Interview

Werken aan een oeuvre

Door Jeroen Pen
30 november 2011

Onlangs verscheen bij uitgeverij Podium de debuutroman van Sidney Vollmer (1983), Alles ruikt naar chocola getiteld. Sidney, die eerder bij De Optimist debuteerde sprak met redacteur Jeroen Pen over zijn eerste boek en wat daar zoal bij kwam kijken.

Het verhaal van Alles ruikt naar chocola centreert zich rond het rouwproces van Thomas (19), die het verlies van zijn vader een plek moet geven terwijl zijn moeder een nieuwe relatie aangaat. Tegelijkertijd probeert hij met zijn band – The Guilty Pleasures genaamd – door te breken. Om de misère compleet te maken, verloopt de relatie tussen Thomas en zijn vriendinnetje niet bepaald vlekkeloos. Thomas reageert op alle tegenspoed door als een bezetene zijn dromen na te jagen. De gevolgen zijn: het inslikken van een trouwring, het door een met uitwerpselen gevuld meer naar het backstagegedeelte van Lowlands zwemmen en het doodslaan van een vogel. Alles ruikt naar chocola is een even vertederend als verontrustend verhaal over een onhandige jongeman die vastbesloten lijkt zijn verdriet te negeren.

Voor het interview stuurt Sidney een mailtje. Of we het alsjeblieft niet te veel over de eventuele autobiografische aspecten van het boek kunnen hebben, en of we het onderwerp debuteren waar mogelijk kunnen vermijden. Eenmaal aan de praat blijkt waarom: Sidney is een schrijver in de klassieke zin van het woord, namelijk dat hij zijn debuutroman het liefst voor zich laat spreken. ‘Ik kan het boek best promoten met een paar leuke zinsneden, maar dat leidt af. Je gaat als lezer dan toch dingen invullen, als ik over mezelf praat. Terwijl je het invullen als lezer juist zelf moet doen. Er zijn zaken in het boek die overeenkomen met mijn eigen leven, met wat er in ons gezin gebeurde. Dat klopt. Als mensen willen weten wat, moeten ze het boek maar lezen. Het merendeel komt trouwens niet overeen. Ik heb vooral iets willen schrijven over rouw bij jong volwassenen en wat voor consequenties het kan hebben wanneer je daar niets mee doet.’

Over het schrijfproces en de door hem geschapen personages praat hij wel graag. Bijna liefdevol spreekt hij over de volgens hem naar manisch gedrag neigende Thomas.
‘Hij jaagt door zonder zijn verdriet te erkennen en zonder enige vorm van empathie met zijn omgeving te tonen. Daar heb ik lang op zitten puzzelen. Hij moest een klootzak zijn, maar je moet hem wel gunnen dat het goed met hem komt. Hij is een goede, lieve jongen, maar ook tragisch.
Het is een sadistisch genoegen om je hoofdpersoon het steeds weer moeilijker te maken. Wat heel erg hielp zijn andere boeken en films die soortgelijke personages hebben, denk aan The Catcher in the Rye, Garden State en Lars and the Real Girl. Maar de kapstok voor dit boek – dat waar ik het hele verhaal aan ophing – is het belangrijkste geweest: het moest om iemand gaan die zijn verdriet leert erkennen. Hij moet durven bevestigen wat er aan de hand is, voordat hij verder kan. Voor mijn boek betekende dat dat Thomas lange tijd oogkleppen op moet hebben. Ik ben zelf niet geïnteresseerd in lange overpeinzingen en mijmeringen, die zitten er maar heel sporadisch in. Ik wilde het drama, de dialogen en Thomas’s handelingen het verhaal laten vertellen.’

In het uitwerken van de verhaallijnen zit de nodige research. Zo ging Sidney op bezoek bij een glasblazerij in Leerdam waar hij een dag mee mocht lopen. Dit bezoek was nuttig omdat de overleden vader van hoofdpersoon Thomas een glasblazerij had. Tevens stortte Sidney zich op de bandjeswereld. ‘Ik heb veel vrienden die in de muziek werken en proberen door te breken. Het is waanzinnig moeilijk om dat voor elkaar te krijgen. Ik wil liever niet over mezelf schrijven, ik wil het wegtrekken bij mijn eigen leven. Ik snap dat lezers iets over mij willen weten, maar het gaat mij vooral om een boek dat dramaturgisch gezien klopt. De muziekwereld verschafte mij een arena die ik weliswaar herken, maar die niet de mijne is. Die arena hoefde niet enorm gedetailleerd in beeld, maar moest een functioneel decor zijn waar het verhaal van die onhandige puber Tom en zijn bandje zich kon ontwikkelen.’

Thomas en zijn band doen alles om in de muziekwereld te slagen, ze gaan zelfs naar Londen om daar een vertegenwoordiger van een platenmaatschappij genaamd Bruce, te overtuigen van hun kwaliteiten. Bruce, één van de markantste personages uit het boek, baseerde Sidney op een ontmoeting met een schrijver van Entourage (een tv-serie over de voor- en tegenspoed van een acteur en zijn vrienden in Hollywood): Rob Weiss.
‘Toen ik een jaar of vier, vijf geleden naar de Nederlandse filmacademie mocht, ben ik naar LA gegaan om te kijken of ik niet liever daar wilde studeren. Toen heb ik in The Bourgeois Pig, een bar daar, Rob Weiss ontmoet. Stel je [Entourage-personage en gladde zakenman] Ari Gold voor, maar dan als NY Yankees-fan. Hij zat met zijn broer scripts te lezen, en dat broertje was gewoon [Entourage-personage] Turtle. Toen dacht ik: ja, ik kan hier nu gaan zitten met mijn kapotte, brakke laptop en de met zichzelf worstelende schrijver uithangen die hier eens eventjes gaat kijken hoe het werkt, of ik stap gewoon op hem af. Zo gezegd, zo gedaan. Hij zat daar aan een tafeltje, in een T-shirt met een heel lage v-hals waar enorm veel borsthaar uitstak. Dus ik zeg: “Sorry, I don’t mean to interrupt. Well, I do mean to interrupt, I have to ask you something. My name is Sidney and I’m from Holland and blabla” en ik steek m’n hand naar hem uit. Hij had zo’n grote decaf cappucino latte soja milk whatever en ik had niet door dat die beker een doorzichtige plastic dop had. Voor ik iets constructiefs kon vragen, stoot ik met mijn arm die koffiebeker om. En die halve liter koffiemeuk gaat over zijn been, over zijn voeten, over zijn sandalen. Hij roept: “Yo, you better get some napkins bro!” Ik dacht: Fuck, fuck, fuck. Ik naar de bar, servetjes gehaald. Ik wilde zijn voeten zelfs gaan deppen, maar dat stond hij dan nog net niet toe. Dat was niet de meest ideale ontmoeting, zeg maar. Maar hij had wel allemaal van die maniertjes. Zo’n foute, snelle man. “You gotta get your own project, you know.’” Daar heb ik Bruce – een klootzak – op gebaseerd.’

Over hoe research kan bijdragen aan het construeren van een verhaal en het invullen van eventuele lege plekken leerde hij het één en ander van David Mitchell, auteur van onder andere de met een British Book Awards Literary Fiction bekroonde Cloud Atlas.
‘Ik heb David Mitchell, iemand die ik zowel als mens als schrijver ongelooflijk vind, ontmoet en gevraagd naar zijn schrijfproces, want daar zat ik zelf mee. Toen gaf hij een heel mooi en uitgebreid antwoord. Zo vergeleek hij het opbouwen van een verhaal met het invullen van het alfabet. Dat je bijvoorbeeld naar M moet terwijl je A, C, G en H al hebt, en via M misschien ook B en D kan ontdekken. Dat ligt dan door elkaar heen. Zo gaat het met je gevoel en met je verstand, terwijl je aan het puzzelen bent, en aan het doseren bent. Ik heb dat zelf ook heel erg ervaren. Dat ik per hoofdstuk had geoutlined wat er met mijn hoofdpersonen moest gebeuren, de mechanismen, maar tegelijkertijd ruimte open moest houden voor toevalligheden. Dit wil ik bij mijn volgende boek ook doen, zo veel mogelijk research doen zonder erin te verzanden, zodat je terloops ideetjes kan plukken die je zelf nooit vantevoren zou verzinnen. Een letter F terwijl je al bij de Q bent.’

Het volgende boek, daar is Sidney al langer mee bezig. Bij contractbesprekingen met uitgeverij Podium nam hij al wordclouds mee, die de verhaallijnen van zijn tweede roman behelsden. ‘Ik zei: “Dat eerste boek is heel aardig, maar dit – het tweede – wordt een monster.” Dat verbaasde mijn uitgever echt. Ze vonden het geweldig. Maar ik ben aan een oeuvre aan het werken, niet aan één boek. Het tweede boek wil ik afhebben voor mijn 30e. Nog twee jaar dus.’
Tot die tijd zullen we het met zijn eerste boek moeten doen, of met de onlangs verschenen app ervan. Sidney, vol enthousiasme: ‘Die app is grensverleggend. Per pagina kan je het audioboek aanzetten, ik lees dan vanaf de bovenkant van die bladzijde voor. De bladzijdes bladeren mee met mijn stem. De bladzijdes worden geler als je ze vaker omslaat. Iedere songtekst, iedere artiestennaam die langskomt is aanklikbaar en je kan er dan op Youtube naar luisteren of er op Wikipedia over lezen. Via Twitter kun je mij vragen stellen. Het wordt hierdoor een veel bredere leeservaring: de intertekstualiteit wordt benadrukt, er groeien een soort tentakels uit het boek, gericht op de rest van de wereld.’

Hoe ver die tentakels reiken zal de toekomst uit moeten wijzen. Over zijn doel op het gebied van verkoopcijfers is Sidney opvallend terughoudend, maar over wat hij hoopt te bereiken wil hij nog wel het volgende kwijt: ‘Waar ik zin in heb, is om van mensen te horen dat ze ontroerd waren. Dat het verhaal iets voor ze betekende, of dat ze na het lezen van mijn boek er nog een paar keer aan hebben teruggedacht.’
Daar hoeft hij zich weinig zorgen over te maken. Twee maanden na het lezen van Alles ruikt naar chocola spoken een aantal scènes en personages nog met enige regelmaat door mijn hoofd. Aan Thomas ben ik oprecht gehecht geraakt, en ik hoop van harte dat zijn muziekcarrière van de grond komt. Met de schrijfcarrière van Sidney komt het in ieder geval wel goed.

Alles ruikt naar chocola is hier gesigneerd te bestellen. In boekwinkels zijn niet gesigneerde exemplaren verkrijgbaar.
De bookapp is hier te kopen.

Lees meer van

Stay in your lanes

Door Jeroen Pen

Een jaar of veertien moet ik geweest zijn toen ik het las. In een muziekblad – de titel zal ik verdrongen hebben – lichtte Noel Gallagher van Oasis toe waar ‘Wonderwall’ over ging. Namelijk: nergens over. Ja goed, over een meisje, misschien, zou kunnen, maar dat was ook maar een kwestie van interpretatie. En teksten […]

Lees meer uit de categorie Interview

Schepper der verwarring Nelle Boer manipuleert met kunst

Door Famke van Montfoort

Hij staat me bij de bushalte op te wachten. Met een petje op zijn hoofd en oude sneakers aan de voeten. Hij rolt een sjekkie. De kleur van zijn kleding is niet erg uitgesproken. Onderweg naar zijn atelier frommelt hij aan het vloeitje, en dan valt me op: hij heeft rusteloze handen. Al tijdens de […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper