Reportage

Industriële Romantiek

Door Mahlee Plekker
13 december 2012

Rokende fabrieken, zware industrie en steenkool; een gebied dat je vroeger vanaf de achterbank aan je voorbij zag trekken. Gevels nog niet ontdaan van honderden jaren kolenstof, overtollige huisraad op straat en wijken vol eendere en somber ogende huizen. Dat is de associatie die de meeste Nederlanders bij het Duitse Ruhrgebied hebben. Maar nu de industriële romantiek hoogtijdagen viert, is het Ruhrgebied een kunstlieveling geworden. De regio heeft in de jaren voorafgaand aan het uitroepen van Essen als Culturele Hoofdstad 2010 een enorme metamorfose ondergaan: het grauwe industriegebied is een hippe cultuurmetropool geworden.

Essen is op het eerste gezicht een kleurloze stad die wel een steuntje in de rug kan gebruiken. Het werkloosheidspercentage ligt er nog altijd hoger dan in de rest van Duitsland, en het kolenstof is inderdaad nog niet van de gevels verdwenen. De stad ligt midden in het Duitse Ruhrgebied en is de grootste in de deelstaat Nordrhein-Westfalen. Ooit kende het gebied rondom Essen 23 mijnen. Intussen zijn deze allemaal gesloten, maar in de woonwijken eromheen heerst nog steeds de pretentieloze sfeer die zo kenmerkend is voor oude industriesteden. Het enorme mijnbouwcomplex Zollverein dat van Essen ooit de belangrijkste stad van het Ruhrgebied maakte, lag er verlaten en verloren bij toen de stad besloot het industriële erfgoed in te zetten voor culturele en toeristische doeleinden.

Tijdens de industriële bloei rond 1930 was de Zeche Zollverein de modernste en grootste mijnbouwareaal ter wereld. Met zijn trotse in Bauhausstijl opgetrokken schacht XII stond de mijn bekend als ‘De Eiffeltoren van het Ruhrgebied’. In 1957 sloot de ene na de andere mijn als resultaat van de kolencrisis. Hoewel Zollverein en zijn medewerkers nog jaren stug doorploeterden, moesten ook zij er in 1986 aan geloven. Maar wat moet je vervolgens met een stuk zwaar vervuilde grond van bijna 14 vierkante kilometer vol verlaten gebouwen en verroeste installaties? Slopen werd te duur en vanuit historisch oogpunt onethisch bevonden.

Ruhr 2010

De Internationale Bauausstellung Emscherpark (IBE) bood uitkomst. Via dit ruimtelijk ontwikkelingsprogramma wilde de deelstaatregering het Ruhrgebied nieuw leven inblazen. De voormalige kolencentrale Zeche Zollverein werd als proeftuin voor ‘Industriekultur’ een van de stokpaardjes. De Zeche werd op de werelderfgoedlijst van Unesco gezet en toegevoegd aan de Europese Route Industriekultur. De oude gebouwen op het terrein kregen nieuwe functies: tentoonstellingsruimtes tegen een achtergrond van roestige buizen en de oude machines, een restaurant in de oude kantine, werkruimtes met muren van afbrokkelend beton. Het vroegere ketelhuis herbergt het ‘Red Dot’ Design Zentrum Nordrhein Westfalen, een ideale vestigingsplaats voor een designmuseum door de combinatie van industrie en cultuur. Ook het Ruhrmuseum, over het industrieverleden van het Ruhrgebied en de werking van de oude mijn, neemt een prominente plaats in, niet in de laatste plaats door de monumentale trap van architect Rem Koolhaas.
[flickrset id=”72157632303555180″ thumbnail=”thumbnail” photos=”” overlay=”true” size=”large”]

Voor zover de industriële architectuur van de Zeche Zollverein van zichzelf nog niet fotogeniek was, maken verschillende kunsttoepassingen de gebouwen nog spectaculairder. Het hele complex bestaat uit 20 gebouwen uit de periode 1928-1932. Het geheel vormt sinds de tussenkomst van de IBE een indrukwekkend mix van verleden, heden en toekomst. Een lichtinstallatie van de kunstenaars Jonathan Speirs en Mark Major maakt van de enorme voormalige kokerij een hedendaags kunstwerk, de weerspiegeling in het water boven de sporen waar vroeger de drukmachines overheen dreunden, maakt de enorme fabriek zelfs haast sprookjesachtig. In de winter verandert het weerspiegelende oppervlakte in een schaatsbaan, in de zomer doet een door de kunstenaars Dirk Paschke en Daniel Milohnic geplaatste loods dienst als zwembad, het ‘Werksschwimmbad’. Het enorme terrein van de Zeche Zollverein waar ooit duizenden arbeiders rondliepen, is een plek geworden waar verval en vernieuwing, industrie en cultuur samenkomen. Juist het rafelige randje maakt het een spannend.

Museum Folkwang

De voormalige kolenmijn was het middelpunt van de culturele activiteiten rondom de verkiezing van Essen tot Culturele Hoofdstad 2010, en staat symbool voor de indrukwekkende transformatie van Essen in de afgelopen decennia. Essen zag deze titel als een kans om eindelijk eens dat hardnekkige imago van vervuild industriegebied af te schudden. Naast de heropening van de oude kolenmijn als cultureel hoogtepunt gooit ook het vernieuwde Museum Folkwang hoge ogen.
Museum Folkwang is een van de belangrijkste musea in het Duitse Ruhrgebied, met een omvangrijke en zeer verrassende collectie kunst uit de 19e en 20e eeuw. Tot eind januari 2013 is hier ‘Im Farbenraus’ te zien, een tentoonstelling met een interessante en opmerkelijke combinatie van werken van enkele belangrijke twintigste eeuwse kunstenaars.
‘Munch, Matisse und die Expressionisten’ luidt de ondertitel: hier worden de Duits Expressionisten samengebracht met De Noorse Edvard Munch, de Fransman Matisse en, in diens kielzog, de Fauvisten. Het werk van Munch (1863-1944) en de belangrijkste werken uit het Fauvisme (1898-1908) staan centraal; de werken van expressionistische kunstenaars als Ernst-Ludwig Kirchner, Erich Heckel, Franc Marc en Wasily Kandinsky, die bijna een decennium na de Fauvisten hun hoogtepunt kenden, worden ernaast geplaatst. De zes ‘hoofdstukken’ waar de tentoonstelling in is opgedeeld brengen verbanden aan in de getoonde ´kleurextase’ en dragen zwierige titels als ‘Orgie der reinen Farbtone die Fauves’ en ‘Erlebstes Arkadien‘.
[flickrset id=”72157632299818775″ thumbnail=”thumbnail” photos=”” overlay=”true” size=”large”]

De relatie die zowel de Fauvistische als Expressionistische kunstenaars aangingen met de natuur werd gekenmerkt door een respectvolle houding, maar ook door dichterlijke vrijheid. De Fauvisten waren de eersten die hierbij de teugels lieten vieren; water kon ook groen of paars zijn, de lucht kon roze kleuren. Het gebruik van kleur werd niet aan banden gelegd en diende niet langer als een instrument om de werkelijkheid zo nauwkeurig mogelijk weer te geven, maar als een vehikel voor expressie.
De verbanden die de curatoren van ‘Im Farbenrausch’ leggen tussen de werken doet soms wat geforceerd aan. In hoeverre kunnen we ervan uitgaan dat kunstenaars daadwerkelijk van elkaars werk op de hoogte waren, laat staan dat ze zich door elkaar lieten inspireren? Juist het soms wat stijf ogende werk van Munch, die hier een hoofdrol speelt, steekt hier en daar af tegen de zwierige vormentaal van de Fauvisten en Expressionisten, wiens werken wel degelijk een sfeer van extase weten over te brengen. Maar ‘Im Farbenrausch’ is een unieke mogelijkheid om zoveel prachtige werken uit de vroege twintigste eeuw in elkaars gezelschap te zien en de bezoeker doet er goed aan zich over te geven aan de ‘Orgie der Farbtone‘ in de groots opgezette tentoonstelling.

Karl Ernst Osthaus (1874-1921) was een Duitse mecenas die in 1902 een Folkwang Museum oprichtte in Hagen (nu het Karl-Ernst Osthaus Museum geheten). In 1922 werd het Essener Kunstmuseum omgedoopt tot Folkwang Museum. Het oude gebouw heeft sinds vijf jaar een moderne nieuwe vleugel.
Osthaus begon al vroeg met het aanschaffen van werken van moderne Europese kunstenaars, waaronder de latere Expressionisten als Kirchner en Nolde, en de Fransman Matisse. ‘Im Farbrenrausch’ ontstond dan ook vanuit de bestaande collectie; maar liefst 23 van de tentoongestelde werken komt uit het eigen depot.
Echt opvallend en verrassend blijkt de collectie hedendaagse kunst en contemporaine kunst van het museum. Tijdens het dwalen door de brede lege gangen stuit je als bezoeker opeens op een enorme Mark Rothko, en een Pollock hangt tussen een Stella en een Newmann alsof het niets is. Ook werken van Atelier van Lieshout, Baumgarten, Scully, Reed, kunstenaars die eerder individuele- of groepstentoonstellingen in het museum hadden, kunnen de argeloze bezoeker aangenaam verrassen.

Voor de verbouwing van het museum werd niet zomaar een naam aangetrokken. Museumarchitect David Shipperfield werd opgeleid in de school van de gevierde architect Norman Foster, en (ver)bouwde grote musea over de hele wereld. Voor Essen ontwierp hij een prachtig minimalistisch museum van maar liefst 25.000m2. Enorme glazen gevels, open ruimtes en verschillende binnentuinen maken dat je het idee hebt je in een hoofdstedelijk museum te bevinden in plaats van in een provincieplaats.

Ruhr anno 2012: de balans

Ondanks deze twee zeer geslaagde voorbeelden uit de koker van de lobby van het Ruhrgebied als culturele regio, is Essen er nog lang niet. Slechts enkele steden, zoals Glasgow (1990), Antwerpen (1993) en Lille (2004), hebben duurzaam geprofiteerd van de verkiezing, de lokaal-economische effecten van de titel vallen meestal tegen. Essen probeert een kater te voorkomen door een lange termijn visie op industriecultuur te ontwikkelen. Daarnaast wordt het begrip cultuur zo breed mogelijk opgevat, zodat het niet alleen een feestje voor de elite wordt, maar ook de bewoners van het gebied baat hebben bij de festiviteiten. De Zeche Zollverein met het Ruhrmuseum en het Designmuseum hebben alvast flink wat banen opgeleverd en zetten de creatieve industrie van Essen op de kaart.

Gelikt is het Ruhrgebied als culturele regio nog lang niet. De dikke auto’s en hippe jongelingen lijken nu nog wat verdwaald. In de wijken die buiten de interessegebieden liggen, weg van alle architecturale hoogstandjes en gemeentelijke speerpunten is de nonchalance van de oude kolenstad nog ruimschoots te zien. Maar juist deze rafelrandjes geven het Ruhrgebied zijn charme.

Zollverein heeft een eigen (binnenkort ook Engelstalige) website.
‘Im Farbrenrausch’ in Museum Folkwang is te zien t/m 20 januari: www.museum-folkwang.de

Over de auteur

Mahlee Plekker droomt van moderne kunst, verre reizen en woeste golven. Ze schrijft graag reportages over kunst, cultuur, koken en (h)eerlijk eten. Het liefst in combinatie! Meer van haar werk via www.mahlee.nl

Lees meer van

Verandering van spijs

Door Mahlee Plekker

De Optimist zou de Optimist niet zijn als er niet ook aan de themamaand eten een seksueel randje zou zitten. Het waren niet culinaire hoogstandjes, serieuze recensies, sterrenrestaurants of tv koks die tijdens het redactieberaad als eerst opkwamen, maar de vermeende sekslust die bepaalde etenswaren zou opwekken. Afrodisiaca, het woord is wonderbaarlijk genoeg niet te […]

Lees meer uit de categorie Reportage

Een bootje, net als weleer

Door Jeroen Pen

Twee uur op een boot door de Amsterdamse grachten varen, onder muzikale en verhalende begeleiding van een volkszanger. Het zal niet voor iedereen aantrekkelijk klinken, maar Optimist-redacteur Jeroen Pen had er direct zin in. En terecht, zo bleek. Harry Slinger begroet alle gasten op de zogeheten ‘Slingertocht’ hoogstpersoonlijk voor ze de boot instappen. Met het […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper