Reportage

Losgezongen van papier

Door Anna van Strien
10 november 2014

Drie kenners over poëzie in de multimediale toekomst.

In vergelijking met romans worden er weinig poëziebundels verkocht. Poëziefestivals en –performances, daarentegen, lijken goed bezocht te worden. Zal de poëzie zich van het papier loszingen? Zit er een verdienmodel in multimediale presentaties van poëzie? En: leidt dat tot een wezenlijk ander soort dichtkunst? De Futurist vroeg aan drie deskundigen: wat brengt de toekomst voor de poëzie?

Michiel Zonneveld, initiatiefnemer van de app Muze bedacht twee jaar geleden dat je op je smartphone of tablet poëzie zowel kan lezen als beluisteren. Met de snelstgroeiende app van de maand oktober (meer dan 7500 downloads) heeft de Stichting Digitale Poëzie het smart beleven van poëzie binnen handbereik gebracht. “Natuurlijk willen we ook dat dichters hun bundels verkopen, daarom linken we in de app naar online boekenwinkels, maar we willen geen middel onbeproefd laten om mensen te verleiden tot het lezen van goede poëzie. “Muze biedt namelijk meer dan een online leeservaring: het gedicht komt tot leven doordat de dichter zijn gedicht zélf presenteert. Zijn stem, zijn voordracht én een toelichting bij het gedicht geven de ‘lezer’ meer houvast en verdieping. “Het is toch hartstikke leuk om je in de trein op je smartphone een halfuurtje in een gedicht te verdiepen? Dat kán ook goed met poëzie, beter dan met een roman.”

Muze is volop in ontwikkeling. Digitale Poëzie werkt samen met Glimworm aan ‘gedichtbakens’: als je in de buurt komt van een poëtisch betekenisvolle plek (zeg: de Amsterdamse Dapperstraat), plopt je app het gedicht ‘De Dapperstraat’ van J.C. Bloem op het scherm. “Zo werken we ook met klassieke gedichten, die we nieuw leven inblazen door ze te koppelen aan de geografische ervaring.” Ook denkt Zonneveld aan ‘gepersonaliseerde gedichtenbundels’: “Stel, je zou gedichten voor 99 eurocent per stuk kunnen kopen. Dan zou je een bloemlezing kunnen samenstellen van jouw favoriete poëzie. Die bundel kun je dan online met je vrienden delen óf zelfs drukken via print on demand.”

Spotify
Zonneveld denkt niet dat Muze in de toekomst gaat verdienen aan het verkopen van poëzie. Het ontwikkelen van de app bleek onverwacht een lastige technische klus. “Wij zijn allang blij dat we kostenneutraal zijn en dat er geld naar dichters toegaat, dat we een podium zijn voor dichters. Geld verdienen met poëzie naar het model van Spotify lijkt me lastig te realiseren. Daar moet het je eigenlijk ook niet om gaan.” De toekomstmuziek voor Muze klinkt bescheiden ambitieus: “Al sinds Homerus – en ver daarvoor – is poëzie niet in een hokje of boekje te vangen. De gedachte dat je poëzie alleen uit dichtbundels leest, is dogmatisch.” Op de vraag waar de Muze in 2035 zal staan, antwoordt Zonneveld stellig: “We zullen een trouwe schare volgers hebben.” Door technologische ontwikkelingen zal de kwaliteit van de geluidsopnamen verbeteren en de app aantrekkelijker worden. “Ik verwacht dat steeds meer dichters hun gedichten op deze manier willen presenteren. Zo komen we losser te staan van het literaire wereldje en brengen we poëzie naar buiten.”

Buiten het boekje
Literatuurwetenschapper Kila van der Starre schrijft haar proefschrift over poëzie buiten het boek en is altijd voorzichtig met het doen van grote uitspraken over de toekomst. Zij bestudeert onder andere de verschillende vormen van poëzie buiten het boek. Dat zijn er veel: poëzie op het podium, op het internet, in de openbare ruimte, op objecten, poëzie in gebarentaal, poëzievideo’s en ga zo maar door. Toch lijkt poëzie op schrift, in een geprinte bundel, tot op heden de norm te zijn. Die vorm heeft een hogere status bij critici en kenners dan poëzie buiten het boek. Van der Starre ziet dat poëzie traditioneel met lezen wordt geassocieerd, terwijl poëzie op veel meer manieren wordt ervaren. Je zou kunnen zeggen “Poëzie wordt niet meer gelezen!” Maar dat laat de ervaring rondom poëzie – je ziet een dichter bij DWDD een gedicht voordragen, je bezoekt een poetry slam, je fietst langs een muurgedicht, er komt een gedicht voorbij op Facebook – buiten beschouwing. “Dat mensen geen dichtbundel kopen, betekent niet dat ze geen poëzie horen of lezen. Cijfers daarover zijn schaars.”

Van alle tijden
Papier, tablet, scherm, het maakt in wezen niet uit. Uit cijfers blijkt dat we weliswaar een kleiner gedeelte van onze vrije tijd besteden aan het lezen van boeken, in vergelijking met vroeger. Maar wordt ook onderzocht hoeveel mensen poëzie online lezen of in hun vrije tijd naar een poëzie-cd luisteren en naar een poëzievoorstelling gaan? Of onze leesgewoonten ingrijpend veranderen, is dus lastig vast te stellen. Het is een dooddoener, maar dat er nieuwe media ontstaan en weer verdwijnen, is van alle tijden. De uitdaging is onze tijd niet belangrijker of specialer te maken dan hij is. “Poëzie heeft zich altijd ook buiten het boek ontwikkeld,” zegt Van der Starre, “Vaak wordt vergeten dat poëzie als oraal fenomeen altijd al heeft bestaan, terwijl poëzie op schrift en in druk betrekkelijk jong is, laat staan poëzie in digitale media.” Poëzie op podia, poëziefestivals en multimediale uitingen van poëzie zijn in essentie niet nieuw, maar ze worden wél steeds serieuzer genomen. Critici weten zich vaak nog geen raad met deze uitingsvormen en negeren dan bijvoorbeeld een poëzie-cd die bij een bundel zit volkomen, omdat ze zo gefocust zijn op de geschreven gedichten. “Dat gaat wél veranderen. Ik verwacht dat de kritiek en de academie multimediale uitingen van dichtkunst uiteindelijk zullen omarmen, serieuzer zullen nemen.”

Poëzie in de klas
Een belangrijk podium voor poëzie blijft ook in de toekomst het klaslokaal. Docenten treden immers op als bemiddelaars tussen gedicht en leerling. In het onderwijs is poëzie lange tijd vooral technisch benaderd: aan welke regels houdt de dichter zich? Welke vormen van rijm zet hij of zij in? Waar zie je een enjambement? Net als bij het formele taalonderwijs. Als leerling kun je dan ook een goed of fout antwoord geven. Maar het is juist de bedoeling, vindt Van der Starre, om poëzie ook te zien als manier van metaforisch denken. Op die manier kunnen jonge mensen de vrijheid van taal herontdekken. “Je mag in taal associatief zijn, je mag spelen, zoeken en sparren. Dat werkt bijzonder goed bij jonge mensen, en trouwens bij iedereen. En waarom zou je die functie van taal in de toekomst niet méér willen aanreiken?”

En, en, en
“Zolang er taal is, is er poëzie. De behoefte aan poëzie is van alle tijden, dat zal niet veranderen”, vindt ook Ilonka Verdurmen, poëziedocente en artistiek leider van Stichting School der Poëzie. Zij ziet jaarlijks honderden leerlingen nog steeds veel plezier beleven aan het lezen schrijven, overschrijven, voordragen en vertalen van poëzie. De poëzie als uitingsvorm is niet aan het veranderen. Bij alle grote ervaringen en emoties wenden mensen zich tot het lied en het gedicht. Vormexperimenten en verschillende presentaties van poëzie zijn inherent aan het speelveld van dichters. Ook dat is niet nieuw. Het gaat om het “en, en, en”: het is fijn dat poëzie overal mag zijn, in elke denkbare vorm. “Er is niks mis met een mooi vormgegeven bundel, dat is een ervaring op zich.”

Vooruitblikkend naar 2035 wenst Verdurmen in Nederland een omgang met poëzie naar het voorbeeld van de Duitse muziekjournalist Joachim-Ernst Berendt (1922 – 2000). Berendt liet gedurende veertig jaar in een dagelijks radioprogramma jazzfragmenten aan luisteraars horen en voorzag ze van begeisterde commentaren. Zo wist hij bij veel luisteraars enthousiasme en begrip op te roepen voor de jazz. “Of er meer aandacht voor poëzie zal zijn in Nederland, hangt vooral af van de maatregelen die daartoe worden genomen. Vanzelfsprekende waardering voor poëzie past niet zo bij de Nederlandse cultuur. Maar al met al heb ik zeer veel vertrouwen in de toekomst van de poëzie.”

De dichter eet de tijd op
De Futurist is gerustgesteld. De aard der poëzie is onveranderlijk. De gekozen taal en de vorm blijven vrij, op papier én buiten het boek. Lucebert, de dichter van de ervaringspoëzie, schreef in 1951 al:

De zoeker naar de aard van een gedicht en
van den gedichts dichter
hij zal doof zijn voor het ijlingse
loven en laken van modejager & modeverguizer

de dichter hij eet de tijd op
de beleefde tijd
de toekomende tijd
hij oordeelt niet maar deelt mede
van dat waarvan hij deelgenoot is

mijn gedichten zijn gevormd
door mijn gehoor
en door de bewondering voor
en de verwantschap met
friedrich hölderlin & hans arp

de tijd der eenzijdige bewegingen is voorbij
daarom de proefondervindelijke poezie is een zee
aan de mond van al die rivieren
die wij eens namen gaven als
dada (dat geen naam is)

en
daar dan zijn wij damp
niemand meer rubriceert

(‘Het proefondervindelijke gedicht‘, in Atonaal, 1951)

 

Resultaten van het poëzieonderzoek van Kila van der Starre, waaronder cijfers over poëzieverkoop en aantallen bezoeken aan poëzie-evenementen, staan beschreven in “‘We hebben toch een stem die we graag willen laten klinken?’ Poëzie op het podium sinds Poëzie in Carré,”, Ons Erfdeel, 2014, nr. 3, p. 21 – 31.

Over de auteur

Anna van Strien (1978) is neerlandica, poëzieredacteur en docent. Ze zzp't wat bij als talentcoach, bewondert Lucebert, Reve, Coetzee en woont met peuter en Volkswagenbus in Amsterdam. Anna doet het liefste zoveel mogelijk tegelijk.

Lees meer van

Schuld! Thema-avond poëzie in De Nieuwe Liefde

Door Anna van Strien

Schuld Ben je vergeten te stemmen? Eet je vlees? Douche je heet en veel te lang? Bel je die scharrel nog terug om te vertellen dat het ‘m niet wordt? Verzuim je het succes van je concurrentie op social media te liken en verspreid jij toch die roddel waarvan je niet helemaal zeker weet of […]

Lees meer uit de categorie Reportage

Eén wet: leven

Door Anna van Strien

Black metalband vertaalt verzen van vitalist Marsman Black metalband Terzij de Horde publiceert een selectie van Hendrik Marsmans Verzen in Engelse vertaling. Bassist Johan van Hattum vertelt De Optimist waarom: “Marsman brengt je de kans een grens over te gaan, de wereld in te trekken en je los te wrikken van elke levensbeperking.” In die […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper