Poëzie

Vers in de Etalage

Door Arno van Vlierberghe
6 maart 2013


Betreft: tijdelijke minnaars

1.
Ik ben een moeizame minnaar
maar een minnaar niettemin.

Van de liefde weet ik enkel dat ik
er pas aan ben begonnen. Dat menszijn
niet iets fijns is dat je wil doen,
maar het meer weg heeft van veroordeling.
Tot samenzijn, laat ons zeggen. Plots,
uit het niets.

Misschien is het aan de nachtwaartse dansers
die in de steeds sneller dampende rapte ouder
willen worden, vergeten, maar onder hun schaarse
kledij kinderen blijven.

Hun romances worden moeiteloos gedramatiseerd
voor op de TV.

Onder onze hoogsteigen pounding pounding technobeats
verkozen we unaniem en zonder al te veel bloedvergiet
een nieuw geloof. Seriële monogamie 2.0,
luider strakker sneller.

En dat mag.

2.
Ik vrees geen Vlaamse heupen meer,
zij willen enkel kinderen baren
en slikken in stilte.

Enkel voel ik angst voor
het goud dooraderde meisje dat zonet
een zeer lichte droom op mijn schouder sliep.
Twee mannen in het bed van haar heupen.

Ik ben een van haar minnaars.

Het rijzige koor mannen laat ze
onbewust in de waan dat ze te begrijpen
valt.

Meningen laat ze impulsief over aan
ons, de azijnpissers.
Wij aarden ‘t best in het zweet van een massa.

Meisje, meisje jij bent stil water.
Helaas kan in jouw plas geen man
zich verdrinken. Zoals jij onschuldig
leeg blijft, zo wekken ze systematisch
nieuwere modellen.

Je trekt en trekt beslist,
aan je lippen niets bijzonders.
Waarom laat je die schouders zo hangen?
Heeft niemand je dan ooit verteld
dat je niets meer nodig hebt dan het licht
van de Middellandse Zee op je wang en hoe ik
geduldig uren naast je zat, om
je tot vrouw te maken.

Ze worden zwaar, wegen door.
Ons samenzijn resulteert uiteindelijk
in niets meer dan condens op een
bus.

En dat mag.

 

Relatief verse soep

Verse soep
het is een jammere zaak
als een ondiep graf
het enige is dat je iemand
toewenst

jammer voor de miljarden jaren kostvrije vorming, duurbetaald,
voor de combatieve grootvaders die na hun donker aardewerk
niets meer dan hun patatjes en soepjes en zonen,

alles uit eigen grond.

het is jammer voor grootogige jongens en de dure boekjes
die ze met ‘waarom?’ en ‘ja ok maar hoe moet ik dan’ opvullen, zien
dat het zo niet goed komt niets doen want wie ben ik maak geen verschil
tussen jij en ik is dit geen probleem voor de politiek verandert just
niks kunt ge mij maken mij zo xanax

moeder waarom vertel je mij dit nu pas

Als er dan naar wordt gevraagd, zeg je dat het vooral met mensen
te maken heeft, wij gebeuren zelden netjes,
zolang jullie mij betalen, ben ik wel de poetsman.

 

Doe je mond open, ik leg er mijn liefde in

Kijk mijn onschuld diep in de ogen
ze beschrijven redenen mij niet te vertrouwen.
Ik ben een soort man dat leven beschrijft
als ‘verstikkend aangenaam’, ‘bedrieglijk overleefbaar’
en je de volgende 31 nachten wroegingsloos
unilateraal neukt.

Meer dan eens ben ik geboren worden
publiekelijk gaan vergelijken met schipbreuk lijden.

Op kwade dagen wil ik ranzig gevat zijn en zeg ik je
punt komma over mijn uitroepingsteken te willen spannen.

Vergeef niet te snel.

Om maar niet te moeten zeggen:
Word niet zachter dan toen
ik je gisteren op de tast de weg naar je fiets wees.
Ik sta niet in voor de gevolgen.

Lees meer uit de categorie Poëzie

Vers in de etalage

Door Marc van Caelenberg

  Gedichtendag De juffrouw van de balie Kijkt de dichter fronsend aan: “Plakband, zegt u. Waarvoor dan wel?” De dichter legt haar uit Dat hij een poster met gedichten In het stadhuis hier op wil hangen. De juffrouw van de balie baalt Maar pakt de telefoon en belt Naar niveau 1, naar niveau 2, naar […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper