Kort verhaal

Door dik en dun

Door Anneke van Wolfswinkel | beeld: Dennis Keeskamp
8 juni 2012

Het is zaterdagmiddag en Janko Mik zit met zijn vader TV te kijken. Pa ligt languit op de bank, Janko zit in de stoel met zijn trainingspak van voetbal nog aan. Op de enorme buik van pa, die door het liggen wat naar de zijkanten uitzakt, balanceert een bakje borrelnootjes, waar hij met zijn grote handen onafgebroken in graait. Als hij kauwt doet hij zijn mond niet helemaal dicht. Hij gromt er zelfs een beetje bij. Als het bakje leeg is grijpt hij op de tast naar het zakje naast de bank, zonder zijn ogen van de TV af te houden. Janko laat hem een paar keer misgrijpen en geeft hem de zak dan aan. Zelf neemt hij drie borrelnootjes die hij langzaam, één voor één, opeet.
Janko hoort zijn moeder de trap afkomen, met die snelle, lichte trap-tred van haar. De één na onderste tree kraakt zoals altijd. Maar in plaats van dat ze de kamer in komt, loopt ze de trap weer op. Direct daarna komt ze weer naar beneden, stap stap stap kraak stap, en gaat meteen weer omhoog: stap kraak stap stap stap.
Pa zegt met volle mond tegen Janko: “Ga eens kijken wat je moeder aan het doen is.”
Janko loopt naar de gang en zegt tegen zijn moeder, die halverwege de trap naar beneden is: “Ma, wat ben je aan het doen?”
Ze stopt. Ze hijgt een beetje en zegt: “Wist je dat je met traplopen het snelste calorieën verbrandt? Je hoef er niet eens voor naar de fitness!
Janko haalt zijn schouders op en loopt terug de kamer in. Hij laat zich vallen in zijn stoel en zegt: “Ze is calorieën aan het verbranden.”
Pa zegt niks terug. Op TV is een amateurvideo te zien van een ezel die met een eend op zijn rug door een weitje rent. Er zijn grappige geluidjes onder gemonteerd. Pa aait gedachteloos met zijn vingers door het lege bakje.

Janko is enig kind. ‘Enigst kind’, zeggen ze in de klas. Enigst kind zijn vinden ze een beetje zielig. Janko is in alles precies gemiddeld. Hij heeft een gemiddelde lengte en een gemiddelde schoenmaat, hij haalt voor alle toetsen zevens, hij is niet de populairste van de klas maar hij wordt ook niet gepest, zijn haar is iets tussen blond en bruin in. Hij is wel eens boos, maar wordt nooit woedend. Hij is vaak genoeg vrolijk, maar hij wordt nooit uitbundig. Het lijkt wel alsof zijn genen geen partij konden kiezen en het bij een halfbakken compromis hebben gelaten.
Zijn pa is dik. Niet dik zoals vrachtwagenchauffeurs en dartkampioenen dik zijn, van een leven lang vette snacks weggespoeld met halve liters bier, maar dik zoals advocaten en artsen dik zijn, van een leven lang zakenlunches met relaties, weggespoeld met flessen Bordeaux Grand Cru. Niet dik met een afgewassen T-shirt en een vettig paardenstaartje, maar dik met een zijden overhemd en permanent parelend zweet op het voorhoofd. Pa is tandarts, en het is verbazingwekkend om te zien hoe hij met zijn vingers zo groot als worsten de fijne instrumentjes met een beheerste precisie weet te hanteren. Als ze denken dat hij het niet hoort, noemen zijn assistentes hem Dikke Mik. Maar erg voorzichtig zijn ze niet.
Zijn ma is dun. Toen Janko nog kleiner was, laten we zeggen tot een jaar of twee geleden, kroop hij nog tegen haar aan als ze hem op de bank een boek voorlas. Het was alsof hij tegen een jutezak gevuld met takken leunde. Haar schouders tekenen zich scherp af in de truien die ze draagt. Ze zwemt twee keer in de week en streeft naar het dubbele aantal baantjes in dezelfde tijd. Ze gaat altijd op de fiets naar het zwembad, ook als het stormt of hagelt. Want als je één keer toegeeft en met de auto gaat, begeef je je op een hellend vlak. De fietstocht scheelt minstens honderdtachtig calorieën.
Ma pakt er weleens een oud fotoboek bij, van toen ze nog verloofd waren. Op de foto’s is pa slank op het onherkenbare af. Hij heeft een krachtige snor en een lach die Janko in het echt nog nooit heeft gezien. Pa heeft het opgegeven. Ergens langs de weg tussen toen en nu heeft hij het bijltje erbij neergegooid.
In dit gezin is iedereen ongelukkig op zijn geheel eigen wijze.
Ma koopt gemiddeld elke vier jaar nieuwe meubels om de woonkamer een frisse impuls te geven.
Pa gebruikt die meubels iedere avond om eens lekker onderuit te zakken.
Pa is ongelukkig en heeft zich daar maar bij neergelegd.
Ma is ongelukkig maar blijft het geluk najagen met toenemende verbetenheid.
Dat Janko enigst kind is, vindt hij nog tot daar aan toe. Maar dat zijn pa en ma zijn enigste ouders zijn, dát begint hem zorgen te baren.

Boven de woonkamer ligt de slaapkamer van Janko’s ouders. Er klinkt een gedempt bonken en schuiven, alsof ma daar de meubels aan het verslepen is. Het gebonk verplaatst zich naar de overloop. Dan roept ma van boven aan de trap: “Théheeee!”
Pa, die Theo heet, zucht, en blijft liggen. Op TV is een reclame te zien waarin een zwart schaap met een Amerikaanse tongval iets uitlegt over een voordelig telefoniepakket. Pas als ma nog een keer roept, iets harder dit keer, hijst hij zich omhoog. Kruimels rollen van zijn overhemd op de vloer.
Janko blijft zitten waar hij zit. Hij slingert zijn benen over de leuning en laat zijn hakken verveeld tegen de zijkant van de fauteuil vallen. Op de trap hoort hij het bonken van een zwaar voorwerp, de schelle  aanwijzingen van ma, het brommende gemompel van pa. Dan komen ze samen de kamer in, met tussen hen in de hometrainer.
Ma duwt de hometrainer in positie, voor de TV. Pa staat er naast. Zijn armen hangen doelloos langs zijn lichaam. Zijn overhemd hangt voor de helft uit zijn broek. “Zo,” zegt ma. Ze klinkt triomfantelijk maar ook een beetje bozig. “Dan kun je calorieën verbranden terwijl je TV kijkt.”
“Mooi,” zegt pa, en hij gaat weer op de bank liggen. Die is gelukkig nog warm. Met een katoenen zakdoek die hij uit zijn broekzak vist, veegt hij het zweet van zijn voorhoofd. Ma staat naast de hometrainer met haar handen in haar zij. Ze kijkt naar pa met opgetrokken wenkbrauwen en een samengeknepen mond. Het duurt even voordat hij het in de gaten heeft.
“Ik ga het morgen proberen,” zegt hij. “Beloofd.”
“Morgen. Natuurlijk,” zegt ma. Ze stapt op de hometrainer en begint te fietsen. Ze trapt hard. Ze verbrandt calorieën voor twee.

Na de voetbaltraining die ochtend is Janko met Stefaan mee naar huis gegaan om te spelen. Stefaan heeft een hele kist vol technisch Lego. Maar dat vindt Janko nog niet eens het meest aantrekkelijke aan Stefaan. Zijn ouders, die zijn pas interessant. Zijn vader is trainer van hun elftal, en Janko droomt ervan ooit net zo’n vette omhaal te kunnen trappen als hij.
Voordat ze naar Stefaans kamer gingen, mochten ze beneden een glas cola drinken, hun haar nog nat van het douchen. Het is duidelijk te zien dat bij Stefaan thuis de meubels niet elke vier jaar worden vervangen. Er zitten vlekken op de bank, en slijtplekken. Maar Stefaans moeder geeft daar niks om, net zoals ze niks om rommel geeft, en het niet erg vindt als er per ongeluk een keer vingerverf op de muur terecht komt. Stefaan heeft twee oudere zussen en twee jongere broertjes, en in de loop der jaren is er al heel wat vingerverf doorheen gegaan. Iedereen die wil mag op de piano spelen, ook als ze er niks van kunnen. In het huis ruikt het altijd vaag naar groentesoep.
Boven de bank waar Stefaans vader op zat, hing een schilderij met een witte tafel met een bos bloemen in uitbundige kleuren, en appels om de vaas heen.
Toen Janko zijn cola bijna op had, kwam Stefaans moeder thuis. Hij hoorde haar al zingen in de hal. Ze kwam de kamer binnen en plofte met haar jas nog aan op de bank, naast Stefaans vader. Het rood van haar jas rijmde met het rood van de rozen op het schilderij boven hen.
“Dag duifje,” zei hij, en trok haar tegen zich aan.
“Dag binkie,” zei zij, en zoende hem op zijn mond. Ze zoende hem lang en deed haar ogen dicht. Hij legde zijn hand op haar dijbeen, een dijbeen dat tegelijk stevig en zacht oogde. Die hand lag best hoog, eigenlijk. Janko probeerde niet te kijken, maar dat lukte niet. Zijn blik zakte van het schilderij naar de kus, en naar de hand van Stefaans vader, en naar de dijen van Stefaans moeder.
“Ieuw!” riep Stefaan. “Jullie zijn echt goor, ik kan er niet tegen!”
Stefaans ouders glimlachten naar elkaar, een beetje samenzweerderig, en trokken zich niks van hem aan. Haar hand kroelde door zijn krullen, zijn hand verdwaalde nu ergens tussen haar rok en haar jas.
Janko kon er ook niet tegen. Hij dronk gauw zijn laatste slok cola op, verslikte zich en hoestte zo stoer als hij het nog voor elkaar kreeg: “Kom Steef, we gaan met Lego spelen. Boven.” Hij hoopte dat niemand merkte dat hij bijna moest huilen.

En nu zit hij dus weer thuis. Het leer van de fauteuil ruikt nieuw en kraakt. Pa is op de bank in slaap gevallen. Hij schrikt soms even wakker van zijn eigen gesnurk, mompelt dan wat, en zakt weer weg. Ma is nog steeds aan het fietsen, haar handen zo strak om het stuur dat haar knokkels wit zien. Ze heeft de TV op een andere zender gezet. Een blonde vrouw met buikspieren zo hard als staal demonstreert al tien minuten lang hetzelfde fitness-apparaat. Om de paar seconden verschijnen er knipperende prijzen en telefoonnummers in beeld.
Janko wil weg. Hij mompelt iets over huiswerk en gaat naar zijn kamer. Hij gaat op zijn bed zitten met zijn Gameboy en een stopwatch. Zijn persoonlijke record Super Mario rondspelen staat nu op 25 minuten en 37 seconden. Dat moet sneller kunnen.

Over de schildpadjes en paddestoelen en munten en sterren in het spel hoeft hij niet meer na te denken. Terwijl hij rent en springt en schiet (altijd blijven schieten, voor de zekerheid) denkt hij aan de ouders van Stefaan. En aan die van hem. Hij heeft zijn pa en ma nog nooit zien knuffelen. Of iets liefs tegen elkaar horen zeggen, zoals duifje of binkie. Als ze elkaar per ongeluk aanraken, bijvoorbeeld als ze tegelijk in de keuken moeten zijn, zeggen ze o sorry. Janko gaat er maar vanuit dat ze met elkaar praten en knuffelen als hij er niet bij is. ‘s Avonds in bed dus, als pa tenminste geen etentje heeft waar hij laat en wankel van thuis komt. Of nu misschien, nu zij samen beneden zitten en hij boven. Dat ma van die hometrainer stapt en tegen pa zegt: hé binkie, schuif eens op. En dat pa dan naar haar lacht met die lach van die oude foto’s en zegt: kom maar hier, duifje. Dat zij zegt: wat ben je toch een lekkere grote vent. En dat hij dan zegt: wat ruik je toch heerlijk naar vers zweet. Maar daar gaat het al mis. Als hij haar zoent, heeft hij haar in één hap op. Als hij haar omhelst, knapt ze doormidden. Bovendien walgt zij van hem en schaamt hij zich voor haar. Dat heeft Janko donders goed in de gaten.
Na 26 minuten en 10 seconden is het spel uit. Janko wacht de kus van Mario en de prinses niet af en begint direct opnieuw. Hij drukt de knoppen net iets vinniger in dan nodig is. Bam bam bám, iedereen en alles moet kapotgesprongen en doodgeschoten. Hij gaat lekker snel.
In zijn hoofd groeit een plan. Een glashelder plan. Bij Stefaan thuis zijn zo veel kinderen, daar kan er makkelijk nog één bij. En Stefaans ouders zijn zo aardig, die begrijpen hem meteen. Zij zullen de instanties bellen en de Kinderbescherming bij hem uit de buurt houden. En zijn ouders, uiteraard. Later mogen die op zondagmiddag koffie komen drinken, misschien. Om de week, een uurtje. Het hoeft maar tot zijn achttiende, want dan gaat hij toch sowieso meteen op kamers.
Hij schiet geroutineerd het Allergrootste Ding, de Eindbaas van Super Mario Land, met een kogelregen dood. Ratatatatá! 25 minuten en 29 seconden. Zo, die zit. Hij vertrekt direct na het avondeten. Zijn besluit staat vast.

Ma weet precies hoe ze calorieën moet verbranden, maar ze heeft er geen benul van hoe je ze in een lekkere maaltijd moet verwerken. Pa eet toch alles, die hoor je niet klagen. Hij vindt Chicken Tonight met zilvervliesrijst eigenlijk best lekker. Janko lepelt het kleverige kipgerecht snel naar binnen. Zijn laatste maaltijd met zijn ouders, en ze hebben geen idee!
“Zullen we morgen een lekker eind gaan fietsen?” zegt ma. Haar enthousiasme klinkt een tikje wanhopig. “Gezellig, met z’n drietjes?”
Pa mompelt iets over een stapel achterstallige administratie. Ja, dat moet op zondag, ja.
“Ik ga wel mee, mama,” zegt Janko. Hij hoort zelf hoe hij klinkt als een acteurtje in een nagesynchroniseerde kinderserie. Hij gaat morgen natuurlijk helemaal niet mee fietsen, morgen woont hij bij Stefaan.

Als ma het afwasteiltje heeft laten vollopen en bijna tot haar ellebogen in het zeepsop zit, doet Janko het.
“Ik heb wat bij Stefaan laten liggen,” zegt hij tegen haar rug. “Ik ga er nog even heen.”
“Ben je wel om half negen thuis? Je moet je kamer nog opruimen,” antwoordt ma. Ze draait zich niet om.
Pa ligt op de bank. “Waar ga je heen?” vraagt hij als Janko de woonkamer uit wil lopen.
“O, nog even naar Stefaan,” zegt Janko. Luchtigjes. Pa zegt niets terug. Op TV rent een man in een korte broek schreeuwend het struikgewas in, een giftige slang achterna.

Janko neemt niks mee, dat zou te veel opvallen. Hoe hij aan zijn spullen komt ziet hij later wel. Hij trekt zijn jas aan, loopt de deur uit, de straat uit, de hoek om. Het schemert. De geur van gehaktballen en suddervlees hangt in de lucht. Van de meeste huizen zijn de gordijnen dicht, bij een enkeling is het binnen donker. Eén straat moet hij oversteken, en dan is het nog een paar huizen naar links. Een loopje dat hij vaak genoeg gemaakt heeft, maar het voelt nu anders. Het is alsof hij naar zichzelf kijkt in een film.
Als hij er bijna is, gaat hij langzamer lopen. Voor het tuinhekje van Stefaans huis blijft hij staan. De gordijnen zijn open en binnen brandt het licht. Dan ziet hij het hele gezin zitten, in de achterkamer, ze zitten nog aan tafel. Ze zijn er allemaal, alle zeven. Hij ziet hoe Stefaans moeder lacht terwijl ze een glas wijn inschenkt. Hij ziet hoe Stefaans vader het kleinste broertje over zijn hoofd aait. Hij ziet hoe de ene zus het haar van de andere aan het vlechten is. Hij ziet hoe Stefaan tegenover zijn andere broertje zijn handen omhoog houdt alsof hij het formaat van een gevangen vis aangeeft. Samen baden ze in goudgeel lamplicht.
Niemand ziet Janko staan. Zijn hand ligt op de klink van het hekje. Koud staal.
Hij draait zich om en begint te lopen, diep in de kraag van zijn jas gedoken, terug naar huis. Het is bijna donker.

 

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Een perfecte dag voor het zeeaquarium

Door Toon Karakter

Jona Ik wist nooit dat je kaviaar tussen duim en wijsvinger aan de bovenkant van je hand moest eten. Dat heeft iets met de temperatuur te maken. De steur zwemt al sinds de prehistorie in de Amoer maar toen de hebberige klauwen van de vrije markt zelfs tot in Siberië bleken te reiken was het […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper