Interview

Een soort derde stoel

Door Shinta Lempers
24 november 2010

Tekst: Shinta Lempers
Beeld: Peter van der Linden

In een samenleving waar de kloof tussen mens en dier steeds kleiner wordt, wordt ook de relatie tussen beiden steeds intiemer. Iedereen heeft zijn of haar eigen manier om die dierenliefde te uiten. De één bezoekt wekelijks de acupuncturist met zijn konijn, de ander deelt haar mascara met de kat en de student die geen ruimte heeft voor een huisdier heeft daar een bijzondere oplossing voor gevonden.

Peter (27) is geen freak. Hij is niet vereenzaamd, teleurgesteld in de mensheid of zijn jeugd aan het herbeleven. Toch schafte hijeen pluche hond aan. Janine (25), die met Peter samenwoonde, vindt het allemaal maar vreemd. “Zijn liefde voor dieren is onbegrensd.”

“We liepen wat rond in de Bijenkorf, want Peter wilde graag shoppen op zijn verjaardag. Op de speelgoedafdeling zagen we twee levensechte labradors. Peter was meteen verkocht. Het was nog een heel gedoe, want er stonden er twee, waarvan één heel duur was, en één dertig euro kostte. Met het schaamrood op de kaken (ik) en opgetogen als een kind (hij), liepen we met die beesten onder de arm naar de klantenservice, alwaar iemand bleek te werken die ik ken. Er volgde een fikse discussie over de prijs, maar uiteindelijk mochten we ons voor het luttele bedrag van dertig euro de nieuwe trotse eigenaars van Rowdy noemen. Peter vroeg me of ik het goed vond als hij de pluche hond als verjaardagcadeau koos. Ik was natuurlijk weerloos. Hij was jarig en wilde zo graag een hond. Dus toen zei ik: “Oké, omdat je jarig bent mag je dit kopen”. Aansluitend had ik een diner gepland maar ik vond het iets te ver gaan om dat beest mee te nemen naar het restaurant. (Janine refereert gedurende het interview telkens naar de hond met ‘het beest’. Uit respect voor Rowdy is dit vervangen door zijn echte naam.) Peter moest hem dus nog even aan de goodwill van de klantenservicemedewerkers van de Bijenkorf toevertrouwen. Een paar dagen later had ik er een meubelstuk bij.”

Net als in de serie
Want zo zag Janine Rowdy, als een meubelstuk. “Hij kon alleen maar staan, niet eens liggen. Hij was eigenlijk een soort stoel, maar daar had ik er al twee van.” Janine gniffelt. “Kijk, Peter wilde altijd een hond, en ik wilde geen hond. Dus wilde hij zo’n hond als in ‘Scrubs’ (Amerikaanse comedyserie waarin een opgezette hond genaamd Rowdy het lijdend voorwerp van de wc-humor van twee assistent-artsen is, red.). Daar komt het vandaan ja. Hij wilde net zo’n Rowdy. Maar in ‘Scrubs’ wordt de hond niet als een huisdier beschouwd, dollen ze er wat mee. Peter is Rowdy ook heus niet als een echte hond gaan behandelen. Nou ja, hij heeft wel eens iets gegooid en dan ging Rowdy dat niet halen.” “Maar,” zegt ze, “Rowdy is wel heel speciaal voor Peter. Ik mocht ook nooit op hem gaan zitten.”

Machtstrijd
Koppels besluiten vaak tot het nemen van een hond omdat ze samen voor iets willen zorgen. Hoe die verzorging uiteindelijk verdeeld is zegt veel over eigenschappen als verantwoordelijkheids-gevoel, affectie en devotie. Bij Janine en Peter werd Rowdy meer een middel waarmee zij op het toneel van de woonkamer een machtstrijd uitvochten.

“Nee, ik was absoluut geen fan van Rowdy”, zegt Janine lachend. “Ik gooide altijd een handdoek over z’n kop. Peter haalde ‘m dan weer weg en zo ging het maar door. Of ik verstopte Rowdy en dan ging ik kijken hoe lang het duurde voor het Peter opviel dat hij niet meer in de huiskamer stond; dat kon soms redelijk lang duren. Ik zag dat als een kleine overwinning en zei dan bits: zie je nou wel, dat je hem niet mist!” “Peter zette Rowdy altijd precies zó neer, dat als je de huiskamer binnenkwam, je eerst de tv zag en dan dat beest. Ik schrok daar elke keer van, vooral als ik ’s nachts thuiskwam. Mijn vriendinnen schrokken ook keer op keer en dan schaamde ik me nog meer. Dan had ik Rowdy net zorgvuldig weggewerkt, en kwam Peter vervolgens thuis waarna hij Rowdy ging zoeken en die trots aan mijn vriendinnen laten zien. Of aan mijn ouders! Dan zei ik maar: “Dat is Peters hond, hij heet Rowdy.” Ze glimlacht innemend maar sluit af met de retorische vraag: “Dat is toch verschrikkelijk?”
“Ik heb hem uiteindelijk maar aan het voeteneind van ons bed weggemoffeld.”
Dat vond ze niet eng, want Rowdy bleek een uitgelezen poef annex kledingverzamelplaats. “Ik was er op een gegeven moment wel echt klaar mee en toen heb ik Rowdy bovenop de kledingklast gegooid.”

Janine en Peter gingen een paar maanden geleden uit elkaar. De vraag bij wie Rowdy zou intrekken was snel beantwoord. “We hebben geen omgangsregeling. Asjeblieft niet.”
Janine herhaalt twee keer en met nadruk: “Ik heb Rowdy nooit als een huisdier gezien. Peter misschien wel.” Toen Peter en Janine besloten niet meer samen te wonen liet hij Rowdy in eerste instantie even staan. “Toen zat ik ermee opgescheept.” Nu woont Peter in het huis van zijn zus waar Rowdy in een achterafkamertje verblijft. “Peter durft hem nog niet in de gemeenschappelijke ruimte te zetten”.

Met een knipoog
Peters liefde voor dieren gaat zó ver, dat hij een pluche hond verkiest boven een leven zonder hond. “Natuurlijk had hij liever een echte hond gehad, hij is niet gestoord ofzo. Hij schafte Rowdy aan met een knipoog. Ik niet. Geen knipoog. Nou ja, als we in de dierenwinkel stonden werd er wel eens gegrapt of we iets voor Rowdy moesten meenemen.”

Want hoewel Janine niet een enorme dierenliefhebber is, komt ze geregeld in de dierenwinkel. Voordat Peter bij haar introk nam ze een kat om aan de aanwezigheid van huisdieren te wennen.
“Ik ben niet met ze opgegroeid, heb er ook niet veel mee. Eigenlijk ben ik bang voor honden, in het begin was ik ook bang voor de kat. Dat ik Rowdy zo eng vind ligt denk ik ook aan die onwennigheid. En hij is te realistisch. Mijn bank is bezaaid met knuffels, maar dat zijn zachte pluche beesten die niet realistisch uitzien. Ik associeer een pluche muis met gigantische oren niet met een echte muis, daarom kan ik ernaar kijken. Vroeger wilde ik ook nooit van die harde knuffels. Ik werd er bang van. Rowdy kijkt altijd boos, hij is stijf, wat moet je daar nou mee? Het is net een opgezet beest. Ik kan me voorstellen dat als je huisdier overlijdt, je hem dan laat opzetten. Dat je een band kunt hebben met een pluche variant van een hond die je nooit gehad hebt, vind ik veel onvoorstelbaarder.”

Een dier is er altijd
Voor Peter is het hebben van een hond altijd een veelgekoesterde wens geweest. “Maar een hond kan niet leven op 35 vierkante meter en drie keer per dag uitlaten is niet niks. Een kat kan zelf naar buiten, dat is niet zielig”, legt Janine uit. “Het is daarom voor Peter juist een pré dat pluche dieren zo realistisch mogelijk uitzien. Zijn dierenliefde is onbegrensd. Er kwamen weinig vrienden van hem over de vloer, maar Rowdy was er altijd. Ik heb Peter nooit zien huilen, maar toen mijn kat deze zomer plotseling overleed huilde hij. Dat weet je ook dat die liefde heel ver gaat. Ik had ook veel verdriet, maar tranen zijn bij mij een soort tweede natuur, ik ben een vrouw en jank overal om. Bij Peter ligt dat anders. Ik denk zelfs dat het hem meer geraakt heeft dan mij. Hij zei ook dat hij hoe dan ook voor haar op bezoek zou blijven komen. Dat is nu natuurlijk geen issue meer”, zegt Janine en staart naar haar schoenen.

Lees meer van

Lumineus – Janneke de Jong

Door Shinta Lempers

“Tja.. geleefd, er op los geleefd, of doorgeleefd desnoods, mag dat ook? Want ‘doorleven’ zijn die momenten als wind in je haren, al heb je wind tegen. Het zijn die momenten waar mensen en gebeurtenissen plots tegen je opvliegen of ineens naast je rijden. Zelfs meerijden. Het is daar waar je niet vormgeeft en niet […]

Lees meer uit de categorie Interview

Portret: Thomas Heerma van Voss

Door Thomas Heerma van Voss

Aflevering acht in onze portrettenreeks van bijdragers aan het Handboek voor een Optimistisch leven (Atlas Contact) is schrijver Thomas Heerma van Voss. Eerder verscheen van zijn hand bij ons het schitterende verhaal ‘Mijn hoofd leegmaken’. Voor het boek schreef hij ‘Geliefde, ik hou van je’, waarin een gesprek tussen moeder en zoon onvermijdelijk de ongemakkelijke kant op gaat. […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper