Interview

Van de gebroeders Grimm tot Rammstein

Door Anna van Strien
28 maart 2016

Duitse cultuurgeschiedenis in 15 fenomenen

Jerker Spits spreekt zoals hij schrijft: helder, erudiet én concreet. Hij bedient zich van ingebedde bijzinnen die een prelude vormen op nóg meer moois en groots. En dat is goed nieuws voor de lezer van zijn recente boek Staalhelmen en curryworst. Een Duitse cultuurgeschiedenis in 15 fenomenen. Der Germanist bevraagt de germanist en serveert enkele fragmenten uit zijn boek.

 

omslag Staalhelmen en curryworst def

Wat heb je gewild met je boek en is je dat gelukt?
‘De gedachte was dat ik een Duitse cultuurgeschiedenis wilde schrijven die niet stoffig en niet dik is. Ik wil de lezer een reis laten maken door de Duitse geschiedenis. Vanuit Duitse fenomenen als de curryworst, de piano, maar ook bijvoorbeeld de papegaai van Alexander von Humboldt lukt dat goed, omdat er veel over is te vertellen. Ook vormen ze een continue lijn door de geschiedenis. Volkswagen, met de autoindustrie als hart van de Duitse economie, heeft niet alleen stiekem energieslurpende wagens gemaakt, maar zette ook dwangarbeiders in tijdens WOII. Telkens maak je als lezer een reis door de Duitse cultuurgeschiedenis. Het is me volgens mij vooral heel goed gelukt in het hoofdstuk ‘Het sprookjesboek’, waar ik door de geschiedenis van de gebroeders Grimm het thema van de Duitse Volksgeist aanraak. Ik heb me verdiept in de romantiek én de politieke laag van die verhalen. Via de gebroeders Grimm, het sprookjesboek in de nazitijd en Rammstein komt het irrationele naar boven, een Leitmotiv in de Duitse romantische cultuur.’

Het sprookjesboek
In 1812 verschenen de Kinder‑ und Hausmärchen van de gebroeders Grimm. De eerste druk was een flop. Het leek er helemaal niet op dat het boek zou uitgroeien tot een van de meest gelezen Duitse boeken. Voor de gebroeders Grimm moest het sprookjesboek bijdragen aan een eigen nationale identiteit. Het sprookjesboek is dan ook nauw verbonden met de Duitse cultuur, van de Romantiek tot Rammstein.

Heb je voorbeelden die je geïnspireerd hebben?
‘Rüdiger Safranski, de biograaf van onder andere Schiller, Nietzsche en Schopenhauer heeft een heel leesbare stijl. Maar ook de Oost-Duitse verhalen van Ingo Schulze in zijn Simple Stories zijn een voorbeeld. Schulze vertelt als Hemingway, met een goed gevoel voor de mens in zijn omgeving. Ja, dat is bijzonder aansprekend en heeft doorgewerkt in mijn stijl.’

Hoe de kinderen slachtertje speelden
De eerste editie van het sprookjesboek was wreed. Het waren verhalen over moeders die de nieren van hun kinderen in zout bakten en opaten en over een hele familie die werd uitgemoord, zoals in het sprookje Hoe de kinderen slachtertje speelden. Het was een sprookje over een vader die een varken slachtte. Een van de kinderen deed hem na en stak zijn broertje in de hals. Op het eind van het sprookje was de hele familie vermoord, inclusief de baby in de badkuip.

Hoe ben je te werk gegaan?
‘Ik vertelde mijn vriendin Maria graag anekdotes uit de Duitse geschiedenis, zoals het verhaal van Luthers constipatie. De jonge Luther – eenzaam en getergd na zijn berisping door de Rijksdag – schreef vanuit een piepklein kamertje op de Wartburg, een kasteel boven het plaatsje Eisenach: “De Heer heeft mijn achterste getroffen met vreselijke pijnen. Mijn ontlasting is keihard en ik moet zo persen om er van af te komen dat het zweet me uitbreekt … Mijn reet is één brok ellende.” Toen het idee voor dit boek samen met Van Oorschot tot stand was gekomen, heb ik die vertelsels opgeschreven. Elke week las ik Maria voor wat ik had geschreven en haar luisterend oor en gevoel hebben me geholpen bij het vinden van de vertelstem die ik zocht.’

Romantisch!
‘Ja, de Romantiek, de Dichtung en – om met Thomas Mann te spreken – die Tiefe, de gelaagdheid van verhalen, daar raak je van doordrenkt als je je bezighoudt met Duitse literatuur en muziek. Maar ik wilde vooral die persoonlijke stem vinden, het hoofd én het hart raken, een stem die je al die geweldige weetjes laat ontdekken. Sommige hoofdstukken in mijn boek zijn vooral feitelijk, zoals dat over het barnsteen en de autoindustrie, andere zijn puur verhalend, zoals ‘De blikken trom’, over schrijver Günter Grass.’

Een liefdesverklaring
In de literatuur van de huidige Bondsrepubliek keerden de gebroeders Grimm terug dankzij Günter Grass. Als schrijver vatte Grass bewondering en liefde voor de gebroeders Grimm op vanwege hun tomeloze inzet en hun grote betekenis voor de Duitse taal. ‘Een liefdesverklaring,’ luidde dan ook de ondertitel van Grimms Wörter(2010).

Als ik ‘Günter Grass’ zeg, reageren mensen van mijn generatie toch vaak met een opmerking als ‘O, die Duitse Nobelprijswinnaar die zijn SS-verleden verzweeg?’ Toen ik het hoofdstuk ‘De blikken trom’ las, werd ik vooral vervuld van een enorme betrokkenheid, ook van jou.
‘Tja, die SS-periode, ja, dat was een late bekentenis, nadat hij anderen lange tijd de maat had genomen. De rokken van de ui kun je zien als een biecht, maar heel concreet is Grass niet over die periode uit zijn leven. Toch heeft Grass als schrijver een grote bijdrage geleverd aan het democratischer maken van Duitsland. Net als zijn kleine Oskar in Die Blechtrommel sloeg Grass steeds opnieuw weer de trom bij tendensen in de samenleving die hij in strijd vond met de ‘waardigheid van de mens’, zoals het Duitse asielbeleid, dat volgens hem mensen ‘uitwijst’. Grass stelde steeds opnieuw pijnlijk terechte vragen over het politieke geweten van de natie: waarom zijn de archieven van de Oost-Duitse geheime dienst openbaar geworden, maar liggen de papieren van de West-Duitse dienst nog achter slot en grendel? Waarom beslist de farmaceutische industrie over de gezondheidszorg en niet het parlement? Ook niet onbelangrijk is dat hij het engagement van een nieuwe generatie jonge Duitse schrijvers openlijk toejuichte. Tot op het laatst bleef hij zijn landgenoten vermanen.’

Je maakt in Staalhelmen en curryworst voortdurend contrasten voelbaar in de Duitse identiteit, een hang naar de werkelijkheid gericht op vooruitgang, maar ook een vlucht in het romantische, de liefde voor sprookjes en de natuur. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar?
‘Dat is een groot en boeiend thema waarover je uren zou kunnen praten: je richten op de werkelijkheid of op een wereld van kunst en esthetiek. Lange tijd kozen Duitse schrijvers voor het een óf voor het ander. Schrijvers als Heinrich Heine en Heinrich Mann schreven geëngageerde literatuur. Ze wilden het Duitsland van hun tijd veranderen, hun boeken gingen over democratie en mensenrechten. Thomas Mann dacht lange tijd heel anders: hij trok zich terug in een wereld van schoonheid en fantasie. Het Duitse burgerdom was inderdaad lange tijd apolitiek: in de kunst ging het om Dichtung en om muziek. Na de Tweede Wereldoorlog was dat anders, mede dankzij geëngageerde kunstenaars, zoals Grass. Dat waren kunstenaars die de vinger op de zere plek legden én die fantasievolle romans schreven – zonder zich in hun fantasie te verliezen.’

Hoe verwerk je andere tegenstellingen in je boek?
‘Een andere tegenstelling is die tussen de fascinatie voor techniek en de liefde voor de natuur. Die komt ook terug in mijn boek. Er staan twee fenomenen in die de Duitsers bijzonder lief zijn, maar op gespannen voet staan met elkaar: de auto en het bos. Een andere tegenstelling is die tussen vrijheid en de afsluisterpraktijken van de Stasi, de Oostduitse geheime dienst. In ‘De handy’ probeer ik ook duidelijk te maken waarom Angela Merkel zo veel heftiger op de afluisterpraktijken van de Amerikaanse geheime dienst reageerde dan bijvoorbeeld de Nederlandse of Engelse premier.’

Het oorspronkelijke en natuurlijke
De Romantiek was een tijd van verandering. Het was de tijd waarin het eerste spoor voor een stoomtrein werd aangelegd en de verstedelijking begon. Juist in die tijd bezong een dichter als Eichendorff het bos (zie het hoofdstuk over het bos), keerde de dichter Ludwig Tieck terug naar de middeleeuwen en doken Jacob en Wilhelm Grimm onder in de wereld van sprookjes. Ze zochten naar een ‘levende traditie’, naar plekken ‘waar een grotere ontvankelijkheid voor poëzie of een nog niet door de onjuistheden van het leven uitgebluste fantasie aanwezig was’. Net als de filosoof Herder vonden de gebroeders Grimm dat de geest van de mens steeds verder was afgedwaald van het oorspronkelijke en het natuurlijke. In de sagen en mythes van het volk en in sprookjes was de oorsprong bewaard gebleven.

In je boek figureren ook de prachtige Duitse Wörter, de in één woord omvattende begrippen. Wat zijn jouw favoriete termen?
‘Éen van de mooiste vind ik Habseligkeiten: schamele bezittingen. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond de Trümmerliteratur, de literatuur van de puinhopen. De dichter Günter Eich schreef een prachtig gedicht waarin hij zijn Habseligkeiten opsomt. Wat was er overgebleven? Alleen zijn schamele bezittingen. De Duitse taal was bezoedeld door de nazi’s, woorden als Glaube hadden hun onschuld verloren. Je voelt in dit gedicht hoe Eich voorzichtig, in kleine stapjes op zoek gaat naar zijn woorden, zijn kostbare bezittingen: een notitieboekje, zijn potlood. Ze helpen hem zijn ervaringen onder woorden te brengen. Práchtig zijn natuurlijk ook woorden als Sehnsucht, of Fernweh. Je kunt niet alleen Heimweh hebben, maar ook Fernweh: een verlangen naar de verte!’

Inventur

Dies ist meine Mütze,
dies ist mein Mantel,
hier ist mein Rasierzeug
im Beutel aus Leinen.

Konservenbüchse:
mein Teller, mein Becher,
ich hab in das Weißblech
den Namen geritzt.

Geritzt hier mit diesem
kostbaren Nagel,
den vor begehrlichen
Augen ich berge.

Im Brotbeutel sind
ein Paar wollene Socken
und einiges, was ich
niemand verrate,

so dient er als Kissen
nachts meinem Kopf.
Die Pappe hier liegt
zwischen mir und der Erde.

Die Bleistiftmine
lieb ich am meisten:
Tags schreibt sie mir Verse
die nachts ich erdacht.

Dies ist mein Notizbuch,
dies ist meine Zeltbahn,
dies ist mein Handtuch,
dies ist mein Zwirn.

Günter Eich, 1947

Bijna niemand in Nederland studeert nog Duits, goede leraren Duits zijn dun gezaaid. Eeuwig zonde, waar gaat dat heen met onze kennis van de Duitse cultuur? Ben je daar wel eens bezorgd over?
‘Kijk, ik ben niet zo van het pessimistische. Voor een germanist is momenteel gelukkig veel werk. De Groene Amsterdammer vroeg laatst om een stuk over het engagement in de hedendaagse Duitse literatuur, daar ben ik blij om. Er is enorm veel aandacht voor Duitsland, natuurlijk ook door de recente Boekenweek. Het geweldige online magazine De Optimist noemt zichzelf een maand lang De Germanist, wat willen we nog meer? Men heeft natuurlijk in de gaten dat Duitsland – niet alleen de economie, maar vooral ook de cultuur – ontzettend veel te bieden heeft. We weten andersom ook dat Duitsers altijd hebben geïnvesteerd in een goede relatie met de Nederlanders, unsere Nachbarn. Vergeet ook niet dat Duitsland vakantieland nummer één is voor Nederlanders! Ik ben optimistisch.’

Over optimisme gesproken: een ware optimist maakt een doorleefde keuze voor het positieve, ook al is er soms veel dat tot somberte stemt? Mee eens?
‘Er is alle reden voor enthousiasme, ja. De schrijver Goethe kende de donkere kanten van het bestaan; pijn, verdriet, dood, mislukking, maar hij concludeerde dat het geluk altijd dichtbij is: Lerne nur das Glück ergreifen/ Denn das Glück ist immer da. Voorwaarde was volgens hem wel dat we daarbij rust nemen en niet immer weiter schweifen.’ Zo kun je ook van alles vinden van de politiek van Angela Merkel. In mijn ogen heeft ze leiderschap getoond met haar Wir schaffen das. Die uitspraak was niet naïef, Merkel weet heel goed waar ze voor staat.’

Jerker, houd je eigenlijk van curryworst?
‘Ja. Mít Senf. Vooral bij Curry-Mitte in Berlijn. Ben je daar al geweest? Daar moet je naartoe gaan!’

 

Jerker Spits, Staalhelmen en curryworst. Een Duitse cultuurgeschiedenis in 15 fenomenen. Met illustraties van Piet Paris. Uitgeverij Van Oorschot, 2016.  (192 pagina’s – paperback – €14,99)

 

Jerker Spits (1977) studeerde Duitse taal- en letterkunde, woonde in Berlijn en Wenen en schrijft over Duitse literatuur, politiek en cultuur in Trouw, Filosofie Magazine en De Groene Amsterdammer.

Spits, Jerker - auteursfoto 2016

Fotografie: Tessa Posthuma de Boer

Over de auteur

Anna van Strien (1978) is neerlandica, poëzieredacteur en docent. Ze woont met peuter en Volkswagenbus in Amsterdam. Anna houdt het meest van Lucebert en Reve en doet het liefste zo veel mogelijk tegelijk.

Lees meer van

Eén wet: leven

Door Anna van Strien

Black metalband vertaalt verzen van vitalist Marsman Black metalband Terzij de Horde publiceert een selectie van Hendrik Marsmans Verzen in Engelse vertaling. Bassist Johan van Hattum vertelt De Optimist waarom: “Marsman brengt je de kans een grens over te gaan, de wereld in te trekken en je los te wrikken van elke levensbeperking.” In die […]

Lees meer uit de categorie Interview

De winkel is geopend!

Door De redactie

Augustus 2016 verschijnt het eerste boek van De Optimist, Handboek voor een Optimistisch leven (Atlas Contact), vanaf vandaag hier al te bestellen in de voorverkoop!

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper