Reportage

Feestje – Gedichtenbal

Door Jan Haasbroek | beeld: Gemma Pauwels
9 februari 2014

Jan Haasbroek bezoekt af en toe een feestje. Afgelopen week was hij bij het Gedichtenbal in Amsterdam, ter afsluiting van de Week van de Poëzie.

 

Een verwarde man komt gejaagd mijn kwaliteitsboekhandel binnen.
‘Het is poëzieweek’, roept hij, ‘maar waar?’
‘Overal’ zegt het meisje achter de toonbank.
‘Ja overal, maar is de week ook ergens?’
‘De week is vanavond in De Brakke Grond’, zeg ik. ‘Het is gedichtenbal en gratis. Maar mail even naar karin apenstaartje wintertuin punt nl met hoeveel personen je komt, dan krijg je een automatisch gegenereerde bevestiging terug, want Karin heeft echt nog wel wat anders te doen.’
Gerustgesteld verlaat de man de winkel. Hij zal er zijn.

Het wordt ook mijn eerste gedichtenbal. Ik krijg onmiddellijk visioenen van haiku’s en terzanellen gewapend met balboekjes. Gaan gedichten elkaar vanavond werkelijk ten dans vragen? Gaan hun beentjes metrisch van de brakke vloer? Zal mijn vriend Jean Pierre Rawie helemaal uit Groningen overkomen?

Hoe bak ik chocola van een gedichtenbal? Dat zal nog niet meevallen. Het idee van een danspartij moet ik meteen loslaten. De dj’s gaan pas los als de tram die mij thuisbrengt in zijn remise staat afgerangeerd. Met poëzieredacteur Babette zal ik dit keer niet stagediven, crowdsurfen en headbangen. Wel krijg ik een vet paars polsbandje. Het bier uit plastic smaakt, zoals dat hoort, naar goedkope rode wijn. Ik hurk op kartonnen kubussen, mijn toiletpot thuis is stukken hoger. Het is stampvol in het Vlaamse cultuurhuis en er is van alles te doen: workshop, boekenmarkt, blaaskapel, radio, expo, voordrachten, battle, karaoke, stoeipoëzie en silent poetry, alles parallel geprogrammeerd in diverse zalen.
Ik laat Anne Vegter met haar jazzformatie lopen en begin in de rode veilingzaal waar ik ooit voor tentamens blokte. Nu pakt Mustafa er zijn stenen mok: de zesde Awaterpoëzieprijs. Snel door naar K. Schippers, die in Voor jou zo mooi over zijn verloren vrienden schreef. Hij leest – afgezien van ‘De stand van moedervlekken aan de hemel’ – voor uit Buiten beeld en wordt steeds hinderlijk onderbroken door een jonge literatuurwetenschapster. ‘Dat je begeleid wordt door het niets, kan je daartegen?’, vraagt hij haar, maar het is tegen dovemansoren. Ik sla de poetrack van Case Mayfield voor de zekerheid over en beland in een groter misverstand: de duiding van Lucebert. ‘Wat de kunstenaar kotst is kunst’ declameert Milena Haverkamp, nadat ze met een schaar knipgeluiden heeft gemaakt. Daarna lukt het een man met een rode sjaal uit zijn broek niet om de fragmenten die hij aankondigt uit de boxen te halen. Hij belooft poëzie van Lucebert, maar we krijgen de toetsen van Misha Mengelberg te horen. Terug maar weer naar de Expozaal. Een jonge vrouw zoekt vrede in een emmer aan een kleuterhand en won daarmee tienduizend euro. Haar gedicht heet NEE, de vrouw is Mieke van Zonneveld en de prijs is die van de Turing Gedichtenwedstrijd, zojuist uitgereikt in de Zuiderkerk, een paar straten verder. Dan gaan er lichten aan op een tweede podium en zingt een dame in een mouwloze paarse jurk een mij onbekende aria. Het blijkt de opmaat voor ‘De Toppers’, van wie archeologe Laura van der Haar mij het liefst is, zelfs nadat ze in haar laatste gruweldicht haar gezicht gespleten heeft. De drie debutanten worden vreemd omlijst door een ongeïnteresseerde Arie Boomsma en overbodige geluiden. Snel door naar de Tuinzaal met Loontjens & Weijens. Het programmaboekje belooft een betoverende voorstelling, maar ik hoor een afschuwelijk versterkte cello en pretentieuze praat over oorlog en schaamhaar. Liever dwaal ik nog wat rond in de Chinese dwergentuin van fotografe Sanne de Wilde. De expositie is poëtisch genoeg om mee te pakken, al valt die buiten het Gedichtenbal.
In De Brakke Grond ligt meeneemkrant De Witte Raaf in de bakken. In de tram terug lees ik de long read van Daniël Rovers over galileïsch taalbewustzijn, heteroglossia en de poëtica van Tonnus Oosterhof, Maartje Wortel en Marc Kregting. Volgens Rovers houdt hun meervoudige talige verworteling de belofte van kritisch verzet in. Ik wil hem graag geloven, al had ik het zelf nog nooit zo bekeken.

Maar waar was de man uit de boekwinkel? Hij kan er best geweest zijn. Op een bal als dat van vanavond dans je elkaar zomaar mis.

 
 

Lees meer van

Uit haar bladerdak

Door Jan Haasbroek

Als ik de luiken van de Jan Luijkenstraat open, tuimelen er allerhande geschiedenissen naar buiten. Uit elk huis weer andere. In deze groene long, die het Willemspark verbindt met de grachtengordel, hebben elites en geschiedenissen vrij spel. Dat is niet alleen omdat iedereen – zolang de verbouwing duurt – via Jan Luijkenstraat nr. 1 – […]

Lees meer uit de categorie Reportage

No Animals Were Harmed

Door Mahlee Plekker

“Wie ist Ihr Name?” vraagt de stoïcijns voor zich uit kijkende suppoost als ik de trap ben afgedaald. “Eh, Mahlee.” “MAHLEEEEEEEEEE!” galmt er door de benedenzaal van Museum Ludwig in Keulen waar de overzichtstentoonstelling van Pierre Huyghe is neergestreken. Nooit eerder werd ik persoonlijk aangekondigd als bezoeker van een tentoonstelling. Ik voel me er lichtelijk […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper