Essay

Onze piraten, wijzelf

Door Stephen Snelders
1 september 2011

De wijze waarop piraten verbeeld worden op het witte doek zegt iets over de kijkers, over ons zelf. Want onze piraten zijn wij zelf.  

 

De verrassende en vernieuwende manier waarop Johnny Depp in Pirates of the Caribbean: The Curse of the Black Pearl (2003) het karakter van zeeroverskapitein Jack Sparrow vertolkte sloeg aan bij het grote filmpubliek. Sparrow leek allerminst op de romantische superhelden van eerdere Hollywoodfilms, zoals gespeeld door illustere voorgangers als Douglas Fairbanks Sr., Errol Flynn en Burt Lancaster. Depps piraat was onverzorgd en leek altijd onder invloed van drugs, maar hij ging desondanks recht op zijn doel af: vrijheid voor zichzelf. Hiermee actualiseerde Depp als het ware de piraat-als-held voor de 21e eeuw. En zo toonde hij iets over hoe wij onze helden en daarmee ons zelf zien.
Om dit te begrijpen moeten we eerst de ironie vaststellen dat terwijl het publiek zich laat meeslepen door Depp en door zijn tegenspelers als Orlando Bloom, Keira Knightley en Geoffrey Rush, de westerse wereld verwikkeld is in de belangrijkste (maar zeker niet de enige) slag tegen de werkelijke zeeroverij sinds de negentiende eeuw: Somalische piraten bedreigen de scheepsroutes langs de Afrikaanse kust; westerse marineschepen waaronder Nederlandse patrouilleren in de Indische Oceaan; koopvaardijschepen bewapenen zich stiekem om aanvallen af te kunnen slaan; en zeerovers worden weer zoals vroeger berecht voor de Nederlandse rechtbank. Onze maatschappij blijkt in één opzicht tenminste 300 jaar in het verleden te zijn teruggekeerd, naar de tijd waarin Captain Kidd en andere historische voorbeelden voor onze Pirates of the Caribbean eindigden in een kerker in Europa.

Aan de werkelijke zeerovers van de jaren rond 1700, de tijd die bekend staat als de ‘Golden Age of Piracy’, ontdekten de mensen toen net zo weinig romantiek als wij en onze media bespeuren aan de Somalische piraten. Ze waren gewoon eng en gevaarlijk. Niettemin zag de Golden Age of Piracy ook de eerste letterkundige verbeeldingen van de zeerover als held, of tenminste als antiheld. In fictie en non-fictie, gebaseerd op interviews met echte zeerovers, lieten schrijvers als Captain Johnson en Daniel Defoe een andere kant van piraten zien. Goed, ze overvielen dan onschuldige reizigers en kooplieden en waren soms geneigd tot wreedheden (dat was natuurlijk fout), maar ze deden ook dingen die de gemiddelde onderdrukte en armlastige Engelsman eigenlijk zelf zou willen doen. Ze zetten autoritaire kapiteins af, schiepen een soort arbeiderszelfbestuur op hun schepen, en genoten met volle teugen van de opbrengst van hun buit op tropische eilanden en in Deadwood-achtige nederzettingen. Een eeuw later vervolmaakten Lord Byron in het verhalende gedicht Corsair en andere schrijvers en dichters van de Romantiek het beeld van de zeerover als antiheld: een eigenzinnige individualist die zich uit wraak voor gedaan onrecht tegen de maatschappij had gekeerd. Een Robin Hood met een donkere kant en met meestal ook een hopeloze romantische liefde. Byron verwees overigens nog expliciet naar een bestaande piraat uit zijn tijd, de beroemde en beruchte Lafitte, die in Louisiana met zijn zeerovers had gevochten tegen de Britse aanval op New Orleans.

Tegen deze historische en literaire achtergrond ontstond de filmpiraat van Hollywood, met als eerste en misschien nog steeds meest magistrale manifestatie The Black Pirate uit 1926, gespeeld door Douglas Fairbanks Sr. Fairbanks en zijn opvolger in de sprekende films, Errol Flynn (Captain Blood uit 1935, The Sea Hawk uit 1940) speelden de coole zeerover die teruggreep op Byrons Corsair. Met één verschil: Captain Blood en de Sea Hawk worden gedreven door hun haat tegen maatschappelijk onrecht (zo is in The Sea Hawk een duidelijke parallel te zien tussen de Spaanse dwingelandij en Nazi-Duitsland), ze kiezen voor avontuurlijke en onconventionele methoden om zich te wreken, en ze nemen het niet zo nauw met de regels. Tegelijk zijn het een soort supermensen met een uitmuntend fysiek, uiteraard zeer bedreven in de schermkunst en toch slim genoeg om list voor geweld te laten gaan. Daarbij missen ze volkomen de donkere kant van melancholie en wreedheid die de piraten van het tijdperk van de Romantiek nog wel kenden. In zijn vertolking combineerde Flynn romantiek met een aansprekende nonchalance die hem uiteindelijk natuurlijk ook het hart van de heldin deed winnen. Kortom, Flynn was de piraat en antiheld die de generaties van de jaren dertig en daarna wilden zijn: een individualist in strijd tegen machtswellust en totalitarisme, met lak aan de regels maar met het hart op de juiste plaats. De regisseur van Flynns piratenfilms, Michael Curtiz, maakte in 1942 met Casablanca opnieuw een film met een dergelijk karakter in de hoofdrol.

Tussen de piratenrollen van Flynn en Depp zijn wel wat overeenkomsten aan te wijzen. Beiden spelen uiteindelijk de (anti)helden die in de film moeten triomferen. Ze vertolken intelligente individualisten die de coole zeerover personifiëren. De kwade elementen van de zeerover worden verbannen naar de rol van de slechte piraat, gespeeld door Geoffrey Rush in Curse of the Black Pearl, door Basil Rathbone in Captain Blood. In Rush’ personage Barbosa is zelfs verwezen naar het bovennatuurlijke, zodat de scheiding tussen goede en slechte zeerovers duidelijk afgebakend is. Maar in hun presentatie zijn Flynn en Depp volkomen verschillend. Alleen al fysiek, hoewel beiden voor hun publiek de rol van sekssymbool vervullen. Flynn is als het even kan altijd goed verzorgd, glad geschoren en in stijlvolle duelleerhemden gekleed. Daarbij vergeleken ziet Depp eruit als een dakloze, met zijn dreadlocks en kleding waar de stank bijna aan af valt te zien. Dit fysieke verschil is natuurlijk misleidend, want ook Depp blijkt zich aardig te kunnen weren met een degen. Hij gedraagt zich weliswaar alsof hij voortdurend stoned is, maar aan het einde van de film blijkt hij even superbekwaam te zijn geweest als Flynn. Jack Sparrow mag dan een loopje hebben genomen met alle conventies en ogenschijnlijk niets serieus hebben genomen, maar hij is toch een goede gozer.

Achter de uiterlijke schijn is er een veel fundamenteler verschil tussen Sparrow en Captain Blood. Waarom wordt Sparrow gedurende vrijwel de hele film door zijn medepiraten met een mengsel van achterdocht en minachting bekeken? Voortdurend komt in Curse of the Black Pearl de ‘Code of the Brotherhood’ ter sprake, de onderlinge gedragscode tussen de zeerovers die zich bijvoorbeeld uit in het recht op parley, het recht op overleg. Deze code verwijst net als veel in de film naar de historische werkelijkheid: de code van de Broederschap van de Kust, de echte Caribische zeerovers. Maar waar de historische code zaken als zelfbestuur en het verdelen van de buit regelde, is de code in de film een wassen neus. De zeeroverskapiteins als Sparrow en Barbosa gedragen zich als kapitein even autoritair als hun collega’s van de Royal Navy. Alsof de filmmakers wel gehoord hadden van iets als piratenzelfbestuur, maar geen idee hadden wat dat in de praktijk kon betekenen.
Dit is tekenend. Het doel van Depp in de film is uiteindelijk slechts vrijheid voor hemzelf, om te doen wat hij wil, om te gaan en te staan waar hij wil. Dat is de reden dat hij het gezag over het schip The Black Pearl probeert te herwinnen. ‘What a ship means, is freedom’, legt hij uit. Als de Pearl aan het einde van de film in zijn handen is, zegt hij dan ook: ‘Now give me that horizon’. En daarmee is het afgelopen. Want in de vervolgdelen kan Depp niets anders doen dan te proberen zijn vrijheid te bevestigen of te herwinnen. Uiteindelijk weet Sparrow niets te doen met zijn vrijheid dan dronken te worden en met meisjes van lichte zeden te flirten. Voor een keer, in The Curse of the Black Pearl, is dat leuk. Maar dan hebben we het gezien. In de lege vrijheid van Sparrow heeft de piratenfilm niets meer te zeggen en gaat die nergens meer naartoe. Actie en spektakel moeten in de tweede, derde en vierde film het gebrek aan inhoud verhullen. On Stranger Tides, de recente vierde film in de reeks Pirates of the Caribbean, heeft weliswaar zijn amusante momenten, maar de film wordt geen moment spannend of verrassend. Wat er ook gebeurt, we hebben het eigenlijk al eens gezien. De volgende ochtend zijn we de film alweer vergeten en voelen we geen aandrang om met een skull & crossbones T-shirt aan naar het werk te gaan.

In de vergelijking tussen Depp en Flynn valt weer de ironie te constateren. Hoewel Depp met verve de losgeslagen hippie speelt staat hij bekend als een serieus acteur en gelukkig huisvader. Bij Flynn was het precies andersom. Op de filmset was hij niet altijd goed voorbereid. Hij was berucht vanwege zijn alcoholisme, vechtpartijen en seksschandalen. Voordat hij acteur werd had hij een avontuurlijk leven geleid, zou hij op Nieuw-Guinea slavenhaler zijn geweest en zou hij een man gedood hebben. Het liefst ontvluchtte hij alles op zijn zeiljacht en voer hij alleen de oceaan over. Maar de door hem vertolkte karakters als Blood en de Sea Hawk vechten voor meer dan hun eigen vrijheid: ze vechten voor ieders vrijheid. In de existentialistische tijden rond de Tweede Wereldoorlog wordt die concreet bedreigd; er is een vijand om tegen te vechten. Het eigenzinnige individu dat strijdt voor de eigen en andermans vrijheid: dat is de piraat die de kijkers uit de jaren dertig en veertig willen zijn. De eigen vrijheid staat niet los van die van de ander. ‘We, the hunted, will now hunt’, zegt Blood tot zijn mannen na hun geslaagde ontsnapping uit de slavernij.
In onze postmoderne tijd telt daarentegen alleen de eigen vrijheid nog, maar is die een vrijheid geworden die nergens toe dient – behalve tot nog meer consumptie. In het piratenspektakel van Pirates of the Caribbean zit Sparrow vast in zijn eigen vrijheid, heeft hij niets om te overstijgen. Vandaar dan ook dat zijn romantische liefde voor Penelope Cruz in het vierde deel zo onovertuigend is. Juist omdat Blood en de Sea Hawk voor iedereen vechten zijn ze in staat tot betekenisvolle relaties en vallen ook hun vrouwen voor hen – terwijl Sparrow te egoïstisch is om een vrouw aan zich te kunnen binden.

Niet voor niets heeft Depp beweerd zijn vertolking van Sparrow gebaseerd te hebben op zijn beeld van Keith Richards van de Rolling Stones. In de jaren zestig kregen de Stones een rebels image, hippe muzikanten die ‘pisten waar ze dat wilden’ (zoals ze ooit letterlijk tegen een agent zeiden die hen wilde bekeuren). Maar uiteindelijk bleek de rebellie van de Stones inhoudsloos, een leegte die opgevuld moest worden met spektakel, luxe en drugs.

Jack Sparrow spreekt ons aan omdat hij de piraat is die wij willen zijn: een neprebel die zich vastklampt aan een gedroomde vrijheid zonder er verder iets mee te doen. Pirates of the Caribbean heeft deze piraat dramatisch verbeeld, en in ieder geval in de eerste film de ontlading, de catharsis gegeven die wij nodig hebben. Om ons de volgende dag weer te voegen in de 24-uurseconomie.

Lees meer van

Sinterklaas, Zwarte Piet en het geestverruimende bier

Door Stephen Snelders

Er is veel te doen om Zwarte Piet, want waarom is hij eigenlijk zwart? Veel mensen vinden dit aanstootgevend: een blanke Sinterklaas met zwarte hulpjes – dat is racistisch, een overblijfsel uit het tijdperk van de slavernij. Die slavernij werd in de gebiedsdelen van het Koninkrijk der Nederlanden pas in 1863 afgeschaft, terwijl de eerste […]

Lees meer uit de categorie Essay

Die Andere Seite des Mondes; Lady Gaga avant la lettre

Door Mahlee Plekker

Donker, kort haar. Donkerrode lippenstift, sterk aangezette wenkbrauwen en zwart omrande ogen. Moderne jurk. Zo moeten de vrouwen in de kunstkringen van de jaren ’20 en ’30 er uit gezien hebben. De tentoonstelling Die Andere Seite des Mondes van de Kunstsammlung NRW in K20 Düsseldorf, richt zich op deze vrouwen; pioniers van de avant-garde. Centraal […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper