Reportage

No Animals Were Harmed

Door Mahlee Plekker
9 juli 2014

“Wie ist Ihr Name?” vraagt de stoïcijns voor zich uit kijkende suppoost als ik de trap ben afgedaald. “Eh, Mahlee.” “MAHLEEEEEEEEEE!” galmt er door de benedenzaal van Museum Ludwig in Keulen waar de overzichtstentoonstelling van Pierre Huyghe is neergestreken. Nooit eerder werd ik persoonlijk aangekondigd als bezoeker van een tentoonstelling. Ik voel me er lichtelijk ongemakkelijk bij. Gelukkig volgen Peter und Lydia, en ook Kathrin komt niet ongemerkt de zaal binnen.

Het gevoel niet anoniem rond te kunnen lopen blijft. Nadat het krabachtige beestje in het aquarium direct naast de ingang geschrokken wegkruipt als het mijn gezicht bij het glas ziet verschijnen, en de hond met roze poot die rustig kwispelend door de tentoonstellingsruimte loopt zich uitgebreid laat aanhalen, weet ik dat ik ónderdeel ben van de tentoonstelling. Het baasje van de hond, een man met een lichtgevend boek als hoofd, loopt zwijgend tussen de andere bezoekers door. Van elke nieuwe bezoeker galmt de naam door de ruimte. Het voelt vreemd om te weten wie er naast je naar een video-installatie zit te kijken.

IMG_5137

Parasiet

Museum Ludwig brengt met deze tentoonstelling de eerste grote overzichtstentoonstelling van het werk van multimediakunstenaar Pierre Huyghe (Parijs, 1962), en nodigde De Optimist uit om te komen kijken. Als toonaangevend kunstenaar in zowel de Franse als de internationale kunstwereld, heeft Pierre Huyghe een belangrijke bijdrage geleverd aan het tentoonstellingswezen van de twintigste eeuw. Huyghe’s werken verhouden zich in elke tentoonstelling weer op een andere manier tot elkaar. Dat de verbindingen tussen zijn individuele werken vaak toevallig en ongepland ontstaan, laat deze tentoonstelling met zestig projecten uit de afgelopen twintig jaar, inclusief nieuw werk, goed zien. Oudere projecten worden, in een nieuwe setting, nieuwe werken.
Eerder streek Huyghe’s karavaan neer in Parijs. Gebruik makend van de inrichting van de voorgaande tentoonstelling (die van Mike Kelley) nestelden Pierre Huyghe’s projecten zich in Centre Pompidou. Voor de tweede “occurrance” zoals Huyghe zijn tentoonstelling placht te noemen, werden de werken compleet met muur en al uit hun oude omgeving gehaald en opnieuw geplaatst in Museum Ludwig. Volgens Huyghe kunnen zijn tentoonstellingen los van een specifieke plaats en ruimte bestaan, onafhankelijk van de omstandigheden. Dus ook als een parasiet op al eerder gebruikte tentoonstellingswanden. Hij presenteert zijn tentoonstelling als een autonome wereld met eigen wetten en regels, en wil een microkosmos creëren in wiens ritme de bezoeker aan de ene kant automatisch meegaat, terwijl hij of zij als deelnemer alles ook kan beïnvloeden. Dit resultaat bereikt hij ook letterlijk doordat de muren in soms onmogelijke hoeken geplaatst staan, waardoor een chaotische routing ontstaat waar bezoekers doorheen wandelen op zoek naar zijn werken (en waar ik al snel verdwaald raakte). Na afloop van de tentoonstelling in Museum Ludwig zullen de losse onderdelen die ooit de achtergrond voor Mike Kelley’s werken waren, doorreizen naar het Los Angeles Country Museum. Het kostenbesparende aspect van deze aanpak zal de musea ook wel aanspreken.

Wie bist du?

Huyghe is sinds de jaren 90 intensief bezig met de verhouding tussen het concept tentoonstelling en de status van het kunstwerk en de bezoeker daarin; niets nieuws, maar zijn werk past daarmee prima in de nieuwe reeks tentoonstellingen waarmee Museum Ludwig zich de laatste jaren profileert. Het lijkt erop dat het Ludwig bezig is van de gebaande kunsthistorische paden af te wijken en de vaststaande normen, waarden en conventies binnen de kunstwereld in de laatste tentoonstellingen een voor een bevraagd. In een eerdere tentoonstelling in het Ludwig, Not Yet Titled (zie mijn eerdere artikel ‘Zonder Titel‘) werd de rol van de collectie van het museum in zijn algemeen bevraagd. Musea moeten zichzelf continue heruitvinden, bestuderen, veranderen en aanpassen. Dit proces is in het Ludwig goed in gang gezet door op een vernieuwende manier naar zijn vaste collectie te kijken, concludeerde ik destijds. Hoewel Pierre Huyghe geen jonge kunstenaar meer is, passen zijn theorieën en strategieën wel bij het proces van verandering van het Ludwig. Ook hij kijkt naar de toekomst van het museumwezen, en onderstreept daarmee de Keulse ambities. Door oude(re) werken op een nieuwe manier te tonen, verschuiven betekenissen en worden oude werken weer interessant. Dit was de visie achter Not Yet Titled, en ook de tentoonstelling van Pierre Huyghe zit op deze manier in elkaar. Door de werken op bizar geplaatste muren tentoon te stellen, ontstaan verrassende ontmoetingen. Onverwachte ontmoetingen tussen werken, onderonsjes met mede-tentoonstellingsbezoekers, met kriebelige beestjes, en met de roze hond.

IMG_5140

Nadat het museum de context afhankelijk of juist onafhankelijkheid van de vaste collectie onder de loep heeft genomen, en ons heeft laten ervaren hoe zeer onze blik wordt beïnvloed door omstandigheden, is nu de rol van het publiek aan de beurt. In veel van Huyghe’s werken spelen bezoekers een rol, die zich vervolgens via zijn eigen wetten en regels binnen vooraf geschapen voorwaarden bewegen en daarmee hun eigen functie binnen de tentoonstelling vervullen. Huyghe gaat hier verder met de ideologie uit de jaren zestig waarin het museum als gesloten instituut met een directeur en conservator die de scepter zwaaiden, werd opengebroken door de kunstenaar die de verhoudingen tussen kunstwerk en omgeving, en museum en publiek begonnen te onderzoeken. Niet vernieuwend, maar blijkbaar wel nog steeds nodig.

IMG_5150

‘Name Announcer’ bijvoorbeeld, de performance bij de ingang van de tentoonstelling, maakt de bezoeker bewust van zijn aanwezigheid in een onbekende ruimte bevolkt door onbekende actoren, objecten en bezoekers, en bevraagt daarmee gelijk de anonimiteit waarmee bezoekers normaliter in een museum rondlopen. De focus verschuift daarmee zowel van de kunstwerken naar de relatie tussen de kunst en de bezoeker, als naar de relatie tussen de bezoekers. En het werkt, blijkt uit mijn eigen ongemak na binnenkomst.
Ook voor het werk ‘Carpeting’ zijn, of eigenlijk waren, de bezoekers onmisbaar. Het werk bestaat uit een stuk tapijt uit de administratieve vleugel van het Ludwig, en is dusdanig versleten dat de wandelgang van de medewerkers gedurende vele jaren, te zien is. De bezoeker van de tentoonstelling legt nu eenzelfde pad af. Huyghe verankert de tentoonstelling hiermee in deze specifieke locatie, maar kan tegelijkertijd ditzelfde trucje ook in een nieuwe tentoonstelling op een nieuwe plaats herhalen. ‘Timekeeper’ is een soortgelijk werk. Een gat in de muur onthult de lagen verf die in de loop van de tijd voor verschillende tentoonstellingen op de muren van het museum zijn aangebracht, als een soort archeologische opgraving of vergelijkbaar met de jaarringen van een boom brengt Huyghe hiermee eerdere tentoonstellingen terug.

Recente werken ‘The Host and the Cloud’ (2009-2010) en ‘Untilled’ (2012) zijn belangrijke recente werken van Huyghe. ‘The Host and the Cloud’ werd als experiment uitgevoerd in een verlaten etnografisch museum gedurende een jaar. Een groep mensen werd uitgenodigd het gebouw te betreden, en vervolgens alleen gelaten om te worden blootgesteld aan verschillende situaties waartussen op het eerste gezicht, en eigenlijk ook op het tweede gezicht, de link nogal obscuur is. Zo vond er een bizarre rechtszaak plaats waarin de figuranten allemaal een lichtgevend boek als hoofd hebben, waren ze getuige van wilde choreografieën en ontmoetten ze verschillende gemaskerde wezens in de gangen. De gebeurtenissen en reacties vormden de film die nu in de tentoonstelling te zien is. Het werk ‘Untilled’ dat Huyghe creëerde voor dOCUMENTA XIII (2012) in Kassel is bijna in zijn geheel te zien in het Ludwig. In de kleine binnentuin van het museum creëerde hij een barokke tuin met composthoop en planten met stimulerende werking. Middenin plaatst hij een sculptuur van een liggend naakt met als hoofd een bijenkorf. De functionerende bijenkolonie, ‘Human’ (de hond met de roze poot), en een eik uit ‘7,000 Oaks’ van Joseph Beuys vormden de levende bewoners. Dit kunstmatig gecreëerde ecosysteem laat zich door de bezoeker aanschouwen, maar blijft, hoewel de planten groeien, de bijen uitvliegen en Human rondwandelt, onafhankelijk van de bekijkers voortbestaan.

IMG_5136

No Animals Were Harmed

Maar Huyghe gaat verder: naast dat hij geïnteresseerd is in menselijke gedragingen binnen vooraf geschapen maar niet geregisseerde voorwaarden, is hij ook geïnteresseerd in de gedragingen van andere levende organismen. In zijn ‘Zoodram’-serie plaatst hij klein krab- en kreeftachtigen in een aquarium, en een heuse mierenkolonie bewoont een van de dubbele muren van de tentoonstelling. Huyghe ziet deze diertjes als acteurs van een geïmproviseerd toneelstuk zonder script. De beestjes mogen zich vervolgens hun omgeving eigen maken, en hun eigen ritme bepalen. In ‘Zoodram 4’ heeft een kreeftachtige een masker van beeldhouwer Constantin Brancusi geadopteerd als huis. Huyghe ziet deze adoptie als een brug tussen natuur en cultuur. De voorwaarden, namelijk het aquarium en de bewoners, zijn geschapen door de kunstenaar, maar zij volgen vervolgens hun eigen levensritme. Hij ziet een organisch samenspel tussen de verschillende levende organismen, net als dat de mensen in ‘The Host and the Cloud’ zich ten opzichte van elkaar en hun ruimte bewogen.

De brug tussen natuur en cultuur wordt wel heel letterlijk genomen in het geval van ‘Human’. Voor alle dierlijke bewoners van de tentoonstelling, zo wordt er op gehamerd in het persmateriaal, zijn de meest ideale omstandigheden gecreëerd, in samenwerking met de Keulse dierentuin. Human heeft alle ruimte en vrijheid. Zijn poot is roze gemaakt met diervriendelijke kleurstof waarmee ook voedsel gekleurd wordt. Hij resideert voor de duur van de tentoonstelling samen met zijn baasje in het Institut Français in het centrum van Keulen; over het creëren van een ecosysteem gesproken!

Titel

De leefwerelden die Huyghe voor de dieren creëert en waarin de bewoners een eigen subcultuur creëren, representeren voor hem de gesloten microkosmos waarin musea opereren. Musea verhouden zich slechts tot elkaar en richten zich te weinig naar buiten, meent Huyghe. Hierdoor verhouden ze zich steeds slechter tot de samenleving, en dit is de reden waardoor musea steeds meer de aansluiting met de huidige generatie kwijtraken. In een tijd waarin de positie van kunst en cultuur als publiek gesteunde behoefte in het geding is, is dit een ontwikkeling waar rekening mee gehouden moet worden.

Huyghe probeert deze connectie juist weer aan te gaan door de bezoeker een belangrijke rol te laten spelen in zijn tentoonstelling. Deels lukt dit, de bezoekers voelt zich niet enkel een anonieme bezoeker. Toch bevestigt Huyghe ook zijn eigen constatering, want met zijn ecosystemen laat hij zien dat er systemen zijn die blijven bestaan, juist zonder bemoeienissen van buitenaf. Ook als er bezoekers door zijn tentoonstelling scharrelen en met hun hoofd voor de aquaria hangen. En hoewel Human en zijn baasje door om de bezoekers heen te lopen en aan ze te snuffelen wel degelijk de interactie met het publiek aangaan, ontkom ik toch niet aan het idee dat de man met het boek als hoofd mij alleen als obstakel ziet, en net zo goed dromerig tegen me aan had kunnen lopen.

Hoewel de tentoonstelling geslaagd is als experiment om de bezoeker aan het denken te zetten over zijn eigen rol, is hij in deze opzet minder geslaagd om de boel open te breken. Elk werk van Huyghe vertelt een klein verhaal. De meeste werken zijn visueel aantrekkelijk, of op zijn minst intrigerend, want wie kan het nu laten om de route die een kolonie mieren lopen te volgen? Of wie vraagt zich niet af of de schildpad in de hoek nu wel of niet echt is? Toch denk ik dat de tentoonstelling voor de algemener geïnteresseerde bezoeker al snel een wandeling door een rariteitenkabinet zal worden. Want ondanks dat de aquaria met kriebelige beestjes leuk zijn om te zien, moet de bezoeker werkelijke moeite doen om achter de bedoeling van Huyghe’s werken te komen. Hoewel je van een bezoeker van een museum mag verwachten dat hij geïnteresseerd is, moet hij maar net zin hebben om dat extra stapje te zetten. Maar als Museum Ludwig deze frisse lijn voortzet vinden ze ook hier vast wel een oplossing voor.

IMG_5164



De tentoonstelling is nog t/m 13 juli te zien in Museum Ludwig, Keulen. Meer informatie hier.

Over de auteur

Mahlee Plekker droomt van moderne kunst, verre reizen en woeste golven. Ze schrijft graag reportages over kunst, cultuur, koken en (h)eerlijk eten. Het liefst in combinatie! Meer van haar werk via www.mahlee.nl

Lees meer van

Zonder titel

Door Mahlee Plekker

De tentoonstelling die weer hoop gaf Voor sommige mensen zal de hele museumdiscussie in eerste instantie overbodig lijken. Er is helemaal niets mis met het klassieke museum dat op enige afstand van de kunstpraktijk een waardevolle collectie aanlegt en deze op functionele wijze tentoonstelt. Een museum moet niet de concurrentie aan willen gaan met de […]

Lees meer uit de categorie Reportage

Lumineus – Janneke de Jong

Door Shinta Lempers

“Tja.. geleefd, er op los geleefd, of doorgeleefd desnoods, mag dat ook? Want ‘doorleven’ zijn die momenten als wind in je haren, al heb je wind tegen. Het zijn die momenten waar mensen en gebeurtenissen plots tegen je opvliegen of ineens naast je rijden. Zelfs meerijden. Het is daar waar je niet vormgeeft en niet […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper