Reportage

Pitch perfect

Door Lisette Verhagen | beeld: Colin Shelbourn
30 april 2014

Hoe gaat het eraan toe op een boekenbeurs? Lisette Verhagen, voorheen werkzaam bij Atlas Contact en nu literair agent bij Brandt New Agency in Barcelona, bezocht begin april voor het eerst de London Book Fair. Ze schreef een verslag over haakjes, hokjes en the next big thing.

Honderden genummerde tafeltjes staan in rijen achter elkaar in een zaal. Er is geen daglicht, wel hangen er grote kale lampen. In het midden staat een klok. Het is dinsdagochtend half negen en de zaal stroomt vol; sommige aanwezigen bladeren nerveus door een tijdschrift, anderen noteren wat in hun Moleskine. Als je niet beter zou weten, zou je denken dat hier studenten massaal een tentamen gaan afnemen. Oudere studenten, weliswaar. Maar nee, dit is geen tentamen Bestuurskunde, Frans of Driedimensionaal Moduleren, dit is The London Book Fair.

Illustratie: London Book Fair by Colin Shelbourn

LBF day 2-1b

Twee jaargetijden

In het internationale boekenvak heb je twee jaargetijden: het eerste begin oktober tijdens de boekenbeurs in Frankfurt, het tweede in april tijdens de London Book Fair. Natuurlijk heb je nog het Salone Internazionale in Turijn, het Salon du Livre in Parijs, de kinderboekenbeurs in Bologna en ga zo maar door. Maar in Frankfurt en Londen komt zowat iedereen die handelt in internationale titels bij elkaar. De marktkramers zijn de literair agenten, de kopers zijn de redacteuren en uitgevers. Ik behoor tot de eerste groep.

Na een aantal jaar voor de Nederlandse uitgeverij Atlas Contact te hebben gewerkt, ben ik twee jaar geleden verhuisd naar Barcelona om, na een tijdje te ploeteren als freelancer, als literair agent te gaan werken bij Brandt New Agency; een internationaal agentschap dat voornamelijk Zweedse titels vertegenwoordigt maar ook openstaat voor Nederlandse, Spaanse en Engelse auteurs met internationale potentie. Een van de bekendste schrijvers van het agentschap is bestsellerauteur Jonas Jonasson; van zijn boek De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween zijn er wereldwijd ruim 8 miljoen exemplaren verkocht. En het moet gezegd: werken met zo’n grote auteur opent deuren. Iedereen wil je graag ontmoeten in de hoop dat je nog zo’n titel in de aanbieding hebt. De eerste afspraken worden al begin januari gepland, en vanaf dat moment is het volop puzzelen om alles in een overzichtelijk rooster te gieten.
Bij Atlas Contact droomde ik ervan ooit met het selecte clubje redacteuren en uitgevers mee te mogen naar Londen en Frankfurt. Collega’s die van zo’n beurs terugkwamen hadden altijd grootse verhalen: niet alleen over alle mooie boeken die ze hadden aangekocht, maar ook over exclusieve diners en vele glazen champagne ná de beurs. Ik verbeeldde me een soort boekenbal, maar dan drie dagen lang.

Pitch

Nu sta ik er, op de eerste dag van mijn allereerste fair, in de doffe hal beter bekend als het International Rights Centre van het Earls Court Exhibition Centre: het deel van de beurs waar geen bezoekers komen maar enkel vertaalrechten worden verhandeld. Op een dag als deze ontmoet ik elk half uur een andere uitgever, redacteur of scout. Dat betekent elk half uur boeken pitchen, tot het borreltijd is. Speed daten op niveau dus. Hoewel ik goed voorbereid ben (ik kan elke titel wel dromen en heb de meeste catalogi flink uitgespit), ben ik zenuwachtig. Hoe zorg ik ervoor dat redacteuren en uitgevers juist onze boeken onthouden? Dat ze niet na de zoveelste afspraak in slaap sukkelen? Wanneer mijn eerste afspraak verschijnt, verdwijnen de zenuwen. De Italiaanse Cristina Gerosa van Iperborea is uiterst geïnteresseerd en vertelt me dat ze Zweeds studeert omdat er nu zoveel Zweedse titels verschijnen. Een slimme zet aangezien veel uitgevers aangewezen zijn op externe lezers.

Omdat elke bijeenkomst uitloopt, besluit ik het tempo op te schroeven. Ik houd mijn pitches korter dan kort. Mijn baas heeft me van te voren gewaarschuwd: geef geen lawine aan informatie en kies maximaal twee boeken uit per afspraak. En leg vooral nooit het verhaal van A tot Z uit, daar zit niemand op te wachten. Ondanks haar advies doet mijn mond na afspraak vier pijn van het praten.
Na de zesde ontmoeting begin ik een trend te ontdekken. Bijna alle uitgevers weten precies wat ze zoeken. Of: ze weten precies wat ze níet zoeken. Sommigen zeggen meteen ‘Nee!’ als je de term dystopian laat vallen; anderen willen juist genre-fictie, weer anderen juist niet. Vaak gehoord is: ‘Als er maar een haakje aan zit’ (hier mee wordt bedoeld dat er meer moet zijn dan alleen het boek. Het haakje kan bijvoorbeeld een boekverfilming zijn of veel media aandacht voor een recent onderwerp). Ook is het geen argument om te zeggen dat iets fantastisch is opgeschreven. Het wordt pas interessant als er ook een sterk plot is. Uitgevers zijn op zoek naar iets nieuws, iets afwijkends, the next big thing.

Illustratie: London Book Fair by Colin Shelbourn

LBF day 2-1a

Hokje

Vooral Britse uitgevers hebben een duidelijke visie. Het is belangrijk dat een titel binnen een bepaalde categorie valt, in een hokje past. Een boek moet duidelijk fictie of non-fictie zijn. Titels die in meerdere genres in te delen zijn, vallen vaak tussen wal en schip en zijn intern moeilijk te verkopen. En wat binnen de eigen uitgeverij al niet te verkopen is, haalt zelden de boekhandel.
Ook typisch voor Britse uitgevers: ze zijn angstig voor vertaald werk. Zo vertelt een redacteur van Little Brown me dat ze in haar fonds maar één vertaalde roman per jaar uitgeeft. Eén vertaling maar! Nu zoekt ze iets Isabel Allende-achtigs; een familieroman die een groot publiek aanspreekt, het liefst met een vrouwelijke verteller. Maar een andere uitgever is juist geïnteresseerd in een mannelijke verteller, ‘with lots of character development and coming of age’, want vrouwelijke vertellers heeft ‘ie nu wel genoeg gelezen.

Als schrijver is het bijna onmogelijk om al die criteria te volgen. Internationaal succes blijkt toch een combinatie van willekeurige factoren. Maar drie ingrediënten zijn noodzakelijk: Het boek moet A) subliem geschreven zijn, B) een origineel en sterk plot hebben en C) universeel zijn (in jargon: able to travel). Soms lijkt het ook: hoe grootser de vertelling, hoe beter. Er is internationaal weinig plaats voor het mooie kleine verhaal. Dat is jammer maar logisch als je bedenkt dat veel uitgevers vaak af gaan op een korte proefvertaling waar de schrijfstijl van de auteur niet altijd goed zichtbaar is. Het meer poëtische werk zoeken ze in het eigen taalgebied.
Tot mijn verbazing zijn Oost-Europese uitgevers enorm gretig, in tegenstelling tot de Britten. Een Poolse uitgeefster vertelt me rond de dertig titels per maand uit te willen gaan geven. Ze belooft terug te komen met een bod voor twee romans. Dat is goed nieuws maar ongehoorde taal in het huidige boekenvak.

Mijn laatste afspraak van de dag is met Lebowski-uitgever Oscar van Gelderen, ook iemand met een heldere visie. We praten over de poëzie van Rammstein-frontman Till Lindemann en over het ‘nieuwe uitgeven’. Volgens Van Gelderen is een goed boek pas het begin en mag het nooit het einde zijn. Hij wordt niet voor niets de marketingmachine van het uitgeefvak genoemd; als geen ander lijkt hij te weten hoe je een boek succesvol op de markt brengt en hoe je de niet-lezer aan het lezen krijgt.

Aan het einde van de dag komt een Spaanse uitgever naar onze tafel om een bod uit te brengen op Herr Isakowitz’ Treasure van de hippe Zweed Danny Wattin. Ze had de proefvertaling al eerder gelezen maar wil nu in actie komen. Haar Britse collega van Random House meldt zich daarna ook.
Uiteraard is het niet zo dat er de rest van het jaar geen boeken worden verhandeld, maar het is interessant om te zien hoe een beurs de boel in beweging kan brengen. En als je eenmaal een boek aan één land hebt verkocht, is de kans groter dat andere landen volgen.

Illustratie: London Book Fair by Colin Shelbourn

LBF final - 2

Schaarste

Rond half zeven ‘s avonds loopt de beurs leeg. Buiten staan groepjes boekenvakkers te roken. ‘How is your fair?’ vraagt men aan elkaar. ‘Saai’, antwoorden de meesten: op het gebied van literaire fictie blijkt het aanbod schaars. Later op de avond, in een Engelse pub waar ik me samen met mijn tafelgenoten stort op fish and chips, wordt het beeld van schaarste bevestigd. ‘Deprimerend’ noemen de meeste redacteuren het. Ook agenten klagen en zeggen dat vooral Nederlandse en Spaanse uitgevers nauwelijks tot kopen overgaan.
Gelukkig heb ik een andere indruk van mijn allereerste beursdag. De bedompte hal mag dan mistroostig zijn, de meeste afspraken verliepen vlot en productief. Ja het is waar, uitgevers zijn (terecht) selectief en zoeken een boek dat ‘in een hokje’ past, maar binnen dat hokje is nog best veel mogelijk. Maar een selectieve markt vraagt om een selectief aanbod. Als agent moet je daarom des te beter weten welk boek past bij welke uitgeverij.

Na het diner gaan sommigen nog naar een feestje. Toch champagne? Maar ik haak af, uitgeblust maar voldaan. Nog twee dagen, en dan is het uitzien naar het volgende seizoen: de befaamde Frankfurter Buchmesse. Ik kijk er naar uit, schaarste of niet!

Meer informatie over de London Book Fair hier; de volgende is in april 2015
Meer informatie over Brandt New Agency hier

Lees meer uit de categorie Reportage

Feestje

Door Jan Haasbroek

Jan Haasbroek bezoekt af en toe een feestje. Afgelopen week was hij bij de presentatie van de nieuwe roman van Hanna Bervoets.   ’s Morgens had ik nog gedacht dat de boekpresentatie van Hanna Bervoets een nieuwjaarsreceptie was. Het was maar goed dat ik nog even in mijn mailbox had gekeken. Anders had ik aan […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper