Portret

De Optimist: Henk van Straten

Door Henk van Straten | beeld: Elise van Iterson
25 juni 2015

Ter ere van scheidend hoofdredacteur Miriam van Ommeren vroegen we mede-oprichter Henk van Straten om terug te blikken op het begin van De Optimist.

Titel:  euhm….

Pijnlijk tegen de deadline  (nee, toch  niet)
Dus stapte ik eruit

Gaaf wijf, die Van O.

Van O.

euhm…

Goed, ik tik dit stuk op het laatste moment, mijn neus pijnlijk tegen de deadline gedrukt. Saar moest me eraan herinneren. Drie keer. Ook heb ik vanmiddag al gedronken (het is nu 20:35). Ik schrijf echt nóóit als ik heb gedronken, maar dit weekend heb ik mijn zoons, dus níet drinken was helaas geen optie. Ik hoor ze nu trouwens boven nog keten. Dus ook dat helpt niet. Dadelijk een paar klappen uitdelen dan maar. 

ANYHOO. Ergens is het goed en mooi dat ik ook nu weer een prutser ben. Dat was ik namelijk tien jaar geleden ook al, toen… – Wacht even… Nee toch? 2008?! Is het zeven jaar geleden dat we De Optimist oprichtten?! Goeie god! – Nou ja, toen we De Optimist oprichtten dus. Ik had grootse ideeën, maar een minder groots organisatorisch vermogen. Ook begin ik nogal snel te zweten en te bibberen als er iets van mij afhangt. Met andere woorden: na het mede-oprichten ging het eigenlijk al vrij snel bergafwaarts.

Nog steeds vind ik het een wonder dat Miriam destijds met mij in zee is gegaan. Dat ze dacht: ‘Ja, met Hénk ga ik een literair magazine beginnen; die gast uit Eindhoven met dat plank-mis-slaan-punkbandje en die koikarpers op z’n arm.’ Maar wel dus; ze ging met me in zee. We leerden elkaar kennen via een hardcore/punk webforum. (O man, het is dus inderdáád zo lang geleden.) Ze zei vlak na onze ontmoeting tegen me: ‘Henk, ik ben niet de intellectuele snob uit Amsterdam en jij niet het domme boertje uit Eindhoven.’ Ze had in de gaten dat ik daarmee worstelde. Dat was heel mooi. Nadat ze dat had gezegd, was ik gerustgesteld. Althans tijdelijk.

Dus daarna de eerste vergaderingen, de eerste werkverdeling. We betrokken er anderen bij. Mensen die iets konden. We zaten met z’n allen bij elkaar en ik dacht: ‘Fuck, deze mensen kunnen iets!’ En Miriam was geweldig. Kalm, beheerst, gedegen, kundig. Zij was de spil, ook toen al. Eigenlijk was ik al vanaf dag één ondergeschikt. Dat bedoel ik niet verkeerd, dat zeg ik niet uit zelfmedelijden. Zij was gewoon geschikter voor het werk, en ze kende de juiste mensen.

Miriam Elise Iterson

Het was mooi, die tijd. We praatten veel, zij en ik. Miriam was behoorlijk neerslachtig toen. Ik zie haar nog huilen op Utrecht CS. Miriam is namelijk wel heel gedegen en goed en kundig en zo, maar ze is ook vooral heel gevoelig en heel lief. Dat is ze nog altijd, vermoed ik, maar we spreken elkaar niet meer zoveel. Zo gaat dat soms. (En na die Vipassana-retraites is ze natuurlijk ook nooit meer neerslachtig, want dat is nu eenmaal wat Vipassana-retraites doen voor een mens.)

ANYHOO. Ik voelde het al snel aan m’n water. Ik was er niet geschikt voor, het co-hoofdredacteurschap. Ik sliep slecht, voelde me te ver verwijderd van de mensen die het magazine maakten tot wat het was/is, zowel emotioneel als geografisch. Saar kwam erbij, en nog meer mensen met skills.

Dus stapte ik eruit. Al best wel vroeg. Miriam baalde eerst behoorlijk, geloof ik, maar ik denk dat als je het haar nu vraagt, dat ze zelf ook wel weet dat het niet anders had kunnen lopen. En verdomme: zonder onze kennismaking op het Asice Hardcore Messageboard was er mooi geen Optimist gewéést. En ook geen vogelbekdier, want die KOMT DUS MOOI UIT MIJN KOKER.

Tering. Ik ben er al zo vroeg uitgestapt dat ik hier eigenlijk niet zoveel over kan zeggen, of recht van spreken heb. Het is mijn plaats niet; er zijn anderen die veel langer met haar hebben samengewerkt, die haar enthousiasme en inspiratie en professionaliteit en gezelligheid hebben mogen meemaken.

Wat een gaaf wijf, Miriam van Ommeren. ‘Van O’, zoals ik haar altijd noemde. En wat heeft ze er iets moois van gemaakt. Ze is nog lang niet klaar natuurlijk. Waar zij gaat, ontstaan mooie dingen. Dat weet ik zeker, dat zweer ik op het graf van de moeder van Freddy Madball.

Henk van Straten

Lees meer van

En Garde!

Door Henk van Straten

Beeld: Willem Jansen Janneke van der Horst (1981) weet hoe jongens huilen. Op weg van Eindhoven naar Amsterdam om haar te ontmoeten, baart me dat ineens grote zorgen. Ik ben een jongen, en ik heb liever niet dat mensen weten hoe ik huil. Zeker meisjes niet. En daarbij, als Van der Horst weet hoe jongens […]

Lees meer uit de categorie Portret

Portret: Martien Bos

Door Martien Bos

In het derde portret dat we presenteren om het verschijnen van Handboek voor een Optimistisch leven te vieren, stellen we een beeldmaker aan je voor: Martien Bos.

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper