Beeld Essay

Blikvanger – De oester, de parel en de zee

Door Lotte van Geijn
31 oktober 2013

Speciaal voor De Optimist zal beeldend kunstenaar Lotte van Geijn regelmatig schrijven over kunst die haar blik wist te vangen. De tweede aflevering van Blikvanger gaat over de kunst van de oester, de parel en de zee. Vannacht had ik de vreemdste maar mooiste droom ooit. Er kwamen parels uit mijn kut; glanzend en mooi vielen ze op de witte lakens. De droom kwam niet helemaal uit de lucht vallen. Voor een nieuw kunstwerk doe ik al een aantal weken onderzoek naar de oester en zijn parel. Een half jaar geleden at ik voor het eerst een oester. Ik had een zekere minachting voor dit gerecht. Het heeft voor mij een sterke associatie met elite; mensen met die teveel geld en tijd hebben. Met champagne en andere lariekoek. Toch verdween deze associatie onmiddellijk en maakte zij plaats voor een pure sensatie in mijn mond. De subtiele zilte streling op mijn tong en de fluwelen structuur van de oester bezorgde me sensuele kippenvel. Ik heb sindsdien geen oester meer gegeten, maar ik ben wel begonnen het geheim van de oester te ontrafelen. De kunst van de oester Allereerst keerde ik terug naar de Gouden Eeuw van de Republiek der Verenigden Nederlanden: de zeventiende eeuw. De Franse filosoof René Descartes schreef erover in 1631: ‘Welke andere plek zou men in de wereld kunnen kiezen waar alle comfort van het leven en alle interessante dingen, die men maar wensen kan, zo gemakkelijk te vinden zijn als in deze? Welk ander land is er, waar men zulk een volmaakte vrijheid kan genieten…?’ En genieten van het goede leven, dat konden de rijke burgers in die tijd wel. Daarvan lieten ze speciale stillevens schilderen die we nu nog kunnen bewonderen. De Haarlemse Heda Willem Claesz. (1594/1595 – 1680) specialiseerde zich in het stilleven, maar ook in het weergeven van moeilijke lichtweerkaatsingen. Het schilderij Stilleven met vergulde bokaal uit 1635 is een hoogtepunt in zijn oeuvre. Het is een onbeschrijflijk mooi en realistisch geschilderd kunstwerk. Heda Willem Claesz - Stilleven met vergulde bokaal, 1635 Heda Willem Claesz – Stilleven met vergulde bokaal (1635) Op het schilderij zijn op de restanten van een luxueuze maaltijd te zien. Een omgevallen vergulde bokaal ligt op een tafel met een groen tafelkleed en twee verkreukte damast servetten. Stukken brood en oesterschelpen liggen op tinnen borden. Op een derde bord zien we zout en peper, destijds nog luxeproducten. Het opgerolde krantenreepje is geen blaaspijltje maar een handigheidje om het zout op de oesters te strooien. Er staat een glas rode wijn en een roemer met witte wijn, een kannetje van glas met olie en azijn, een zilveren zoutvat en rechts een neergelegde berkenmeier. Al deze kostbare voorwerpen zijn door Heda bewust gekozen en zorgvuldig gepositioneerd om zijn schilderstechniek optimaal te kunnen laten zien. Het is ongelooflijk hoeveel schakeringen grijs hij kon schilderen; daardoor heeft hij de verschillende materialen – tin, zilver, glas, damast, parelmoer-  zo goed kunnen treffen. Hij was gespecialiseerd in bijna eenkleurige stillevens, de zogeheten ‘monochrome banketjes’. Het brood en de oesters zijn echter bijna onaangeraakt en ook de citroen is maar half geschild: de rijke, overdadige maaltijd lijkt halverwege te zijn afgebroken. Het lijkt zijn bedoeling te zijn geweest met het werk aan te sporen tot matigheid: dat is paradoxaal in vergelijking met  het eten en de luxueuze objecten. Maar in die tijd was bescheidenheid een groot goed, en om toch hun rijkdom te tonen, ondanks een sobere levensstijl, konden rijke burgers z’n pronkend stilleven ophangen. De oesters op het schilderij zien eruit alsof je zo er zo eentje van het tinnen bord kan optillen, om er met het krantenpijltje wat zout op te strooien en hem naar binnen te laten glijden. Gelukkig werden burgers destijds aangespoord tot matigheid, anders was dit prachtige schilderij ongetwijfeld een stuk leger geweest. De kunst van de parel Het meest fascinerende aan de oester is niet zijn smaak, maar het feit dat hij een parel kan maken. Er wordt geschat dat er maar in 1 op de vijftienduizend wilde oesters een parel verstopt zit. Een parel ontstaat uit een irritatie: wanneer een oester eet opent hij zijn schelp een klein stukje en zuigt dan plankton naar binnen. Soms komt er dan per ongeluk een zandkorreltje mee naar binnen. Dit vreemde korreltje irriteert de oester zo erg dat hij hem probeert te verwijderen uit zijn schelp. Lukt dit niet, dan begint hij om deze zandkorrel een dun laagje parelmoer te bouwen om zichzelf te beschermen; dezelfde parelmoer waar de oester ook de binnenkant van zijn schelpen mee heeft bekleed. Zolang de zandkorrel blijft zitten blijft de oester er laagjes omheen bouwen. Voor een parel van 1 millimeter dikte zijn ongeveer 2000 laagjes parelmoer nodig. Een redelijke parel heeft dus wel jaren nodig om te ontstaan. Johannes Vermeer - Meisje met de parel, 1665 Johannes Vermeer – Meisje met de parel (1665)  We blijven in de Gouden eeuw en komen dan natuurlijk uit bij Johannes Vermeer; Meisje met de parel uit 1665. Het schilderij is een ‘tronie’: een studie naar een gezicht of gezichtsuitdrukking. Wie het meisje is blijft nog altijd onduidelijk; de modellen van toen waren meestal anoniem. Het schilderij is betoverend mooi en houdt je in haar greep. Het meisje dat je, over haar schouder, recht aankijkt, met een nieuwsgierige blik in haar grote ogen. Met haar mond sensueel half geopend lijkt ze een onbevangen en licht afwachtende houding aan te nemen. De schildertechniek van Vermeer is virtuoos, wat blijkt uit de subtiele manier waarop hij de weerkaatsing van licht in het schilderij suggereert. Vooral in de parel, die lijkt te bestaan uit niet meer dan twee verfstreken, een helder lichtaccent linksboven en een zachte weerschijn van de witte kraag aan de onderkant, is dit ongeëvenaard goed gedaan. Het is misschien helemaal geen echte parel maar een glazen gelakte druppeloorbel, maar ik kan me dat niet voorstellen. Vermeer-detail Detail van Meisje met de parel Het heeft misschien vele jaren gekost om deze grote parel te laten groeien; het is beslist niet onmogelijk, ze komen voor in de natuur. De parel en het meisje lijken erom te strijden wie de grootste blikvanger van het schilderij is, maar uiteindelijk versterken ze elkaar en brengen ze samen het schilderij tot ongekende hoogte. Ik zou haar wel een oester willen aanbieden. De kunst van de zee Als ik aan parels denk komt er een herinnering boven. Ik moet een jaar of elf zijn geweest. Vaak mocht ik na school bij een vriendinnetje spelen. Dit vriendinnetje woonde in een prachtig ingericht huis. Ik was ook erg gesteld op haar moeder: ik kon met haar dingen bespreken over mijn snel ontwikkelende meisjeslichaam, die ik thuis niet kon bepreken. Ik herinner me echter nog goed dat de vader van het vriendinnetje op een dag thuis kwam en ons meenam naar de bovenkamer, hun tweede huiskamer recht onder de zolderkap. Hij begon ons te vertellen over de parelvissers. Over hoe ze telkens weer de diepte van de zee in doken, zonder zuurstofflessen, balancerend op de grens van leven en dood, steeds dieper de zee in zwemmend om oesterschelpen te pakken te krijgen, hopend op die ene oester met een parel erin. En vervolgens bijna stikkend hun weg terug naar boven vochten. Het verhaal beangstigde me enorm, maar tegelijkertijd liet ik me in vervoering brengen door de passie  waarmee hij zijn verhaal vertelde. Op een zeker moment zette hij een langspeelplaat op, en voor het eerst in mijn leven hoorde ik een opera. Het overdonderde me en nam me nog dieper mee het water in. Ik ervoer ter plekke wat de parelvissers gevoeld moeten hebben. De opera die hij opzette was Les pêcheurs de perles, geschreven door George Bizet in 1863 op een libretto van Eugène Cormon en Michael Carré. De opera vertelt het verhaal van twee oude vrienden; de visser Nadir en de hoofdman van een dorpje in Ceylon (het huidige Sri Lanka), Zurga. Beiden zijn verliefd op de priesteres Leila en wanneer er op een zeker moment een boot verschijnt is het Leila die zich erop bevindt; ze komt bidden voor het succes van de parelvissers, en ze belooft hen vervolgens zonder geliefde door het leven te gaan om hen beiden trouw te blijven. Maar uiteindelijk wordt Leila verliefd op Nadir, wat Zurga ertoe beweegt hen beiden ter dood te veroordelen. Wanneer Leila Zurga tot slot haar ketting, die ze ooit van hem kreeg, teruggeeft komt hij tot inkeer en uiteindelijk offert hij zelf zijn leven op om de twee geliefden te redden. De prachtige muziek neem je mee de diepte van de zee in, waar de parelvissers op de grens van leven en dood oesters openden op zoek naar die ene parel, symbool voor die ene grote liefde.   — Van 27 t/m 31 december zal het kunstwerk waarvoor Lotte van Geijn deze zoektocht maakte te zien zijn bij Art In Redlight 9, een kunstmanifestatie en -beurs in de Beurs van Berlage te Amsterdam. Daar zal zij samen met Sue van Geijn een installatie presenteren en haar dromen omzetten in parels, door de ambacht van de oester af te kijken en vervolgens te duiken als een parelvisser, de diepte in.  

Lees meer van

Blikvanger – Pulp Inspirator

Door Lotte van Geijn

Speciaal voor De Optimist zal beeldend kunstenaar Lotte van Geijn regelmatig schrijven over kunst die haar blik wist te vangen. De eerste aflevering van Blikvanger gaat over de ‘pulpcollages’ van Joe Webb. ‘I wish I had been born 100 years ago.’ Met deze zin eindigde kunstenaar Joe Webb onlangs een interview. Webb begon jaren geleden […]

Lees meer uit de categorie Beeld Essay

De huppelende Casanova

Door Patricia Piolon

In de folklore wordt het konijn meestal gezien als een lafaard par excellence. Veel wordt er niet over het beest gezegd; áls er al iets over hem wordt gezegd, wordt hij meestal niet geprezen, en als hij al wordt geprezen, is dat om de snelheid waarmee hij zich uit de voeten kan maken

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper