Essay

Geen moment verspild

Door Harmen van der Meulen
22 juni 2011

De Britse schrijver Geoff Dyer wordt wel eens ‘possibly the best living writer in Britain’ genoemd, maar volgens redacteur Harmen van der Meulen is dat misschien nog te weinig lof.

Hasj roken, vreemdgaan en de klassiekers uit de wereldliteratuur lezen, op kosten van de overheid. Dat klinkt goed, toch? Misschien heb je morele of andere bezwaren tegen punt 1 en/of 2, beperk het dan tot punt 3, al met al nog steeds een schitterend uitgangspunt. Mijn interesse was in ieder geval gewekt, toen ik in een recensie van Jeff in Venice, Death in Varanasi van de Engelse schrijver Geoff Dyer de volgende zinnen las:

‘Luiheid en koppigheid, dat zijn de twee belangrijkste deugden die de Britse schrijver Geoff Dyer (1958) ons kan leren, vooral omdat hij er zelf vele jaren voor gestudeerd heeft. Eerst in Oxford, waar hij, zoon van een metaalarbeider, zich met een studiebeurs wijdde aan de Engelse literatuur en de lamlendigheid. Vervolgens in de Londense wijk Brixton, waar hij zich halfweg de jaren tachtig met behulp van een werkloosheidsuitkering – het begrip “actieve welvaartsstaat” moest nog gemunt worden – verder specialiseerde in zijn talenten: klassiekers lezen op het dakterras, hasj roken, vreemdgaan.’ (‘Het epische pissen’, de Groene Amsterdammer, 5 juli 2009)

 

Zelf begon ik in die tijd net het idee te krijgen dat mijn studie sociologie en mijn mogelijke talenten niet per se iets met elkaar te maken hadden. Bij gebrek aan een perspectiefrijk alternatief hield ik me bezig met Pro Evolution Soccer spelen op de Playstation (overdag), bier drinken (’s avonds), hasj roken (beide) en boeken lezen (als mijn geld op was, wat aangezien ik niet werkte vrij geregeld voorkwam). Vreemdgaan was wegens gebrek aan een vriendin niet aan de orde, maar dat was niet de enige reden waarom de wijze waarop deze voor mij tot dan toe onbekende Britse schrijver zijn tijd van lamlendigheid had ingevuld, zo’n indruk op mij maakte.
Wat mij het meest aansprak – en na het lezen van het merendeel van zijn werk nog steeds aanspreekt – is zijn schaamteloze egoïsme of, op zijn minst, egocentrisme. Of hij het nu zelf doet in zijn non-fictie of een personage aan het woord laat in zijn fictie – al is de grens lang niet altijd duidelijk – ik las nooit eerder zo veel geouwehoer. Geouwehoer op niveau, dat wel. De wereldliteratuur, en filosofie, taalkunde, antropologie, maar vooral literatuur, schieten voorbij; van de tien boeken van Dyer die in mijn kast staan, is er dan ook slechts één die het zonder literair motto moet doen. Dat is zijn laatstverschenen boek, de verzamelbundel van essays en kritieken Otherwise Known as the Human Condition. De rest van zijn boeken begint met een motto, meestal zelfs twee, van schrijvers als John Berger en D.H. Lawrence – waarover hij boeken schreef –  en filosofen als Nietzsche, Kierkegaard, en Adorno. Zoals een Amsterdamse vriend van mij het zou omschrijven: ‘Hij is niet van de straat.’
Toch is hij dat in wezen wel, als – zoals eerder genoemd – ‘zoon van een metaalarbeider’ en een moeder die in de kantine van een basisschool werkt. De studiebeurs die hij ontving om in Oxford te kunnen studeren vormde zijn toegangsbewijs tot een andere, meer ontwikkelde wereld. Zelf schrijft hij daarover in ‘On Being an Only Child’: ‘I was my parents’ only child, but the life I would go on to lead would be so different from theirs, and the most important part of this difference was the way that it could never be explained and articulated to them by me.’

Veel ontroerender wordt het niet, wat mij betreft. Maar ik had het over geouwehoer, een van de kernelementen van Dyers werk. Zo is zijn non-fictieboek Out of Sheer Rage over D.H. Lawrence eigenlijk vooral een 232 pagina’s tellend verslag van zijn poging om een boek over D.H. Lawrence te schrijven terwijl hij zich ondertussen door van alles en nog wat laat afleiden. Allereerst door waar hij eigenlijk moet gaan wonen:
‘I could live anywhere, all I had to do was choose – but it was impossible to choose because I could live anywhere.’ Het is een typisch Dyeriaanse paradox, een van zijn eloquente ouwehoertechnieken die ondanks veelvuldig voorkomen nooit vervelend worden. Nog op de zelfde pagina: ‘I had thought about subscribing to Canal Plus as a way of making myself feel more settled but what was the point in subscribing to Canal Plus when, in all probability, I would be moving on in a few months?’ Af en toe denk je: Jezus vent, ga iemand anders lastig vallen, maar zijn gezeur en getob – of dat van zijn personages – is te aanstekelijk om afstotelijk te zijn. Zelfs als hij het heeft over waar hij de beste cappuccino’s dronk en pagina’s doorgaat over donuts in het titelverhaal van Otherwise Known as the Human Condition ga je met hem mee, al ben ik persoonlijk van beide geen liefhebber. Want al vergelijkt hij de cappuccino in de ene bar in New York waar ik nooit was met die van een andere bar in New York waar ik nooit was, en schrijft hij dingen als ‘The doughnut experience was perfectly complemented by the cappuccino experience’, toch krijg ik nooit het gevoel dat ik per ongeluk het lifestylekatern van de Volkskrant of NRC heb opengeslagen. Niet alleen omdat Dyer af en toe casual opmerkingen dropt als ‘Turin, of course, is where Nietzsche suffered his final breakdown’, maar vooral omdat je voelt dat het hem niet gaat om de cappuccino, de donuts of om de bediening; hij beschrijft hoe het is om je thuis te voelen terwijl je niemand kent.

Zoals eerder gezegd is de scheidslijn tussen fictie en non-fictie in Dyers werk soms moeilijk te ontwaren, maar die scheidslijn is wat mij betreft ook nergens voor nodig. Of een schrijver de inhoud van zijn boek nou heeft meegemaakt en mooi opgeschreven, of bedacht en mooi opgeschreven, als inhoud en stijl me aanspreken, spreekt de schrijver me aan.
Dat Dyer kan schrijven laat hij zien op iedere pagina, maar het is zijn houding die me nog het meest voor hem inneemt. Hij schrijft over waar hij zin in heeft om over te schrijven, en dat is te zien aan zijn oeuvre. Een boek over het werk van schrijver en voorbeeld John Berger. Een roman over zijn werkloze tijd in Brixton. Een boek over jazz. Een detectiveroman. Een boek over de Eerste Wereldoorlog. Een boek over het schrijven van een boek over D.H. Lawrence. Een roman, geïnspireerd op F. Scott Fitzgeralds Tender is the Night, gesitueerd in Parijs. Een verzameling reisverhalen, met de schitterende titel Yoga for People Who Can’t Be Bothered to Do It. Een boek over fotografie. Een roman gesitueerd in Venetië en India. Een verzameling van al zijn essays en kritieken van de afgelopen 25 jaar.

Ik heb het tot nu toe vermeden, maar als er een woord is waarmee ik Geoff Dyer en zijn werk associeer, dan is het het woord ‘cool’. In de betekenis van hoe origineel, grappig en met een bepaalde klasse hij zich in zijn werk bezighoudt met de zaken die er toe doen in het leven: in willekeurige volgorde vrouwen, boeken, feestjes, vrienden, drugs, muziek, kunst, vergankelijkheid en heel erg veel geouwehoer, is Geoff Dyer de coolste schrijver die ik ken. In die eerste recensie waarin ik hem ooit tegenkwam werd hij ‘de meest luie onder de Britse schrijvers’ genoemd. Zelf schrijft hij: ‘I’ve been free to waste my time as I please – and I have wasted tons of it, but at least it’s been me doing the wasting; as such, it’s not been wasted at all, not a moment of it.’ Wat dat betreft zou je hem volgens mij ook de meest verantwoordelijke schrijver kunnen noemen.

Het laatste boek van Geoff Dyer, Otherwise Known as the Human Condition: selected essays and reviews, is uitgegeven bij Graywolf Press.


Lees meer van

Toen was het leven nog vurrukkulluk

Door Harmen van der Meulen

Optimist-redacteur Harmen van der Meulen begon aan een ode aan zijn favoriete boek, maar eindigde met een aanklacht tegen Nederland Leest. Het zal niet veel mensen ontgaan zijn, of misschien wel, maar feit is dat Nederland Leest weer is begonnen. Deze actie van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB), de stichting met […]

Lees meer uit de categorie Essay

Carmen Felicitas

Door Carmen Felix

Carmen Felix gaat graag op zoek naar de schoonheid in het alledaagse, het lelijke en het banale. Onderwerpen waarover het makkelijk klagen is beschouwt zij voor ons met een roze bril in de nieuwe rubriek ‘Carmen Felicitas’. Haar tweede gelukslied gaat over de Hollandse kerst.   Kneuterige kerst Laten we de Hollandse kerst gewoon in […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper