Kort verhaal

Hout

Door Jurgen Gravestein | beeld: Renske van Enckevort
8 oktober 2015

Ze boog het pootje naar achteren tot het brak. Het konijn begon onmiddellijk te spartelen, maar ze drukte hem met één hand op zijn rug naar beneden, stijf tegen de grond. Door de witte vacht heen kon ze zijn ribben voelen. Het viel haar op hoe haar vingers precies in smalle ruimten ertussen pasten, alsof ze er voor waren gemaakt.
Zijn ogen schoten heen en weer. Ze waren groot, donker en mat als beslagen spiegels. Het spartelen stopte niet. Ook niet toen zijn lange oren naar achteren werden gestreken, hij lieve woordjes toegefluisterd kreeg. Opnieuw werd aan een pootje getrokken, gebogen tot de grens van de natuurlijke rek was bereikt. Om die grens te overschrijden was niet veel kracht nodig, het zat ‘m in de beweging: één soepele, trefzekere ruk.  
Het geluid leek nog het meest op het knappen van een tak.

Ze plukte aan de dunne stof van haar hemd. Het zweet maakte de contouren van haar beginnende borsten zichtbaar. Ze had een wasbak op haar kamer, dat was nieuw. Net als de tandenborstel die naast de kraan lag, nog in de verpakking. Haar moeder had haar de keus gegeven. De andere kamer had dat niet, een wasbak.
Terwijl ze poetste staarde ze strak in de spiegel. Zwart, lang haar viel sluik om een bleek gezicht. Ze spuugde in het reservoir. Het witte schuim was doortrokken met rode sporen en trok traag het putje in. Het was ochtend, wist ze, maar het had evengoed het intreden van de avond kunnen zijn. Door de dunne spleten tussen de lamellen vielen reepjes licht. 
Uit haar koffer viste ze een topje, een blouse en een effen spijkerbroek. Op de bedrand deed ze haar sokken aan. Het matras had onwennig hard aangevoeld en de lakens te schoon. Ze deden haar denken aan latex handschoenen en talkpoeder en aan de uitslaapkamer van het ziekenhuis. De kast was leeg. Alleen het bureaublad, daar stond iets op. Kleine poppetjes. Of nee, geen poppetjes, maar dieren gehouwen uit hout: een vos, een kat, een vogeltje – niet groter dan het formaat van een sleutelhanger. 
Met een zachte klik ging haar kamerdeur van het slot. Ze sloop de trap af, wilde haar moeder niet wekken.
In de woonkamer was het aanmerkelijk lichter. Het parket glom en ze rook verf. Er stonden een bank en een leunstoel, een televisiemeubel en een korte keukentafel met twee stoelen; allemaal ingepakt in doorzichtige plastic hoezen. 
Ze ging in het kozijn zitten, tikte met haar nagel tegen het dubbelglas. In de achtertuin stond een hok op pootjes. In het traliegaas hing een omgedraaide waterfles. Op de bodem lag stro en in het stro zat een middelgroot wit konijn, springlevend. 

De middagpauze bracht ze buiten door. Ze zat onderuit tegen het roestvrij stalen hek, waar op verschillende plaatsen de armen van een woekerende bramenstruik doorheen staken. Op haar schoot lag een lunchtrommel met daarin drie bruine boterhammen met cervelaat.
‘Aron,’ zei hij, en stak zijn hand uit.
Ze keek omhoog. Voor haar stond een jongen met donkere wenkbrauwen en kort stekeltjeshaar. Waarschijnlijk vond hij zichzelf heel wat.
‘Hoe heet jij?’ 
Ze liet zijn hand hangen.
Na een korte pauze antwoordde ze: ‘Nora.’ 
‘Mooie naam.’
Nora glimlachte niet terug. De hand ging terug in zijn zak.
‘Wat heb je straks?’
‘Laat me met rust.’
Een paar tellen bleef hij haar aankijken en zij liet haar hand in haar tas glijden. Een sissend geluid ontsnapte op dat moment aan zijn mond, waarna hij zich omdraaide en wegliep.
De rest van de dag vloog voorbij. Ze besloot naar huis te lopen. 
Eigenlijk wilde ze in een grasveld op haar rug liggen, naar de lucht kijken en nergens aan denken. Maar dat kon niet. Het was gaan waaien en had zelfs kort geregend. Ze slenterde door het IJzendoornpark over de verharde paden in de richting van het station en dacht precies aan de dingen waar ze niet aan wilde denken. Ze dwaalde af en stapte in een plas. Het water trok direct omhoog haar schoen en sok in. 
Ze keek naar haar voeten. Precies in het midden van de ondiepe poel lag iets onbestemds. Ze zakte door haar knieën om het van dichtbij te bestuderen. Het had zwarte, glanzende klauwtjes die naar de hemel wezen, een grauwe vacht van korte, dunne haren en oogde aaibaar zacht. Er trok een stuiptrekking doorheen, haar ogen versmalden. 
Het was een molletje! 
Ze zag zijn ronde snoet en snorharen trillen. Hij lag op zijn rug, half onderwater en was tot weinig meer in staat. Zijn buik lag aan één kant open en hij bloedde. Het zag er uit als een scheut rode ecoline in een glas, bloeiende pioenrozen in een plas. Ze kon haar ogen er niet van afhouden. Hoe kwam hij hier? 
En hoe lang zou het nog duren?
In het water schoven stapelwolken voorbij. De wind ruiste door de bladeren en zij bleef. Zitten, kijken tot de mol niet langer bewoog.

Ze aten bloemkool met vastkokende aardappelen en ingedikte kaassaus. Haar moeder zette de pan met een klap op tafel. Ze wapperde met haar handen en lachte hard. Het geluid kaatste schel af tegen de muren. 
‘En, hoe was je eerste dag?’ vroeg haar moeder.
‘Leuk.’
Het asblonde haar van haar moeder glansde. Ze dronk martini met ijs.
‘Al nieuwe vrienden gemaakt?’
Je kon zien dat ze vroeger mooi was geweest. Ze had een rechte, smalle neus en scherpe symmetrische gelaatstrekken, maar haar ogen waren door de jaren heen verder ingevallen, de kringen eromheen donkerder van kleur geworden. De groeven in haar gezicht deden denken aan boomschors.
‘Een jongen, die wel aardig was.’
Haar moeders ogen klaarden op. ‘Vertel eens.’
‘Gewoon. Een aardige jongen. Met kort stekeltjeshaar.’
Ze had een jazzzangeres kunnen zijn. Of model voor een deftig parfum, het gezicht van een exclusief merk voor rijke, beroemde dames. Ze zou dan op billboards langs de weg te zien zijn, op lichtgevende beeldschermen ter grootte van flatgebouwen, in Los Angeles en New York. Alleen heeft een zangeres of een model geen beurse plekken op haar armen. Of kleine, ronde beschadigingen op de rug van haar hand.
‘Mag ik dan nu van tafel?’

Ze zou ook wel een zo’n knappe zangeres willen zijn. Knappe zangeressen hebben namelijk geen vader.

Ze gooide haar rugtas met een boog op bed. Haar kamer zag er nog precies zo uit als vanmorgen. 
Ze draaide de lamellen dicht en knipte een lamp aan. Geen van de houten diertjes had zich bewogen. Uit haar koffer duikelde ze een transistorradio op, een zoete vrouwenstem zong: ‘I cried a river over you.‘ In haar rugzak vond ze haar zakmes. 
Ze neuriede mee op de melodie van het nummer en klapte het lemmet open. In het snijblad zag je butsen en deuken zitten. Ze streek er gedachteloos mee over een langgerekt, paars litteken aan de binnenkant van haar pols. Julie London. Ze herkende haar stem, ze had plaatjes van haar gezien: zwart-wit foto’s. Ze zou ook wel een zo’n knappe zangeres willen zijn. Knappe zangeressen hebben namelijk geen vader.
In haar andere hand hield ze een klompje hout.
Ze klemde het stevig vast en begon vervolgens heel precies uitsparingen te maken. De flinters vielen stuk voor stuk in haar schoot en weer later lagen ze verspreid over de vloer. Ze had geen haast. De radio bleef aan. Naarmate de tijd verstreek begon het een steeds duidelijker vorm te krijgen: de lijnen werden scherper, de inkepingen herkenbaar. Tegen de tijd dat ze het af had, was het nacht. 
Ze lag op haar zij en sliep. Op haar bureau stonden nu een viertal kleine, maar secuur afgewerkte totems. De laatste in de reeks had twee lange oren en een ronde snuit. 

Op de hoek van de straat wachtte ze op de bus, samen met een donkere jongen met een koptelefoon. Hij loerde naar haar vanonder zijn capuchon.
Ze nam plaats op een stoel bij het raam. Met haar vinger volgden ze dauwdruppels die sporen trokken over de ruit. In de palm van haar andere hand lag haar konijn. Het hout voelde warm aan, vertrouwd. 
Ze keek op. Tegenover haar zaten een man en een vrouw van middelbare leeftijd. Haar arm lag rond zijn nek, haar hand op zijn schouder. De duim van de hand was misvormd. De vinger liep taps toe, tot een soort knobbel waar de nagel scheef op gelijmd leek. 
Bij de volgende halte maakte het stel plaats voor een oudere man met een baard en een meisje van ongeveer haar leeftijd. De man had een gezicht vol kraters, maar zijn ogen stonden helder en goedaardig. Het meisje, lang zwart haar, legde vrijwel direct haar hoofd op zijn schouder en sloot haar ogen. De zon brak door. 
De hele bus vulde zich met strepen oranje licht.
Ze zag dat ze dezelfde neus en wenkbrauwen hadden, de man en het meisje. En allebei een kuiltje in hun kin. 
Bij haar oog begon toen een spiertje te trekken. In haar buik werd het langzaamaan warmer. Aanvankelijk bleef het bij een zacht, haast onmerkbaar sidderen, maar toen kwam het met golven. Het kroop omhoog, vulde haar borst en laaide op. Het sloeg over naar haar armen, haar nek en haar wangen. Ze balde haar vuisten, kneep haar ogen dicht. Op haar netvlies verschenen witte sterren als speldenprikken in carbonpapier. 
Het laatste dat ze hoorde was een snerpend geluid, als het breken van een tak. Kort en koud. 
Een felle pijnscheut schoot toen vanaf haar pols, door haar arm, omhoog. Ze knipperde en keek om zich heen. Het vuur maakte plaats voor koude rillingen. De man en het meisje waren uit hun zitplaatsen verdwenen. Ze kon zich niet herinneren of ze waren opgestaan of er nooit hadden gezeten. Op haar spijkerbroek verschenen donkere plekken.
Traag vouwde ze de vingers van haar hand open. Er druppelde bloed in haar schoot en in de palm van haar hand lag het houten konijn. Het was gebroken. Een dikke splinter stak diep in haar vlees.

Illu_JGravestein

Over de auteur

Jurgen houdt er niet van, maar als het moet kan hij wel vroeg opstaan. Als iets moet, dan moet het. Zo is het ook een beetje met schrijven, want schrijven is als vroeg opstaan. Dat hij het doet, maakt hem nog geen ochtendmens.

Over de illustrator

Renske van Enckevort is beeldend kunstenaar en schrijver. Ze woont en werkt in Amsterdam.

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Penne al Arrabiata

Door Gerrit van Lowe

“Gemaakt door Ronny Henri Szostek,  woensdag 23 september 2009. Super gemakkelijk om te maken!! Gebruik goede kwaliteitstomaten zoals pruimtomaten of Roma tomaten. Heerlijk met geroosterd ciabatta-brood of knoflookbrood. Ingrediënten: 4 personen 6 eetlepels olijfolie 1 pak Penne rigate 2 teentjes knoflook 2 chilipepers 3 blikken tomaat, of 800 gr verse tomaten rode pepervlokken zout peper […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper