Kort verhaal

De Nieuwe Lichting: Jasmijn Kam

Door Jasmijn Kam | beeld: Floor Koster
24 november 2015

De Optimist vroeg de nieuwe lichting afgestudeerden van schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen om hun eindwerk in te sturen. In DE NIEUWE LICHTING presenteren wij fragmenten uit dat werk en stellen wij de schrijvers van de toekomst voor. Deel 1: Jasmijn Kam met Natural selection. 


Jasmijn, wat zijn de thema’s in je werk, waar schrijf je het liefst over?
 

‘Ik wil verhalen schrijven die dicht op de huid zitten, die lichamelijk en soms bruut zijn, maar ook heel persoonlijk. Ik schrijf graag over het vermogen van mensen om écht met elkaar in contact te komen. Ik houd er van als het schuurt en ongemakkelijk is, maar op die manier eigenlijk ook heel intiem is.’


Wie of wat inspireert jou?
 

‘Dat verschilt heel erg. Voor mijn afstudeerwerk ben ik gaan kijken naar echt stereotype meisjesachtige dingen, beautybloggers en de Kardashians. Ik vind dat wereldje heel interessant, wat er achter die suikerzoete buitenkant zit. Maar daar tegenover ben ik ook altijd geïnteresseerd geweest in gore-videos en school shooters.

Ik haal ook erg veel inspiratie uit het internet zelf, de vreemde cultuur die ontstaat op websites, hoe het een plek is waar iedereen zijn mening kan geven en voor iedere duistere gedachte wel iemand te vinden die hetzelfde denkt of voelt.’


Wat zijn je meest leerzame valkuilen/uitdagingen/fuck-ups geweest?
 

‘Ik heb het mezelf nogal moeilijk gemaakt door af te willen studeren met een roman, in plaats van bijvoorbeeld een aantal korte verhalen. Maar ik ben heel trots dat het uiteindelijk gelukt is.’


Waar hoop je over vijf jaar te staan?
 

‘Hopelijk gedebuteerd, met een beetje succes. En werkend aan iets leuks, met fijne mensen.’


Optimismemeter. Hoe optimistisch ben jij over je schrijfcarrière op een schaal van 1-5? Eerlijk zeggen. En do
elaborate please. 

“Dat verschilt eigenlijk per dag. Ik laat dit Venn-diagram voor zichzelf spreken: Venn-diagram

 

Natural selection 

We hadden vaker ruzies gehad als deze, waarbij alles tot een kookpunt kwam en dan nog een tijdje na bleef sudderen. Milo en ik praatten onze ruzies nooit uit. Ik denk dat ik bang was dat wanneer we de ruzie weer op zouden rakelen, alle andere oude wonden ook open zouden gaan. Wanneer we weer met elkaar afspraken pakten we de draad meteen weer op. Deze keer duurde het langer dan normaal. Ik vroeg me altijd af wat Milo deed op de dagen dat we elkaar niet zagen, maar durfde het haar nooit te vragen. 

Een week na de ruzie op de begraafplaats zocht ik Milo op. Het was nog vroeg op de ochtend en een heldere dag. Toen ik Milo’s straat in liep, zag ik haar op de oprijlaan staan naast de auto van haar vader. Ik kende de wagen. Het was niet degene die hij gebruikte om naar werk te rijden, maar een auto waarvan hij maar geen afscheid kon nemen. Milo en ik hadden er wel eens in gereden. Een oude, vaalrode Toyota, gebleekt door de zon. Volgens Milo had haar vader de auto ooit van een vriendinnetje gekregen en kon hij er daarom geen afstand van doen. Haar ouders hadden niet vaak ruzie, maar als ze het hadden ging het om deze auto. 

Milo’s vader deed het portier open en rekte zich uit. Ze zagen er allebei uit alsof ze een lange reis achter de rug hadden, de achterkant van Milo’s jurk was gekreukt en rommelig. Toen ze de achterbak open deed en er een volle rugzak uit haalde, waaide de onderkant een beetje omhoog. Milo’s vader pakte een paar papieren uit het dashboardkastje. Samen liepen ze naar de voordeur. Hij klopte Milo op haar schouder en liet haar voorgaan. Ik kon me niet voorstellen dat ze zich zo op haar gemak voelde bij hem. Even twijfelde ik of ik zou aankloppen en vragen waar Milo was geweest. Ze had me niets verteld over een vakantie. De afgelopen dagen had ik steeds geprobeerd haar te bellen maar ze had nooit opgenomen. Was ze al die tijd weg geweest? Door het raam zag ik Milo en haar vader koffie drinken aan de eettafel. Ze kletsten, Milo pakte een stapel papier uit haar rugtas. Ze pakte een pen en wilde gaan schrijven, maar haar vader legde zijn hand op de hare alsof hij wilde zeggen: het kan later. Milo knikte en keek even naar buiten. Ik dook weg achter een bosje. Mijn lijf rilde zacht, alsof al mijn spieren zich tegelijk aan wilden spannen. Had ze me gezien? Toen Milo weer naar de papieren op tafel keek, sprong ik op en liep naar huis alsof ik gewoon aan het wandelen was. 

Thuis trof ik mijn broertje aan op de bank. Hij zag eruit alsof hij net uit bed was gerold, met korstjes slaap in zijn ogen en warrige haren. 

‘Gast, waar kijk jij nou weer naar?’ Ik pakte de afstandsbediening van mijn broertje af, maar zapte nog niet weg. Hij zat onderuit gezakt op de bank, zijn hand was nog open, alsof hij verwachtte dat ik de afstandsbediening elk moment terug zou leggen. 

‘Ben je hier niet veel te oud voor?’ Mijn broertje zakte verder onderuit en haalde zijn schouders op. 

‘Het is een weekendmarathon. Ze herhalen alles, vanaf de eerste aflevering.’ Spongebob Squarepants maakte schelle geluiden en flitste op het scherm. Ik ging bij hem op de bank zitten, voelde mijn broertjes armhaar tegen mijn onderarm. Hij was de laatste tijd een stuk groter geworden, zijn stem dieper. Hij ging bijna elke middag na school met zijn vrienden naar het skatepark en kwam dan na zonsondergang terug met blauwe plekken op zijn knieën en een sterke wietgeur om hem heen. Soms probeerde hij met me te praten over de Illuminati, maar meestal negeerde ik hem. 

‘Hoe zat het ook alweer?’ vroeg ik. 

‘Wil je echt meekijken?’ 

‘Ja, echt,’ zei ik. Het was een aflevering die ik vaag herkende. Ik wist niet wat er ging gebeuren, maar ik herkende de setting, de kleuren. 

‘Oké,’ zei Isaac. ‘Er is dus een voedselinspecteur op bezoek en ze hebben de hele tijd hun best gedaan om hem in de watten te leggen, snap je? Alleen nu horen ze net op de radio dat er een nep-inspecteur rondloopt die alleen maar uit is op gratis eten dus maken ze de ranzigste hamburger die ze kunnen bedenken.’ 

‘Shit ja, ik weet het alweer.’ Er werd ingezoomd op de tekening van de hamburger. In plaats van bruin had het broodje een paarsgrijze kleur, met puistachtige gezwellen op de bovenkant. Er staken haren, algen en zeewier uit de zijkant en de gesmolten plak kaas was gifgroen. Op het moment dat de voedselinspecteur een hap nam vloog een vlieg zijn keel in en viel hij stuiptrekkend achterover. 

‘Haha, jezus,’ zei ik en ik ging wat verder naar voren zitten, ondersteunde mijn ellebogen met mijn knieën. ‘Ik kan me helemaal niet herinneren dat ze ooit zo ver gingen. Weet jij dit nog?’ Isaac haalde zijn schouders op en zei niets. Hij pulkte aan een korstje op zijn elleboog. Ik kende de plek van het wondje nog. Er had een moedervlek gezeten, een ronde zwarte. Omdat onze moeder het onzin had gevonden om hem weg te laten snijden had ik opgezocht hoe je hem kon verwijderen. Terwijl Isaac op de keukentafel lag had ik met een pincet de dikke huid opgetild en er een stukje zwarte naaigaren omheen gebonden, zo strak mogelijk. Na een paar dagen was de huid afgestorven en liet de moedervlek gemakkelijk los. Er bleef alleen een klein gaatje in de huid achter. Het afgestorven balletje zwarte huid gooiden we in de wc en spoelden we door. 

De huistelefoon ging en even leek het alsof Isaac verder in de bank zakte dan hij al zat, maar hij stond op en schuifelde naar de hoek van de woonkamer. Vaag hoopte ik dat het Milo zou zijn, maar ik wist dat het onwaarschijnlijk was. 

‘Hey man,’ zei Isaac, en hij liep de kamer uit, de gang op. Ik hoorde de trap kraken. Spongebob sjouwde ondertussen rond met het lijk van de voedselinspecteur. Hij droeg een flesje met ontsmettingsmiddel bij zich en sprayde zichzelf voortdurend onder. Ik zette de televisie op een andere zender. Een man met een klein brilletje en een helder blauw overhemd zat voor een grote boekenkast. 

‘Het is gemakkelijk om te zeggen dat wat deze jongens gedaan hebben te maken heeft met de kleding die ze droegen, de muziek die ze luisterden of de spellen die ze speelden. Maar ik denk dat een van de belangrijkste oorzaken de eenzaamheid is. Deze jongens durfden alleen met elkaar te praten over de fantasieën die ze hadden. Toen een van hen een essay inleverde waarin hij omschreef hoe hij de hele school overhoop wilde schieten, was er niemand die hem apart nam en zich zorgen maakte. Toen er in de lunchzaal flessenvol ketchup op deze jongens leeg werden gespoten was er geen enkele leraar die ze hielp. Ze moesten de hele dag rondlopen in hun vieze kleren.’ 

Er werd ingezoomd op een foto van de twee schutters. Ze lagen op de grond, in een plas met donkerrood bloed, er was een blur over hun gezichten geplaatst. Op hun T-shirts stonden teksten als ‘Wrath’ en ‘Natural Selection’. De documentaire schakelde over naar een clip uit een interview met een meisje dat er geschrokken uitzag. Ze vertelde wat de jongens zeiden vlak voor ze haar vrienden neerschoten. Ik kon haar niet helemaal verstaan, ze snotterde en trilde. 

‘Wat kijk je?’ Isaac kwam de kamer weer binnen, hij had een petje opgezet en een rugzak over zijn rechterschouder geslagen. 

‘Niets, gewoon wat aan het zappen,’ zei ik en ik schakelde terug naar Spongebob. Hij was een gat aan het graven voor de voedselinspecteur. Ik voelde het bloed naar mijn wangen stromen, de huid op mijn rug gloeide en prikkelde. Waarom schaamde ik me voor het kijken naar een documentaire? Isaac liep naar de keukenkast, pakte een mueslireep en stopte hem in zijn tas. 

‘Ga je weg?’ vroeg ik. 

‘Skaten.’ 

Er was iets onhandigs aan de manier waarop hij met zijn hand mijn haren door de war haalde toen hij de huissleutels in zijn broekzak deed en me gedag zei. Ik vond het lief. Toen hij de voordeur in het slot liet vallen en ik het ratelende geluid van zijn skateboard op de stoep en daarna op de weg voor ons huis hoorde, zette ik de televisie uit. Ik liep naar boven en startte mijn laptop op. Het was benauwd in mijn kamer. Toen ik mijn raam openzette rook ik de geur van de veevoerfabriek. Ik typte de namen van de jongens in: Eric en Dylan. De schoolportretten die ze in de documentaire hadden laten zien hadden me meteen gegrepen. Mensen zeggen altijd, wanneer er een moord is gepleegd of een meisje maandenlang in een kelder opgesloten heeft gezeten, dat de dader zo ‘gewoon’ leek. Hij kwam altijd naar de buurt-barbecue, zijn container stond altijd op tijd aan de weg. Hij maakte altijd van die prachtige paardenkoppen, je zou niet geloven hoeveel emotie er in die ogen zat. Eric en Dylan hadden die subtiliteit niet. Op de groepsfoto van het eindexamenjaar 1998 zat iedereen in de gymzaal netjes op bankjes glimlachten naar de camera. Eric en Dylan zaten achterover. Ze hadden bandana’s over hun mond en neus geknoopt en maakten schietgebaren naar de fotograaf. Toen ze voor school een videoproject moesten doen maakten ze een film die Hitmen for hire heette. Er was iets onbeschaamds aan de jongens. De hang naar publiek interesseerde me. In een opwelling googelde ik ‘Columbine+fans’. Bijna een half miljoen zoekresultaten. De eerste link was van een heel ander soort dan de droge informatiepagina’s die ik eerder had gelezen. Het was een soort altaar. De achtergrond was roze, met kleine hartjes en sterretjes. In het midden stonden de foto’s van de twee schutters die ik net nog bloedend op de grond had zien liggen. Aan weerszijden van de twee schoolportretten van Klebold en Harris stond een gifje van brandende kaarsjes. Ik klikte op het midden van een van de brandende vlammen. Ik werd meteen naar een discussieforum geleid. 

Illustratie_floorkoster_rgb

Het deed me denken aan een paar weken geleden, voordat Milo en ik ruzie kregen. Ze had me een internetforum voor tieners laten zien. 

‘Wat is hier zo leuk aan?’ had ik gevraagd. 

‘Let op, je moet zien hoe knullig dit is.’ Ze klikte een van de links aan. Meisje/14/Ben ik echt zo dik als ze zeggen? 

‘Wat is dit?’ 

‘Precies wat er staat. Er zijn er honderden. Ze zetten foto’s online en dan vertellen ze waar ze onzeker over zijn en proberen ze reacties uit te lokken van, weet ik veel, zweterige vieze internetnerds die zeggen dat ze prachtig zijn.’ 

Een roodharig meisje had een stuk of tien foto’s van haar gezicht en lijf online gezet, elk vanuit net een andere hoek. In haar introductie schreef ze dat ze al haar hele leven gepest werd om haar uiterlijk en zich nooit echt mooi had gevoeld. Ze wilde graag reacties op haar foto’s, zo bot en eerlijk mogelijk. Ik las er een paar door. 

‘Maar ze zijn helemaal niet eerlijk,’ zei ik. 

‘Dat is het stomme. Hier, kijk deze idioot. Haar prins op het witte paard.’ 

Iemand met een foto van een wodkaflesje als icoon had gereageerd: ‘Je bent júist heel mooi. Er is iets aan je dat je op een prinses doet lijken. Je lichaam is uniek en bijzonder. Ik, een jongen, zou je maar wat graag een keertje mee uit nemen.’ 

Milo stak haar vinger in haar mond en maakte een gebaar alsof ze moest overgeven. Ze kwam bij me op schoot zitten en begon te typen. 

‘Niet alleen is je huid walgelijk, je hebt een onderkin en belachelijk kleine borsten voor iemand die zo dik is.’ Ik moest lachen. Milo klikte op de foto en zoomde in. De blik van het meisje was onzeker en verdrietig. Er zaten mascaravlekken onder haar kleine, varkensachtige ogen. 

‘Ze ziet eruit alsof ze stinkt,’ zei ik. 

Milo herhaalde mijn woorden langzaam en typte ze in. Aan het einde van de middag hadden de beheerders van de pagina ons geblokkeerd. We kregen een e-mail waarin ze schreven dat we vanwege ons pestgedrag niet meer welkom waren. 

De website waar ik nu naar keek leek in zijn opmaak op het tienerforum, maar was gewijd aan iets heel anders. Meisjes konden er discussiëren over verschillende onderwerpen, zoals de poëzie en essays die de jongens van Columbine voor hun schoolopdrachten hadden geschreven, of de redenen waarom ze het hadden gedaan. Het was alsof ik op een pagina voor een boyband terecht was gekomen. De makers en posters op het forum noemden zichzelf Columbiners. Een tijdje terug was het jubileum van Klebolds verjaardag geweest. Een meisje mijmerde over hoe oud hij nu zou zijn geweest en wat ze hem verteld zou hebben als hij er nog was. Een andere poster had een paar weken terug een bericht geschreven waarin ze vroeg waar ze de T-shirts kon kopen die de jongens hadden gedragen tijdens hun laatste heldendaad. Rond de twintig verschillende meisjes hadden gereageerd, sommigen hadden zelfs een foto van hun eigen shirts gemaakt. Ik zoomde in op een van de plaatjes. Een dik meisje zat tegen de deur van haar slaapkamer, haar benen in een soort pin-up pose. Ze had alleen een shirt en een zwarte onderbroek aan. Haar wangen waren pukkelig, ze keek weg van de camera. Ze vertelde dat ze het shirt bij een copyshop had laten maken en dat de man die er werkte haar bijna niet had willen helpen. Een ander meisje had een post gemaakt waarin ze haar fantasieën omschreef. Het was veel tammer dan ik verwacht had, een soort fanverhaal over hoe ze met Harris en Klebold naar een hutje aan een meer toe ging en niet kon kiezen met wie van de twee ze het liefste wilde zoenen. In de topic Andere moordenaars die je aantrekkelijk vindt? legde een van de posters uit wat ze zo betoverend vond aan Roger Ramirez en Ted Bundy. Een ander meisje beweerde dat ze al vanaf haar zestiende intensief briefcontact had met Charles Manson. 

Iets aan de website zoog me naar binnen. Voor ik het wist was de zon ondergegaan en zat ik met een rommelende maag achter mijn laptop. Toen ik naar beneden ging om een boterham te smeren dacht ik na over het soort meisje dat op deze website postte. Ik begreep hun obsessie met Eric en Dylan en tegelijk vond ik het knullig. Deze meisjes waren niet bezig met wat de jongens gedaan hadden, maar met hoe de jongens zouden zijn als ze niet hun eigen hoofd hadden kapotgeschoten. Ze fantaseerden over hoe het zou zijn om met de schutters uit te gaan, schreven posts over waarom hun sterrenbeeld bij dat van een van hen zou passen, maakten collages van schoolfoto’s. Nergens werd geschreven over de schietpartij zelf. Deze site werd niet gemaakt door mensen zoals Harris en Klebold, maar door meisjes die niet de moed hadden om een oplossing te vinden voor de pesterijen die ze dagelijks meemaakten. Ze zochten een plek om hun frustraties te uiten en hadden genoeg aan het dromen over een date met een moordenaar, of fantasieën over jongens met zwarte trenchcoats die hen na gymles op zouden komen halen. Iemand had een post gemaakt met als titel Ik ga het doen!!! 

De reacties waren niet enthousiast, maar juist ontmoedigend. ‘Ik denk niet dat Eric en Dylan dit zouden willen’; ‘Ik denk dat je deze post beter kan verwijderen’; ‘Ik heb de politie gebeld, Stacy’. Het was niet meer mogelijk om op de post te reageren. 

Die avond belde Milo. Ze vroeg of ik langs wilde komen. Haar stem klonk anders dan ik gewend was, rasperig. Of was ik alweer vergeten hoe haar telefoonstem klonk? 

‘Ik weet het niet, ik ga denk ik zo slapen,’ zei ik. 

‘Zo vroeg al? Ik wil je graag zien. Er is iets gebeurd. Niets ernstigs hoor, maar gewoon.’ 

‘Ik heb gewoon een drukke dag gehad. Zullen we anders morgen even bellen?’ 

‘Ik bel je morgenochtend, oké?’ Milo bleef even stil. 

‘Oké.’ Even twijfelde ik of ik haar zou vertellen over de websites. Ik stelde me voor hoe we ze samen bekeken, Milo bij mij op schoot, mijn laptop op haar kaptafel. Iets hield me tegen. Vanaf het moment dat ik haar stem hoorde, wist ik dat er iets veranderd was tussen ons, maar ik kon mijn vinger er niet op leggen. 

Dit is een fragment uit het afstudeerwerk van Jasmijn Kam. Onze jonge lijven is een roman over opgroeien met het internet. Bestel het afstudeerwerk via jasmijnkam.nl

Floor Koster maakte het omslagbeeld voor Jasmijns afstudeerwerk. Meer van Floor op https://www.instagram.com/flooriris/. 

Over de auteur

Jasmijn Kam (1994) schrijft proza en poëzie. Ze studeerde Creative Writing aan ArtEZ hogeschool voor de kunsten en behoorde tot de eerste lichting afgestudeerden van die opleiding. Kams werk is modern, lichamelijk, intiem en soms bruut. 

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Kaas

Door Willem Claassen

Voordat de melk naar de grote tank werd geleid, kwam hij in een glazen bol terecht. Op die bol stonden zwarte streepjes. Zo was te zien hoeveel liter een koe gaf. De melk stroomde binnen, de bol raakte steeds voller en het glas werd warm. Ik legde er vaak mijn handen op. Soms duwde ik […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper