Essay

Vrijheid boven markt

Door Joost Heijthuijsen
30 oktober 2012

Dit essay is geschreven in opdracht van Literair Productiehuis Wintertuin, voor de filosofische theatervoorstelling De Concurrent.

Begrippen als ‘kapitalisme’ en ‘economie’ hebben door de tijd heen een andere betekenis gekregen. Zo zijn we van een markteconomie naar een marktsamenleving gegaan waarin alles te koop is. Joost Heijthuijsen wil deze alomvattende economie niet langer enkel aan de economen overlaten. 

De eerste keer dat ik in Amerika landde wilde ik op het vliegveld een kop koffie en een muffin kopen. Hallo-zeggers — die ik alleen maar kende als Van Kooten en de Bie-typetje — verwelkomden me. Toen ik de verpakking van mijn muffin wilde weggooien zag ik geen prullenbakken. Je moest de rotzooi op de grond gooien, dan raapte een schoonmaker de troep op en gooide het in een vuilniszak.

Dat deed me heel erg denken aan toen ik communistisch Oost-Duitsland bezocht. Bij de deur van een lift stond een ook een hallo-zegger, in de lift stond een knopjesdrukker. Toen we uitstapten zei weer iemand anders gedag. Ja hallo, extreem kapitalisme en extreem communisme lijken eigenlijk heel erg op elkaar, dacht ik.

Beide situaties vond ik een belediging voor mezelf en voor de ander. Als ik een been breek of een muurtje gemetseld moet hebben dan huur ik graag de hulp in van een professional. Maar vuilnis in een zak stoppen of op een liftknopje drukken? Dat kan ik zelf wel. ‘Hallo’ zeggen is iets wat je uit jezelf doet. Het verliest zijn waarde als iemand ervoor betaald wordt. En nog belangrijker: ik ben ervan overtuigd dat ieder mens meer in zijn mars heeft dan op liftknopjes drukken, troep van anderen oprapen of hallo zeggen. Ik wil niet betalen om mensen dom, onderdanig en arm te houden. Maar wat kun je daar tegen doen? Je kunt vragen of je korting op de muffin en op de koffie krijgt als je je troep zelf opruimt. Maar dat is ook belachelijk.

In de openingsdialoog van de Woody Allen-film Whatever Works zegt de hoofdpersoon: “It’s not the idea behind Christianity I’m faulting, or Judaism, or any religion. It’s the professionals who’ve made it into a corporate business.” Ook Marxisme, democratie en zelfbestuur zijn geweldige concepten. Maar ze maken allemaal dezelfde fout: “Which is they’re all based on the fallacious notion that people are fundamentally decent. Give them a chance to do right and they’ll take it. They’re not stupid, selfish, greedy, cowardly, short-sighted worms.” Als organisaties niet meer over mensen gaan maar een systeem worden, dan gaat het fout. Vooral als menselijke eigenschappen als hebzucht in het systeem over het hoofd worden gezien. Dan worden niet alleen de mensen die in het systeem opereren vals, maar dan wordt ook het systeem zelf vals.

Zoals we literatuur te veel aan de literatuur hebben overgelaten, voedselvoorziening aan de voedselindustrie, occupy aan de occupyers, geld aan bankiers, opinie aan opiniemakers en politiek aan politici, hebben we de economie te veel aan economen overgelaten. Daardoor werd het een abstract amoreel systeem dat alleen maar naar zichzelf verwees, alles naar zichzelf toetrok, en misbruikt werd door de nomenklatoera.

Kapitalisme werkt net zoals de voedselindustrie werkt: het heeft ons grote welvaart gebracht, en we kunnen ons geen beter systeem bedenken. Het woord kapitalisme werd voor het eerst in Nederland gebruikt. Het deed zijn intrede in de zeventiende eeuw. Toen werd het nog gebruikt om ‘de bezitter van kapitaal’ te beschrijven. Niet toevallig bracht die rationalisering van arbeid ons land een glorietijd voor de kunst en de wetenschap.

Net als ‘middenklasse’, ‘politiek’ en ‘vrije liefde’ is kapitalisme een wezenlijk betwist begrip. Iedereen verstaat er iets anders onder. Het is ook een relatief jong begrip. Marx was de eerste die het in Das Kapital in de moderne vorm gebruikte. Hij bedoelde er niet meer de bezitter van kapitaal, maar de kapitalistische productievorm mee. Toch is ons kapitalisme anders dan dat van Marx, net zoals er iets aan de economie veranderd is.

De Amerikaanse politiek filosoof Michael Sandel publiceerde onlangs het boek What Money Can’t Buy over moraal en markt. Hij merkte op dat we van een markteconomie naar een marktsamenleving zijn gegaan. Waar de markt er eerst was om arbeid te organiseren, dringt zij nu de haarvaten van ons systeem binnen. De voorbeelden zijn schokkend, echt alles is te koop: je kunt een gevangeniscel upgraden; kinderen worden betaald om boeken te lezen; je kunt het recht kopen om naar Amerika te emigreren; er zijn zelfs professionele rij-staanders, die je een plek op de publieke tribune van het parlement verkopen. Sandel vraagt zich af wat de rol van de markt in het publieke en persoonlijke leven moet zijn. Als alles te koop is krijg je volgens Sandel te veel ongelijkheid in de samenleving en ligt corruptie op de loer.

Natuurlijk is het goed om zoveel mogelijk dingen wetenschappelijk te onderzoeken. Daar leent de economie zich uitstekend voor. Maar de meest menselijke dingen als liefde en vriendschap zouden niks met economie van doen moeten hebben. Een vriend is pas echt een vriend als je de vriendschap niet berekent: hou een logboek bij over wat je aan je partner uitgeeft, of hoe vaak je je beste vriend belt en hoe vaak hij jou belt, en de liefde/vriendschap is over. Toch is de economie juist dat domein binnengedrongen.

Dat zie je ook in de ontwikkeling van de term economie. Adam Smith definieerde economie nog als ‘een onderzoek naar de aard en oorzaken van de rijkdom der naties’: een redelijk analytische insteek. Een moderne econoom als Nobelprijswinnaar Gary Becker definieert zijn vakgebied als ‘het combineren van assumpties van het maximaliseren van gedrag, stabiele voorkeuren en economisch evenwicht, onophoudelijk en resoluut toegepast.’ Economie is volgens hem niet meer iets om een studie aan te wijden of een samenleving mee te beschrijven, maar een methode om gedrag mee te veranderen. Welke kant gaan we dan op? Die waar elk gedrag economisch is. De theorie is sluitend en dat is stuitend.  

Economen lijken de nieuwe filosofen en theologen geworden. Ze komen met alomvattende en moeilijk weerlegbare theorieën over het menselijke bestaan. Maar juist als alles economie en markt en vrijheid van die markt geworden is, dan moeten we de markt en economie niet meer enkel aan de economen overlaten: we moeten zelf de eigen economie bevechten. Dus ook aangeven dat vrijheid soms belangrijker is dan markt.

Joost Heijthuijsen is directielid van het vooruitstrevende Incubate festival. Dit essay is geschreven in opdracht van Literair Productiehuis Wintertuin behorende bij de productie De Concurrent, van Wintertuin en dans- en theaterproductiehuis Generale Oost.
De Concurrent is een filosofische theatervoorstelling over de sociale gevolgen van de vrije markteconomie én een bijzondere uitgave met nieuw werk van Joost Heijthuijsen, Stijn Sieckelink, Lard Adrian, Erik Jan Harmens, Henk van Straten, Rutger Lemm en Sytze Schalk.

De voorstelling De Concurrent staat van 29 oktober t/m 2 november in Theater a/d Rijn in Arnhem, en op 9 en 10 november in Theater Bellevue in Amsterdam. Op 1 en 9 november wordt, voorafgaand aan de voorstelling, een literair programma gepresenteerd, waarbij het publiek kan discussiëren met de schrijvers van de essays en verhalen.

 

 

Lees meer van

De dood van een ideaal

Door Joost Heijthuijsen

Tekst: Joost Heijthuijsen De omgeving van mijn oude middelbare school is de omgeving van Dood van een leraar, de debuutroman van journalist, schrijver en oud-docent Cyrille Offermans. Ik had gehoopt dat dat er niet toe zou doen, maar de docent die mij de regels van fictie en literair engagement leerde voegt nu zelf te veel […]

Lees meer uit de categorie Essay

Maffe eerste maten

Door Leo van der Sterren

Rangorde in de kunst geldt als een heikel ding. Iemand die zich argeloos door het leven beweegt, zou er gemakkelijk de vingers aan kunnen branden. Alleen al vanwege het feit dat kunstwerken zowel in hoedanigheid als in kwantiteit de grootste verschillen vertonen, mist een hiërarchie per definitie een objectief fundament. En dan komt het fenomeen […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper