Essay

Hoe het internet ontsnapt uit de machine

Door Daniel van der Poel
18 augustus 2011

Beeld: © Rafaël Rozendaal

Rafaël Rozendaal noemt het internet zowel zijn canvas als zijn museum. Hij doelt daarmee op het ‘museum’ www.newrafael.com, dat meer dan veertig kunstwerken toont. Elk werk bestaat uit een website die één picturale ruimte omvat en in dat opzicht zijn ze inderdaad vergelijkbaar met schildersdoeken. De websites zijn echter meer dan bewegende schilderijen; zij vormen een verkenning van het internet als artistiek medium, waarbij beeld en interactie een voorname rol spelen. Zijn tentoonstelling The Shift is tot en met 11 september 2011 te zien in W139 in Amsterdam.

Het kunstenaarschap van Rozendaal (Amsterdam, 1980) staat in het teken van het internet, maar in het verlengde daarvan is hij ook offline actief. “Ik houd ervan wanneer het internet ontsnapt uit de machine, ik denk dat daarin de toekomst ligt”, vertelt Rozendaal tijdens een presentatie in W139. Eén zo een ontsnapping is Bring Your Own Beamer (BYOB), een door iedereen vrij te gebruiken tentoonstellingsconcept dat hij vorig jaar in Berlijn introduceerde. BYOB heeft een belangrijke sociale component: een tentoonstelling brengt kunstenaars kortstondig samen in een geïmproviseerde tentoonstellingsruimte, waar ze hun werk aan elkaar tonen middels meegebrachte beamers. Zodoende krijgen lokale kunstenaarsgemeenschappen vaak onverwacht gestalte, terwijl zij op het globale internet neigen te versnipperen.
Een andere ontsnapping uit de machine is The Shift, het kroonstuk van de gelijknamige tentoonstelling. The Shift is een tijdelijke installatie die voortkomt uit het internetkunstwerk www.nosquito.biz (2005). Deze website toont slechts een zwarte achtergrond, maar er klinkt muggengezoem wanneer je de cursor beweegt. De plaats van het geluid in het stereobeeld correspondeert met de horizontale positie van cursor, waardoor de basale illusie van een zoemend aanwijspijltje ontstaat. En omdat de cursor een verlengstuk en het aandachtspunt van de computergebruiker is, zoem je zelf een beetje mee.

The Shift steekt anders in elkaar. Aan het einde van de entreehal is een deur die opent naar de ruimte met de installatie. Er mag steeds slechts één bezoeker binnen zijn. Ben je aan de beurt, dan treed je een grote, verduisterde ruimte binnen. De stilte is onthutsend, zeker als je net door het centrum van Amsterdam hebt gelopen. Wanneer je gewend raakt aan het donker worden enkele kleine lampjes zichtbaar, vermoedelijk van apparatuur in standby-stand. Verder is er niets te zien of te horen – totdat je beweegt. Dan begint ergens boven je het muggengezoem. Waar je ook loopt, het jengelende gezoem volgt je door de gehele ruimte en houdt pas op als je stilstaat. De bezoeker lijkt hiermee de rol te vervullen van de cursor in www.nosquito.biz, maar er is meer aan de hand. De duisternis en de afzondering zorgen voor een spannend gevoel van lichamelijke en geestelijke vrijheid, ook al weet je dat je mogelijk wordt geobserveerd. Daarnaast heeft The Shift een onderdeel dat volledig ontbreekt in www.nosquito.biz. Na enige tijd ontdek je een rood lampje in een hoek van de ruimte, waar een afgesloten deur met een spionnetje blijkt te zijn. Tuur je door het lensje, dan zie je iemand die twee monitors met beveiligingsbeelden gadeslaat. Het is onduidelijk of jij daarop te zien bent, maar de mogelijkheid is beklemmend (en gênant, als je zojuist capriolen hebt uitgehaald).

The Shift en www.nosquito.biz geven blijk van Rozendaals interesse in elementaire situaties. In het geval van de installatie kan ‘situatie’ nog worden uitgebreid naar ‘narratief’, omdat je letterlijk een aantal stappen moet zetten voordat alle elementen bekend zijn. De website geeft zich daarentegen in een keer bloot, want het enige significante gegeven is dat het bewegen van de cursor leidt tot gezoem in stereo. Het leeuwendeel van Rozendaals websites bestaat uit zo een situatie met een minimum aan beeldelementen die zich volgens inzichtelijke regels gedragen. Vaak hebben de regels betrekking op de cursor. Zo spiegelt www.annoyingcursor.com (2009) alle muisbewegingen en in www.tinycursor.com (2008) is het aanwijspijltje minuscuul, waardoor het browservenster heel groot lijkt. Rozendaal beschouwt de cursor dan ook als “de protagonist” van zijn websites.
Op andere websites heeft de cursor een meer ondersteunende rol en gaat de aandacht vooral uit naar een centraal visueel object of proces, dat je in de meeste gevallen kunt beïnvloeden. Voorbeelden zijn er te over: de trippy vulkaan op www.hotdoom.com (2009) barst uit wanneer je erop klikt, de closetrol van www.papertoilet.com (2006) rolt af als je eraan ‘trekt’ en de veelkleurige explosies op www.hybridmoment.com (2010) dijen sneller uit naarmate je de cursor uit het midden van het scherm beweegt. Ook hier is vrijwel direct duidelijk wat er mogelijk is en wat er te zien valt. Maar er zijn ook enkele interactieve websites die je stap voor stap kunt manipuleren. Zo kun je het kleurverloop op www.intotime.com (2010) opsplitsen in steeds kleinere gradiënten, waardoor een fractal-achtige compositie ontstaat. Het is geen narratief te noemen, maar er vindt wel een ontwikkeling in de tijd plaats.


www.intotime.com

Dit geldt tevens voor diverse niet-interactieve websites die zich langzaam voor de bezoeker ontvouwen. Op www.aestheticecho.com (2009), bijvoorbeeld, trekt een geometrisch landschap met telkens wisselende kleuren en vormen aan je voorbij. Hoe lang je daar ook naar kijkt, je zult nooit precies hetzelfde zien. Na een tijdje heb je evenwel door wat je ongeveer kunt verwachten en dan verandert je manier van kijken. Je let minder op de opeenvolging van gebeurtenissen en meer op afzonderlijke elementen, zoals een bepaalde terugkerende kleur, vorm of beweging. Zo kunnen herhaling en een grote mate voorspelbaarheid leiden tot een bijna hypnotische gewaarwording. Dit is vergelijkbaar met het ‘verticaal luisteren’ naar muziek, waarbij de aandacht verschuift van de lineaire ontwikkeling van de compositie naar de min of meer synchrone geluidslagen. www.moredarkness.com (2010) is in dit verband een mooi voorbeeld. Tegen de zwarte achtergrond drijven telkens opnieuw drie eenvoudige vormen voorbij terwijl er een spookachtig, almaar dalend akkoord klinkt. De vormen hebben steeds dezelfde route, het akkoord is een naadloze loop en je kunt niets veranderen. Er gebeurt kortom bijzonder weinig. Toch wringt het stijgen van de vormen zodanig met het dalen van de klank, dat je wel moet kijken en luisteren, totdat beeld en geluid losraken uit hun merkwaardig vanzelfsprekende verband en je ze in gedachten kan herschikken. Rozendaal stelt dat “interactiviteit betekent dat de gebruiker aanwezig is in de picturale ruimte”, maar niet-interactieve websites zoals www.moredarkness.com lenen zich voor een audiovisueel spel waaraan je kunt deelnemen door enkel aandachtig te kijken en te luisteren.


www.moredarkness.com

Door met eenvoudige elementen en regels te werken, schept Rozendaal de mogelijkheid om de bouwstenen van onze alledaagse (computer)belevenissen in een meer oorspronkelijke staat te bestuderen en te ervaren. Hij spreekt zelf van reverse engineering om aan te geven dat hij probeert om fenomenen te ontrafelen, om vervolgens de essentie daarvan in een website tot uitdrukking te brengen. Zodoende zit zijn werk vol met dingen die het midden houden tussen een representatie en een pure vorm, kleur, klank, beweging of wetmatigheid.

The Shift is een beweging de andere kant op, een vertaling van een website naar een fysieke omgeving. Het is duidelijk dat Rozendaal meer ervaring heeft met het maken van websites (het eerste werk stamt uit 2001), want in vergelijking maakt de installatie een enigszins rudimentair indruk. Toch is The Shift een stap voorwaarts, want het biedt een rijkere en meer authentieke ervaring dan de eerdere installatie Yes, for sure (2010) in het NIMk. Yes, for sure bestond uit muurprojecties van twee bestaande websites en een met spiegels bedekte vloer. Dat leverde een fraai lichtspel op, maar je kreeg uiteindelijk het gevoel naar een theatraal browservenster te kijken. The Shift is daarentegen enkel op conceptueel niveau verbonden met een website en gaat een meer wezenlijke relatie aan met de ruimte en de bezoeker.

Behalve een canvas en een museum is het internet voor Rozendaal een manier om te ontsnappen aan “de commodificatie van beeldende kunst”. Die commodificatie hangt, zo stelt hij, direct samen met het feit dat het kunstwerk altijd een tastbaar voorwerp is geweest. Het gevolg is dat kunstwerken doorgaans eindigen in de interieurs van “mensen met geld, oftewel vijftigplussers”. Een dergelijke afkeer van de dominantie van kapitaalkrachtige kunstkopers duikt veelvuldig op in de moderne kunstgeschiedenis. Kunstenaars hebben daarom op verschillende manieren gepoogd de dynamiek van de kunsthandel te saboteren. Eind jaren zestig mikten sommige conceptuele kunstenaars op de dematerialisatie van het kunstvoorwerp. Door kunst terug te brengen tot een vluchtige handeling of een al dan niet uitgeschreven idee werd zij onverkoopbaar, dacht men. Maar al snel werd duidelijk dat snapshots van baanbrekende performances en kladpapiertjes met veelbesproken concepten een eigen aantrekkingskracht hebben. De sporen van hoegenaamd onverkoopbare ideeënkunst bleken uitstekend handelswaar, temeer daar foto’s en documenten gemakkelijk te transporteren en te conserveren zijn.
Deze ontwikkeling kan worden gezien als een voorbode van de door het internet aangewakkerde ‘virtuele economie’. Tegenwoordig verbaast het ons nauwelijks meer dat men op veilingsites veel geld biedt voor domeinnamen en voorwerpen die enkel in een videogame bestaan. Rozendaal is zich ervan bewust dat ook internetkunst deel uitmaakt van de virtuele economie. Hij probeert dit niet te ondermijnen, maar zet de situatie naar zijn hand door een bijzondere kwaliteit van het internet te benutten: de wereldwijde beschikbaarheid van websites. Wie een schilderij koopt, onttrekt het doorgaans aan het oog van het publiek door het thuis op te hangen, maar de eigenaar van een website kan deze voor iedereen openstellen zonder dat het afdoet aan zijn of haar eigen beleving. Rozendaal heeft daarom een verkoopcontract opgesteld dat de eigenaar van zijn werk verplicht om de betreffende website vrij toegankelijk te houden. Het enige wat voor de bezoeker verandert, is dat de naam van de eigenaar in de titelbalk verschijnt, bijvoorbeeld ‘nosquito.biz by rafaël rozendaal, 2005, collection of sébastien de ganay’. Deze afgedwongen filantropie sluit weliswaar niet uit dat onevenredig veel vijftigplussers zijn werk zullen kopen, het garandeert wel dat de websites onderdeel blijven van het publieke domein.

Het is echter de vraag in hoeverre Rozendaals internetkunst op lange termijn toegankelijk blijft. De websites zijn gemaakt met Flash, een alomtegenwoordig softwareplatform – maar is het dat over twintig jaar nog steeds? De continue opeenvolging van standaarden voor digitale media maakt dat de daarmee vervaardigde kunst telkens moet worden bijgewerkt of bijzondere ondersteuning vereist. Rozendaal past zijn websites na voltooiing echter niet meer aan en onderkent dat ze op den duur minder toegankelijk kunnen worden. Hij vertrouwt erop dat liefhebbers manieren zullen vinden om ze te blijven gebruiken, zoals er ook emulatiesoftware is ontwikkeld waarmee oude videogames functioneren op moderne computers. Enerzijds is het hoopgevend dat er inderdaad liefhebbers zijn die dergelijke oplossingen aandragen, anderzijds blijkt hieruit hoe snel digitale media hun directe toegankelijkheid verliezen. Wat de situatie van internetkunst nijpend maakt, is dat zij een veel kleiner bereik heeft dan populaire cultuuruitingen zoals videogames en dus sneller in de digitale vergetelheid geraakt. Op dit punt is Rozendaal waarschijnlijk overoptimistisch. En hoewel musea voor moderne kunst weliswaar de taak hebben om nieuwe kunstvormen op waarde te schatten en waar nodig te bewaren voor latere generaties, in Nederland besteden de grote musea slechts sporadisch aandacht aan internetkunst en wordt er niet of nauwelijks aangekocht. Zodoende verkeert de internetkunst na twintig jaar nog steeds de periferie van de kunstwereld en is het onduidelijk of zij haar weg zal vinden tot de canon en de museale collecties. Gelukkig zijn de websites van Rozendaal voorlopig nog veilig in museum www.newrafael.com.

The Shift is tot en met 11 september te zien bij W139, Warmoesstraat 139, Amsterdam.

 

Lees meer uit de categorie Essay

De pessimist

Door Frank Heinen

Frank Heinen, schrijver en columnist, bestrijdt zijn pessimisme met de liefde voor het schrijven. Illustratie: Ellis van der Does Nog niet zo heel lang geleden kocht ik een bank. (Nee, het zit anders). Nog niet zo heel lang geleden ging mijn vriendin met haar moeder naar de Ikea om voor mij een bank te kopen. […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper