Kort verhaal

Duinwandelaars

Door Jante Wortel | beeld: Q.S. Serafijn
22 november 2015

Eind september vond de finale van de Kunstbende plaats. Een van de prijzen: publicatie op De Optimist. Jante Wortel won de eerste prijs met dit verhaal. Speciaal voor deze publicatie vroeg De Optimist Q.S. Serafijn om een illustratie te maken.

 

Ik heb niets meer te zoeken buiten. Dat weten we allebei, maar ik trek me er iets van aan en jij niet. Jij bent op zoek naar gezelligheid. Jij houdt meer van praatjes maken, nodigt jezelf uit op familiebarbecues of gaat naaktzwemmen na het avondeten. De meeste dagen breng ik in mijn eentje voor het raam door, en als het even kan, probeer ik naar je te zwaaien. Jij zwaait nooit terug. Jij wandelt, fotografeert, fietst langs het strand of helpt met vliegers maken. Ik heb als enige vriend de koelkastdeur, tegen wie ik elke ochtend ‘goedemorgen’ zeg.

Op een avond kom je niet alleen thuis. Je neemt een onbekend meisje mee en vertelt me dat ze Janneke heet, Janneke van de strandfeestjes. Jullie dansen al dagen samen. Het begon met een drankje, en dat drankje werd gewoonte. Jullie gewoonte. Je vraagt me niet of ik het vervelend vind, ze is er gewoon. Janneke. Janneke van de strandfeestjes.

Na een week blijft ze voor het eerst eten. Op het balkon hebben we uitzicht en daarom zitten we daar. We eten gekookte bloemkool met aardappelpuree. Er staat een fris windje, mijn haren waaien in mijn bord en ik moet de hele tijd wel vier keer kijken voor ik een hap durf te nemen. Jij en Janneke praten over onderwerpen waar ik niets vanaf weet. Over Peter, de jongen die laatst in zijn teen gebeten werd, en over Maartje, het meisje van de viskraam. Als toetje hebben we griesmeelpudding en Janneke eet voor twee. Je vraagt haar met je mond vol hoe ze het vindt aan deze kant van de heuvel. Of het niet anders is dan daar, warmer, zonniger, en met vriendelijkere mensen misschien. Janneke zegt dat ze niet weet of het hier anders is. Ze kijkt voor het eerst sinds onze ontmoeting naar mij, maar ik weet het ook niet, zeg ik. Natuurlijk weet ik het niet.

De dagen na het balkoneten neem je Janneke steeds vaker mee. Nooit lang, nooit voor meer dan een douche, een schoon picknickkleed of een spelletje, maar jullie blijven komen. Ik zeg er niets over. Ik weet van de drankjes en ik weet van de feestjes, maar ik zeg er niets over. Terwijl jij en Janneke terug naar het strand lopen, bel ik mijn moeder.
‘Hanneke!’ zegt ze. ‘Lieverd! Hoe is het met je? Hoe bevalt het daar?’
‘Goed hoor.’
‘En het huis?’
‘Goed hoor.’
‘En de omgeving?’
‘Goed hoor.’
Om de een of andere reden vertel ik mijn moeder niets over Janneke. Ik zie haar gezicht de hele tijd voor me, maar ik zeg er niets over. Mijn moeder hoopt dat ik haar binnenkort nog eens bel, als ik tijd heb. Zelf tekent ze weer, bakt ze weer veganistische taarten en heeft ze een cursus yoga genomen. Dat laatste bevalt haar wel, zegt ze. Na het ophangen hoor ik haar stem nog steeds.

Je vindt dat het tijd wordt dat Janneke een keer bij ons blijft slapen. Je vraagt het niet, je deelt het gewoon mee. Jullie spreken donderdag af. Ze blijft van donderdag tot vrijdag en je belooft persoonlijk ontbijt voor haar te maken. Voor ons. Terwijl je haar dat vertelt, glimlach je, alsof we wel vaker logees hebben. Ik zeg er niets over. Ik zeg nog steeds niets als we op donderdag met z’n drieën onder de dekens liggen en zelfs als ik met één been uit bed moet slapen om in evenwicht te blijven, maak ik geen enkele opmerking. Om negen uur ruikt het hele huis naar wentelteefjes, en voor het eerst van mijn leven ontbijt ik met versgeperst sinaasappelsap.

Wat Janneke speciaal maakt, is dat ze iets heeft dat ik niet heb, zeg je. Het heeft niets te maken met dat ik niet naar buiten ga, of dat ik de hele dag door het raam kijk, het is iets anders.
Ik probeer me voor te stellen hoe jullie samen jullie eerste drankje dronken. Zij aan de linkerkant van het bankje, jij aan de rechterkant; allebei met jullie voeten in het zand, gezichten naar de zee. Het zijn haar sproeten, zeg je. Of nee, niet eens alleen haar sproeten, het is haar lach. De manier waarop ze haar wenkbrauw optrekt als je haar een verhaal vertelt, of hoe ze met haar linkerhand over haar rechterelleboog wrijft als ze echt naar je luistert. Het zit hem erin dat zij wel weet hoe je sneeuwengelen zonder sneeuw moet maken, en dat zij ’s nachts wel lieve woordjes fluistert, terwijl ik alleen maar snurk met mijn linkerneusgat. Dat zijn de dingen die Janneke bijzonder maken, zeg je. En daarom heb je haar meegenomen.

De eerstvolgende donderdag begin ik het ook te zien. Janneke slaapt voor de tweede keer in het midden en ik hoor haar praten, mompelen, net zoals jij haar hoorde. Ze heeft het over kwallen. Toen ze klein was waren kwallen altijd haar lievelingsdieren, maar op haar zeventiende werd ze gebeten en daar heeft ze nog altijd een litteken van op haar voet.
Als ze voor de derde keer hetzelfde verhaal begint te vertellen, dommel ik in slaap, en bij het ontbijt zie ik pas dat ze een spleetje tussen haar tanden heeft.

Het idee komt van Janneke. Mijn eerste reactie luidt: ‘nee’, mijn tweede reactie: ‘nee, nee, echt niet’, en bij de derde keer dat ze het vraagt geef ik toe.
‘Maar het hoeft niet, he?’ zeg je.
‘Jawel.’
‘Weet je het zeker?’
‘Heel zeker.’
De eerste stap in het zand voelt als wegzakken tussen de dekens. Jij ondersteunt mijn ene hand, Janneke de andere. We hebben geoefend door over het balkon te lopen, maar hier beneden lijkt het anders. Denk aan sneeuwengelen. Denk aan sproeten. Denk aan de bankjes op het strand.
‘Nog een paar stappen,’ zeg je.
‘En dan?’
‘Dan zijn we er. Bijna.’

Duinwandelaars Tekst

 

Jante schreef ook over het schrijfproces dat voorafging aan dit verhaal. Lees het stuk op wintertuin.nl.

Q.S. Sefarijn (1960) is beeldend kunstenaar en publicist. Bekende werken van hem zijn de D-Toren in Doetinchem, Wat af is, is niet gemaakt in Apeldoorn, het ruiterstandbeeld John Wayne in Wateringse Veld en BANK! in de Hilversumse Meent. Naast columns publiceert hij notes en novellen. Q.S. Serafijn is als docent verbonden aan het DOGTIME programme van de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Meer van zijn werk op qsserafijn.nl.

Over de auteur

Jante Wortel (1996) schrijft proza en poëzie. Ze begon twee jaar geleden met de opleiding Creative Writing, schrijft het liefst als het donker is en drinkt haar koffie met twee zoetjes. Op dit moment is haar favoriete plek om te schrijven een logeerbed dat uit niet meer dan een matras bestaat. Meer van Jante op puntjepuntjepuntjepoezie.blogspot.nl.

Lees meer van

Portret: Jante Wortel

Door Jante Wortel

Jante Wortel, de jongste schrijver in het boek en tevens winnares van Kunstbende Taal 2015 bijt het spits af in onze serie portretten van bijdragers aan Handboek voor een Optimistisch leven.

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

De Nieuwe Lichting: Jasmijn Kam

Door Jasmijn Kam

De Optimist vroeg de nieuwe lichting afgestudeerden van schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen om hun eindwerk in te sturen. In DE NIEUWE LICHTING presenteren wij fragmenten uit dat werk en stellen wij de schrijvers van de toekomst voor. Deel 1: Jasmijn Kam met Natural selection.  Jasmijn, wat zijn de thema’s in je werk, waar schrijf je het […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper