Essay

Voor wie wat te relativeren heeft

Door Maarten van Riel
28 april 2011

Tekst: Maarten van Riel

Onlangs sprak ik met een vriend op het terras over de gruwelijkheden die zich tijdens de oorlog in het voormalige Joegoslavië hebben voltrokken. Net toen ik wilde vertellen over de moordpartij in Visegrad stond een vrouw op van de tafel naast ons. “Heren, zo is het wel mooi geweest.” Ze beende weg, met haar kopje koffie in de hand. Toegegeven, we hadden het op die maagdelijke lentedag ook over de nieuwe liefde van Tatjana of de danspasjes van Justin Bieber kunnen hebben. Maar stel dat we spraken over het boek Bloedlanden van de Amerikaanse historicus Timothy Snyder, dan was de dame nog sneller uitgeweken naar een ander terras, want Snyders boek is een opeenstapeling van gruwelijkheden.

De reactie van de vrouw staat natuurlijk niet op zichzelf. Door de almaar doordenderende globalisering is het leven van de gemiddelde wereldburger aanzienlijk opgewaardeerd de laatste twee decennia. Niet alleen door welbekende social media krijgt iedere ziel op deze planeet een naam en gezicht (inclusief zijn of haar huisdieren), ook ‘de oude media’ (van Hart van Nederland tot Pauw en Witteman) leggen de nadruk op het individu. We worden daardoor in toenemende mate gevoelig voor andermans leed en relativeren lijkt een vies woord te zijn geworden. Steeds vaker krijg ik het gevoel dat we toe zijn aan een reality check – dat we gebeurtenissen plaatsen in de context van onze recente Europese geschiedenis. Bloedlanden. Europa tussen Hitler en Stalin vertelt enerzijds hoe veertien miljoen mensen in een tijdspanne van twaalf jaar zijn vermoord, anderzijds doet de auteur tevens een poging om dit leed (geheel in de tijdsgeest van nu) te duiden op individueel niveau. ‘Elk van de 681.692 mensen die tijdens Stalins Grote Terreur van 1937-1938 zijn geëxecuteerd, had een eigen levensverhaal: die laatste twee zouden Maria Juriewicz en haar man Stanislaw Wyganowski kunnen zijn, de man en vrouw die “onder de grond” verenigd werden’ schrijft Snyder. Het is een nobel streven, maar bovenal een immense opgave die niet genoegzaam blijkt te zijn.

Het uitgangspunt van Snyders Bloedlanden is simpel: een geologische afbakening van een groep landen (Polen, Oekraïne, Wit-Rusland en de Baltische Staten) waarvan de geschiedenis in drie tijdvakken wordt opgedeeld, te weten: de periode dat Stalins Sovjet-Unie en Hitlers Nazi-Duitsland opkomen (1933-1938), de gezamenlijke bezetting van Polen (1939-1941) en de oorlog tussen beide mogendheden (1941-1945). Wat meteen opvalt aan de met bloed doorweven openingskroniek van de Bloedlanden, is dat Sovjet- en nazimisdaden aan elkaar gewaagd waren – met als belangrijke kanttekening dat de Sovjetbeulen discreter te werk gingen dan hun Duitse collega`s. Met name het uithongeren van miljoenen Oekraïners tussen 1933 en 1936 toont aan hoe Stalins orders leidden tot een massaslachting die opvallend goed werd afgeschermd van de buitenwereld. Hitler, op dat moment een dictator in de dop, liet in diezelfde periode ‘slechts’ 267 mensen executeren. Maar ook in het tweede tijdvak (1939-1941) blijven de Sovjets onverminderd en bijna geruisloos mensen vermoorden.

Op een avond in februari 1940, bij een temperatuur van ongeveer 40 graden onder nul, werden `s nachts 139.794 mensen (Polen) onder bedreiging van een vuurwapen uit hun huis gehaald door de nkvd (de veiligheidsdienst, mvr) en op goederentreinen gezet, met als eindbestemming de speciale nederzettingen in de afgelegen Sovjetrepublieken Kazachstan en Siberië. (…) Alleen al tijdens de reis stierven zo’n vijfduizend mensen.

Het zeer efficiënte Sovjet-beleid geeft te denken over de Duitse Gründlichkeit waar men over pleegt te spreken. Maar de reden dat het naziregime doorgaans hoger wordt aangeslagen in zijn barbaarsheid (in Malapartes Kaputt wordt gesproken over een krankes Volk) ligt in het feit dat Hitlers beulen vanaf de invasie van Polen (september 1939) in een ongekend hoog tempo ontzettend veel mensen op de meest gruwelijke manier vermoordden. De Einzatsgruppen, ‘elite’ troepen van de ss die achter de frontlinie belast waren met het opruimen van ‘ongewenste elementen’, gingen op klaarlichte dag vaak als beesten tekeer. In minder dan zes maanden na de Duitse aanval op de Sovjet-Unie (juni 1941) waren zo`n 1 miljoen Joden in het veroverde gebied vermoord. Contrasterend met de Sovjets, bleek discretie een non existing woord bij de slagers van het Herrenvolk.

…vervolgens dwongen de Duitsers en Letten op één enkele dag, 30 november 1941, ongeveer veertienduizend Joden om in rijen naar de executieplaatsen te lopen, waar ze naast elkaar in een kuil moesten gaan liggen en van bovenaf werden doodgeschoten. (…) “De eerste keer trilde mijn (een Duitse soldaat, mvr) hand een beetje als ik schoot, maar je raakt eraan gewend. Bij de tiende keer kon ik kalm richten en schoot ik met vaste hand op de vele vrouwen, kinderen en zuigelingen. Ik hield voor ogen dat ik thuis zelf twee kinderen heb en dat zij door deze horden op dezelfde manier behandeld zouden worden, zo niet tien keer erger.”

En zo wordt de lezer continue om de oren geslagen met getallen en misselijkmakende details. Afgewisseld met (flinke stukken) politieke geschiedenis geeft dat een aardig inkijkje in hoe de Bloedlanden een speelbal werden van Stalins en Hitlers barbaarse machtshonger. Daarnaast trakteert de hoogleraar op een aantal sterke observaties: de meeste slachtoffers in de bloedlanden waren niet Joods; relatief weinig Joden zijn in de buurt van een gaskamer vermoord; Auschwitz is slechts een symbool van de Holocaust; het Sovjetsysteem was op zijn dodelijks in vredestijd; het lot van de veertien miljoen slachtoffers in de bloedlanden was geen gevolg van de ontmenselijking binnen de moderne samenleving, maar een gevolg van een agressieve confrontatie tussen twee misdadige regimes.
Bloedlanden is een gedegen studie met een hoge informatiedichtheid, maar de vraag rijst voor wie dit boek bedoeld is. Voor ‘ingewijden’ brengt het boek weinig nieuws – Snyder vertelt dat ‘de overgrote meerderheid van de slachtoffers nooit in een concentratiekamp heeft gezeten’ en dat uithongeren en de kogels meer mensenlevens hebben gekost dan de gaskamers, maar dat zijn constateringen die iedere historicus bekend zijn – en voor ‘niet-ingewijden’ zijn sommige details in het boek simpelweg te stuitend; al beweer ik hier niet dat ‘ingewijden’ ongevoelig zijn voor het lezen van gruwelijkheden.

De staatspolitie voelde zich verplicht te noteren dat in Sovjet-Oekraïne gezinnen hun zwakste leden, meestal kinderen, doden en het vlees opeten. (…) Een moeder kookte haar zoon voor zichzelf en haar dochter. Een meisje van zes werd gered door haar familieleden; het laatste wat ze van haar vader had gezien was dat hij een mes stond te slijpen om haar te slachten. (…) Op een ochtend in het voorjaar lag, te midden van de stapels dode boeren op het marktplein van Charkov, een baby te zuigen aan de borst van zijn moeder, wier gezicht grijs en dood was.

Snyder heeft een bloederige geschiedenis gereconstrueerd met aandacht voor het individu. Maar ik geloof niet dat hij is geslaagd in zijn opzet. Het leed van 500 pagina`s Bloedlanden is onmeetbaar, wordt na verloop van tijd klinisch en overstijgt ieders voorstellingsvermogen. Verplicht bij het schrijven van zo`n bloederig epos is er aandacht voor het individu, maar ik kon dat onmogelijk met 14 miljoen vermenigvuldigen. Waardoor eens te meer de vraag rijst of een mens tragedies van deze omvang ooit kan duiden – misschien ligt in die onmogelijkheid wel een (gedeeltelijke) verklaring voor het hedendaagse ‘individu-leed-klimaat’.   

Wil men zich verdiepen in deze gierput van het mensdom dat volstaat het boek an sich niet. Om de omvang en het historisch kader van de tragedie beter te begrijpen zijn literatuur en cinema van essentieel belang. Met name de bestseller Eeverything is Illuminated  van Jonathan Safran Foer uit 2002 (die   in 2005 verfilmd werd) werkt inzichtelijk omdat ook de voorgeschiedenis van een uit te moorden sjtetl in de Oekraïne op een sprookjesachtig manier wordt verteld. Samen met het omstreden werk Les Bienveillantes (De Welwillenden) van Jonathan Littell (2006), Vasili Grossmans Life and Fate (1960) en Kaputt (1944) van Curzio Malaparte ontstaat een brede context waardoor de materie inzichtelijk wordt gemaakt. Binnen die context is Bloedlanden een belangrijke toevoeging als historische naslagwerk.
Volgens mij is het, in een tijd waarin we steeds meer begaan zijn met het lot van onze (Westerse) medemens, niet verkeerd om af en toe terug te blikken op het recente verleden van Europa – en dus te relativeren. Maar let wel, al met al zijn het doorgaans verontrustende boeken die men beter niet in een bedompte bui gaat lezen – en zeker niet bespreekt op een zonnig terras!    

Timothy Snyder – Bloedlanden. Europa tussen Hitler en Stalin.
Uitgeverij Ambo|Amsterdam 2011
Pagina`s: 639 
Prijs: € 39,95
ISBN: 9789026321207

Lees meer van

Waar ging het mis, Dimitri?

Door Maarten van Riel

Dimitri Verhulst (1972), mijn literaire held der zuiderburen, schreef een nieuwe roman getiteld De laatste liefde van mijn moeder. De Groene Amsterdammer, Het Parool en de Volkskrant waren weinig enthousiast over het nieuwe boek. En dat is opvallend, want Verhulst is een gevierd schrijver die in 2009 de Libris Literatuur Prijs won voor Godverdomse dagen […]

Lees meer uit de categorie Essay

Het zwart van Kara Walker

Door Maarten Buser

Door voor zwart-wit te kiezen leg je de nadruk op de vorm. Een van de krachtigste voorbeelden van dat principe is het oeuvre van Kara Walker (1969). Deze Amerikaanse kunstenaar werd bekend door haar zeefdrukken waarop silhouetten een hoofdrol spelen: zwarte figuren, enkele witte uitzonderingen daargelaten, die oppervlakkig bekeken zo uit Jip en Janneke lijken […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper