Beeld Portret

Illuster – Elise van Iterson

Door Lauralouise Hendrix
14 juni 2013

In de ruim vier jaar dat De Optimist bestaat zijn er regelmatig korte verhalen van jong schrijftalent gepubliceerd; inmiddels meer dan 40. Deze literaire pareltjes worden altijd voorzien van een illustratie die speciaal hiervoor wordt gemaakt, door illustratoren met uiteenlopende stijlen en achtergronden. Los van de korte biografie die we plaatsen, weet de lezer niet zoveel over deze mensen. En dat is zonde. Daarom Illuster, waarin onze illustratoren en diens werk de aandacht krijgen die ze verdienen.

Het is de beurt aan Elise van Iterson: al vier keer mochten de lezers van De Optimist zich laven aan haar vervreemdende, naïeve aquarellen. Zij maakte illustraties voor de korte verhalen:  Een kaartje uit Zweden, Joris’ Anaphalis Triplinervis en Wormwonderland, en recentelijk doneerde zij een prent aan De Optimist voor 1000 Drawings.

1000 Drawings

In opdracht
Het feit dat Elise’s aquarel tijdens 1000 Drawings meteen was verkocht, zou je kunnen toedichten aan haar, op het eerste gezicht, toegankelijke stijl. Het is helder, kleurrijk en humoristisch werk. Dat maakt haar ook populair als editorial illustrator voor verschillende vooraanstaande (online) kranten en tijdschriften: Elise mag ook de Belgische krant De Morgen, NRC Handelsblad, Hard//hoofd, Vrij Nederland en Hollands Maanblad tot haar vaste opdrachtgevers rekenen.

Illustraties voor De Morgen en NRC Handelsblad

Elise maakt naast haar illustraties in opdracht ook vrij werk. Op haar website valt het op dat het merendeel van het vrije werk enkel gemaakt is met Oost-Indische inkt. Het werken in zwart/wit is een overblijfsel uit het begin van haar ontwikkeling als kunstenaar; het werken in kleur is pas ontstaan nadat zij werd gevraagd voor opdrachten. Wat volgens Elise haar vrije werk vooral onderscheidend maakt, is dat het series zijn waarin de beelden elkaar nodig hebben om een verhaal te vertellen; een mogelijkheid die er niet, of minder, is bij het maken van werk in opdracht, waar het meestal een enkele illustratie bij een artikel betreft. Dan moet het verhaal verteld worden in die ene afbeelding; daar waar haar vrije werken meestal een enkel onderwerp hebben zijn de werken die ze in opdracht maakt collageachtig en verhalend. Kleur wordt gebruikt als een extra narratief instrument.


Geestverwanten
In een artikel over cartoonist Glen Baxter, enkele jaren geleden gepubliceerd in de VPRO gids, werd Elise geciteerd over de inspiratie die zij in zijn werk vindt. “Mijn tekeningen zijn door hem geïnspireerd, ze zijn ook braaf, absurd en naïef. Wat ik ook goed vind aan Baxter is dat het eigenlijk best zou kunnen wat er in zijn cartoons gebeurd. Misschien op een jongensboekmanier, maar het kan.” Door de samenvoegingen van ogenschijnlijk ongerelateerde onderdelen in onverwachte combinaties ontstaan er inderdaad situaties die niet meteen uit de realiteit lijken te stammen. Maar hoewel de term surrealistisch wel van toepassing is op sommige van haar werken, voelt ze zich niet verbonden met typisch surrealistische kunstenaars als Salvador Dali en Carel Willink, met hun gepolijste vervormingen en droombeelden, waar de humor, als die al aanwezig is, zich op een hele ander manier manifesteert. Hiermee vergeleken is toegankelijkheid en relativering  in Elise’s werk veel belangrijker.

Illustraties voor Vrij Nederland, hard//hoofd en Hollands Maandblad

Overige kunstenaars die Elise bewondert komen veelal uit België. Ze noemt o.a. Marcel Broodthaers, Brecht Vandenbroucke, Benoît van Innis, Roger Raveel en James Ensor.  Elise komt zelf uit Maastricht en studeerde aan de St. Lucas academie in Gent, maar naast deze link met België is in haar werk vooral het sobere absurdisme en de naïviteit te zien waar niet alleen genoemde kunstenaars in uitblinken, maar waar onze zuiderburen in het algemeen een patent op lijken te hebben. Verder doet haar werk denken aan dat van Edward Hopper: niet alleen wat betreft de vorm en het kleurgebruik, maar ook vanwege de realistische weergave van schijnbare onbelangrijke situaties die door hun banaliteit iets ongemakkelijks krijgen, en tot de verbeelding gaan spreken. Elise’s absurdisme is grotendeels afwezig bij Hopper, maar de figuren in zijn werk stralen soms een zelfde soort apathische leegheid of machteloosheid uit als de mensen in Elise’s werk.

Zelfkritiek
Na haar studie aan de Rietveld Academie in Amsterdam nam de carrière van Elise een grote vlucht, met o.a. grote opdrachten voor het maken van vilten wanddecoraties in Amsterdam en Maastricht. En jaar later werd het “…opeens stil…” en ging ze op zoek naar nieuwe manieren van werken. Dat werden de schilderijen en aquarellen op het kleine formaat die nu veel voorkomen in haar oeuvre.

Werken in vilt

Op de vraag wat ze geleerd heeft tijdens haar studie bestaat het antwoord uit één woord: zelfkritiek. Met een lichte aarzeling duidt zij het verschil tussen een academisch geschoolde kunstenaar en een amateur vooral in de manier waarop men naar het eigen werk kijkt. Veel meer nog dan technieken heeft ze tijdens haar studie geleerd om haar eigen werk in een referentiekader te plaatsen en te bekritiseren, in het midden latend of dit een onverdeeld positief iets is.
Behalve de vilten werken is er weinig driedimensionaal werk, of werk in andere media dan aquarel en inkt, te vinden op haar website. Dat is een min of meer bewuste keuze: “Ik houd van de beperkingen van een vlak kader.” Ze kan weinig met sculpturen; niet als maker en niet als toeschouwer. “De illusie van diepte vind ik vaak veel interessanter dan dat het er daadwerkelijk is.”

Verzamelwoede
Elise viert carnaval, een toegankelijk feest waar absurdisme en mystiek hand in hand gaan. Burgerlijk, maar bedoeld om los te komen van diezelfde burgerlijkheid. Het feest, waar ze van kinds af aan deelneemt, en de positie die het heeft ten opzichte van de alledaagse werkelijkheid lijken invloed te hebben op haar werk, waar je de kleurrijke en licht nostalgische carnaval-esthetiek in terug ziet. Bij één project zelfs heel letterlijk: zij maakte de illustraties voor het door haar vader Ad van Iterson geschreven boek Drie Dagen en Drie Nachten: Carnaval in Maastricht. Zij zocht de voorbeelden dicht bij huis: de illustraties zijn veelal gebaseerd op daadwerkelijke uitdossingen van vrienden waar zij carnaval mee viert.

Elise verzamelt eigenlijk altijd vernaculaire beelden als inspiratiebronnen en modellen voor haar illustraties en schilderijen. Voorheen zocht zij vooral oude beelden, nu ook steeds vaker modern beeld, op sites zoals Imageshack. De houdingen van mensen in moderne fotografie zijn meer extravert en minder gedwongen dan bij de stijve poses die gebruikelijk zijn bij vroegere foto’s,en daardoor erg bruikbaar voor Elise’s werk. Doordat de houdingen expressiever zijn kan Elise ze gebruiken om ze een grotere narratieve rol te laten spelen, vooral bij haar werk in opdracht.

Mensen zijn echter maar voorbijgangers in het universum van Elise’s werk, wat voor de rest bevolkt wordt door dieren, banale objecten, gebouwen en typografie. In cultureel maandblad Zuiderlucht zei zij in 2009: “In mijn werk klinken voetstappen hol. Het zijn taferelen van figuren en objecten, uitgeknipt, losgezongen uit hun vertrouwde omgeving en ergens neergezet.” Door deze pastiche benadering, het overhevelen van vorm zonder inhoud naar een nieuwe context, vervullen de elementen een vervreemdende rol of stellen ze vragen bij algemene aannames.  Haar werk lijkt hierdoor ongrijpbaar, ondefinieerbaar, ongemakkelijk zelfs. Op het eerste gezicht is het heel herkenbaar; het heeft samenhang, maar bij nader inzien klopt het niet. De resulterende beelden, uniform in stijl maar subjectmatig extreem gevarieerd, doen denken aan rariteitenkabinetten, waarin door de samenvoeging van curieuze zaken een nieuwe parallelle realiteit ontstaat, vol anachronismen en contextuele tegenstellingen, waar je makkelijk naar kunt kijken maar die je niet zo eenvoudig kunt zien.

Elise bevestigt deze vergelijking: sterker nog, haar nieuwste serie heet Objects of Curiosity en hierin verzamelt zij afbeeldingen op een manier die vergelijkbaar is met hoe rariteitenkabinetten tot stand kwamen. Deze verzamelingen van objecten ontstonden in een tijd waarin wetenschap en kunstgeschiedenis nog geen protocollen hadden aangeleverd over hoe en waarom  een object  in een bepaalde context thuis hoort. Dit leverde bonte verzamelingen op die werden gedreven door enkel de drang om mooie, zeldzame of curieuze te bezitten. Elise hevelt dit proces over naar het heden en in haar werk zijn er dan ook elementen uit het modernisme terug te vinden, zoals een PEZ snoepjesdispenser, een Duits Meinzlmanchen en een “I WANT TO BELIEVE” ufo-poster. Elise noemt deze zaken ‘nieuwe rariteiten’: objecten verliezen na een bepaalde tijd hun vanzelfsprekendheid en verbinding met de alledaagse gang van zaken. Wat overblijft zijn ‘hulzen’ die op tot de verbeelding gaan spreken vanuit een soort onderbuikgevoel. Elise combineert zaken zonder te letten op originele context, ouderdom of betekenis, maar vanuit de persoonlijke opvatting dat ze bij elkaar passen. Maar niet alleen daarin is er een overeenkomst met het rariteitenkabinet. Bijna alle onderdelen in Elise’s werk zijn oorspronkelijk gemaakt zonder artistieke pretenties; pas als ze bij elkaar geplaatst worden accentueren ze elkaars bijzonderheid.


Verder
Het in de wind slaan van context, afkomst en tijd bij het verzamelen van zaken uit zich overigens niet alleen in haar beeldende werk. In de gedaante van DJ Sensuela maakt zij een programma voor het Amsterdamse Red Light Radio en is ze regelmatig live actief in o.a. Café Schiller aan het Rembrandtplein, Amsterdam. De muziek die ze uitkiest past enkel gevoelsmatig bij elkaar; genres, tijdsvakken en geografische herkomst wisselen elkaar volkomen onvoorspelbaar af. De werkwijze van Elise is geenszins uniek: het verzamelen van alledaags materiaal en het presenteren ervan in een nieuwe context zou je bijna een voorwaarde kunnen noemen voor wat er in verschillende media is geproduceerd en gepubliceerd de afgelopen, pak hem beet, 60 jaar. Maar dat neemt niet weg dat Elises uitvoering origineel, grappig en gewoon ook heel mooi is. Haar werk ademt een sfeer en een stijl die je, op dezelfde manier als filmmaker Wes Anderson dat voor elkaar krijgt in zijn films, doet verlangen erbij te horen, er deel van uit te maken. Haar realiteit is gek, kleurrijk en absurd, maar heel stijlvol zonder aan inhoud te verliezen.
Op de vraag hoe het er bij haar thuis uitziet antwoord ze: “vol… eclectisch…”. Ik wil er eigenlijk graag op bezoek.

Voor meer werk van Elise van Iterson ga je naar haar website: www.elisevaniterson.eu, Daar kun je ook originele afbeeldingen van haar kopen die speciaal worden ingelijst in “custom” lijstjes van onbehandeld hout. Objects of Curiosity is gepubliceerd in Vandaag staat niet alleen. De beste essays van Jan Pen uit Hollands Maandblad, waar vroege essays naast later werk wordt geplaatst, iets waar de anachronistische wereld van Elise uitstekend bij lijkt te passen. Verschenen bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Over de auteur

Lauralouise is fotohistoricus en (beeld)redacteur, tegen wil en dank gefascineerd door dieren, Duitsland en de kunsten. Als de woorden niet willen maakt Lauralouise beeld, voor zichzelf en soms ook voor De Optimist.

Lees meer van

Illuster – Gemma Pauwels

Door Lauralouise Hendrix

In de vier jaar dat De Optimist bestaat zijn er regelmatig  korte verhalen van jong schrijftalent gepubliceerd; inmiddels meer dan 40. Deze literaire pareltjes worden altijd vergezeld door een illustratie die speciaal hiervoor wordt gemaakt, door illustratoren met uiteenlopende stijlen en achtergronden. Los van de korte biografie die we plaatsen, weet de lezer niet zoveel […]

Lees meer uit de categorie Beeld Portret

Portret: Lisa Weeda

Door Lisa Weeda

Tweede halte: Lisa Weeda. Ze publiceerde vorig jaar haar verhaal ‘Rijskracht’ op De Optimist. De redactie was er zo enthousiast over dat het werd opgenomen in het Handboek voor een Optimistisch leven onder het thema Eten. Foto: Masha Bakker Photography Hoe heb je De Optimist leren kennen? Ik liep stage bij Radio Kunststof en had een […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper