Essay

Rood pluche

Door Sonja Schulte
6 december 2013

Ter ere van het vijfjarig bestaan van De Optimist schreef Sonja Schulte een essay over jarig zijn, waarbij ze zichzelf de vraag stelde: wat is een verjaardag?

Als u dit leest ben ik net jarig geweest, terwijl ik dit schrijf moet die dag nog komen. Ik ben eenendertig geworden en met vrienden en familie samengekomen in een café en hopelijk heb ik me vermaakt. Het café is leuk, daar zal het niet aan gelegen hebben: een van de oudste cafés van Groningen met een kastelein die gilet en vlinderstrikje draagt. Ze hebben goede scherpe mosterd en een biljart en ik mag in een chique klein privézaaltje met glas-in-looddeuren. De stoelen stonden ooit in Carré en dat past precies bij mijn stemming: wegzakken in rood pluche en zuipen. Doe mij nog maar een bitterbal.

Sinds een paar jaar heb ik geen zin meer. Waarom zou ik überhaupt mijn verjaardag moeten vieren? Ik leef nog, maar daar hoef ik niet per se bij stil te staan. Moet ik drinken om te vergeten dat ik ouder word en dichter bij de dood kom? Dat vind ik niet zo erg. Tijd doorbrengen met mijn vrienden en familie? Daar heb ik geen verjaardag voor nodig. Wat vier ik nu eigenlijk?

Verjaardagsslinger
Slinger en foto: Sonja Schulte 

Wat is een verjaardag? Een verjaardag is een spel. Elk kind weet dat. Het gaat om cadeautjes, slingers, zingen en dansen en om slagroom rond je muil. Het gaat om hard rennen door de gang en met je schoenen over de bank met je nieuwe vliegtuig in de hand. Het gaat om het vlechten van je mooie, best al lange haar en de roze strikken erin. Het gaat om trakteren en kiezen wat je wilt eten en om het uitblazen van de kaarsjes en de wens die je mag doen – zachtjes! Het gaat om al die mensen die komen voor jou en jij hoeft niets te doen. Het is één groot feest.
Ik zie het nu bij de kinderen van mijn vrienden maar weet het zelf nog best. ‘s Ochtends mocht ik eerst op zoek naar de cadeaus die mijn ouders hadden verstopt. (Mijn broertje wees ze meestal al aan.) Op school trakteerde ik dropveters met Nibb-its eraan geregen en ik koos als avondeten altijd pizza, want ik lustte geen patat. In het middelpunt van belangstelling staan vond ik minder leuk, vooral omdat mijn verjaardag meestal betekende dat ik bij de sinterklaasviering van school/buurtvereniging/zwemclub naar voren werd geroepen en bij Sint op schoot moest. Maar al met al was jarig zijn geen enkel probleem. Het leven was een feest, dus een verjaardag ook.

Wat is een verjaardag? Een verjaardag is een gesprek. Elke adolescent weet dat. Het gaat om samenkomen en eerlijk zijn. Vertel hoe het echt met je gaat en denk daarbij na over wat je wilt. Deel met elkaar de dingen die interessant zijn en drink en filosofeer, want de tijd stelt niets voor en feesten is waar het leven om draait, uiteindelijk. Samenkomen en drinken en niet al teveel nadenken over de toekomst. Nu is waar het om draait en we vermaken ons. We praten over boeken, films, concerten en wie het met wie heeft gedaan.

Wat is een verjaardag? Een verjaardag is een vorm van dienstverlening. Elke volwassene weet dat. Het gaat om helpen met het snijden van komkommers, zorgen dat die peuter zijn kop niet stoot, vriendelijk voor de hand liggende vragen stellen en bevestigend antwoorden. De feestgever doet iedereen een plezier want het is weekend: we rusten uit, we drinken bier. Cadeautjes zijn een leuke  verwijzing naar een succesvolle leefstijl geworden en het eten is lekker makkelijk en slim. Je helpt wel even met het smeren van de broodjes. Een feest is niet meer wat het voor jezelf betekent, maar wat het voor een ander doet, ook je eigen verjaardag. Je viert het zodat je je kinderen kunt trakteren. Je viert het om je vrienden je zelfgebakken taart te laten proeven, om je ouders te laten zien dat het goed met je gaat – kijk, je hebt een nieuwe salontafel. Je deelt de dagelijkse dingen met elkaar en keuvelt in een kring.

Ook dat kan ik. Sommige vrienden zijn gaan samenwonen en trouwen en hebben een huis gekocht. Hun kinderen groeien op en willen Nibb-its aan een dropveter rijgen. Ik bied aan te helpen met het groene marsepein te flansen om de Thunderbirdtaart.

Spelen, praten en helpen zijn de drie dingen waar volgens Artistoteles een goede vriendschap aan voldoet. Deze rollen gelden ook op verjaardagsfeesten. Je bent een Helper als je het meest op je gemak bent als je de koffie mag inschenken of even kunt bijspringen tijdens de afwas. Praters zitten liever onderuitgezakt op de bank te keuvelen over de zin van het leven of over de film die ze gisteren hebben gezien, en een Speler is de gangmaker en staat te dansen op tafel.

Wat is een verjaardag anders dan een taart? Het is stilstaan, kaarsjes uitblazen en om je heen kijken: this is your life. Een taart met zoveel kaarsjes, die zegt: je leeft! Speel, praat en help uw naasten. En voor veel dertigers bovendien: gaat heen en vermenigvuldigt u.
Maar soms gebeurt er iets dat je hele leven verandert, en dan heb je een probleem. Twee jaar geleden werd ik geconfronteerd met de dood, om precies te zijn: met de dood van mijn schizofrene broer, die voor de trein gesprongen was. Hij blijft voor eeuwig zevenentwintig en tot mijn stomme verbazing en walging werd ik dat jaar wel negenentwintig. Voor mij is mijn verjaardag de samenkomst waarop mijn broer extra afwezig is. Het jaar is alweer om en kijk: daar is hij weer niet. En ik leef maar door, steeds verder weg van hem. Het houdt niet op en nu is het godverdomme  alweer zover.

Wie nadenkt over de dood denkt alleen maar na over het leven. Wat voor zin heeft het? Het leven heeft de zin die je zelf hebt.  Als dat bij vlagen niet veel is en je toch een feest wilt geven levert dat een probleem op. Want na zijn dood is het punt niet of ik wil spelen, praten of helpen. De redenen die ik tot nu toe had lijken uit een ander leven te komen.

Wat is een verjaardag? Een verjaardag is een culminatie van rouw. Elke nabestaande weet dat. De spelers proberen de sfeer erin te houden en drinken iets te veel. Ik ook, want ik probeer in een Speler te veranderen. De Helpers helpen zich een ongeluk en maken me gek. Mijn tante en moeder grissen elk kopje uit mijn handen want dan hebben ze weer wat af te wassen. De Praters vragen hoe het met me gaat en ik, want dat ben ik, een Prater: ik praat.
Een van de weinige dingen die de afgelopen jaren tot me doorgedrongen zijn is een brief die Henry James schreef aan een vriendin. Zij had hem, wanhopig, geschreven omdat ze zich na een sterfgeval in de familie overgeleverd voelde aan een verdriet dat ze onmogelijk kon verdragen. Zijn advies was het eerste en enige dat tot nu toe ergens op slaat: doe niets. Het is ook ontzettend handig voor mijn feest.
Hij schrijft de vriendin hoe zij niet alleen is in haar verdriet en hoe het leven nog zo veel te bieden heeft. Dan beschrijft hij haar als een mens die hulpeloos op een strand ligt waar een woeste zeestorm over woedt. In die brief zegt hij: na die storm ben je er nog. Er is misschien weinig van je over, maar wel iets. En in de tussentijd: ‘Don’t think, don’t feel, anymore than you can help, don’t conclude or decide – don’t do anything but wait.’

Het geven van een goed feest heeft voor gever en gast te maken met verwachtingen, en aangezien ik niets meer van mijn verjaardag verwacht, kan het eigenlijk niet mislukken. Niet langer ligt het aan de perfect gebakken taart, het leuke gesprek of die gezellige sfeer. Als je Aristoteles en James namelijk samenvoegt, kan je concluderen dat vriendschap bestaat uit spelen, praten, helpen en wachten. Zo ontstaat er ook een vierde reden voor het geven van een feest en dat is dus wat we met zijn allen gaan doen: we zakken in het rode pluche en we wachten. Ik heb er zin in.

Lees meer van

De Liefhebber

Door Sonja Schulte

We openen de thema-maand over eten met een essay over zestiende-eeuwse eetschilderijen en hedendaagse foodporn. Eet smakelijk!   Op een zestiende-eeuws schilderij van Joachim Beuckelaer is het meteen duidelijk wat het onderwerp is: die man daar in de verte, die net binnenkomt. Toch? We zouden ons hoofd eerbiedig laten zakken, de handen vroom gevouwen, als […]

Lees meer uit de categorie Essay

Freak show met een reuzenkangoeroe

Door Miriam van Ommeren

Tekst: Miriam van Ommeren Beeld: (c) Brook Andrew De vraag hoe men in vroeger tijden, en nu, tegen kleurlingen aankeek en –kijkt lijkt een populaire vraag te zijn. Dit jaar presenteerde de Nieuwe Kerk in Amsterdam de tentoonstelling Black is Beautiful, waarin de verbeelding van de zwarte mens in de Nederlandse kunst vanaf 1330 tot […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper