Kort verhaal

Loodjeslijst

Door Miranda de Haan | beeld: Gemma Pauwels
18 februari 2015

De sigarettenautomaat staat half achter een doorgezakte bank. Er hangt een briefje op de automaat: ‘defecto’. Ik zucht. Op de bank slaapt een meisje. Ze ligt op haar zij en haar jurkje is tot over haar heupen opgekropen. Haar arm ligt over haar gezicht. Er hangt een spiegel boven de bank en naast mijn eigen reflectie zie ik een vrouw achter de gespiegelde toog. Haar oogleden zijn zwaar aangezet met eyeliner. Ze zegt me ‘adios’ met de schorre stem van een zware roker en ik aarzel bij het kralengordijn voor de uitgang.
‘Drink je, liefje?’ Ze wijst naar een barkruk en dan op zichzelf: ‘Marisol.’ Haar lippenstift is in de rimpels van haar bovenlip gekropen.
Ik knik maar noem mijn eigen naam niet. Ik vraag om tequila. ‘Neem er zelf ook een,’ zeg ik in mijn stroeve Spaans en Marisol glimlacht.
Haar sigaretten liggen achter de toog. Ik wijs naar de sigarettenautomaat en zeg vragend: ‘Defecto?’
Ze begrijpt de hint en even later hoest ik mij ingehouden door een van haar Fortuna’s. Mijn ontwende longen verwelkomen de rook als de rauwe liefdesbeet van een lang gemiste oude vlam. Ik rook door tot aan het filter en spoel de smaak weg met tequila.
Het meisje op de bank snurkt zacht.
Ergens zoemt een stofzuiger.

’Het was zo stil vandaag, we vielen allemaal haast in slaap. La crisis, de hitte…’ Waar kom ik vandaan? Alemania, Holanda? Ik knik. Marisol glimlacht. ‘Ah, Amsterdam. Daar ben ik verliefd geworden, heb ik een abortus gehad.’
We drinken zwijgend, nippend.
Een tweede sigaret sla ik af.
De tequila is niet goudkleurig, zoals ik verwachtte, maar helder als wodka en ijskoud. Er stijgt damp uit het glaasje en er glijden druppels condens langs het voetje. Ik zie een veeg bloedrode lippenstift langs de rand en wrijf die weg met mijn duim. Mijn hand veeg ik af aan mijn bermuda. Ik bestel een tweede en Marisol schenkt me bij. Met elke nip wordt mijn tong gevoellozer en mijn slokdarm rauwer. Mijn mond voelt schraal en mijn wangen gloeien. Ik ben vandaag flink verbrand op dat naaktstrand.

 tequila gemma pauwels

De ventilator aan het plafond draait kreunend rondjes. Een Spaanse vlieg probeert zich vergeefs uit het zog te worstelen. Het kralengordijn tikt zacht in de luchtstroom.
De tv in de hoek flitst mompelend een thuiswinkelreclame en een kleine vrouw schuifelt binnen vanuit de achterkamer.
‘Mamá Osa houdt de kamers van de meisjes bij,’ zegt Marisol.
Mamá negeert een lege kruk en houdt haar onderrug vast terwijl ze naast me gaat staan. Ik voel me wat tipsy en vooral lang, naast Mamá.
Marisol zet een derde glaasje op de bar en schenkt het vol.
Mamá Osa’s knokige vingers trillen niet. En nippen, daar doet ze blijkbaar niet aan. Haar bril is zo groot dat ik langs haar jukbeen door het glas kan kijken.
Ik wijs naar Mamás glaasje. Marisol schenkt en opnieuw krijgt de tequila geen kans het glas te condenseren.
Mamá veegt haar mond af. Hard, met haar lippen tussen duim en wijsvinger, alsof ze er het bloed uit wil knijpen en kijkt me ernstig aan. ‘Voor mijn rug.’
Dan gaat ze toch zitten en poetst zwijgend haar brillenglazen met een punt van haar schort.
Ik kijk opzij, langs de vele missende kralen in het gordijn voor de deuropening.
Er zijn passanten, maar alleen hun schaduwen vallen binnen. Het licht van de flikkerende straatlantaarn reduceert ze, maakt ze plomp, seksloos en voetloos. Stemmen praten en lachen, hakken tikken op kinderhoofdjes. Elke schaduw glijdt over het slapende meisje. Marisol stapelt glazen op planken en dekt ze af met theedoeken.
Mamá strekt haar rug. Ik hoor de wervels kraken.

Er rinkelt ergens luid een huistelefoon.
Het meisje op de bank schrikt wakker en voelt met beide handen aan haar knotje. Er klinken voetstappen op een krakende trap en een bonk, alsof er iemand struikelt.
Een mannenstem vloekt.
Marisol plukt Mamás glaasje en dat van haarzelf razendsnel van de bar en zet ze uit het zicht. Een kalende man komt uit de achterkamer en zegt: ‘Klanten over tien minuten.’
‘Nu nog!’ zegt Marisol.
‘Si! Nu nog. En, wilden jullie mij vermoorden of gaat er nog iemand verder met die stofzuiger?’
‘Ja en ja, jij,’ zegt Marisol. Mamá Osa grijnst.
De man gooit zijn armen omhoog en de deur valt achter hem dicht. Dan klinkt de zoem van de stofzuiger.

Het meisje staat op van de bank en lacht naar zichzelf in de spiegel. Haar jurkje zit van achteren gedraaid, de billen bedekt het maar half. Haar huid glanst als vers teer. Ze strijkt haar handen langs de achterkant van het jurkje, haar vingers op zoek naar de zoom. Haar vingertoppen dwalen langs de randen van een flinterdunne tanga. Ze trekt hem recht. Als haar rechterhand de bil een klinkende klets geeft die de huid doet trillen, schrik ik op. De spiegel vangt de paniek in mijn ogen.
Het meisje kantelt haar hoofd iets en lacht naar mij in de spiegel.
Herpes ontvouwt zich als een gele roos in haar krullende mondhoek. En dan laat ze het puntje van haar tong langzaam langs haar volle, gepokte bovenlip glijden.
‘Fifty for you. Señora, you want?’
‘No, no…’ Ik slik en draai me half terug naar de toog, terwijl mijn hand graaft in de zijzak van mijn bermuda.
Marisol is er niet. Ik kijk om me heen. Mamá Osa is ook weg.
Het meisje begint haar lippen bloedrood te stiften terwijl ze me in de spiegel aankijkt. Haar heupen wiegt ze op het staccato ritme van de ventilator.
Ik draai me helemaal weg van haar, terug naar de toog en bekijk mijn nu lege glaasje. Waar ik eerder de lippenstift van de rand veegde, zit nog steeds een vettig waas. Mijn tong voelt aan de kloofjes in mijn schrale onderlip terwijl ik strak naar de tv staar. Mijn briefgeld verberg ik verfrommeld in mijn hand.
Het meisje neuriet achter mijn roodverbrande rug en boven ons zoemt de vlieg.

Marisol komt uit de achterkamer, ze draagt een krat bier. Mamá Osa houdt de deur voor haar open. Rollend op het krat rinkelen flessen Cava.
Twee identiek schaars geklede vrouwen met eenzelfde pafferig, bleek gezicht komen gapend de trap afgestommeld. De lippenstift wordt gedeeld en opnieuw gestift.
Er brandt een roodgezogen peuk op in de asbak naast me; een van de vrouwen heeft hem daar gelegd. Ik ruik hun deodorant over de tabak en ik zoek vergeefs de blik van Marisol, die steunend de bank langs de bar schuift tot naar de zijkant van de kleine dansvloer. Een discobal roteert daar nu zijn kleuren, haaks op het ritme van de ventilator.
Mamá klikt de stereotoren aan en salsamuziek start overslaand op.
De vrouwen bij de spiegel vallen driestemmig in. Het klinkt vreselijk vals.

Marisol vangt eindelijk mijn blik en ik betaal. Het kralengordijn voor de ingang klettert zwierend als ik de benauwde steeg instap en de vlieg rukt zich uit het zog, ziet kans te ontsnappen langs mij en de dansende kralen waarlangs ik nog vlug een laatste blik naar binnen werp, voordat ook ik niet meer zal zijn dan een passerende schaduw.
Marisol zet de flessen Cava koud. Het licht van de koeling stroomt meedogenloos over haar gerimpelde decolleté.

 

Over de auteur

Miranda de Haan schrijft, dicht, performt, bestormt - sinds 2013 onbezoldigd organisator en initiator van maandelijks open podium sPEAK, schrijverscafé bij CAPSLOC Cultuurpodium in Capelle aan den IJssel. Ze heeft een sociaal-pedagogische achtergrond, begeleidde Romakinderen en beheerde daarnaast een Irish pub aan de Costa Daurada. Haar korte verhalen zijn daarvan de 'maceratie', de kern steeds in balans als de gin in een cucumbermojito.

Over de illustrator

Meer informatie over en werk van Gemma Pauwels is te vinden op haar uitgebreide website: gemma.nu

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

De brug van Villa

Door Michiel Stroink

De evaluatie In de buurt van Santa Fe de Antioquia, Colombia, 8 mei 1889, 09.00 uur. ‘Meneer Villa, hoe wilt u aangesproken worden? Bent u architect, of ingenieur?’ Villa kon de delegatie uit de stad nauwelijks zien. De zon stond nog laag en bovendien was het niet zijn gewoonte om mensen aan te kijken. ‘Ik […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper