Essay

De GelegenheidsOptimist

Door Emily Kocken
25 oktober 2013

Met ‘De GelegenheidsOptimist’ willen wij een podium bieden aan schrijvers, columnisten en bloggers die wij goed vinden; schrijvers met een originele, optimistische invalshoek. Deze week bezingt kunstenaar en schrijver Emily Kocken haar liefde voor (en verlangen naar) San Francisco.

 


O, San Francisco

 
Ik was op reis en ben weer thuis. Zelden verlangde ik zo snel al naar de plaats waar ik op vakantie was. Ondanks een hevige jetlag (heftiger dan eerdere keren), slapeloosheid in de nacht, vermoeidheid overdag, spastische darmen en suizende oren, zou ik me in een zucht en een scheet opnieuw laten wegvliegen. Naar San Francisco.
Ik was gewaarschuwd door mensen die er geweest waren en sinds hun terugkomst leden aan een vage emotie die hun leven hier behoorlijk wist te ontregelen. In een enkel geval had iemand een Green Card aanvraagprocedure op gang weten te krijgen. Maar de meesten kwamen met wallen onder de ogen en hun tong op de schoenen op hun gedurfde dromen terug. Ze boekten zodra hun budget het toestond een nieuwe reis, en konden bij thuiskomst dan weer van voor af aan beginnen.
Ik erken vooral de vaagheid van het gevoel, een groeiend besef van onvermogen om van de vaagheid iets vastigs te maken; een emotie waar je je tanden in kunt zetten. Want nog meer dan aan het gemis, de hunkering, het gevoel dat ik daar hoor te zijn en vooral niet hier, begin ik me te ergeren aan het onbenoembare en als het nog langer duurt zal ik me meer en meer gaan ergeren aan mijn ergernis. En God knows waar dat zal eindigen. Naar het zich laat aanzien, zal deze gemoedstoestand niet snel veranderen.

Gênant eigenlijk, de afwezigheid van een passende benaming. (Liever lijd ik liefst in stilte aan wat ik duidelijk benoemen kan.) Een comfortabele term als heimwee is hier absoluut niet op zijn plek. Want heb ik na slechts tien dagen vakantie wel recht op heimwee naar die stad? Wereldberoemd door de Golden Gate Bridge en een penitentiair fantoom als Alcatraz; bejubeld vanwege het gigantische Golden Gate Park, dat als een kloppend groen hart een paar parels van musea verborgen houdt, en vanwege een reusachtige muziekkapel waar het hele jaar door wekelijks gratis concerten worden gegeven door de Golden Gate Park Band.
Laat ik mijn zucht naar terugkeer alsjeblieft niet afdoen met het op grote schaal gebruikte woord ‘verlangen’. Het fenomeen sentimental journey is sinds de zestiger jaren, mede door toedoen van naar de westkust verhuisde leden van de Beat Generation, afgeschaft. Vanuit een experimenteel en luidruchtig bedreven vorm van existentialisme vierden zij, met een aanvankelijk marginaal publiek, tijdens hun flamboyante poetry slams alles wat je onder de term ‘levenslust’ kan verstaan. Down to earth waren zij niet bepaald, maar van een hang naar nostalgie kon je hen werkelijk niet betichten.

Dat de door Beat schrijver en activist Ferlinghetti opgerichte City Light Bookstore precies op de dag dat ik terugreisde zijn zestigste verjaardag vierde, was een vreemd en toevallig feit. Jammer dat ik het feestje moest missen. Natuurlijk had ik eerder die week een bezoek gebracht aan de boekwinkel, en was ik blij de treden opgesprongen die mij naar de Beat Writer’s Room brachten, waarin behalve voor bekende namen van de Beat Generation (Ginsberg, Kerouac en Burroughs) ook ruimte is vrijgemaakt voor leden van de jongere vrijgevochten schrijversgeneratie van de VS, zoals een Marie Calloway. De titel van haar eersteling verraadt al een fraaie proeve van feminien vilein schrijven: What purpose did I serve in your life?
Misschien is zij wel degene die mij verder kan helpen in mijn zoektocht naar de meest adequate term voor mijn gevoel van gemis. Zij schrijft over gebruiken en gebruikt worden, in dodelijk directe dialogen waarin ze het ‘cum’ van de ontelbare mannen die zij via Skype haar web binnenhaalt, zonder scrupules van haar computerscherm laat spatten. Bij Calloway is geen ruimte voor sentimentaliteit; modern verlangen is harder en directer.Verder verwijderd van enige vorm van teerhartigheid kan je niet komen, ben ik bang.

Ik gooi het maar over een andere boeg. Mag ik het over ‘hartzeer’ hebben, al is het maar voor even? Een lelijk woord, dat (met moeite) rijmt op zweer, maar iedereen begrijpt juist daarom dat er iets ernstigs met mij aan te hand is.
Bevind ik mij wat dat betreft dan niet in het gezelschap van een keur aan dichters, dat met dubbele tong en tranend oog de lof van deze stad hebben proberen te bezingen? Laaf ik mij niet aan de energie die uitgaat van het levenswerk van de stroom van schrijvers die zich wijdden aan de alom geprezen schoonheid van San Francisco; een lastige, dubieuze schoonheid? Want hoewel in wezen en historie ruig, een stad die oorspronkelijk voor een groot gedeelte uit goudzoekers, hoeren en criminelen bestond, heeft San Francisco zich stijlvol berust in het onuitroeibare, toeristische geloof in de geesten die tot op de dag van vandaag een spookgevangenis bevolken, en stort het dagelijks deemoed uit over het lot van de dolende zielen van duizenden zelfmoordenaars die de Golden Gate Bridge op zijn geweten heeft.

Oh, San Francisco - Emily Kocken

Kan een stad mijn hart breken doordat het volledig anders is, maar in wezen precies hetzelfde aanvoelt als de stad waar ik ruim twintig jaar woon? Amsterdam. In wezen, really? Precies hetzelfde, echt waar? Nee. Jaren geleden kreeg ik al snel genoeg van het misnoegen en dédain waarmee men Nederland en Amerika als twee tegenpolen wist voor te stellen, waarbij een uitzonderingspositie werd toegekend aan San Francisco. Omdat ik er minder Amerikaans uitzie dan ik op papier eigenlijk ben, heb ik incognito menig belediging met een gespeelde glimlach weten te doorstaan. Dat alle Amerikanen dik zijn, dom, alles ‘great’ vinden, stiekem allemaal Republikein zijn, ja, ook de Democraten, en dat iedere volwassene een pistool op het nachtkastje heeft liggen. (Ja, ook de Democraten.)
Toegegeven, ook ik moest even wennen aan mijn eigen hand die niet geheel vrijwillig op mijn hart kwam te liggen tijdens het zingen van het National Anthem, voor de opening van een honkbal wedstrijd van de San Francisco Giants (tegen de San Diego Padres), en dat terwijl ik wist dat dit zou gebeuren, en dat het totally not done is om dan domweg te blijven zitten. (De score: 5-4 voor de Giants.) Ik durf te wedden dat menig toerist uit welk land dan ook zou weigeren om aan dit malle vertoon van patriottisme mee te werken. Stel je voor zeg! Het volkslied zingen voor aanvang van een sportwedstrijd, foei! De stereotypische Amerikaanse folklore mag het dan leuk doen in een highschool drama, in de werkelijkheid is het een heel ander verhaal, en zeker als er een actieve houding van je wordt verwacht.

Lang leve het verschil tussen de Amerikaanse traditie versus de Hollandse tolerantie, de Hollandse multiculturele samenleving tegenover het conservatieve van veel, maar zeker niet alle, Amerikanen. Lang leve ook de overeenkomsten: ‘In San Francisco voel je je net alsof je in Amsterdam bent.’ Het woord ‘gezellig’ viel ongetwijfeld tijdens een van deze ontboezemingen.  Een Amsterdams verlichte mentaliteit zag ik zeker terug, want dat San Francisco een waar mekka schijnt te zijn voor homoseksuelen is aan het uitzinnig eclectische straatbeeld af te lezen; een publiek terrein waar je evenveel homo- als heterostellen innig gearmd ziet rondlopen (ofschoon dit dan ook niet in elke buurt het geval is). Dat het San Francisco International LGBT (Lesbian Gay Bisexual Transgender) Film Festival in zijn soort het oudste festival is van de wereld, zal dan ook niemand verbazen.
Maar toen ik daar was, was mijn ervaring verre van Amsterdams te noemen, omdat ik bijna van de heuvels afwaaide. De waarheid was dat ik omviel van lichtvoetigheid telkens wanneer ik op een brede boulevard de gebouwenstorm wilde trotseren, en toen ik in het nabijgelegen natuurmonument Muir Woods mijn armen rond een eeuwenoude pine wilde slaan, paste het niet. Voor geen meter! De boom, te oud, te oer en ik, wellicht, te klein. De armen te kort, verkrampt, om dit soort almacht te kunnen bevatten.

Los van het feit dat ik van geboorte eigenlijk Amerikaan ben, wordt in dat land een stukje identiteit tot leven wordt gewekt waar ik vervolgens geen goede verklaring voor heb, laat staan dat ik kan uitleggen hoe het er uit ziet. En dan is dat vage gevoel van heimwee of verlangen eerder een prettig soort eenzaamheid dat ‘m juist zit in het paradoxale van het leven in een immens grote stad, gebouwd op heuvel na heuvel (na heuvel na heuvel),  gezond bekleed met een diversiteit aan inlands en uit den vreemde ingevlogen boomsoorten, omzoomd door de rest van de omringende natuur. Het zijn de eindeloze rijen huizen die ik kon zien vanaf ‘mijn’ heuveltop, de skyline van wolkenkrabbers, de beroemde bruggen (behalve Golden Gate ook zijn broertje Bay); kortom het belachelijk filmische uitzicht waardoor ik, even weer Amerikaanse en tegelijk onoplosbaar anoniem in mijn tijdelijke staat van toerist, me zichtbaar ingebed voelde door een ander leven dan het mijne.

 

Lees meer uit de categorie Essay

De GelegenheidsOptimist

Door Carmen Felix

Met ‘De GelegenheidsOptimist’ willen wij een podium bieden aan bloggers die wij goed vinden; bloggers met een originele, optimistische invalshoek. Deze week wentelt schrijver en redacteur Carmen Felix zicht in de warmte van de mijmering.  Mijmering De vraag ‘waar word je gelukkig van?’ wordt door velen steevast beantwoord met tamelijk saaie dingen als ‘de geur […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper