Beeld Essay

Blikvanger – In de hand

Door Lotte van Geijn | beeld: Gemma Pauwels
30 maart 2014

Speciaal voor De Optimist schrijft beeldend kunstenaar Lotte van Geijn regelmatig over kunst die haar blik wist te vangen. De derde aflevering van Blikvanger gaat over handen.

Ik kijk naar mijn handen, ik draai ze om en weer terug, om en weer terug, om en weer terug. Ik beweeg iedere vinger afzonderlijk, kijk naar de zwarte riemen onder mijn nagels en probeer ze schoon te peuteren. Ik pak mijn kop thee en breng hem naar mijn mond. ‘Kun jij even de aardappels schillen?’ roept mijn moeder vanuit de keuken naar mijn vader. ‘Ja natuurlijk,’ roept mijn vader terug, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat hij voor haar de aardappels schilt.
Wat het ook is, ware het niet dat het alweer bijna twee jaar geleden is dat bij mijn moeder de ziekte MS werd geconstateerd. Haar linkerbeen had ze opeens niet meer onder controle. Ze heeft een vorm van MS waarbij het heel langzaam aan steeds slechter met haar zal gaan en nu is de bewegelijkheid van haar linkerhand dus ook minder aan het worden.
‘Je houdt in aardappel met de ene hand vast, in de andere het mesje, en dan maak je een ronddraaiende beweging.’ Ze beweegt haar pols heen en terug, heen en terug. ‘Die beweging; dat voelt heel erg vervelend.’ Bij MS is het de prikkel die de spieren aanstuurt tot bewegen die vermindert, waardoor verlamming optreedt. Ik kijk naar mijn handen. Ik voel, streel, gebaar, schil, kneed, schrijf en typ met ze. Ze zijn onmisbaar.

 

De achterkant

Ik draai mijn hand heen en terug heen en terug en vraag me opeens af: wat zou je eigenlijk de achterkant noemen? Is de binnenkant van de hand de achterkant? Of is het, vanuit jezelf gezien, de buitenkant die de achterkant is?
The back of my hand is een serie sculpturen van Richard Deacon, gemaakt tussen 1986 en 1991. De sculpturen zijn van staal, leer en pvc gemaakt. Deacon is een Britse beeldhouwer die voornamelijk abstracte beelden maakt, die vaak verwijzen naar de anatomische functies van het menselijk lichaam. Het is de titel van de serie die me doet nadenken over de veelzijdigheid van ons lichaam. Zo laat The Back of my Hand #1 de voorkant en de achterkant van een hand tegelijkertijd in een tweedimensionaal vlak zien.

Richard Deacon
Richard Deacon, The Back of my Hand #1 (1986)

 

Persoonlijk contact

‘Jij wordt in ieder geval geen handmodel.’ Het is niet de eerste keer dan een geliefde mij duidelijk maakt dat hij mijn handen niet mooi vindt. ‘Jij hebt veel lijntjes op je handen!’ heb ik ook al eens gehoord, evenals ‘je handen vind ik het minst mooi aan je.’
Ik ben zelf eigenlijk wel trots op mijn handen. Ze hebben inderdaad ontzettend veel lijntjes, vooral aan de binnenkant. Ook zijn ze niet zo groot. Maar die lijnenstructuur herken ik in mijn vaders handen en uit mijn herinnering zie ik mijn opa’s handen: precies hetzelfde.

Fotografe Megumi Shauna Arai was op zoek naar handmodellen voor een photoshoot voor sieraden, toen ze besefte hoeveel identiteit er uit onze handen spreekt: ‘They are what connects us to the world and our own identity.’ Ze besloot een fotoserie te maken van de handen van creatieven in haar omgeving. Zo ontstonden Hand History I en Hand History II. De prachtige zwart-wit foto’s worden aangevuld met korte tekst van de geportretteerden over wat hun handen voor hun betekenen. Zo zegt Matt Vanatta bij zijn foto’s: ‘I believe in exploration in all realms of life; spiritual, intellectual, and physical. As an avid climber, writer, and business owner my hands are essential for both joy and prosperity. I offer my hand and a smile to strangers and in return I often get a genuine human connection.’ Op zijn rechtermiddelvinger heeft hij een tatoeage, aan zijn andere hand draagt hij een ring.

HandHistory1 HandHistory2
Megumi Shauna Arai, Hand History II – Matt Vannatta (2013)

Op de Vrije School in Amsterdam gaf je aan het begin en het einde van iedere les een hand aan de docent. Dit korte moment van persoonlijk contact zorgde ervoor dat ik me altijd gezien voelde. Toen ik mijn middelbare schooltijd afsloot was daar de traditie dat alle leerlingen van de school zich op de trappen naar beneden opstelden, om zo alle schoolverlaters een hand te geven. Jaren had ik daar gestaan en op een dag liep ik zelf langs al die handen, om ze vaarwel te schudden.

 

Een gelukkiger mens

Mijn zusje heeft een nieuwe app op haar telefoon: Recognise. Hierop krijg je steeds een foto te zien van een hand in een bepaalde stand of hoek. Vervolgens heb je tien seconden om te bepalen of het de linker- of rechterhand is. Onhandig probeer ik mijn handen in dezelfde houdingen te manoeuvreren. Ik kijk voornamelijk naar de duim. Het gaat me redelijk goed af. De app is bedoeld om de coördinatie tussen de linker – en rechter hersenhelft te stimuleren. Een betere samenwerking van de hersenhelften zorgt namelijk voor een beter balans en dan zou je een gelukkiger mens moeten maken. Maar maakt ‘in balans zijn’ gelukkig? Het lijkt een simpele vraag: wat maakt je gelukkig?
We leven in wereld met zoveel materiële welvaart dat velen van ons in feite alles kunnen kopen wat we verlangen, maar we realiseren ons steeds meer dat het hebben van dingen niets met geluk te maken heeft. Kunstenaar Jonathan Harris gaat in zijn werk op zoek naar een ander antwoord op de vraag wat ons gelukkig maakt.

Harris is afgestudeerd in Computer Sciences maar daarnaast ook fotograaf. Naast zijn kunstprojecten, waarvoor hij online data verzamelt en gebruikt, heeft hij ook een project gedaan getiteld ‘Balloons of Bhutan’.
In Buthan werd in de jaren 70 de slogan ‘Gross National Happiness is more important than Gross National Product’ gelanceerd. Het koninkrijk creëerde hiermee een compleet ander waardesysteem, en daarmee een non-materialistic culture. Een plek waar mensen niet veel hebben, maar toch ontzettend gelukkig zijn. Voor zijn ballonnenproject interviewde Harris 117 mensen, die hij vroeg naar hun levensgeluk op een schaal van 1 tot 10 ballonnen. Hij stelde ze meerdere vragen: over de gelukkigste dag in hun leven, over wat hen in het algemeen gelukkig maakt en wat hun persoonlijke wens is voor de toekomst. Deze wens schreef hij vervolgens op een ballon, waarna hij twee portretfoto’s van de geïnterviewde maakte: één neutraal en één met een gekke gezichtsuitdrukking.

Alle 117 ballonnen met hun wensen nam hij opgeblazen en al mee naar de heilige berg Dochala, waar hij ze achterliet, ‘to bob up and down in the wind, mingling with thousands of strands of prayer flags.

Harris maakte ook een foto van de handen van de geïnterviewden. Ik kijk naar de foto’s en realiseer me hoeveel deze foto’s van handen zeggen over het leven dat deze mensen hebben geleefd; misschien wel meer dan de portretfoto. Het maakt de hardheid van hun leven zichtbaar. Het zware fysieke leven dat ze achter de rug hebben is niet te verhullen in de directe foto’s van de handen. Het eelt is als een natuurlijke tatoeage, het visualiseert de reeks van ervaringen. De levensloop heeft zijn sporen achter gelaten. Hoeveel handen zouden deze handen hebben geschud? Welke maaltijden zouden ermee gemaakt zijn? Wie heeft er een rake klap van gekregen en wie is er mee gestreeld?

Harris1
Jonathan Harris, Hands (2007)

Ik kijk naar mijn eigen handen. Ik strek mijn armen uit alsof het vleugels zijn en beweeg vervolgens langzaam mijn wijsvingers naar mijn neus, eerst links dan rechts. Als vanzelfsprekend vinden mijn vingertoppen en het puntje van mijn neus elkaar. Ik denk aan mijn moeder en ik begrijp niet wat er gebeurt in haar lijf. Het leven is soms onbegrijpelijk en ik realiseer me des te meer hoe dankbaar ik ben dat mijn handen doen wat ik van ze vraag.

Lees meer van

Blikvanger – De oester, de parel en de zee

Door Lotte van Geijn

Speciaal voor De Optimist zal beeldend kunstenaar Lotte van Geijn regelmatig schrijven over kunst die haar blik wist te vangen. De tweede aflevering van Blikvanger gaat over de kunst van de oester, de parel en de zee. Vannacht had ik de vreemdste maar mooiste droom ooit. Er kwamen parels uit mijn kut; glanzend en mooi […]

Lees meer uit de categorie Beeld Essay

De huppelende Casanova

Door Patricia Piolon

In de folklore wordt het konijn meestal gezien als een lafaard par excellence. Veel wordt er niet over het beest gezegd; áls er al iets over hem wordt gezegd, wordt hij meestal niet geprezen, en als hij al wordt geprezen, is dat om de snelheid waarmee hij zich uit de voeten kan maken

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper