Poëzie

Vers in de Etalage: Jorina van der Laan

Door Jorina van der Laan
30 juni 2015

Op de kermis klimmen we uit de karretjes van het reuzenrad en dreigen te springen. We worden opgemerkt, maar niemand grijpt in. Alsof er buiten ons om is afgesproken dat het te laat is om ons op te rapen. We blijven nergens langer dan nodig is: de zweefmolen waar onze jongere broertjes in overgeven, de gokhal waar we meisjes tegen flipperkasten drukken, kussen en dan achterlaten. We weten dat we nooit op foto’s in hun portemonnees zullen staan, nooit hun ouders zullen ontmoeten, maar we willen op zijn minst een vlek in hun kleding zijn. Op de parkeerplaats tellen we de schade: er zijn vier flessen gebroken en twee jongens gewond geraakt. Bij de slagbomen huilt een meisje. We zijn moe, rapen onszelf bij elkaar of wat er van ons over is. We hebben niets hoog te houden, alleen ons hoofd.

 

 

Op de Hamburgerweg liggen we onder de stoplichten. We vergelijken onze littekens, omdat onze vaders ze verhalen noemen en we graag iets te vertellen hebben. We roken sigaretten, hebben veldflesjes Sambuca in de binnenzakken van onze jassen. Als iemand ons zou vragen waarover we praten, zou geen van ons een antwoord hebben. Soms voelt het alsof we ergens voor staan, op andere dagen weet ik zeker dat we alleen ons denken proberen te overschreeuwen. Het licht verspringt. Een bestelbusje rijdt over een van onze enkels heen en mindert vaart. De bestuurder stapt uit en kijkt de jongen die zijn voet vasthoudt verschrokken aan. Als Pepijn opstaat, pakt hij het hoofd van de bestuurder vast en slaat het tegen de stoep. In zijn overhemd vinden we een foto van zijn zoon.

 

 

Dit is het soort jongens dat we zijn geworden: het soort dat lege blikjes over straat schopt, hun namen op viaducten, de brug en garages spuit. Dat hun spijkerbroeken slijt en van elke sigaret die ze roken het filter scheurt. Als we met stokken en stenen door de straten lopen, houden de buren hun kinderen binnen. We worden nooit eerder wakker dan dit dorp gaat slapen. Komen nooit eerder thuis dan we wat hebben aangericht of achtergelaten. Dit dorp moedigt ons aan iets waar of goed te maken, maar ons vel zit niet strak genoeg. In elke spiegel die we zien, bluffen we ons groter dan we zijn. We stropen onze mouwen op als teken van verzet terwijl geen van ons ooit verder komt dan een half idee of de achterdeur.

 

 

 

Over de auteur

Jorina van der Laan schrijft proza en poëzie. Ze droeg onder andere voor op het Gedichtenbal en heeft bijgedragen aan Theatergezelschap Nachtgasten. Ze studeert dit jaar af aan de opleiding Creative Writing aan ArtEZ hogeschool voor de kunsten, en won met haar eindwerk de Nieuwe Types Afstudeerprijs 2015. Ze schreef een dichtbundel over een vriendengroep die voor de buitenwereld waterdicht lijkt, maar van binnenuit begint te lekken. Deze gedichten zijn een selectie uit die bundel. http://jorinavanderlaan.tumblr.com/

Lees meer uit de categorie Poëzie

DE NIEUWE LICHTING: Annemieke Dannenberg

Door Annemieke Dannenberg

De Optimist vroeg de nieuwe lichting afgestudeerden van schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen om hun eindwerk in te sturen. In DE NIEUWE LICHTING presenteren wij fragmenten uit dat werk en stellen wij de schrijvers van de toekomst voor. Deel 7: Annemieke Dannenberg met de dichtbundel MELK EN HONING waarmee ze afstudeerde aan ArtEZ Creative Writing. Samen […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper