer over de brug en de mensen lopen weer verder. Ook al kan ik het niet zien vanaf mijn huis weet ik precies hoe het eruit ziet. Ik heb zelf vaak op die plaats gestaan, wachtend tot de boten onder de brug door waren, zodat ik verder kon. Heel mijn leven droomde ik ervan op een bootje te zitten. Als kapitein of als dekzwabber, dat maakte me niet uit. Ik heb nooit op een bootje gezeten.

Ik sta voor de boekenkast. Mijn vinger laat ik over de kaften van je favoriete boeken glijden. Ik zet ze met de kaften kaarsrecht tegen de rand. De boeken staan geordend op alfabet, je had het er soms over ze te ordenen op kleur. Als je terug komt gaan we dat doen.

Lees meer van

De straatlantaarn

Door Harm Haverman

Hij woonde op de tweede verdieping en een halve vierde. Zijn slaapkamer was op die vierde. De trap daar naartoe was de langste die ik ooit had gezien. Twee etages recht omhoog. Ik vroeg hem of hij me naar boven ging dragen. Hier moest hij om lachen. Ik had nog nooit een woning gezien die […]

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Hoogverraad

Door Eileen Ros

Het sneeuwde en regende door elkaar, de dag dat de sorteerders van TNT-post besloten te staken. Er was loonsverhoging nodig, een ‘fatsoenlijke’ pensioensregeling en gratis koffie in de kantine. Het bezorgde Jasper, een drie-en-dertigjarige winkelbediende in een zaak in het oude centrum van Amsterdam, een onheilspellend gevoel. Er moest vandaag een pakketje worden aangeleverd voor een […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper