Reportage

Een bootje, net als weleer

Door Jeroen Pen
3 juni 2011

Twee uur op een boot door de Amsterdamse grachten varen, onder muzikale en verhalende begeleiding van een volkszanger. Het zal niet voor iedereen aantrekkelijk klinken, maar Optimist-redacteur Jeroen Pen had er direct zin in. En terecht, zo bleek.

Harry Slinger begroet alle gasten op de zogeheten ‘Slingertocht’ hoogstpersoonlijk voor ze de boot instappen. Met het karakteristieke rode mutsje op het hoofd schudt de voormalig Drukwerk-zanger iedereen netjes de hand. Ik merk dat ik me een klein beetje opgelaten voel als hij me in plat Amsterdams welkom heet. Van de vaderlandse smartlappen-scene ben ik nooit een groot aanhanger geweest, maar Drukwerk is andere koek. Harry was een kundig chroniqueur van het Amsterdamse leven toen het allemaal nog wat rauwer was, getuige het bekendste nummer uit het Drukwerk-oeuvre: ‘Hee Amsterdam’, in 1983 een hit van formaat. In drie coupletten schetst Slinger hierin een romantisch beeld van het toenmalige stadsleven: jonge kinderen die dagenlang over straat zwerven, appels jatten op de markt en zondagavond knokken met wie er maar knokken wil – desnoods de politie. Niet voor niets is ‘Hee Amsterdam’ een van de meest gezongen lijfliederen van de fanatieke Ajax-aanhang. Zelf kwam ik, als beginnend pubertje, op de tribunes van de ArenA voor het eerst in aanraking met Drukwerk. Honderden medesupporters zongen het lied uit volle borst en ik voelde direct dat hier de essentie van zowel Ajax als Amsterdam werd blootgelegd: rauw, stads, maar altijd met een knipoog. Voor het eerst wist een Nederlandstalige zanger mij echt te raken, een niet te bagatelliseren mijlpaal.

Vroeger
Hoewel in het refrein van ‘Hee Amsterdam’ vermeld wordt dat er in Amsterdam niets is veranderd, blijkt dat een kleine dertig jaar later niet meer helemaal te kloppen. De inmiddels in Westzaan woonachtige Slinger schetst, ironisch genoeg, gedurende twee uur een beeld van een Amsterdam dat eigenlijk niet meer bestaat. Dit tijdens een rondvaart over de befaamde grachten van de hoofdstad, waarbij het eerst rondje bier al gehaald op tafel staat voor er überhaupt een woord is gesproken.

De meesten van de ongeveer zestig bezoekers zijn, net als Slinger zelf, babyboomers. Nog één dagje genieten van een oude held, nog één keer meezingen met de handen theatraal zwaaiend in de lucht: het levert mooie plaatjes op. Hoewel voor vertrek bijna iedereen desgevraagd aangaf niet uit Amsterdam te komen, kennen ze hun klassiekers. Als Slinger ‘Tulpen uit Amsterdam’ inzet, slaat een kalende man zijn arm om de witgrijze vrouw naast hem. Zij zingt mee, hij zoent haar herhaaldelijk op de wang. Ze lijken aan vroeger te denken.

Stoepier
Ook als Slinger tussen de liedjes door vertelt over de geschiedenis van Amsterdam en zijn persoonlijke geschiedenis in Amsterdam, vormt nostalgie een leidraad. Van verbittering is geen sprake en hij zal nooit zeggen dat vroeger alles beter was, maar illustreert juist op vrolijke toon hoe ánders alles vroeger was. Zo vertelt hij dat hij al op zijn dertiende (in 1962) als stoepier werkte voor een winkel in de Oude Hoogstraat (nabij de Nieuwmarkt en, inderdaad, de Wallen). Zijn taak: buiten staan en toevallige passanten er van overtuigen dat ze toch echt deze winkel in moesten om hun kleren te kopen. Hij was in die tijd niet het enige plat pratende lefgozertje dat een dergelijke baan had om aan de kost te komen: de net iets oudere Johan Cruijff leerde hij als concurrent kennen. Beide zijn vertolkers van een Amsterdamse volksgeest die inmiddels een beetje vervlogen lijkt: met een grote mond en zo overtuigd van het eigen gelijk dat je geneigd bent hun boodschap blind voor waarheid aan te nemen. Of dat bravoure of arrogantie is, laten we maar even in het midden.

Zijn tijd als stoepier zal ongetwijfeld hebben bijgedragen aan de manier waarop Slinger ogenschijnlijk moeiteloos onze aandacht vast weet te houden. Er gaat geen minuut voorbij waarin hij geen gebbetje maakt, daarmee de lachers op zijn hand krijgend. De humor is stads, maar beschaafd. Ruw en confronterend, maar nooit onaardig. Al varend over de Leidsegracht vertelt Slinger over een vriend van hem wiens as hier na zijn overlijden is uitgestrooid. Dan, met een knikje in de richting van de Rotterdamse stuurman van de Slingertocht: ‘Dan gaat ‘ie altijd even harder varen hè, als we over een dooie Amsterdammer heen gaan!’

Ik verveel me zo in Amsterdam-Noord
Hoewel Slinger veel Amsterdamse krakers zingt – waaronder natuurlijk ‘Aan de Amsterdamse grachten’ – en uitgebreid uit zijn eigen repertoire put, is hij vooral veel aan het woord. De scheidslijn tussen geschiedenis en mythe vervaagt in zijn verhalen soms een beetje, maar dat mag de pret niet drukken. Als Slinger vindt dat een journalist er ooit met een artikel voor gezorgd heeft dat de Chinese keuken ook buiten de Chinese buurt populair werd, dan is dat zo. En hoewel de meningen er onder historici over verdeeld zijn, neem ik het direct voor waarheid aan als Slinger zegt dat de naam ‘de Jordaan’ afkomstig is van het Franse ‘le Jardin’.

Ook het protestlied heeft een prominente plaats in de setlist van Slinger. Nummers als ‘Laat de rijken de crisis betalen’ en – zij het in iets mindere mate – ‘Ik verveel me zo (in Amsterdam-Noord)’ worden enthousiast meegezongen. Slinger tussen de nummers door: ‘Die Máxima is een schat, maar ik ben een Amsterdammer en dus een Republikein.’ Hoe subtiel ook, het politiek-geëngageerde aan Slinger is altijd aanwezig. Ook hierin onderscheidt hij zich van het gros van zijn Amsterdamse collega’s: het gaat in ieder geval niet alleen maar over tante Annie aan de bar.

Een bootje, net als weleer
Naast historische verhalen vertelt Slinger ook over zijn kindertijd. Al ijsberend door de rondvaartboot haalt hij herinneringen op aan zijn jeugd in Amsterdam. Over hoe hij vroeger, met zijn vrienden uitkijkend op bordelen, weddenschappen afsloot over hoelang de hoerenloper binnen zou blijven. Over de humor van de plat pratende verkopers op het Waterlooplein. Het dagenlang zwerven door de Jordaan. Dat is nu allemaal anders: kinderen komen niet of nauwelijks meer op de door toeristen en penose bevolkte Wallen, het Waterlooplein is een markt voor toeristen geworden en de Jordaan is voor de meesten inmiddels een onbetaalbare woonplek. Slinger is er echter de man niet naar om hier over te zeuren; voor hem blijft Amsterdam een prachtige plek met prachtige mensen. Het enige wat hem stoort zijn de bouwkundige uitspattingen die het authentiek Mokumse karakter van het centrum ondermijnen. Als we langs de groteske, cilindervormige parkeergarage aan de Marnixstraat varen, kan hij een blik van walging niet onderdrukken. Met een knipoog naar de Rotterdamse stuurman en verwijzend naar de moderne architectuur in de havenstad: ‘Dan voelt híj zich in ieder geval een beetje op z’n gemak.’

Vlak voor we aanmeren, zet Slinger dan eindelijk ‘Hee Amsterdam’ in. Het bier is inmiddels al aardig naar mijn hoofd gestegen. Ik sta op en zing mee. Al is Amsterdam dan misschien veranderd, het blijft een verdomd fraaie stad. Bovendien blijft het oude Mokum voortleven in mannen als Harry Slinger. Om die andere Amsterdamse klassieker te citeren: ‘Alleen de bomen dromen, hoog boven het verkeer, en op het water gaat er, een bootje net als weleer…’

Nog beschikbare Slingertochten:
Zondag 17 juli van 15:00 – 17:00 uur
Zondag 7 augustus van 15:00 – 17:00 uur
Zondag 21 augustus van 15:00 – 17:00 uur

Meer info hier.

Lees meer van

De kick van iets moois

Door Jeroen Pen

Een interview met scheidend hoofdredactrice en opper-Optimist Miriam van Ommeren. ‘Zet er anders boven: ‘een indringend profiel van iemand die een of ander websiteje heeft opgericht’,’ zegt ze grijnzend. Ze zit op de bank in haar appartement in Amsterdam Oud-West. Het is het type woning dat ruimtelijk hoort te zijn, ware het niet dat er […]

Lees meer uit de categorie Reportage

Goeie jongens, heus!

Door Miriam van Ommeren

Ik wilde al een tijdje kennismaken met het duo Miktor en Molf, maar het was mij onduidelijk hoe ik dit kon realiseren. Er hing een aura van geheimzinnigheid om hen heen. Ze noemden zichzelf ‘communicatiegoochelaars’ en ‘artistes extraordinaire’, maar wie -en vooral wat- waren ze nou eigenlijk? Waren het autonome kunstenaars of commerciële creatievelingen?  En […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper