Interview

De kick van iets moois

Door Jeroen Pen | beeld: Martien Bos
22 juni 2015

Een interview met scheidend hoofdredactrice en opper-Optimist Miriam van Ommeren.

‘Zet er anders boven: ‘een indringend profiel van iemand die een of ander websiteje heeft opgericht’,’ zegt ze grijnzend. Ze zit op de bank in haar appartement in Amsterdam Oud-West. Het is het type woning dat ruimtelijk hoort te zijn, ware het niet dat er overal stapels boeken liggen: op de tafel; in de vensterbank; op de vloer; boeken, boeken, boeken.

Ik ken Miriam omdat ik vier jaar voor haar werkte. In 2010 meldde ik me als jonge student aan als redacteur voor haar digitaal cultureel magazine De Optimist, dat zijn oorsprong vindt in 2008. Van Twitter hadden we toen in Nederland nog nooit gehoord, Facebook was vooral voorbehouden aan studenten die een poosje in het buitenland waren geweest en de daar opgedane contacten wilden onderhouden. In Nederland zaten we vooral op Hyves, en als we iets wilden lezen – geloof het of niet – surften we nog braaf naar de homepage van een website.  

‘Er was toen nog niet echt een scene’, blikt Miriam terug. ‘Das Magazin bestond nog niet, al die online initiatieven evenmin. Achter je computer viel op dat vlak gewoon nog niet zo veel te beleven.’ Literaire of anderzijds culturele tijdschriften die een website hadden, gebruikten deze voornamelijk om de bezoeker te informeren over het afsluiten van abonnementen.

Het idee voor De Optimist ontstond, geheel in stijl, online. Miriam, die eind 2007 haar studie Algemene Cultuurwetenschappen aan de VU had afgerond, grasduinde in haar vrije tijd graag op het Asice-forum, waar hardcore punkliefhebbers urenlang over bandjes en minder belangrijke zaken met elkaar in conclaaf gingen. Beginnend schrijver Henk van Straten stuurde haar een privébericht: of ze, met de redactie-ervaring die ze tijdens haar studie bij faculteitsblad [sic!] had opgedaan, zin had om een blad met hem te maken. Ze kenden elkaar niet, maar zaten beiden in bandjes: Miriam speelde basgitaar in Malkovich en Union Town (‘echt een goede muzikant ben ik nooit geworden, maar toch’), Henk zong en schreef teksten in Maypole. Miriam was bovendien net klaar met haar cultuurhistorische reisgids van Praag en dus wel toe aan een nieuwe uitdaging.

‘Ik zei “ja” en ging voor een brainstorm naar fucking Eindhoven, want daar woonde Henk toen. Ik had allerlei tijdschriften mee die ik las: The Paris Review, Revisor, The Believer…’ Vooral over die laatste was ze al langer enthousiast. ‘Hun werktitel was ooit The Optimist. Daar hebben we onze naam van afgekeken.’

IMG_0039.JPG

Het idee was: acht of negen updates per maand, iedereen kan kopij insturen ter beoordeling en iedereen krijgt feedback. ‘We wezen een keer een inzending af, maar kregen een vrolijke reactie: “Hier heb ik meer aan dan aan plaatsing”.’ Platgetreden paden dienden vermeden te worden, evenals een elitaire houding. De keuze voor online was noodgedwongen. ‘We hadden geen geld voor een papieren blad en onvoldoende geduld om geld in te zamelen,’ vertelt Miriam.  

Bevriende vormgevers Artur Schmal en Maartje van Nimwegen ontwierpen een site, als officieuze mascotte kreeg De Optimist het vogelbekdier. ‘De platypus past bij ons omdat we een hutspot van stijlen en invalshoeken hebben. Dat lijkt verwarrend, maar als een vogelbekdier al eieren leggend een eend en een zoogdier tegelijkertijd kan zijn, kunnen wij ook best veelzijdig voor de dag komen.’

Na de lancering in december 2008 vertrok Henk al snel; hij wilde zich op schrijven concentreren en constateerde eigenlijk geen geduld te hebben voor het redactiewerk. Kopij vinden bleek lastiger dan gedacht, wat in het begin leidde tot dagenlang rondklikken op het toen drukbezochte forum van Schrijvers Online. ‘Daar struinde iedereen die ooit een pen heeft vastgehouden rond, al kwam je er vooral huisvrouwenpoëzie tegen.’ Toch benaderde de tweekoppige redactie er zoveel mogelijk talent. Miriam, een wegwerpgebaar makend: ‘Er zaten veel mensen daar die niet bij ons wilden publiceren omdat we niet betaalden. Even goede vrienden verder, maar come on. Die schrijvers waren net zo beginnend als wij, maar begonnen gelijk hoog van de toren te blazen, terwijl wij gewoon een nieuw experiment wilden aangaan.’

Miriam vroeg Saar Francken, een vroegere studiegenoot van de VU, redacteur te worden. Die stemde toe en uit een aantal hoeken kwam hulp. Later zou er zelfs een fulltime stagiaire bijkomen. ‘Dat waren echt toffe tijden. We stonden bijvoorbeeld op Crossing Border met een minifestival voor onbekend talent.’ 

In De Balie organiseerde De Optimist in 2010 een aantal literaire avonden. Hier werden korte films gekoppeld aan een lezing van een wetenschapper en aan een kort verhaal van een schrijver. De reeks avonden heette Kamermans Kermis, naar Otto Kamerman, een door Saar, Miriam en toenmalige Balie-filmprogrammeur Dirk van der Straaten bedachte wetenschapper. 

‘Het leek ons leuk om het programma op te hangen aan een protagonist,’ herinnert Miriam zich. ‘Ik moest denken aan Jára Cimrman. Dat was een Tsjech die nooit heeft bestaan, maar wél een Grootste-Tsjech-Ooit-verkiezing heeft gewonnen. Hij heeft zelfs een eigen museum in Praag. Twee journalisten bedachten hem ten tijde van het communistische regime. Toen doken ineens overal kunstwerken, proza, essays en toneelstukken op van Jára. Tsjechië ging er massaal mee aan de haal.’ 

Otto Kamerman kreeg een eigen Wikipediapagina, die jammer genoeg steeds offline werd gehaald. Wel had hij een gezicht: een foto van de grootvader van de eerder genoemde Dirk bleek uitermate geschikt. 

De offline-activiteiten en het feit dat er steeds meer kopij binnenkwam, deden Miriam en Saar in 2010 besluiten dat het tijd werd voor een grotere redactie. Maar liefst zeven redacteuren werden aangenomen, waaronder ikzelf. We vergaderden iedere maand; in groepsverband bespraken we dan de binnendwarrelende kopij.

In 2014 zette Miriam een grootschalige crowdfundingcampagne op. De ooit zo frivole Optimist-site was toe aan een nieuw jasje en een iets professionelere back end kon ook geen kwaad. Inmiddels werkte ze ook als Manager Beleid en Financiering bij Incubate, het Tilburgse muziek- en cultuurfestival dat misschien wel als Nederlands meest avontuurlijke geldt. Van slaap kwam er dan ook weinig terecht, maar het gestelde doel – ruim 9 duizend euro – werd gehaald. Voor anderen een goede reden om stomdronken de polonaise te lopen en tegen je collega’s te gillen dat je dit voor-altijd-echt-voor-altijd wil blijven doen, voor Miriam aanleiding om te zeggen: ‘Nu kan ik er met een gerust hart mee stoppen’. 

‘Ik ben een control freak, laat zaken niet zo snel los. Eens een weekje wat minder tijd besteden aan De Optimist lukte niet. Nou, dan moet ik dus wat anders gaan doen’, vat de 37-jarige kunsthistorica samen. Daarna ontsteekt ze in een betoog over hoe trots ze op haar redactie is geweest, al die tijd. Twee keer benadrukt ze ‘echt niet zo snel trots te zijn’; drie keer dat ze de inmiddels twaalf koppen tellende redactie zal missen.

‘Het is zo tof dat je iets bedenkt waar andere mensen vervolgens bij willen horen en zich voor in willen zetten,’ reflecteert ze. ‘Dat, én het feit dat we zoveel jong talent een platform hebben gegeven waar ze zich konden etaleren en ontwikkelen, zijn mijn hoogtepunten van de laatste zes en een half jaar.’ 

Daar kan ik zelf over meepraten. Voordat ik bij De Optimist kwam, ging mijn redactie- en schrijfervaring niet veel verder dan een handjevol papers en liefdesbrieven. Onder Miriams bezielende leiding kwam daar verandering in. ‘Dat was altijd mijn bedoeling; kansen bieden. Ik heb De Optimist niet opgericht om zelf te publiceren, dan was ik wel gaan bloggen.’ Zo verscheen in 2009 een prachtig kort verhaal van een nog jonge Niña Weijers op De Optimist. Met haar debuutroman De Consequenties won ze vorig jaar de Anton Wachterprijs voor debutanten, voor de Libris Prijs was ze tevens genomineerd. Mijn eigen groei is daarbij vergeleken weinig waard, maar zonder De Optimist had ik vermoedelijk nooit iets voor Vrij Nederland of de Volkskrant geschreven.

  
Sinds Miriam in de jaren ‘00 furore maakte met Malkovich, is ze altijd bezig geweest met ‘toffe dingen’. Met Malkovich speelde ze onder andere in New York (zie foto) en voor ruim tweeduizend man op Groezrock. ‘Daar kan weinig tegenop, dat je iets maakt en dat zoveel mensen er dan van genieten, dat het een heel eigen leven gaat leiden.’ Dan, iets luider: ‘Dáár gaat het om. Dat is precies wat De Optimist ook is. Je maakt iets, zet het op een site en men leest het en geniet ervan. Uiteindelijk doe ik het voor de kick van iets moois maken.’

Wat voor moois ze hierna gaat maken, weet Miriam nog niet precies. ‘Ik ga in ieder geval géén roman schrijven over twintigers in een metropool die betekenisloze seks hebben,’ zegt ze met opgetrokken wenkbrauw. ‘Over dertigers evenmin, trouwens.’

Lees meer van

Waar je mee geboren wordt, daar ben je mee besmet

Door Jeroen Pen

Een handvol tieners klimt onder luid gezang over een hek. ‘Veendam ‘til I die, I’m Veendam ‘til i die’, scanderen ze. Eén jongen staat een verslaggever van RTV Noord te woord. Hij zegt niet precies te weten wat er aan de hand is, maar geeft aan te denken dat ze ‘een beetje duidelijkheid’ van het […]

Lees meer uit de categorie Interview

Asha Karami: ‘Poëzie is voor mij een manier van actie of verzet’

Door Sophie Kok

Om rond te komen heeft ze drie verschillende banen: ze is jeugdarts, ringarts bij vechtsportgala’s en yogadocent. Maar haar hart ligt bij de poëzie. Asha debuteerde in 2017 met gedichten in de literaire tijdschriften nY en de Poëziekrant, won de jaarfinale van de Festina Lente Poëzieslag en staat vrijdag 26 januari in de Finale van het […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper