Essay

Zoete room en lippenreetjes

Door Vincent Terlouw
9 september 2010

Op pagina vijfentachtig gebeurde het dan eindelijk. Het onvermijdelijke, dat vanaf pagina één al op de loer lag, stevende recht op mij af. ‘Heb jij wel eens gevreeën, Eddie?’ vroeg de veel oudere Marion hem. Even later voelde Eddie ‘zijn linkerhand ontploffen, zo snel en met zoveel kracht dat hij tegen haar aan schokte. Marion was zo verrast dat ze een schokkende beweging terug maakte. ‘Mijn hemel – dat ging snel!’ zei ze. Met zijn hand voor zijn penis rende Eddie gauw de badkamer in voor hij vlekken maakte.’

A widow for one year van de Amerikaanse schrijver John Irving las ik (hoe toepasselijk) tijdens een snikhete zomer. Gevonden op zolder in een kist vol dokterromannetjes gaf het boek me een aangename vakantiebesteding. Een jaar of veertien moet ik geweest zijn. De eerste ‘grote mensen’ bladzijden die door mijn handen glipten. Na die bewuste pagina vijfentachtig waren er welgeteld nog vijfhonderd te gaan; bladzijden die er eigenlijk niet meer toededen.
Onlangs schoot bovenstaande passage door mijn hoofd. Ik zocht deze op, herlas het, en was net zo teleurgesteld als toen die overige vijfhonderd bladzijden mij teleur stelden. Ik vond het slap, niet zo heel goed geschreven en miste de spanning die ik tijdens die zomer tien jaar geleden wel voelde. Wellicht verwachtte ik er teveel van. Maar hoe kan het ook anders: na tien jaar doorlezen raak je wel gewend aan een beetje meer of minder seks in een boek. Daarnaast laat het weer eens zien hoe de tijd invloed heeft op wat en vooral hóe je iets leest.
De literatuur verandert net zo snel als wij veranderen. De manier waarop wij lezen en beoordelen is constant in beweging. Iets dat gisteren werd gelezen als een schandaal of openbaring (die twee gaan vaak hand in hand) laat ons vandaag de dag volkomen koud. Dit is interessant om te bestuderen. Niet waarom het ons koud laat, want dat is wel duidelijk: de tijdsgeest en factoren als leeftijd, ontwikkeling, levenservaring, cultuur enzovoorts spelen mee. Maar de vraag hoe de literatuur de afgelopen eeuwen met erotiek is omgegaan is vele malen interessanter. Want hoe de tijden ook veranderen, seks en literatuur blijven onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Bloemen plukken.
In de middeleeuwen werden verhalen veelal mondeling overgedragen. Lezen was niet voor het plebs, dat het trouwens ook domweg niet kon. De boekdrukkunst die in Europa in de 15e eeuw opgang kwam, bracht daar wel enigszins verandering in. Boeken hoefden niet meer ‘overgeschreven’ te worden en waren in grotere oplagen verkrijgbaar. Maar voor die tijd was het vertellen en overdragen. De aandacht van de middeleeuwer moest daarbij worden vastgehouden, de spanning moest worden opgebouwd: de mensen met open mond naar je laten luisteren was het doel. Met veel symboliek en kleine toespelingen moest dit doel worden bereikt.
Symboliek speelde een grote rol in veel vertellingen, zoals bijvoorbeeld in ‘Beatrijs’ (± 1374), het verhaal over de kosteres die het klooster verlaat voor een jeugdliefde en later door deze zelfde liefde wordt verlaten:

‘De jongeman keek naar het onbedorven meisje, dat hij innig liefhad. Hij zei: ‘Liefste als u wilt kunnen we afstijgen en bloemen plukken. Ik vind het hier erg mooi. Laat ons het liefdesspel spelen.’’

Niet echt hitsig, niet echt ‘geil’ zouden wij zeggen. Bloemen plukken? Geneukt moet er worden! Nu verschilde de man uit bovenstaand citaat niets met de hedendaagse man – ook hij dacht enkel aan een ding – toch is dit ‘afstijgen en bloemen plukken’  kenmerkend voor de manier waarop in de middeleeuwse literatuur met erotiek werd omgegaan. De natuur speelde bij erotisch getinte scènes een grote rol, getuige het ‘bloemen plukken’. Helaas voor de jongeman moest Beatrijs niks van zijn bedoelingen weten:

Wat zegt u,’ zei ze, ‘onbehouwen pummel! Moet ik hier in ’t gras gaan liggen als een vrouw die zonder eergevoel geld met haar lichaam verdient?…’

Ja, Beatrijs bijt van zich af. Vijfhonderd jaar voor haar tijd was dat wel anders gegaan: een vrouw had niets te vertellen. Mannen behoorden tot het eerbare geslacht, vrouwen tot het oneerbare. Zij hadden niets in te brengen en mochten een man niet weigeren (al was het voor een vrouw wél ongepast meerdere minnaars te hebben). Een ‘boerenwijf’ kon je best verkrachten om ze van hun stugheid te ontdoen. Opvallend is dat de schrijvers van toen daar anders over dachten. De maatschappij was verdord, schreef men, en de seksuele liefde was onverenigbaar met de seksuele moraal.

Zo zoet als room.
De kerk keek, tot in de jaren ’60 van de twintigste eeuw, altijd over de schouder van mensen mee, als een extra geweten, bepalend wat goed en wat slecht was. Voor schrijvers en vrije geesten kan dat niet altijd gemakkelijk geweest zijn. Mocht je je al losgemaakt hebben, dan was daar bijna altijd nog de afwijzing in de maatschappij. De meeste schrijvers leden dan ook een eenzaam bestaan.
Jan Luyken (1649 – 1712) was ook zo’n schrijver (de meesten kennen hem als schilder/ tekenaar maar hij zette zijn eerste stappen in de wereld van de kunsten als dichter) die van godsdienst en kerk niet los kon komen. Aanvankelijk was het een zeer levenslustig iemand, geboeid door het vrouwelijk schoon, wat in zijn debuut tot uitdrukking komt; in Duytse Lier voeren erotisch getinte gedichten de boventoon. Geen grote erotische uitspattingen maar, zoals gebruikelijk in de Gouden Eeuw, gepaste gedichten die het smachten van man en vrouw naar elkaar beschrijven.

Jonge zieltjes, vlucht tot trouwen,
Heb dan sonder schande of schroom,
Zonder zonden, zonder schrikken,
Duizent van zulke ogenblikken,
Duizendmael zo zoet als room.

Zoals uit bovenstaand fragment blijkt was, naast de licht erotische onderlaag, het stichtelijke woord zeer aanwezig. Toch kreeg Jan Luyken na zijn bekering ontzettende spijt van zijn debuut. De boekhandels zocht hij wanhopig af met de intentie zijn boeken op te kopen en vervolgens te verbranden. Waarschijnlijk met het idee dat wanneer hij dit niet zou doen hij voor eeuwig zou branden. Hij gaf op toen hij zich realiseerde dat er zoveel exemplaren waren gedrukt dat het onmogelijk was deze allemaal te bemachtigen.
Een al minder stichtelijk taalgebruik vinden we zo’n honderd jaar later wanneer Bilderdijk in zijn in 1785 verschenen dichtbundel Bloemtjens schrijft:

Zet uw tandjes zacht en bol
In het teêrste van mijn lippen.
Nijp ze, knijp ze, laat ze glippen;
Vat, verlies ze, vat ze weer;
Knaag en kneed ze keer aan keer:
Grijp mijn tong dan vast in ’t dartelen,
Trek en slinger ze onder ’t spartelen,
Druk, en ruk, en klem, en bijt,
Zuig ze, wring ze, terg ze om strijd,
Met verliefde tandenbeetjes,
Tussen malse lippenreetjes.

Je zou het zelfs gewaagd kunnen noemen. De 18e-eeuwse schrijvers waren losser van toon en vertrouwden hun rijke erotische fantasieën graag toe aan het papier: de porno van de 18e eeuw. En nog even vrouwonvriendelijk als vandaag de dag. De vrouwen van toentertijd lokte je met het grootste gemak je bed in. In De belydenis van een lichtmis uit 1770 vertelt het hoofdpersonage ervan overtuigd te zijn dat Adam en Eva, nadat God Eva geschapen had, direct op elkaar zijn gedoken. Hij maakt daarbij de terloopse opmerking dat wanneer Eva net zo’n type geweest is als haar tegenwoordige nakomelingen, zij op die manier ook wel het beste te behagen moet zijn geweest.
Bijzonder aan de 18e eeuw was de opkomst van vrouwelijke schrijvers, hetzij nog zeer beperkt, die vertellen over hun liefdesleven. Elisabeth Maria Post bijvoorbeeld. Zij werd verliefd op haar acht jaar jongere minnaar. Een minnaar was, zeker voor een vrouw toen, taboe. Maar Post bezong hem in de ‘Gezangen der liefde’, en trok zich niets aan van de heersende moraal. De liefde vond ze niet iets om je voor te schamen.

Enorme lullen.
Langzaam doemde de twintigste eeuw op. De eeuw waarin de man zich alleen nog liet gelden in pornofilms en oorlogen. De man was eeuwen verzekerd van macht, aanzien en de leidende rol in relatie tot de vrouw. Vanaf de negentiende eeuw zien we, en dit wordt ook zichtbaar in de erotische literatuur, een kentering. De fundamenten van die macht begonnen weg te vallen. De erotische literatuur antwoordde daarop met het oproepen van het beeld van een man zonder twijfel, bijvoorbeeld over zijn potentie. Zo ontstond er een eenzijdig beeld dat we tot op de dag  van vandaag kennen vanuit de porno. Enorme lullen die verdwijnen in te kleine meisjes. Zo voelt de moderne man zich even een middeleeuwse overheerser.
Tot het einde van de 19e eeuw was de pornografische literatuur een vrij schimmig gebied. De boekjes verschenen bij anonieme uitgevers en met literatuur had het, vond men, niets te maken. Totdat romans met erotische passages populair begonnen te worden, al sprak men er schande van (de non-conformistische calvinistische houding kon niet direct verloochend worden). Niet zelden raakten de boeken én de schrijvers in opspraak.

Lodewijk van Deyssels roman Een Liefde, waarin hij in het laatste hoofdstuk schreef over een masturberend meisje, werd gezien als een boek waarin de moraal ver te zoeken was. Zelfs bevriende schrijvers van Van Deyssel hadden moeite met het boek, al plaatsten ze wel de kanttekening dat hij zich van de kritiek uit de maatschappij niets hoefde aan te trekken. Toch deed Van Deyssel dat: in een latere druk schrapte hij (helaas) de meest aanstootgevende passages.
Er zijn, naast Lodewijk van Deyssel, tal van voorbeelden te noemen van schrijvers die in de twintigste eeuw te maken kregen met negatieve reacties op hun werk (Anna Blaman, Gerard Reve, W.F. Hermans, Jan Wolkers, Jan Cremer). Reve bijvoorbeeld, moest zich zelfs verantwoorden voor de rechtbank nadat een passage uit Nader tot U was aangeduid als godslastering. Het is de beruchte Ezel-passage: Reve schrijft tijdens een dronken fantasie het ultieme boek waarna God, in de gedaante van een ezel, bij hem op visite komt en seks met hem heeft. Reve werd vrijgesproken.

De twintigste eeuw kan worden gezien als het hoogtepunt in de erotische literatuur. Taboes gooide men overboord; over alles kon geschreven worden, dit natuurlijk ingegeven door de seksuele revolutie in de jaren ’60. Een schrijver die op het juiste moment was Jan Wolkers met Turks Fruit (“En ik riep: ‘Schijt, godverdomme, schijt voor me.’”) Het boek werd een enorme bestseller en de film ook (al is het boek vele malen mooier). Jan Wolkers vertelde zelf hier niet op ingespeeld te hebben. Hij zou het boek ook hebben geschreven wanneer de tijd er niet naar was.
Sinds de jaren ’70 komen literaire schandalen steeds minder voor. Het lijkt er op dat de lezer aan wat seks in boeken wel gewend is geraakt aan wat seks in boeken. Ik vergelijk het maar met mijn eigen ontwikkeling. Toen ik Irvings boek las vond ik het spannend en toch op een vreemde manier ook beschamend om over seks te lezen (overduidelijk had dit te maken hebben met het milieu waarin ik ben opgegroeid). Meer en meer wilde ik lezen. Toch kwam ik op het punt waar ik dacht: nu weet ik het wel, dit heb ik al zo vaak gelezen, het doet me niet zo veel meer. Kom eens met wat spannends en vernieuwend!

Maar is een literair seksueel schandaal dan helemaal verdwenen? In mijn herinnering komt er een boek bovendrijven dat enigszins de gemoederen een aantal jaren geleden flink bezig hield: Feuchtgebiete of Vochtige Streken in het Nederlands (in het Duits klinkt het toch veel mooier) van Charlotte Roche. Vochtige Streken wierp de vraag onder critici weer op of dit tot porno of literatuur gerekend moest worden. Onbelangrijk zeg ik om die discussie weer op te rakelen. Belangrijker is dat deze schaamteloze roman is geschreven door een vrouw.
Eeuwenlang is de erotische literatuur bepaald door de man. Natuurlijk, er waren uitzonderingen maar deze kregen, meer dan de mannen, te maken met een afwijzende maatschappij. Hoe kon een vrouw nu zo iets walgelijks schrijven? Van Elisabeth Maria Post tot Charlotte Roche, van Anna Blaman tot Kristien Hemmerechts; een moreel oordeel werd uitgesproken.
In de afgelopen eeuwen hebben literatuur en seks een liefdevolle verhouding beleefd. Mensen van alle tijden voelden zich aangetrokken tot de spannende lading in de best geschreven verhalen. Eenzelfde spanning was immer voelbaar tussen schrijver, publiek en critici. Verhalen waarin erotiek de boventoon voerde konden rekenen op aandacht, veel aandacht, en ontzettend veel aandacht: sex sells.

Het boek van Irving pak ik er nog een keer bij. Ik lees het nog eens over en denk aan al die eeuwen literatuur die aan dit boek voorafgegaan zijn. En vooral, al die seksuele passages, al die schrijversfantasieën en al die reacties op hun werk. Dan pak ik een pen en maak wat notities. Ik ben benieuwd welke schrijver een volgend literair schandaal veroorzaakt.

Over de auteur

Vincent Terlouw (1986) is schrijver, journalist en recensent. In zijn werk spelen thema’s als bevrijding, het maken van keuzes en de vraag hoe ver je mag gaan om wraak te nemen, een belangrijke rol. Momenteel werkt hij aan zijn debuutroman.

Lees meer van

Een bepaald soort deernis

Door Vincent Terlouw

Het pessimisme aan de hand van Hermans Oh doorschijnende droefenis, oh treiterende treurnis, oh kakelende kwelling, oh lusteloos leed, oh perfide pijn, oh smartelijke smart, oh klevend kruis, – en nu verlaat ik mijn alliteratiedrift – oh lieve moeder, het begin van een nieuw jaar; zere botten, zere kop, wederom neergekletterd op vakje 1 van […]

Lees meer uit de categorie Essay

Blikvanger – De oester, de parel en de zee

Door Lotte van Geijn

Speciaal voor De Optimist zal beeldend kunstenaar Lotte van Geijn regelmatig schrijven over kunst die haar blik wist te vangen. De tweede aflevering van Blikvanger gaat over de kunst van de oester, de parel en de zee. Vannacht had ik de vreemdste maar mooiste droom ooit. Er kwamen parels uit mijn kut; glanzend en mooi […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper