Poëzieweek 2016

Door
30 januari 2016

Glijbaanlife

Van alle jongens onder de glijbaan kon Roy het beste een auto tekenen.
Ik durf te wedden dat Roy nog steeds heel goed een auto kan tekenen.

Mick was de jongen die altijd als eerste voorstelde om een fikkie te stoken.
Hij was ook degene die elke zomer een kikker tegen het schuurtje in onze achtertuin spijkerde totdat zijn ouders besloten te verhuizen.

Met deze jongens groeide ik op. Dit is waar ik aan denk als ik aan dit dorp denk:
Als ik er fiets, ruikt het er alsof er meer in past. Alsof er meer straten zijn, alsof het er groter is dan ik mij ooit had kunnen voorstellen. Alsof Berlijn dichterbij ligt. Alsof hier een club is op de bovenste etage van een flat.
Alsof hier een flat is.

Als ik aan dit dorp denk, kom ik thuis, in mijn hoofd is het altijd namiddag, een hond blaft een paar straten verderop, een basketbal stuitert de speelplaats af, iedereen zit al aan het avondeten.

Ik ben de broer van een zusje met nepnagels.

Ik ben de zoon van een man die, zodra het begint te schemeren, een zaklamp op zijn hoofd draagt, hij drukt alle lichten uit.

Soms, als ik de deur van mijn kamer opentrek en op het punt sta naar de koelkast te lopen, loopt hij voorbij, langzaam als een truck, snel voor iets dat zoveel lading heeft, dan sta ik als een geschrokken hert op de gang. Als hier een berm was geweest had het gras erin meegewaaid. Maar hij gaat naar zijn kamer, niet naar Alaska en ik ben geen hert maar een jongen.

Ik ben de zoon van een vrouw van een man met lichten op zijn hoofd, een vrouw die haar nagellak deelt met mijn vriendinnetjes, een vrouw die op mijn twintigste verjaardag zei dat mijn naam een aardbeving was, dat ze daarom altijd zo zachtjes tegen mij sprak.

Ik ben de vriend van een vriend die tegen mij zei: ik heb je ruggengraat gezien en ik vertrouw je niet. Ik zou je niet op de achterbank laten zitten met mijn vriendinnetje terwijl ik op de weg let. Ik zeg: dat zegt meer over je vriendinnetje, hij zegt: nee, het zegt meer over jou dat je zoveel om deze discussie geeft.

Dus ik ben weer terug hier, in dit dorp bij mijn ouders, dit is wat ik ben.
De jongen die nog altijd de lichten aanlaat op de gang, iemand die verliefd wordt op haarlengtes en snoepkauwers, ik ben ook de boom die omvalt in het bos als er niemand is en toch geluid maakt, ik ben de stoel in mijn donkere kinderkamer. Ik ben nooit de jongen geweest die de bal het verste kan schoppen of als eerste bij het snoepautomaat stond. Ik ben niet de jarige maar de ballonnen tegen het plafond. Ik ben het kikkerbloed op het tuinpad.

HannahVischer_Luuk Wojck_Glijbaanlife_Poezieweek

Lees meer van

Kunstbende #3: Floor den Dikken

Door

De Waterbuffel en Komodovaraan De Waterbuffel en de Komodovaraan bevonden zich beide aan de waterkant, bij het koraalrif. Het was een warme dag op het Indonesische eiland Komodo en de dieren waren op zoek naar verkoeling. De Waterbuffel merkte dat hij dorst had gekregen van dit mooie weer en besloot een slok water te drinken. […]

Lees meer uit de categorie

Acht

Door

‘Ik kom mijn fiets halen,’ zegt de man. Zijn stem is zacht, bijna onverstaanbaar. Hij draagt een versleten spijkerjas en een rode sjaal. Grote armen, lange benen, brede schouders. ‘Ja, dat zei u net ook al, maar ik dacht: u zal het wel koud hebben,’ zeg ik.

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper