Kort verhaal

Van Houdt en het mysterie van het laatste vogelbekdier

Door Luckie S. Delacroix | beeld: Aaron Howard
22 juni 2015

Buiten de gebaande paden: een licht erotische satire op plotschrijven

De Rubeneske blondine die de deur van de Gooische villa opende, was slechts gekleed in een knalrode badhanddoek. Haar lange haar was nog nat van het douchen of het zwembad. Inspecteur Mario van Houdt besloot direct dat ze nat moest zijn van het douchen, want ze rook niet naar chloorwater, maar had een betoverend, fruitig aura van dure vrouwendouchegel om zich heen terwijl ze nonchalant in de half geopende deur bleef staan en hem speels bekeek, gelijk een kat die kijkt naar een muis of een stukje speelgoed of wat het ook is waar een kat speels naar kijkt.  In de woonkamer speelde Gigi d’Augostino zijn of haar zomerhit L’Amour Toujours. Inspecteur van Houdt – met dt – haatte dit soort dansmuziek, zeker op de vroege ochtend, zeker op de nuchtere maag. Hij haatte heel veel op de nuchtere maag in de vroege ochtend, maar dit soort elektronische muziek stond moeiteloos in zijn irritatie-top-drie. Met de juiste computers klonk zelfs de meest diepe bariton als Knabbel of Babbel. Gooi er een melodietje overheen, neem een paar schijfjes XTC en je hebt een leuk feestje. Van Houdt haatte leuke feestjes. En smurfen.

Hij was dit huis al jaren obsessief aan het observeren vanuit een busje met daarop het logo van een fictief loodgietersbedrijf, dat stiekem een fictief tegelzettersbedrijf was. Dit konden de mensen die het busje zagen staan pas weten als ze de fictieve website van het fictieve loodgietersbedrijf bezochten. Dat de enorme villa door de weelderige begroeiing in de voortuin nauwelijks zichtbaar was , deed er niet toe want het busje was toch geblindeerd. Hij joeg al jaren, zonder enig succes, op de Godmother van het Vogelbekdierbevrijdingsfront. Vanaf de dag dat hij zijn parkietenpenning kreeg, had haar foto op het prikbord gehangen als baas der bazen, maar hij had haar nog nooit kunnen arresteren. Een smet op zijn blazoen. Een van de vele.  

Auto’s waren niet welkom op het landgoed, dus was het iedere keer een lange wandeling van het hek naar de voordeur over het keurig aangeharkte en spierwitte grindpad. Mario van Houdt was buiten adem eer hij bij de voordeur was, en bij het zien van de halfnaakte vrouw in de deuropening, moest de inspecteur zich even herpakken. Dit deed ze godverdomme iedere keer.  Ze was geen uitzonderlijke schoonheid maar zeker bijzonder. Haar oogopslag verklapte dat haar IQ uit drie cijfers bestond, en de manier waarop de handdoek niks weggaf en niks bedekte, intrigeerde hem. Hij was geen uitgesproken borstenman noch had hij een duidelijke voorkeur voor billen. Mario hield van achtbanen nu hij gestopt was met roken.

“Mevrouw Jasmijn?” vroeg Mario van Houdt terwijl hij zijn dierenpolitiepenning liet zien en verdomd goed wist wie hij voor zich had.
“Waar heb ik dit bezoek aan te danken, inspecteur?”
“Mag ik even binnenkomen?”
“Heeft u een huiszoekingsbevel?”
“Nee maar dat kan eenvoudig geregeld worden als u dat liever heeft. Ik hoopte u even informeel te kunnen spreken over de verdwijning van het laatste vogelbekdier. U bent toch Magdalena Jasmijn? De oprichtster van het Vogelbekdierenbevrijdingsfront en schrijfster van het boek De bevrijding van het laatste vogelbekdier?”
“Je weet heel goed wie ik ben Mario.” De handdoek zakte per ongeluk expres een beetje van haar linkerborst. “Kom binnen. Ik trek even iets aan want ik voel me een beetje bloot.”
Mario knikte sloom, hij was nu al behekst, en stapte de villa binnen. Hij moest erg zijn best doen om niet naar haar blote benen te staren. Magdalena Jasmijn keek hem ondeugend aan en likte langzaam haar lippen nat. Wederom leek het alsof de wereld stopte met draaien. Of de wind stopte met waaien en zelfs alsof de zon een moment haar adem in hield. Mario slikte een denkbeeldige brok uit zijn keel.
“Excuseert u mij even.” Haar ogen bleven stout naar hem lachen.

Magdalena Jasmijn droeg geen slipje en de wenteltrap kon hem een goed uitzicht bieden op haar meest intieme deel maar hij wilde niet kijken. Hij was tenslotte een professional bij de dierenpolitie. Krampachtig probeerde hij zich op iets anders te concentreren. Hij dacht aan een grizzlybeer, die met zijn kaken een bowlingbal kan verbrijzelen. Aan dat er nog veertien bomen op aarde staan die er ook al stonden in de tijd van Jezus Christus. Aan hoe frikadellen speciaal gemaakt worden en aan zijn eeuwige droom om in het Guiness Book of Records te komen met zijn grote en unieke talent. Mario van Houdt kon prachtig vioolspelen terwijl hij achteruit fietste, maar het wereldrecord van 59,5 kilometer in 5 uur en 8 seconden van de Chinees Ho-Lee Sit was nog altijd buiten zijn bereik. Daar zou hij meer voor moeten trainen, maar dat mocht hij niet van zijn echtgenote. Isabella wilde dat hij zich focuste op zijn rodel-carrière, want zijn carrière bij de dierenpolitie vond zij maar een lachertje.

Magdalena Jasmijn liep de trap op naar boven en zag vanuit haar ooghoek hoe inspecteur van Houdt zich niet kon bedwingen en toch moest kijken. Hij was een man en kon er dus niks aan doen. Ze liep langzaam om hem een goed uitzicht te bieden, voordat ze haar favoriete zomerjurkje uit de inloopkast koos om aan te trekken. Het was een blauwe katoenen jurk met een motief dat was geïnspireerd op De Sterrennacht van Vincent van Gogh. Het dorpje, de cipressen en de gele sterren die in draaikolken het steeds dieper wordende blauw braken, zweefden om haar lijf en hypnotiseerden iedereen die naar haar keek als ze langs liep. Haar blonde haar deed ze in een knot, ze accentueerde haar gelaatstrekken subtiel met een beetje make-up en trok geen slipje aan. Ze dacht aan de kansloze inspecteur die in de woonkamer op haar stond te wachten. Waarschijnlijk stond hij nu voor haar boekenkast, waarin boeken over vogelbekdieren afgewisseld werden met biografieën van Cleopatra, Louise von Salomé en Mata Hari. Magdalena vroeg zich af of de eenvoudige dierendiender het verband zou kunnen ontdekken. Ze dacht van niet. Ze kende inspecteur van Houdt als een harige, ietwat onhandige man die eenvoudig te verleiden was, zoals voor Magdalena bijna alle mannen eenvoudig te verleiden waren. Ze keek nog een keer naar zichzelf in de spiegel. Ze kende dit dansje. Ze beheerste het, gelijk iedere meerderjarige Argentijn de tango beheerst. Ze riep richting de keuken dat de inspecteur wel wat drinken mocht pakken en dat ze zo naar beneden zou komen.

Inspecteur van Houdt liep naar het aanrecht en schonk voor zichzelf een glas water in. Liever zou hij een kop koffie of een blikje Dr. Pepper drinken, maar om nu in een vreemd Gooisch landhuis zomaar koffie te gaan zetten of de koelkast in te duiken om te kijken of zijn ultiem agnostische drankje aanwezig was, vond hij te ver gaan. Hij leunde tegen het aanrecht en probeerde nonchalant te lijken terwijl hij zijn water dronk.

Magdalena Jasmijn liep rustig de trap af en schreed de woonkamer binnen met de sierlijkheid en gratie van een danseres. Haar bewegingen schonken genot aan hen die het voorrecht hadden haar te aanschouwen. Van Houdt, die haar vanuit de keuken gade sloeg, slikte opnieuw iets weg in zijn keel. Iets dat er niet was en ook niet wilde verdwijnen.
“Kom, dan gaan we in de serre zitten.”
Inspecteur van Houdt liep achter Magdalena aan naar de serre waar ze een goed uitzicht hadden over de grote tuin. De overdaad aan kleuren was inspirerend en het prachtige weer zorgde dat de natuur zich van haar mooiste kant liet zien. “Alles is mooier als de zon schijnt,” vatte Magdalena de gedachten samen die door de kamer zweefden, en wees hem op een comfortabele zetel. Zelf ging ze op de bank tegenover hem zitten. Van Houdt nam een slok water en bedacht dat hij best wel een borrel zou kunnen gebruiken nu. Hij kende dit ritueel inmiddels ook en wist dat hij aan het eind van dit liedje weer met lege handen zou staan.

KV3

Magdalena pakte een zilveren sigarettendoosje van het tafeltje dat naast de bank stond en nam een witte filtersigaret tussen haar wijsvinger en middelvinger. 

“Zou u alstublieft niet willen roken. Ik heb astma.” Van Houdt kuchte theatraal.
“Dan is het erg onbeleefd van mij om toch te roken.” Magdalena stak haar sigaret aan, stond op van haar bank en boog over de zittende Inspecteur om het raam te openen. Hij moest de zoete geur van haar douchegel wel inhaleren nu ze zo dicht bij hem was. Ze bleef een moment hangen, spelend dat ze niet wist wat voor uitwerking dit had op de arme man, en ging weer tegenover hem zitten.
“Heeft u het laatste vogelbekdier laten verdwijnen, mevrouw Jasmijn?” De klungelige commissaris kattenzaken viel meteen met de deur in huis.
“Nee. Al ben ik wel blij dat ze vrij is.”
“Het is precies gebeurd zoals u beschrijft in uw boek. Twee mannen, eentje van twee meter en eentje van honderdvijftig kilo, in een zijspanmotor, om negen over drie in de nacht van zondag op maandag.” 
“Ik zou wel erg dom zijn als ik een vogelbekdier zou bevrijden precies op de manier waarop ik in mijn boek heb beschreven dat ik een vogelbekdier zou bevrijden. Ik ben niet dom inspecteur van Houdt.”
“Dat weet ik mevrouw Jasmijn, maar het schrijven van het boek geeft u een alibi.”
“Ja, dat doet het ja.” Ze hield even stil voor dramatisch effect. “Het antwoord is nee. Ik heb het laatste vogelbekdier niet bevrijd. Misschien Dries en Radolfo.”
“Dries Pieterse van honderdvijftig kilo en Radolfo Dello van twee meter?”
“Ja, zij vormen met mij het Vogelbekdierenbevrijdingsfront en rijden in een zijspanmotor.”
“Er is een zijspanmotor gezien op de plek waar het laatste vogelbekdier verdween.”
“Daar weet ik natuurlijk niks van inspecteur.” Ze kruiste gracieus haar benen opnieuw, zodat Van Houdt voor de tweede keer in het laatste half uur een glimp opving van het behaaglijke stukje vrouw tussen haar benen. Hij voelde Magdalena  in zijn onderbuik zoals hij vroeger ook Isabella daar had gevoeld. Het gevoel had hij tegenwoordig alleen nog maar als hij in een achtbaan zat. En nu dus. Nu hij weer de speelbal was geworden van Magdalena Jasmijn. Hij moest weg. 
“Sorry dat ik u gestoord heb mevrouw Jasmijn.” Zijn hoofd tolde. Zijn gedachten vlogen oncontroleerbaar alle kanten op. Ze waren op hol geslagen. Magdalena had hem wederom weten te betoveren met haar vrouwelijkheid.
“U hoeft geen sorry te zeggen. Ik begrijp best waarom u mij verdenkt. Ik had het nog niet van die kant bekeken. Je bent nooit te blond om te leren, zeg ik altijd maar.” Magdalena giebelde alsof ze een klein meisje was, knipoogde naar hem als een femme fatale en deed een plukje haar achter haar oor gelijk een verliefd tienergrietje.
De arme Van Houdt was kansloos. Als zijn piemel iets groter was, zou de bobbel in zijn goedkope pantalon zichtbaar zijn. Hij moest weg, zette zijn Sombrero op en verliet het Gooische landhuis terwijl in de verte een elektrisch orgel begon te spelen.

Even later stond hij cocaïne te snuiven op de negentigste verjaardag van zijn oma. Hij hield helemaal niet van de sneeuw uit Bolivia, maar het was een traditie en tradities zijn er om in stand gehouden te worden. Van al zijn stellige overtuigingen, was dat zijn stelligste. Ondanks de coke sprak hij geen woord tegen Isabella, en ook toen zij hen naar huis reed, bleef Mario zwijgen. Hij hoopte dat ze thuis meteen naar haar nest zou verdwijnen, dan kon hij nog even breien, maar Isabella wilde niet naar bed en zette de televisie aan. Hij ging zwijgend naast haar zitten. Godverdomme wat haatte hij zijn wijf, en wat wilde hij graag breien en aan Magdalena denken. De comedyseries waar Isabella van hield, begreep hij niet. Op de momenten dat de makers een blik lachers opentrokken, en ons op die manier wijs probeerde te maken dat er echt publiek in de studio zat, moest zij ook lachen. Mario niet. Hij had geen gevoel voor humor. Als kind was hij van een klimrek gevallen en had zijn humor-botje onherstelbaar beschadigd en als nu een collega een mop vertelde, moest deze altijd nog twee keer aan hem worden uitgelegd.

Mario van Houdt ging maar wandelen met Jonatan, hun chinchilla. Het beestje had geen avondwandeling nodig, maar zo was Mario even niet in dezelfde ruimte met zijn frigide heks. Hij verafschuwde haar, maar gezien hun gedeelde Italiaanse wortels was scheiden geen optie. Ze zouden elkaar zwijgend haten, tot de dood één van hen mee zou trekken in het grote niets. Isabella kon alleen maar zeiken over zijn werk. Ze plaste op zijn mannelijkheid. Hij was dan wel een getalenteerde vioolspelende achteruitfietser die zich wanhopig probeerde te kwalificeren voor de Olympische winterspelen, maar de dierenpolitie was voor mietjes.

Hij ging op een bankje zitten naast een clown die hem met zijn neus op de feiten drukte. Hij was inspecteur geworden bij de dierenpolitie omdat hij een moord nog niet op kon lossen met een bekentenis, een lijk en een bebloed slagersmes. Ook deze zaak was best duidelijk. De clown, die hij nu voor het eerst ontmoette en die niks wist van het verhaal dat hierboven verteld wordt, loste het mysterie op voordat Mario ‘korfbal’ kon zeggen. Het was zo duidelijk. Het kon niet anders dan dat Dries en Radolfo het laatste vogelbekdier hadden bevrijd op de manier die Magdalena had beschreven in haar boek De bevrijding van het laatste Vogelbekdier. Maar het uitzicht op haar vrouwelijkheid, haar onzedelijke plagerijtjes en het mooie weer, hadden hem betoverd. Hij was zwak geweest en moest nu oppassen dat Jonatan, de chinchilla, niet ontsnapte uit zijn speciaal op maat gemaakte tuigje. Het beestje had zich ontpopt als een ware Houdini en bleek, eenmaal bevrijd, over een versnelling te beschikken die hij anders nooit liet zien.

De clown schudde zijn hoofd toen Mario vroeg of hij een mes bij zich had zodat hij zijn polsen door kon snijden. Mario van Houdt wilde niet meer leven om redenen die nu toch wel duidelijk moeten zijn, maar omdat noch onze inspecteur, noch de clown, een mes bij zich had, besloot inspecteur Van Houdt op deze zwoele zomeravond te sterven door zijn adem in te houden.

EINDE

 

Meer werk zien van Aaron Howard? Kijk op Oilcanpress.com

Over de auteur

Luckie Samson Delacroix (1981) is filosoof en schrijver. Voor deze subversieve nihilist op teenslippers staat op dit moment de mens en de liefde centraal maar dat kan morgen zomaar weer anders zijn. Hij staat regelmatig op het podium en overnacht nooit meer in een klooster. www.luckiedelacroix.nl

Lees meer van

De tragiek van een afwezige dood

Door Luckie S. Delacroix

Augustijn van Dinteren miste zijn ochtenderectie. Hij probeerde zich te herinneren wanneer hij voor het laatst wakker was geworden met een stijve, en hoewel hij dacht dat hij zich veel, zo niet alles, nog helder voor de geest kon halen, lukte het hem niet. Eigenlijk was dit helemaal geen gedachte die paste bij zijn respectabele, […]

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Regenwormen

Door Nicole Kaandorp

Eind september vond de finale van de Kunstbende plaats. Een van de prijzen: publicatie op De Optimist. Nicole Kaandorp won de tweede prijs met dit verhaal. Speciaal voor deze publicatie liet De Optimist een illustratie maken door Gijs Assmann.   Twee jongens met allebei hetzelfde petje op zitten naast elkaar in een hangmat. De ene […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper