Reportage

Waar je mee geboren wordt, daar ben je mee besmet

Door Jeroen Pen | beeld: Miriam van Ommeren
26 januari 2011

Een handvol tieners klimt onder luid gezang over een hek. ‘Veendam ‘til I die, I’m Veendam ‘til i die’, scanderen ze. Eén jongen staat een verslaggever van RTV Noord te woord. Hij zegt niet precies te weten wat er aan de hand is, maar geeft aan te denken dat ze ‘een beetje duidelijkheid’ van het bestuur willen. Het is een beetje emotie, volgens de jongen. Even later forceert een beduidend oudere supporter het hek met een afvalcontainer. De groep rent langs het besneeuwde voetbalveld. Dan betreden drie agenten het veld. Op vaderlijke toon verzoekt een van de dienders de groep het stadion te verlaten. Dat had niet gehoeven, want de boze meute komt bij het zien van zo veel blauw direct in beweging en wandelt richting uitgang. Toch is het doel bereikt: een gesprek met het bestuur van de club volgt. De camera van RTV Noord mag helaas niet mee naar binnen. Als de verslaggever later aan de jongens vraagt wat er besproken is, lopen ze door. ‘Geen commentaar’, zegt een piepjonge supporter op plechtige toon.

Bovenstaande scène, afkomstig van regionaal nieuwsmedium RTV Noord, verscheen in februari 2010 op YouTube. De beelden spreken voor zich: het gaat niet goed met eerstedivisieclub BV Veendam. De resultaten vallen tegen en er hangt De Veenkolonialen een faillissement boven het hoofd. De supporters roeren zich. Voor een handjevol diehards is BV Veendam alles. Het merendeel van deze fanatiekelingen heeft een seizoenskaart op de 35+-side. Een club die nooit iets wint, en waarvoor de kans dat er ooit iets substantieels gewonnen zal worden, vrijwel nihil is. Het lijkt zo op het eerste gezicht een bedroevend en bijna uitzichtloos bestaan. In een ultieme poging om te begrijpen wat deze supporters bezielt pakten twee gelegenheidspessimisten op een regenachtige maandagavond de auto naar Veendam om de plaatselijke voetbalclub aan het werk te zien tegen het Apeldoornse AGOVV.

Om er zeker van te zijn dat we de wedstrijd kunnen bijwonen, belt één van ons ’s ochtends nog even naar Veendam. Of het niet uitverkocht zal raken. ‘Was het maar waar,’ verzucht de man aan de andere kant van de lijn op sombere toon.

De route naar Veendam is op zich al deprimerend genoeg. Het is ‘blue Monday’, wetenschappelijk gezien de meest deprimerende dag van het jaar, en zowel het weer als de omstandigheden op de weg sluiten hier naadloos op aan. Er staan files, het regent onophoudelijk en als we eindelijk besluiten een pitstop te maken, heeft het betreffende tankstation slechts Dixi-toiletten in de aanbieding. Morrend rijden we vijf minuten later verder. Het lijkt erop dat we de aftrap ook nog eens gaan missen.

Van een parkeerprobleem is in de buurt van Stadion De Langeleegte in ieder geval geen sprake. We zijn aan de late kant, maar kunnen de auto gewoon kwijt in een woonwijk op loopafstand van het stadion. De immense lichtmasten van het stadion wijzen ons niet alleen de weg, maar hebben ook iets van aan wal geraakte vuurtorens. ‘Pas op, er staat iets vreselijks te gebeuren’, lijken ze te willen zeggen.

Voor we de staantribune betreden, valt ons oog op een bordje. ‘Betreden veld zonder toestemming: 1 jaar stadionverbod en geldboete €453,78’. Het bord hangt er duidelijk al sinds de overgang van gulden naar euro. In Veendam verandert weinig.

De wedstrijd is, zoals we verwacht hadden, bijzonder slecht. We proberen tevergeefs een speler te ontdekken wiens basistechniek met enige fantasie voldoende te noemen is. Passes over drie meter komen niet aan, passeerbewegingen eindigen in hilarische duikelpartijen en bij een uitgelezen kans maait een speler pontificaal over de bal. De onkunde van de Veendammers is niet te verbloemen. Ze kunnen er niets van.

De 35+-side, in 2006 opgericht om ‘de historie van de club op diverse manieren tot uiting te brengen en levendig te houden’ trekt zich niets aan van het slechte spel. De aanmoedigende liederen over Veendam worden alleen onderbroken om Stefan Postma, de keeper van AGOVV, in te wrijven dat hij van dildo’s houdt. In 2006 lekte een filmpje uit waarin Postma, toen nog keeper van ADO Den Haag, op ietwat onorthodoxe wijze de liefde met zijn vriendinnetje bedreef. Toen was dat in elk stadion voer voor de nodige joligheden. Nu, vier jaar later, hoor je het alleen nog in Veendam.

Vlak voor rust valt de 1-0. Doelpuntenmaker: Marnix Kolder. De supporters van de 35+-side doen een stormloop naar beneden, zoals ze dat in de jaren ’80 bijna overal deden. Dan is het rust. Het vak stroomt leeg, evenals het veld, waarna het entertainment van die avond wordt aangekondigd: René Becker uit Stadskanaal. Becker bespeelt het nog overgebleven publiek met een soort eenmanspolonaise terwijl hij zijn hits als ‘Alles of niets’ en ‘Als een komeet’ ten gehore brengt. Slecht voetbal is nog tot daaraan toe; deze bijkomende kwelling slaan de Veendammers liever over. De supporters die het stadion niet tijdelijk zijn ontvlucht praten met hun buurman of keren de wild gesticulerende Becker demonstratief de rug toe.

In de tweede helft kan Veendam nog drie keer scoren, maar het ontbreekt de spelers aan gogme en torinstinkt. Het mag de pret op de statribune niet drukken. Bij gebrek aan vocale tegenstand van de meegereisde AGOVV-aanhang nemen de Veendamsupporters elkaar nu onderling op de korrel. ‘Ze zijn nog nooit gepromoveerd’, zingt de ongeveer tien koppen tellende oude garde naar de jonkies. De jonkies antwoorden puntig met ‘We zijn nog nooit gedegradeerd.’ Tussen het zingen door schuifelt een jongen van een jaar of 16 naar drie vrouwelijke leeftijdsgenootjes die duidelijk niet echt op de 35+-side horen. Zijn stoere blik verdwijnt als sneeuw voor de zon als hij de kleinste van het stel aantikt en op schorre toon vraagt waar hun fietsen staan. ‘Ik wil anders wel met jullie naar huis fietsen’, fluistert hij.

Het laatste fluitsignaal voelt als een verlossing. De gepassioneerde Veendamfans maakten veel goed, maar niet alles. Als deze wedstrijd tien minuten langer had geduurd waren we in tranen uitgebarsten.

In het supportershome, pal achter de 35+-side, zit de stemming er behoorlijk in na de wedstrijd. Het spel was ‘buitengewoon goed’, horen we een vader tegen zijn zoon zeggen. Even later besluit één van ons aan de bar een wat oudere fanatiekeling aan te spreken. De vraag is: ‘wat is nou het echte Veendam gevoel?’ Zijn antwoord is voorspelbaar; bij praktische elke voetbalvereniging in Nederland zijn nuchterheid en een hoog arbeidsethos deugden van onschatbare waarde.

‘Wij zijn nuchter. Wij houden niet van gedoe. En altijd je best doen, hè. Vechtvoetbal. Dat is Veendam.’
En de rivalen? Aan wie heeft hij nou echt de pest: FC Groningen of FC Emmen?
‘Ik haat Groningen. Weet je waarom?’
Tijdens de wedstrijd stond er in de 35+-side een jongen met een Groningen-bomberjack.
‘Ze hebben onze jeugdopleiding gekocht. Uit jaloezie. In onderlinge duels hebben wij veel vaker van hun gewonnen dan andersom. Ze proberen ons nu op deze manier terug te pakken.’
Hij meent het echt. Dat is niet zo raar: complotdenken is de voetbalsupporter eigen. De liefde voor een club is vaak zo groot dat tegenslagen moeilijk te verwerken zijn en als onrecht aanvoelen. De haat voor ‘die andere club’ biedt uitkomst: de tegenstander doet duidelijk alles om de geliefde club te sarren, daarbij soms gesteund door de KNVB, de media en het weer. Na een foutieve beslissing van de scheidsrechter riep een supporter tijdens de wedstrijd dat de fluitist vast en zeker een Groningensupporter was.
De man raakt maar niet uitgepraat. Hij is dolblij dat hij over zijn grote liefde kan spreken. ‘In mijn aderen stroomt geen rood bloed, maar geel en zwart bloed. Deze club.. het is.. Ik bedoel.. eh.. Waar je mee geboren wordt, daar ben je mee besmet.’

Na deze wijze woorden kunnen wij terug naar huis. Hier draait het allemaal om. Als je als Veendammer geboren wordt, hoor je besmet te raken met het virus dat clubliefde heet. Dan ben je een Veenkoloniaal. Of dat leuk is? Niet per se, maar de supporters doen hun uiterste best om er iets van te maken. Ze kunnen ook niet anders, want tegen deze besmetting bestaat geen genezing.

 

Lees meer van

Werken aan een oeuvre

Door Jeroen Pen

Onlangs verscheen bij uitgeverij Podium de debuutroman van Sidney Vollmer (1983), Alles ruikt naar chocola getiteld. Sidney, die eerder bij De Optimist debuteerde sprak met redacteur Jeroen Pen over zijn eerste boek en wat daar zoal bij kwam kijken. Het verhaal van Alles ruikt naar chocola centreert zich rond het rouwproces van Thomas (19), die […]

Lees meer uit de categorie Reportage

Zonder titel

Door Mahlee Plekker

De tentoonstelling die weer hoop gaf Voor sommige mensen zal de hele museumdiscussie in eerste instantie overbodig lijken. Er is helemaal niets mis met het klassieke museum dat op enige afstand van de kunstpraktijk een waardevolle collectie aanlegt en deze op functionele wijze tentoonstelt. Een museum moet niet de concurrentie aan willen gaan met de […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper