Kort verhaal

DE NIEUWE LICHTING: ELI ELISE HOOPMAN

Door Eli Elise Hoopman | beeld: Hannelore Dreher
17 december 2015

De Optimist vroeg de nieuwe lichting afgestudeerden van schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen om hun eindwerk in te sturen. In DE NIEUWE LICHTING presenteren wij fragmenten uit dat werk en stellen wij de schrijvers van de toekomst voor. Deel 3: Eli Elise Hoopman met COEN – Wat vooraf ging, een fragment uit haar roman-in-wording.

 

Wat zijn de thema’s in je werk, waar schrijf je het liefst over? 

‘Deze vraag vind ik moeilijk omdat ik hem al zo goed mogelijk probeer te beantwoorden als ik een tekst schrijf. Maar ik zal niet flauw doen en hem expliciet proberen te beantwoorden: ik probeer een wereld en ‘echte’ mensen te scheppen en daarmee verbinding te maken tussen mijn verbeelding en de verbeelding van de lezer. ‘Alles’ wat met het leven en de mens te maken heeft komt dus in aanmerking als thema. En wat er uit mijn ‘alles’ komt bovendrijven, dat maakt het verhaal.’ 

 

Wie of wat inspireert jou? 

‘Andere schrijvers, mijn vrienden, gesprekken die ik opvang in de trein, schilderijen, muziek, films, tv-series, de duiven op de kerk die ik kan zien vanuit mijn raam. Alles kan dienen als inspiratiebron :).’ 

 

Wat zijn je meest leerzame valkuilen/uitdagingen/fuck-ups geweest? 

‘Voor mijn afstuderen afgelopen voorjaar schreef ik, onder intensieve begeleiding van een docent die ik had gevraagd, de eerste versie van mijn roman. Zij is een vakvrouw met een ijzeren discipline voor wie ik graag hard werk. Maar wat betreft smaak en schrijfstijl verschillen we zeer. Ik wilde iets maken dat boven mijn persoonlijke, vaak warrige stijl uitsteeg en dat veel mensen zou aanspreken. Ik heb er geen spijt van omdat ze mij dwong hard te werken, nauwkeurig te zijn en keuzes te maken. Dat was zeker uitdagend.’ 

 

Waar hoop je over 5 jaar te staan? 

‘Dan ligt mijn roman in de winkels en ben ik bezig met een nieuw fan-tas-tisch project.’ 

 

Optimismemeter. Hoe optimistisch ben jij over je schrijfcarrière op een schaal van 1-5? Eerlijk zeggen. En do elaborate please. 

‘Ik geef mijn schrijfcarrière op dit moment een 3. Enerzijds ben ik optimistisch omdat ik als doel had een boek te schrijven en ik nu redelijk dicht in de buurt ben van het verwezenlijken van dat doel. Bovendien heb ik tegen mijn verwachtingen in nu al positieve feedback gehad van verschillende uitgevers. Anderzijds heb ik dat ik wat ik zou willen schrijven nog niet benaderd.’ 

 

COEN Wat vooraf ging 

Gespannen stapte Coen het platform op. Boven hem raasde de snelweg die de brede en onmenselijk diepe kloof overspande. Het steile gebergte links en rechts van hem was voor het grootste gedeelte bedekt met dennenwouden, hier en daar blonk een rots. De zon stak. De wind suisde. Terwijl Coen rustig en diep probeerde te ademen rechtte hij zijn rug. Daar, aan de horizon, voorbij de kloof, glinsterde een lint: de oceaan. 

Even waande hij zich in een reclame voor een ademverfrissend snoepje. Het uitzicht was precies hetzelfde als de afbeelding op de verpakking van dat snoepje. Hij streek over zijn brede borst van aaibare, gele merinowol en snoof de berglucht op. 

Hoorde hij gedonder door de razende auto’s boven hem? Het leek van diep te komen, vanuit het donkere binnenste van de bergen. Achter hem op het platform babbelden onverstaanbaar zes kleine, bruine mannen, die allemaal hun vier bovenste voortanden misten. Er dreunde popmuziek van tien jaar geleden uit de minstens even oude stereo-installatie. Let the beat control your body van 2Unlimited. Tien jaar geleden, op zijn achttiende, had hij voor het laatst een stevig aangehaalde klimgordel gedragen. 

Hij verplaatste zijn gewicht voorzichtig naar zijn voorvoet, kneep zijn billen samen en spande zijn buikspieren, zodat hij in een nagenoeg perfecte schuine lijn naar voren helde. Nauwelijks waarneembaar, als een ninja. Some magic, some raw nerve. Surrender and let the beat control your body. Terwijl hij in de afgrond tuurde, nam het suizen toe, een lichte duizeling overviel hem. Blijven ademen Coen, in en uit, in en uit. Beheerst verplaatste hij zijn gewicht terug naar achter. 

Stel dat hij op de valreep van het springen af zou zien, dan moest hij de zes mannen overtuigen. Dat ze hun geld mochten houden. Dat hij het ook zonder sprong fan-tas-tisch had gevonden, dat hij hen zeker zou aanbevelen aan de andere toeristen. Dat hij lang geleden bijna was gestorven in de bergen en dat deze sprong bij nader inzien toch geen goed idee was. 

Liberate, don’t hestitate. And let the beat control your body. Twee mannen sjorden aan zijn gordel, twee anderen beklopten zijn lichaam. De vijfde trok het touw rond zijn enkels strak. Ten slotte pakte de zesde zijn linkerpols: ‘85’ stond er met rode watervaste stift, zijn gewicht. Nummer zes floot bewonderend, extra luid door zijn ontbrekende tanden. Hij kneep in Coens biceps, als was hij een varken klaar voor de slacht. In en uit, in en uit. 

‘Like a swan. You need to jump like this,’ zei de man. Hij deed het voor, spreidde zijn armen, sloot zijn benen en hief zijn toch al vooruitstekende borstkas. Zijn collega’s spreidden Coens armen. Moest hij zich nu een zwaan voelen? 

Als hij niet sprong zou zijn moeder nog altijd kippensoep voor hem maken als hij thuiskwam van zijn verre, verre reis, en het zou haar niets uitmaken dat hij het niet gedurfd had. Als hij niet sprong, zou hij het dan aan Edouard vertellen? Liever niet. Als hij niet sprong gaf hij toe dat hij nooit meer als een vrolijke, onbekommerde berggeit door het leven zou gaan. Als hij niet sprong won de berg. 

‘When you’ve done this jump, you can get a passion gap. To become a real man!’ Nummer zes wees naar zijn ontbrekende voortanden. Zijn r rolde alsof hij real wilde benadrukken. 

Een passion gap? Coen proestte bij de gedachte aan zijn thuiskomst zonder voortanden, zijn glimmende tandvlees als een trofee. De blik van afschuw en ongeloof van zijn anders onverstoorbare moeder op het moment dat hij de lepel kippensoep naar zijn mond bracht en zijn roze naaktslak bloot lachte. Op het werk zouden ze denken dat hij gek was geworden. Of ze zouden hem meer respecteren. Edouard was waarschijnlijk de enige die er de vruchten van zou plukken, de lieve vuilak. Misschien zou hij niet terugkeren, misschien zou hij in de rivier belanden, in de diepte, en afgevoerd worden naar de oceaan. 

Hij gleed met zijn vingers langs het stroeve materiaal van de klimgordel en gaf zijn mannelijkheid een klopje. Hij keek opzij, nummer zes stak zijn duim op. 

 

Het vallen duurde lang. Tot zijn verbazing was er de tijd om zijn armen te spreiden, zijn benen te sluiten, zijn borst te heffen. Als een zwaan. Ademen ging gemakkelijk. Hij hoorde en voelde geen wind. Het was alsof hij zweefde, overgeleverd aan de leegte. Wanneer zou hij zich ooit nog midden in de lucht bevinden, ver van alles: de mensen, de muziek, de brug, de auto’s, de oceaan, de rotsen, de natuur? Was dat daar op die rots een steenbok met priemende horens? Hij lachte. Wat als de lus van zijn enkels zou glippen? Ach wat! Hij was vrij! Zijn kreet ging op in de stilte. Tot er geen ruimte meer was, en geen tijd. 

 

DNL-EliEliseHoopmanGroot

 

Er was enkel de berg die tot hem sprak. De berg die in hem resoneerde, als een oerklank, zonder woord of beeld. De berg vlakte al het andere uit. Hij kende de berg goed. De berg schuddebuikte dat hij Coen niet zou verlaten al sprong hij nog zo vaak van een brug aan de andere kant van de wereld. 

In en uit, in en uit. Was de lucht ijler geworden? 

Ieder moment verwachtte hij nu het einde van de val, de weerslag, hij spande al zijn spieren. Dat bleek overbodig. Hij landde verbazingwekkend zacht midden in de lucht. Hij zweefde omhoog en toen viel hij opnieuw. In de val zat nog een val verstopt. En nog een. En nog een. En nog een. 

Een van de kleine, bruine mannen was afgedaald zonder dat hij het had gemerkt. De tanige vingers van de man friemelden aan zijn enkels. ‘Hi!’ zei hij plompverloren. De man zweeg. Wat een beroep hadden die lui! Zouden nummer een tot en met zes uiteindelijk stuk voor stuk te pletter vallen? Hij wist niet of hij medelijden met hen had of hen benijdde. 

Terwijl het ventje behendig een klem aan de gordel ter hoogte van Coens navel bevestigde, droeg hij Coens uit de kluiten gewassen lichaam in zijn armen. Het zag er vast bizar uit, maar Coen voelde zich veilig. Vervolgens werden ze samen omhoog gehesen. Op het platform was geen welkomstcomité, enkel luide muziek en nieuwe, bleke mensen die klaarstonden om te springen. 

Zodra hij weer vaste grond onder zijn voeten had, moest hij braken. Boekweit, melk en de resten van een laf appeltje. De grauwe brei bleef gedeeltelijk kleven in het raster van het platform. Een van de kleine bruine mannen – was het nummer zes? – bood hem giechelend een ricola-bergmunt-kruidenbonbon aan. 

‘You have a wife?’ 

‘No.’ 

‘Why?’ 

‘I don’t know. I’m still young.’ En hij was homoseksueel, maar geen haar op zijn hoofd die eraan dacht dat hier te vertellen. Hij wilde niet van het platform geduwd worden zonder touw rond zijn enkels. 

‘You’re a grown man.’ Weer die rollende r van rrrreal man

‘Yes.’ 

‘You have friends?’ 

‘Yes.’ 

‘If I had money and friends, like you, I would take them to the World Cup football. I’m married though, you want to see my children?’ 

Uitgeput leunde hij tegen de stalen draagconstructie van de brug. De man haalde een splinternieuwe telefoon uit zijn gerafelde broekzak en toonde hem een aantal foto’s. Zijn kinderen bleken dikke volwassenen en ze hadden baby’s op hun schoot. 

Voor hij er erg in had, had de man een foto van hen samen gemaakt. Verlegen streek hij over zijn voorhoofd, hij zweette als een otter en er kleefde boekweit aan zijn mondhoeken. Op het moment dat de telefoon klikte, had hij iets voelen wegglippen. Als hij een indiaan was zou hij menen dat een deel van zijn ziel was gestolen. Hij stelde zich voor dat de afbeelding van zijn zweterige zelf werd weggevoerd naar later op de avond, naar het café waar de vermoedelijke nummer zes zijn loon verdronk en de foto aan al zijn maten werd getoond, aan de passerende vrouwen van de nacht, de volgende ochtend aan zijn echtgenote, enkele dagen later aan de dikke, volwassen kinderen met baby’s op hun schoot. 

 

Tijdens zijn terugtocht naar de auto, over de voetgangersbrug onder de snelweg, begon zijn lichaam onbeheerst te trillen. De opluchting en de euforie die hij tijdens de sprong had ervaren leken met zijn ontbijt zijn lijf te hebben verlaten. Ondanks de kruidenbonbon had hij een flauwe smaak in zijn mond. 

Hij was veeleer van de brug gestapt dan gesprongen en die stap in het luchtledige had verdacht veel geleken op de terloopse misstap van tien jaar geleden, toen hij een lelijke val had gemaakt en zijn kruisbanden had gescheurd. 

Alhoewel. Deze keer had hij niet gedacht aan zijn moeder in volle glorie onder de douche, of aan het kind dat hem ‘varkentje’ had gedoopt en in zijn bolle buik had geprikt, toen hij een roze tuinbroek droeg, niet aan het andere kind dat hem had betrapt terwijl hij zichzelf moed insprak op het kleutertoilet, het kind waar hij verliefd op was geweest, nee, die zure schaamte was hem bespaard gebleven. 

Momentenlang had hij gezweefd, de lucht in volle teugen ingeademd. En nu? Zijn pezen waren nog altijd ontstoken. De berg had hem nog altijd niet verlaten. 

 

Hannelore Dreher maakte het beeld bij Eli Elises afstudeerwerk. Voor meer werk zie hanneloredreher.tumblr.com

Over de auteur

Eli Elise Hoopman (1989) studeerde afgelopen voorjaar af aan de opleiding Woordkunst aan het Conservatorium te Antwerpen. Momenteel werkt ze aan haar debuutroman onder begeleiding van literair agentschap Sebes & Van Gelderen. Over zichzelf zegt Eli Elise: ‘Mijn leven is als de zee en mijn lichaam is als dat van een mier. Dat is best lastig soms omdat ik zo klein en taai ben en het leven zo zout.’

Over de illustrator

Hannelore Dreher maakte het beeld bij Eli Elises afstudeerwerk. Voor meer werk zie hanneloredreher.tumblr.com.

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

De Nieuwe Lichting: Jante Wortel

Door Jante Wortel

De Optimist vroeg de nieuwe lichting afgestudeerden van schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen om hun eindwerk in te sturen. In DE NIEUWE LICHTING presenteren wij fragmenten uit dat werk en stellen wij de schrijvers van de toekomst voor. Aan het begin van deze prachtige herfstweek stellen wij aan u voor: Jante Wortel, pas afgestudeerd aan Creative Writing Artez. […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper