Poëzie

Vers in de Etalage

Door Pim Cornelussen
9 maart 2015

 


wat er van ons rest

het flatgebouw toont een
panorama van menselijke grappen
nu de gevel naar beneden is gehaald

wijnvlekken brengen ruzies voort
tussen verstokte rokers en
een verstopte kauwgom in de deurpost
wijst met alle zekerheid een geheime
opbergplek van kinderen aan

een visitekaartje van vier hoog
stelt me voor aan Sander
verhuizer van beroep
hij leefde, zonder het te weten,
in een decor gemaakt van
alle kleuren van de regenboog
ik wijs je op zijn kamer de muren pimpelpaars

het behang onthoudt de tijd
in de vorm van een vale wandklok
die al lang van de muur is verdwenen

onder aan de trap speelt een jongen
al jaren hetzelfde knikkerspel

vragen naar wat ik zie
daar hoog boven
is vragen naar wat is verdwenen

al wat men nalaat
een geschiedenis van ingebeelde levens

 

 

wij zijn muzikanten van de liefde

het heelal borrelt als hete
boter in een pannetje
terwijl wij stampvoetend
de liefde bedrijven

wij zijn gemaakt van de tonen
van het eerste lied
toen de rest nog sliep
schoten wij in melodie
samen de ether in

de enige die het merkte was de buurman
die het bed hoorde roffelen
alsof er een oorlogsdans werd uitgevoerd
en hij de verliezende partij vertegenwoordigde

maar wij schijnen voor de wereld
geen probleem te zijn
zo elastisch dat onze tonen
zich rond onze lichamen vormen

wanneer de buurman met zijn oor aan het glas
zichzelf tegen de muur legt
om al is het maar een beetje
de compositie te kunnen ontrafelen
zwijgen wij in alle toonsoorten

zodra het vuur wordt opgestookt
bakt de wereld immers aan
dan worden wij dichtgeschroeid
door de vlammen van de tijd

 

 

akkoordje met de dood

maar we hadden toch afgesproken dat ik hier
dat ik hier achter de deur zou blijven staan tot het leven nietsvermoedend zou
binnenlopen
en ik hem vervolgens een beentje zou lichten
een zwarte kap over zijn hoofd zou trekken
dat ik hem eenmaal overmeesterd
mijn eisen in zijn oor zou fluisteren
als was hij een buitgemaakte gijzelaar in
een eenzijdige oorlog

dat juist dat de oefening in bekwaamheid was

maar hoe kon ik nou weten
dat het zo niet werkte
je zou toch ‘einde’ fluisteren
me uit mijn hoekje van de wereld lichten
me naar het uitzicht wijzen
en zeggen hoe het verder moest

terwijl ik nu hier met mijn vinger aan de knop
en de woorden langzaam uit mijn lichaam vloeien

 

 

Over de auteur

Pim Cornelussen (1989) studeerde een tijdlang theaterregie aan het RITS in Brussel waar hij zich, in plaats van te regisseren, toelegde op het schrijven. Sindsdien schrijft hij theaterteksten, proza en poëzie. Momenteel is hij bezig aan zijn master Wijsbegeerte in Gent. Daarnaast is hij hoofdredacteur van het Vlaamse literaire tijdschrift Kluger Hans en lid van theatercollectief dividu. 

Lees meer uit de categorie Poëzie

Spiegel van Spinoza

Door Ruben Hofma

Lucas Hirsch, in de poëziewereld bekend als dichter en organisator, heeft vorig jaar een spiegel van het merk Spinoza gecreëerd met zijn derde dichtbundel, Dolhuis. De bundel toont de mentaliteit van ‘het volk’; de ongelijke behandeling van personen en groepen, de verbale en non-verbale ongegeneerdheid. De bundel is opvallend, want niet geromantiseerd, glashelder en daardoor […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper